Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Coa contra groep asielzoekers

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK BREDA

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 207423 / KG ZA 09-445

Vonnis in kort geding van 4 september 2009

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

CENTRAAL ORGAAN OPVANG ASIELZOEKERS,

gevestigd te Rijswijk,

eiseres,

advocaat mr. E.E. van der Kamp,

tegen

1. [SB],

2. [YB],

3. [YM],

4. [YT],

5. [WH],

6. [HT],

7. [GA],

8. [TD],

9. [BW],

10. [BA],

allen wonende te Dongen,

gedaagden,

advocaat mr. P.H. Hillen.

Partijen zullen hierna COA en [SB] c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding,

- de brief van 13 augustus 2009 van mr. Hillen met bijlagen,

- de brief van 17 augustus 2009 van mr. Hillen met bijlagen,

- de op 19 augustus ter griffie van deze rechtbank ontvangen brief van mr. Hillen met één bijlage,

- het faxbericht van 19 augustus 2009 van mr. M.F. Mesu-Abbekerk (namens eiseres) met drie producties,

- de mondelinge behandeling,

- de pleitnota van COA,

- de pleitnota van [SB] c.s..

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Het geschil

2.1. COA vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagden te veroordelen het AZC-Dongen te Dongen aan de Schoolstraat 8 (5104 JN) binnen 3 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en ontruimd te houden met al het hunne en de hunnen, met machtiging aan COA om dit vonnis, na betekening, ten uitvoer te doen leggen met behulp van de sterke arm indien gedaagden aan deze veroordeling niet voldoen, met veroordeling van gedaagden in de kosten van dit geding, met bepaling dat daarover de wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van veertien dagen na de datum van dit vonnis.

2.2. [SB] c.s. voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3. De beoordeling

3.1. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties, wordt uitgegaan van de volgende feiten:

- [SB] c.s. zijn asielzoekers aan wie tot heden geen verblijfstitel is verleend;

- [SB] c.s. maken deel uit van een groep van 16 personen die samen onder de naam ‘Afrisinia’ circusoptredens verzorgen;

- Op 2 april 2008 is de Stichting Afrisinia opgericht, die onder meer ten doel heeft het behartigen van belangen van de groep Afrisinia en het ondersteunen van de groep;

- Eind 2008 zijn [SB] c.s. vanuit AZC-Vught door COA overgeplaatst naar AZC- Dongen te Dongen. Andere leden van de groep Afrisinia verblijven in Tilburg en Waalwijk;

- Ten tijde van de overplaatsing wist COA dat AZC-Dongen per 6 augustus 2009 zou gaan sluiten;

- Op 20 juli 2009 is aan [SB] c.s. een zogeheten loopbrief uitgereikt waarin aan hen is gemeld dat zij op 22 juli 2009 naar AZC-Bellingwolde dienden te vertrekken;

- Bij beschikkingen van 5 augustus 2009 heeft COA besloten om [SB] c.s. over te plaatsen naar AZC-Bellingwolde en heeft COA het verzoek van [SB] c.s. om hen administratief buiten de opvanglocatie in Vught te plaatsen afgewezen;

- Tegen voornoemde beschikkingen hebben [SB] c.s. beroep ingesteld;

- [SB] c.s. hebben AZC-Dongen tot op heden niet verlaten.

3.2. COA legt aan haar vordering ten grondslag dat zij een discretionaire bevoegdheid heeft om tot overplaatsing van asielzoekers over te gaan. COA heeft hierbij een beoordelings- en beleidsvrijheid. COA kan daarom onder meer bepalen in welke opvanglocatie [SB] c.s. worden (over)geplaatst, aldus COA. Vanwege de sluiting van AZC-Dongen heeft COA besloten [SB] c.s. over te plaatsen naar AZC-Bellingwolde. Indien [SB] c.s. niet binnen 48 uur na overplaatsing in die opvangvoorziening arriveren, eindigt hun recht op opvang.

Met het belang van [SB] c.s. om niet naar AZC-Bellingwolde overgeplaatst te worden, zodat zij als groep hun activiteiten als Afrikaans circus - onder de naam Afrisinia - kunnen voortzetten, kan en mag volgens COA geen rekening gehouden worden. COA heeft het besluit tot overplaatsing van [SB] c.s. conform het opvangmodel genomen en heeft hierbij de noodzakelijke zorgvuldigheid in acht genomen, aldus COA. Binnen het door COA gehanteerde opvangmodel is geen ruimte voor de door [SB] c.s. voorgestelde administratieve plaatsing. Dit verzoek is volgens COA derhalve terecht afgewezen.

COA is van mening dat de beschikkingen van 5 augustus 2009 gezien het voorgaande de toets der rechtmatigheid kunnen doorstaan. Bovendien heeft COA - onverplicht - geprobeerd om een alternatieve locatie te vinden, maar zij is daarin niet geslaagd.

3.3. [SB] c.s. stellen dat COA hen niet mag overplaatsen naar AZC-Bellingwolde. Dit levert voor hen en de overige leden van de groep Afrisinia onevenredig nadeel op. Een deel van de groep Afrisinia, waaronder minderjarigen, verblijft namelijk in Tilburg en Waalwijk. De groep Afrisinia wil daarom in de regio van AZC-Dongen blijven. Door overplaatsing naar Bellingwolde wordt het voor de groep Afrisinia gelet op de reistijd en reiskosten onmogelijk om langer gezamenlijk te trainen en op te treden. Volgens [SB] c.s. is regelmatige training met de hele groep noodzakelijk voor het op peil houden van het hoge acrobatische niveau van de acts. Daarbij heeft de groep een zeer hechte band, omdat een deel van de groep elkaar al meer dan tien jaar kent, aangezien zij in Ethiopië als kind begonnen zijn met de opleiding tot circusartiest. [SB] c.s. hebben er daarom belang bij dat de groep bij elkaar blijft.

Voorts stellen [SB] c.s. dat COA hun voorstel tot administratieve plaatsing in Vught niet had kunnen/mogen weigeren. Conform dit voorstel zorgt de Stichting Afrisinia voor huisvesting en wordt van COA slechts verlangd dat de voorzieningen op grond van de Wet Regeling Verstrekkingen Asielzoekers 2005 (hierna: Rva) doorlopen. Volgens [SB] c.s. is dit alternatief goedkoper dan het overplaatsen naar Bellingwolde, omdat COA op deze manier geen woonkosten heeft. Ook komt er dan in Bellingwolde plek vrij voor andere asielzoekers. Verder zal de groep slechts één keer per week het AZC-Vught bezoeken om te voldoen aan de meldplicht en zal zij niet deelnemen aan op Nederland gerichte voorzieningen. Waar COA stelt dat het van belang is dat aan hen een ‘sterk signaal’ tot terugkeer wordt gegeven nu hen een verblijfstitel is geweigerd, voeren [SB] c.a. aan dat dit geen problemen oplevert, aangezien [SB] c.s. dit reeds hebben gehad bij overplaatsing naar AZC-Dongen. Daarbij komt dat een deel van de groep Afrisinia al geen aanspraak meer op voorzieningen heeft en de groep reeds terugkeer trainingen heeft gehad. Ook zullen in dit kader nog gesprekken worden gevoerd met de Dienst Terugkeer en Vertrek.

3.4. De voorzieningenrechter stelt voorop dat COA op grond van de Rva gerechtigd is voornoemd besluit tot overplaatsing van 5 augustus 2009 te nemen. In dit kort geding dient de voorzieningenrechter derhalve uit te gaan van de rechtmatigheid van het besluit (beschikkingen) tot overplaatsing. [SB] c.s. hebben echter beroep ingesteld tegen voornoemd overplaatsingsbesluit. De voorzieningenrechter moet in haar beslissing omtrent de gevraagde voorziening in aanmerking nemen welke uitspraak op het beroep bij de administratieve rechter mag worden verwacht. Na deze prognose zal zij de belangen van partijen bij toewijzing en weigering van de gevraagde voorziening in haar beoordeling kunnen betrekken. Bij het maken van deze prognose dient evenwel bedacht te worden dat in de bestuursrechtprocedure het overplaatsingsbesluit van COA slechts marginaal mag worden getoetst.

3.5. De voorzieningenrechter overweegt ten aanzien van het voorgaande als volgt.

3.6. Op grond van artikel 11 lid 1 Rva is COA bevoegd om [SB] c.s. over te plaatsen van AZC-Dongen naar AZC-Bellingwolde. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft COA vanwege de sluiting van AZC-Dongen een spoedeisend belang om tot overplaatsing van [SB] c.s. over te gaan. Op zich leveren deze omstandigheden een grond op voor ontruiming, alsook een spoedeisend belang om die ontruiming te sanctioneren, tenzij op grond van de omstandigheden van het geval van [SB] c.s. niet kan worden verwacht gevolg te geven aan de overplaatsingsbeslissing. De voorzieningenrechter is van oordeel dat die situatie zich in onderhavige zaak voordoet en overweegt daartoe het volgende.

3.7. [SB] c.s. maken deel uit van de circusgroep Afrisinia die circusoptredens verzorgt. [SB] c.s. hebben onweersproken aangevoerd dat regelmatige training met de hele groep noodzakelijk is voor het op peil houden van het hoge acrobatische niveau van de acts. Daarbij is het op peil houden van vakkennis ook van belang bij (gedwongen) terugkeer, aldus [SB] c.s. De voorzieningenrechter acht het gelet op de reistijd en reiskosten voldoende aannemelijk dat het bij overplaatsing van [SB] c.s. naar Bellingwolde voor de groep Afrisinia onmogelijk wordt om langer gezamenlijk te trainen en op te treden. Dit zou het einde van de groep betekenen. [SB] c.s. hebben derhalve naar het oordeel van de voorzieningenrechter een zwaarwegend belang om met de gehele circusgroep bij elkaar te blijven.

3.8. Gelet op het uitzonderlijke karakter van de groep rust er naar het oordeel van de voorzieningenrechter op COA een zware inspanningsverplichting om te bezien of er andere opvangmogelijkheden zijn voor [SB] c.s. en voor [SB] c.s. een uitzondering kan worden gemaakt. De voorzieningenrechter is van oordeel dat COA niet alle mogelijkheden uitputtend heeft onderzocht. Zo had COA ten aanzien van het voorstel tot administratieve plaatsing in Vught moeten onderzoeken in hoeverre er bij [SB] c.s. sprake is van gevaar tot verdere integratie in Nederland. [SB] c.s. hebben namelijk onweersproken gesteld dat de circusgroep in het kader van de uitoefening van het circus niet zozeer op Nederland, maar meer op Europa gericht is. Daarbij is onweersproken gesteld dat het op peil houden van vakkennis ook van belang is bij (gedwongen) terugkeer en is de circusgroep aldus niet slechts gericht op verdere integratie in de Nederlandse samenleving. Bij administratieve plaatsing van [SB] c.s. kan in dit geval ook niet gesproken worden van precedentwerking, nu de circusgroep Afrisinia naar het oordeel van de voorzieningenrechter een zeer uitzonderlijke groep betreft. Voorts had COA de mogelijke voordelen van administratieve plaatsing, zoals besparing van woonkosten en het vrijkomen van extra woonruimte voor andere asielzoekers, moeten onderzoeken. Gesteld noch gebleken is dat COA voornoemde mogelijkheden heeft onderzocht.

3.9. Op grond van het voorgaande is de voorzieningen van oordeel dat het door [SB] c.s. ingediende beroepschrift tegen de overplaatsingsbeschikking een goede kans van slagen heeft. Gelet op de gestelde bereidheid van [SB] c.s om AZC-Dongen te verlaten, verwacht de voorzieningenrechter dat [SB] c.s. zullen vertrekken, zodra COA een passende oplossing voor hen heeft gevonden. Onder deze omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat de belangen van [SB] c.s. in vergelijking met de belangen van COA zo zwaar wegen dat de uitslag van het beroep dient te worden afgewacht en de vordering dient te worden afgewezen.

3.10. COA zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [SB] c.s. worden begroot op:

- vast recht 262,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.078,00

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1. wijst het gevorderde af,

4.2. veroordeelt COA in de proceskosten, aan de zijde van [SB] c.s. tot op heden begroot op EUR 1.078,00,

4.3. bepaalt, nu [SB] c.s. met een toevoeging procederen, dat die kostenbetaling dient te geschieden door voldoening

A. aan de griffier van deze rechtbank, door middel van overschrijving op bankrekeningnummer 19.23.25.779, MvJ, arrondissement Breda (535) wegens:

het in debet gestelde vastrecht eur 196,50

advocaatsalaris eur 816,00

met welke bedragen de griffier zal dienen te handelen overeenkomstig het bepaalde bij

art. 243 Rv;

B. aan [SB] c.s het voor hun rekening gekomen

vastrecht ad eur 65,50

4.4. verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. Nollen en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. Wijlaars op 4 september 2009.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature