Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

240b van het Wetboek van Strafrecht

Uitspraak



Rechtbank 's-Gravenhage

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/757958-10

Datum uitspraak: 17 juli 2012

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1961 te [geboorteplaats],

wonende:[adres].

1 De terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 21 oktober 2011 en 3 juli 2012.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M. Tiebosch, advocaat te 's‑Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. M.A. van der Laan heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 5 jaren met als bijzondere voorwaarde een reclasseringstoezicht, ook indien dat inhoudt dat verdachte een behandeling dient te volgen bij De Waag en als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich dient te onthouden van vrijwilligerswerk met minderjarigen dan wel enig ander contact met minderjarigen. De officier van justitie heeft voorts de dadelijke uitvoerbaarheid van de (bijzondere) voorwaarden gevorderd.

De officier van justitie heeft tevens gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde fotoboeken en videobanden die afbeeldingen van (half ontklede) jonge jongens bevatten zullen worden onttrokken aan het verkeer en dat de overige voorwerpen zullen worden teruggegeven aan verdachte.

2 De tenlasteleggingAan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 21 oktober 2011- ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 7 juni 2010, in Rijswijk, in elk geval in Nederland, telkens, althans één of meermalen een afbeelding en/of een gegevensdrager, bevattende 197 foto's, althans één of meer, afbeeldingen van één of meer

seksuele gedraging(en), waarbij (telkens) een of meer perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, was/waren betrokken of schijnbaar was/waren betrokken en welke (naakte en/of deels naakte) perso(o)n(en) op zodanige wijze pose(e)r(t)(en) en/of is/zijn

afgebeeld, dat zijn/haar/hun ontblote geslachtsde(e)l(en) (nadrukkelijke en/of uitdagend) in beeld is/zijn gebracht (op een wijze kennelijk bedoeld, althans mede bedoeld om seksuele prikkeling op te wekken) en/of die (een) seksuele gedraging(en) met/bij zichzelf en/of een of meer andere perso(o)n(en) verrichten en/of laten verrichten (op een wijze kennelijke bedoeld, althans mede bedoeld om seksuele prikkeling op te wekken) en/of bestaande die seksuele gedraging(en) onder meer uit:

- leeftijd tussen de 10 en de 14 jaar oud.

Blanke jongen zit naakt op een stoel. Hij heeft zijn benen gespreid en houdt met zijn handen zijn beide knieeën vast. De aandacht van de foto is gericht opde slappe penis van de jongen;

- leeftijd tussen de 10 en de 14 jaar oud.

Twee blanke jongens liggen naakt op de rug op een bed. De jongens houden hun handen achter hun hoofd. Hun benen hebben ze iets gespreid. De aandacht van de foto is gericht op de stijve penissen van de jongens;

- Leeftijd tussen de 8 en 10 jaar oud.

Een naakte blanke jongen ligt achterover geleund op zijn armen op een bed. Hij heeft een stijve penis. Een andere naakte blanke jongen heeft deze penis in zijn mond.

(telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 Het bewijs

3.1

De bewijsmiddelen

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

3.2

Bewijsmotivering

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte gedurende de gehele ten laste gelegde periode afbeeldingen van kinderpornografische aard op een toegankelijke plek op zijn computer had staan. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de afbeeldingen blijkens de bestandenlijst die als bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen (multimedia) is opgenomen in het dossier (vanaf pagina 61) ten tijde van de inbeslagneming in de computer van verdachte waren opgeslagen in zichtbare en normaal door de gebruiker te benaderen bestanden. Deze bestanden zijn door de politie veiliggesteld in een map, genaamd ‘A’.

Verdachte heeft bij de politie verklaard en ter zitting bevestigd dat hij afbeeldingen van kinderpornografische aard heeft gedownload en vervolgens heeft opgeslagen in een map op zijn computer, waarna hij de afbeeldingen nog meerdere keren heeft bekeken. Verdachte heeft verklaard dat hij de afbeeldingen in september of oktober 2009 heeft verwijderd, nadat hij bij de politie op gesprek moest komen omdat ouders zorgen hadden geuit over de omgang van verdachte met hun jonge kinderen.

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de bewezen te verklaren periode dient te worden ingekort tot september/oktober 2009. Naar de mening van de raadsvrouw kan uit de bestandenlijst in het dossier niet worden afgeleid of de afbeeldingen ten tijde van de inbeslagneming zichtbare en normaal door de gebruiker te benaderen bestanden betroffen (veiliggesteld in map ‘A’) of dat zij – zoals verdachte heeft verklaard – waren gewist en zonder daarvoor bestemde software niet meer door de gebruiker waren te benaderen (veiliggesteld in map ‘D’).

De rechtbank is, evenals de raadsvrouw, van oordeel dat aan de hand van processen-verbaal van bevindingen en de bijbehorende bestandenlijst in het dossier met onvoldoende zekerheid kan worden vastgesteld of de bestanden ten tijde van de inbeslagneming nog zichtbaar en normaal te benaderen waren. De rechtbank zal daarom de verklaring van verdachte als uitgangspunt nemen en bewezenverklaren dat verdachte de afbeeldingen in de periode van 1 januari 2008 tot en met oktober 2009 in bezit heeft gehad en verdachte voor de overige tenlastegelegde periode vrijspreken.

3.3

De bewezenverklaring

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, te weten dat:

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 2008 tot en met oktober 2009, in Rijswijk, telkens afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij telkens een of meer perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had(den) bereikt, was/waren betrokken en welke naakte perso(o)n(en) op zodanige wijze pose(e)r(t)(en) en/of is/zijn afgebeeld, dat zijn/hun ontblote geslachtsde(e)l(en) nadrukkelijk en/of uitdagend in beeld is/zijn gebracht (op een wijze kennelijk bedoeld, althans mede bedoeld om seksuele prikkeling op te wekken) en/of die een seksuele gedraging bij een andere persoon verrichten (op een wijze kennelijke bedoeld, althans mede bedoeld om seksuele prikkeling op te wekken) en bestaande die seksuele gedragingen onder meer uit:

- leeftijd tussen de 10 en de 14 jaar oud.

Blanke jongen zit naakt op een stoel. Hij heeft zijn benen gespreid en houdt met zijn handen zijn beide knieën vast. De aandacht van de foto is gericht op de slappe penis van de jongen;

- leeftijd tussen de 10 en de 14 jaar oud.

Twee blanke jongens liggen naakt op de rug op een bed. De jongens houden hun handen achter hun hoofd. Hun benen hebben ze iets gespreid. De aandacht van de foto is gericht op de stijve penissen van de jongens;

- Leeftijd tussen de 8 en 10 jaar oud.

Een naakte blanke jongen ligt achterover geleund op zijn armen op een bed. Hij heeft een stijve penis. Een andere naakte blanke jongen heeft deze penis in zijn mond.

telkens in bezit heeft gehad.

Zulks met verbetering van in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad.

4 Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, aangezien er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Verdachte is deswege strafbaar, nu er evenmin feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

5 Strafmotivering

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft gedurende een periode van ongeveer anderhalf jaar een hoeveelheid – van het internet gedownloade – kinderporno in zijn bezit gehad, te weten 197 afbeeldingen. Het bezit van kinderporno is buitengewoon verwerpelijk, met name omdat bij de vervaardiging van deze afbeeldingen kinderen seksueel worden misbruikt en uitgebuit. In veel gevallen lopen de kinderen die hieraan worden bloot gesteld grote psychische schade op, die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Verdachte moet medeverantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door het downloaden van de kinderporno, heeft bijgedragen aan de totstandkoming van de vraag naar kinderporno.

De rechtbank heeft acht geslagen op het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 juni 2012, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen.

Voorts heeft de rechtbank acht geslagen op het over verdachte uitgebrachte rapport van de reclassering d.d. 30 mei 2011, opgesteld door E. Olieberg, reclasseringswerker, en F. Mamedova, leidinggevende. De reclasseringswerker heeft gerapporteerd dat de omstandigheid dat verdachte geen verantwoordelijkheid lijkt te nemen voor zijn delictgedrag en niet lijkt geraakt door de reacties van zijn omgeving de reclassering zorgen baart. De emotionele en seksuele ontwikkeling van verdachte lijken onderontwikkeld, waardoor het naar de mening van de reclassering voor verdachte aantrekkelijk zal blijven om zich te wenden tot kinderen c.q. niet-leeftijdsgenoten. Het recidiverisico wordt door de reclassering, gelet op het langdurig delictgedrag van betrokkene, zijn leeftijd en zijn beperkte sociale kring, als hoog gemiddeld ingeschat. De reclassering heeft de rechtbank geadviseerd een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf en een werkstraf op leggen met als bijzondere voorwaarde een verplicht reclasseringscontact, ook als dat inhoudt dat verdachte verplicht wordt om zich voor beperkte emotionele ontwikkeling te laten behandelen bij De Waag of een soortgelijke instelling.

Tevens heeft de rechtbank acht geslagen op de over verdachte uitgebrachte psychologische rapportage d.d. 16 februari 2012, opgesteld door dr. R.A.R. Bullens, klinisch psycholoog. De psycholoog heeft geconcludeerd dat bij verdachte geen aanwijzingen naar voren zijn gekomen voor een ziekelijke stoornis van de geestvermogens (waarbij met name zou moeten worden gedacht aan pedofilie), maar wel van een vorm van zwakbegaafdheid. Mogelijk vanwege zijn zwakbegaafdheid, staat verdachte nog op een kinderlijke manier in het leven. Dit lijkt mede van toepassing te zijn op zijn houding wat betreft het wederrechtelijke van zijn handelen: het is fout, want het is strafbaar. Betrokkene lijkt echter onvoldoende te beseffen waarom zijn handelen strafbaar is. Verdachte lijkt de gevolgen van zijn handelen onvoldoende te kunnen overzien en noemt zelf ook nooit te hebben verwacht dat ‘dit’ (i.e. het ten laste gelegde) zulke vergaande gevolgen voor hem zou hebben. Vanwege dit schrikeffect schat de psycholoog de kans op recidive op korte termijn als laag in. Nu verdachte zelf niet lijkt in te zien waarom zijn handelen fout is, wordt de kans op recidive op de langere termijn als gemiddeld ingeschat. De psycholoog heeft de rechtbank geadviseerd een deels voorwaardelijke straf op te leggen, waarbij het wenselijk is dat de behandeling bij De Waag zal worden hervat en dat verdachte geen vrijwilligerswerk meer zal verrichten waarbij kinderen/jongeren zijn betrokken. Hoewel verdachte aangeeft geen seksuele belangstelling voor deze doelgroep te hebben, kan een dergelijke voorwaarde hem helpen om niet meer in de verleiding te komen situaties te creëren waarin eventueel seksueel grensoverschrijdend gedrag wellicht wel plaats zou kunnen gaan vinden.

De rechtbank ziet in het vorenstaande aanleiding om aan verdachte een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden op te leggen onder de door de officier van justitie gevorderde bijzondere voorwaarden dat verdachte een behandeling zal volgen bij De Waag dan wel een soortgelijke instelling en dat verdachte zich zal onthouden van vrijwilligerswerk dan wel andere activiteiten waarbij minderjarige kinderen zijn betrokken. Weliswaar zijn er, zoals verdachte ook uitdrukkelijk stelt, geen aanwijzingen dat verdachte in zijn contacten met deze kinderen de grenzen van het strafrecht heeft overschreden, maar de rechtbank ziet, gelet op de belangstelling van verdachte voor de door hem gedownloade kinderpornografische afbeeldingen en het gebrek aan inzicht bij verdachte in het kwalijke van zijn handelen, een onaanvaardbaar risico in de omgang van verdachte met minderjarige kinderen.

Nu de rechtbank in navolging van de reclassering en de psycholoog de kans op recidive als gemiddeld tot hoog gemiddeld inschat, dient er ernstig rekening mee te worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de ontastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank ziet daarin aanleiding aan de bijzondere voorwaarden een proeftijd voor de duur van drie jaren te verbinden.

De rechtbank ziet – anders dan de officier van justitie – om meerdere redenen geen aanleiding om naast deze voorwaardelijke gevangenisstraf nog een onvoorwaardelijke (gevangenis)straf op te leggen. In de eerste plaats acht de rechtbank een kortere periode bewezen verklaard dan de officier van justitie heeft gevorderd. In de tweede plaats houdt de rechtbank rekening met het tijdsverloop in deze zaak, dat weliswaar voor een gedeelte aan verdachte is te wijten omdat hij in eerste instantie heeft geweigerd mee te werken aan het psychologisch onderzoek, maar niet in zijn geheel. Ten slotte houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte geen strafblad heeft en – voor zover bekend – na de bewezenverklaarde periode niet is gerecidiveerd.

6 Inbeslaggenomen voorwerpen

Nu het belang van de strafvordering zich daartegen niet meer verzet, zal de rechtbank de teruggave aan verdachte gelasten van alle op de beslaglijst vermelde voorwerpen.

Anders dan de officier van justitie heeft gevorderd, is de rechtbank van oordeel dat de fotoalbums en videobanden die beelden van half ontklede jongens bevatten niet kunnen worden onttrokken aan het verkeer nu deze afbeeldingen niet zijn aangemerkt als kinderpornografisch van aard en niet gezegd kan worden dat zij in een door artikel 36c van het Wetboek van Strafrecht vereist verband met het bewezenverklaarde feit staan.

7 De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 14d, 240b van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8 Beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

afbeeldingen van seksuele gedragingen, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken in bezit hebben;

verklaart het bewezenverklaarde en verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 (ZES) MAANDEN;

bepaalt, dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarden:

- dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 3 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en

- dat de veroordeelde ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

en onder de bijzondere voorwaarden:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt begeleiding door en/of (ambulante) behandeling bij De Waag dan wel een soortgelijke instelling;

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het uitvoeren van vrijwilligerswerk, dan wel andere (verenigings)activiteiten, voor zover daarbij minderjarigen zijn betrokken;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

gelast de teruggave aan verdachte van de op de beslaglijst vermelde voorwerpen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E. Timmermans, voorzitter,

mrs M. Rootring en A.M.C. Boerwinkel, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R. van der Graaff, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 juli 2012.

Mr. Boerwinkel is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature