Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

IE merkenrecht. Ongerechtvaardigd voordeel trekken uit bekend woordmerk

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

Zittingsplaats Den Haag

zaaknummer / rolnummer: C/09/475727 / HA ZA 14-1196

Vonnis van 2 december 2015

in de zaak van

de rechtspersoon naar vreemd recht

ALPARGATAS S.A.,

gevestigd te São Paulo, Brazilië

eiseres,

advocaat mr. D. Knottenbelt te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BRANDS & CONCEPTS B.V.,

gevestigd te Baambrugge,

gedaagde,

advocaat mr. M.C.S. de Boer te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Alpargatas en Brands & Concepts genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van deze rechtbank van 23 september 2015;

de akte van Brands & Concepts van 7 oktober 2015;

de akte van Alpargatas van 21 oktober 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

2.1.

In het tussenvonnis heeft de rechtbank overwogen dat in het dictum van het verwijzingsvonnis van de rechtbank Midden-Nederland alleen de zaak (voor zover betrekking hebbend op de door Alpargatas ingeroepen Gemeenschapsmerken en daarop gebaseerde merkinbreuk) onder het kopje “in conventie” naar deze rechtbank is verwezen. De rechtbank heeft de vraag opgeworpen of plaats is voor beoordeling van de aan de Gemeenschapsmerken gerelateerde vorderingen van Brands & Concepts in reconventie. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld zich daarover uit te laten.

2.2.

Brands & Concepts stelt zich op het standpunt dat aan beoordeling van haar reconventionele vorderingen door de rechtbank niets in de weg staat. Zij betoogt dat in de overwegingen van het verwijzingsvonnis tot uitdrukking is gebracht dat het resterende geschil in reconventie door de rechtbank Den Haag moet worden beslist, zodat het ontbreken van een daarmee corresponderende beslissing in het dictum als een kennelijke vergissing c.q. verschrijving zou kunnen worden beschouwd. Voorts betoogt zij dat strikt genomen geen noodzaak bestond om in het dictum de verwijzing van de zaak onder “in conventie”, onder “in reconventie” te herhalen, nu de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en reconventie logischerwijs maakt dat de verwijzing in conventie die in reconventie omvat.

2.3.

Alpargatas stelt zich op het standpunt dat, gezien het dictum in het verwijzingsvonnis, de reconventionele vorderingen niet aan deze rechtbank voorliggen.

2.4.

De rechtbank overweegt als volgt. Anders dan Brands & Concepts betoogt, kan niet worden geoordeeld dat de in het dictum van het verwijzingsvonnis onder “in conventie” opgenomen verwijzing, de verwijzing in reconventie omvat. Dat er nauwe samenhang tussen de zaken in conventie en reconventie bestaat neemt immers niet weg dat hierop afzonderlijk moet worden beslist. In het dictum van het verwijzingsvonnis wordt ook duidelijk onderscheid tussen de zaken in conventie en reconventie gemaakt. Onder “in reconventie” zijn twee verklaringen voor recht gegeven en vervolgens is zowel in conventie als in reconventie het meer of anders gevorderde afgewezen. Niet is vermeld dat de zaak in reconventie (ten dele) naar deze rechtbank wordt verwezen.

2.5.

Zo het niet-verwijzen van de zaak in reconventie als kennelijke fout in het dictum moet worden beschouwd, betekent dat niet dat zonder meer plaats is voor verbeterde lezing van dat dictum door deze rechtbank, zoals Brands & Concepts klaarblijkelijk voorstaat. De rechtbank zou daarmee een voor de omvang van het geding van belang zijnde en, gegeven het standpunt van Alpargatas, tussen partijen niet onbestreden uitleg aan het dictum van een vonnis van een andere rechtbank geven, hetgeen op gespannen voet staat met de in artikel 31 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) neergelegde herstelprocedure, volgens welke het aan de rechter is die het vonnis heeft gewezen om tot verbetering van zijn vonnis over te gaan. Bovendien moet er met Alpargatas vanuit worden gegaan dat het

niet-verwijzen van de reconventionele vorderingen in het aanhangige hoger beroep tegen het verwijzingsvonnis aan de appelrechter kan worden voorgelegd. Voornoemde omstandigheden staan naar het oordeel van de rechtbank aan de door Brands & Concepts gewenste verbeterde lezing van het dictum in de onderhavige procedure in de weg. Daarom gaat de rechtbank, in aanmerking genomen dat terzake niet is verzocht een beslissing in appel of in een herstelprocedure af te wachten, van het dictum van het verwijzingsvonnis uit zoals dat thans luidt. Zij gaat er dus vanuit dat de zaak in reconventie niet naar haar is verwezen en zal de betreffende vorderingen niet beoordelen.

2.6.

Voor zover Brands & Concepts betoogt dat deze uitkomst strijd oplevert met de goede procesorde en het in artikel 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces, wordt zij daarin, reeds vanwege de mogelijkheid van de in r.o. 2.5. genoemde herstelprocedure en van appel niet gevolgd. Dat Brands & Concepts geen ander alternatief heeft dan de Nederlandse Staat vanwege een fout in het verwijzingsvonnis op grond van een onrechtmatige overheidsdaad aan te spreken, kan in het licht van voornoemde procedurele voorzieningen evenmin worden gevolgd. Haar stellingen dienaangaande leiden dan ook niet tot een ander oordeel.

De vorderingen van Alpargatas

2.7.

Uit het tussenvonnis volgt dat de vorderingen van Alpargatas, voor zover gegrond op inbreuk op haar Gemeenschapswoordmerk, in beginsel toewijsbaar zijn. De rechtbank overweegt daarover nog het volgende.

2.8.

De rechtbank zal het gevorderde bevel tot staking van inbreuk en de vorderingen tot het doen van een door een accountant gecertificeerde opgave en tot afgifte, mede gelet op het overwogene in r.o. 5.11 van het tussenvonnis, toewijzen op de wijze als in het dictum bepaald. Daarbij wordt de termijn voor de opgave bepaald op 3 maanden omdat de gevorderde termijn van 21 werkdagen gelet op de verificatie door een accountant te kort wordt geacht voor een juiste uitvoering. De gevorderde opgave ter zake van bij de inbreuk betrokken “eventuele derde(n)” zal als te onbepaald niet worden toegewezen.

2.9.

De bevelen tot staking van inbreuk en tot opgave zullen zoals gevorderd worden versterkt met een dwangsom, met dien verstande dat deze wordt gematigd en gemaximeerd als hierna opgenomen in het dictum.

2.10.

Brands & Concepts zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Alpargatas. Zij heeft geen verweer gevoerd tegen de door Alpargatas op de voet van artikel 1019h Rv gevorderde proceskosten ad € 2.866,50 zodat dit bedrag zal worden toegewezen.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

beveelt Brands & Concepts met onmiddellijke ingang na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden in de Europese Unie iedere verdere inbreuk op het Gemeenschapswoordmerk HAVAIANAS, in het bijzonder het ter verkoop aanbieden, het verhandelen of daartoe in voorraad houden en het aanprijzen van slippers waarop het teken Hollandaisas is aangebracht (hierna: inbreukmakende producten);

3.2.

beveelt Brands & Concepts binnen drie maanden na betekening van dit vonnis een door een onafhankelijke registeraccountant - op basis van een zelfstandig door die registeraccountant te verrichten onderzoek - gecertificeerde verklaring te verstrekken aan de raadsman van Alpargatas, mr. S.A. Klos, vergezeld van alle relevante documenten ter staving van die verklaring, betreffende:

het totale aantal geproduceerde inbreukmakende producten, alsook het totale aantal inbreukmakende producten dat Brands & Concepts in voorraad heeft;

het totale aantal inbreukmakende producten dat Brands & Concepts heeft verkocht;

de prijs die is berekend voor de verkoop van de inbreukmakende producten;

de totale winst die Brands & Concepts heeft behaald met de verhandeling van de inbreukmakende producten;

de volledige naam/namen en adres/adressen van de leverancier(s) en/of producent(en) die betrokken zijn (geweest) bij de verhandeling van de inbreukmakende producten;

3.3.

veroordeelt Brands & Concepts tot betaling aan Alpargatas van een dwangsom van € 2.500,- voor iedere dag, een dagdeel daaronder begrepen, dat zij na betekening van dit vonnis in gebreke blijft met de naleving van de onder 3.1. en 3.2. gegeven bevelen of, zulks ter keuze van Alpargatas, voor iedere handeling die een overtreding van het bepaalde onder 3.1. en 3.2. oplevert, tot een maximum van € 250.000,-;

3.4.

veroordeelt Brands & Concepts om aan Alpargatas te vergoeden de door haar geleden schade als gevolg van de in het tussenvonnis omschreven inbreuk, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

3.5.

veroordeelt Brands & Concepts aan Alpargatas af te geven alle bij haar in bezit zijnde exemplaren van de inbreukmakende producten, de onder beslag rustende inbreukmakende producten daaronder begrepen;

3.6.

veroordeelt Brands & Concepts in de proceskosten, tot dusver aan de zijde van Alpargatas begroot op € 2.866,50;

3.7.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.8.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.T. Aalbers en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2015.

Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature