Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Uitleg in kort geding van vonnis van kantonrechter.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 157225 / KG ZA 07-379

Vonnis in kort geding van 23 juli 2007

in de zaak van

de stichting

STICHTING RIJDENDE SCHOOL,

gevestigd te Geldermalsen,

eiseres,

procureur mr. P.M. Wilmink,

advocaat mr. A. Schellart te Utrecht,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. A. Tel te Eindhoven.

Partijen zullen hierna De Rijdende School en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling op 9 juli 2007

- de pleitnota van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde] is van 2 februari 1976 tot 4 mei 2006 in dienst geweest bij De Rijdende School.

2.2. De arbeidsovereenkomst tussen [gedaagde] en De Rijdende School is op 4 mei 2006 ontbonden op grond van een beschikking van de kantonrechter te Eindhoven van 20 april 2006. In deze beschikking is onder meer het volgende overwogen en beslist:

Van slecht werkgeverschap dat onnodig leed heeft veroorzaakt is (…) niet gebleken.

7.1. Wat de omstandigheden betreft geldt in de eerste plaats dat het stranden van een arbeidsverhouding, als dat niet in bijzondere mate aan een van beide partijen is toe te rekenen, voor beider risico is.

7.2. Ten aanzien van Van der Rakt is met het oog op zijn leeftijd wel aannemelijk dat het enige tijd zal kosten voor hij weer aan het werk kan, maar daar staat tegenover dat als hem wachtgeld wordt toegekend dit geruime tijd zal doorlopen en hem langdurig een percentage van 78 tot 70 van zijn salaris verzekert, naar hij niet ontkend heeft.

7.3. Met het oog op een en ander wordt na te melden vergoeding passend geacht, onder aantekening dat uitgangspunt is dat [gedaagde] een wachtgelduitkering aanvraagt.

(…)

BESLISSING

De kantonrechter

Ontbindt de arbeidsovereenkomst van partijen per 4 mei 2006;

Veroordeelt SRS tot betaling aan [gedaagde] van een billijkheidsvergoeding van

€ 55.000,= bruto, waarvan € 15.000,= onmiddellijk betaald moet worden en een bedrag van € 40.000,= bruto betaald moet worden per 4 mei 2007 nadat daarop in mindering is gebracht de over de periode 4 mei 2006 - 4 mei 2007 blijkens opgave van de uitkeringsinstelling aan [gedaagde] betaalde bruto wachtgeld- en/of werkeloosheidsuitkering;

2.3. De Rijdende School heeft als bepaald in voormelde beschikking € 15.000,00 aan [gedaagde] betaald.

2.4. [gedaagde] heeft met ingang van 1 juni 2006 een dienstverband met een derde aanvaard en heeft in de periode van 4 mei 2006 - 4 mei 2007 geen wachtgelduitkering en/of werkeloosheidsuitkering ontvangen.

2.5. Namens De Rijdende School is de beschikkingwijzende kantonrechter bij brief van 1 september 2006 de vraag gesteld of in de beschikking niet sprake was van een onbedoelde omissie in die zin dat niet alleen wachtgeld en/of werkeloosheidsuitkering op € 40.000,= in mindering strekt, doch ook inkomsten uit arbeid over dezelfde periode.

2.6. Namens Van der Rakt is bij aan de kantonrechter gerichte brief van 5 september 2006 het standpunt ingenomen dat geen sprake is van een omissie. Nu in de beschikking niet staat dat inkomsten uit arbeid op € 40.000,= in mindering dienen te worden gebracht, maakt Van der Rakt door het aanvaarden van een nieuwe baan, zoals hij heeft gedaan, aanspraak op de betaling van € 40.000,=, aldus [gedaagde].

2.7. Bij brief van 5 september 2006 schrijft de kantonrechter in reactie op de namens partijen gestuurde brieven:

Aangezien de beschikking onder 7.3 uitdrukkelijk meldt dat het uitgangspunt is dat een wachtgelduitkering wordt aangevraagd kan het dictum in redelijkheid niet zo gelezen worden dat een betaling moet worden gedaan als die uitkering niet is aangevraagd of als een wachtgeldsituatie zich niet voordoet. Ik zie dus niet in dat er een verschrijving in de beschikking staat.

2.8. [gedaagde] heeft De Rijdende School bij schrijven van 11 mei 2007 verzocht over te gaan tot betaling van € 40.000,= bruto.

3. Het geschil

3.1. De Rijdende School vordert samengevat - bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis:

- [gedaagde] te bevelen de executie van het vonnis van de rechtbank Eindhoven, sector kanton, locatie Eindhoven van 20 april 2006, te staken en gestaakt te houden;

- [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, alsmede te bevelen de nakosten te voldoen.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van eiseres.

4.2. Tussen partijen is in geding de vraag of [gedaagde] op grond van de ontbindingsbeschikking van de kantonrechter van 20 april 2006 nog aanspraak maakt op betaling van € 40.000,=. De Rijdende School is, anders dan [gedaagde], van oordeel dat dit niet het geval is. Volgens De Rijdende School heeft de kantonrechter in de beschikking een inkomensgarantie willen geven voor het eerste jaar en daarom bepaald dat bij een wachtgeldsituatie, waarvan geen sprake is geweest, aanspraak kan worden gemaakt op een aanvulling tot € 40.000,=. [gedaagde] stelt zich daarentegen kort gezegd op het standpunt dat de kantonrechter het aanvaarden van een nieuwe baan heeft willen stimuleren en daarom heeft bepaald dat werkeloosheidsuitkeringen en wachtgelduitkeringen, anders dan inkomsten uit arbeid, op het bedrag van € 40.000,= in mindering moeten worden gebracht.

4.3. Vooropgesteld wordt dat de in het dictum van de beschikking uitgesproken veroordeling moet worden gelezen in verband met de overwegingen waarop deze steunt. De beoordeling strekt er niet toe de door de kantonrechter besliste rechtsverhouding zelfstandig opnieuw te beoordelen, maar beperkt zicht tot toetsing van de ter uitvoering van de veroordelende beschikking verrichte handelingen aan de inhoud van de veroordeling zoals deze door uitleg moet worden vastgesteld.

4.4. Gelet op de door de kantonrechter in de overwegingen en in het dictum gekozen bewoordingen alsook gelet op het in het dictum genoemde bedrag van € 40.000,= blijkt naar het oordeel van de voorzieningenrechter onmiskenbaar de bedoelding van de kantonrechter om een passend inkomen voor [gedaagde] te garanderen in de situatie dat [gedaagde] nog geen ander werk zou hebben én geen wachtgelduitkering en/of werkeloosheidsuitkering zou krijgen tot een bedrag van ongeveer 78% van zijn (laatst)verdiende loon.

4.5. De kantonrechter heeft overwogen dat van slecht werkgeverschap geen sprake is geweest en dat het eindigen van de arbeidsrelatie tussen partijen aan geen van beiden in het bijzonder kan worden toegerekend. De kantonrechter heeft vervolgens overwogen dat het gelet op de leeftijd wel aannemelijk is dat het enige tijd zal kosten voordat [gedaagde] weer aan het werk kan, maar dat daar tegenover staat dat als hem wachtgeld wordt toegekend daarmee 78% tot 70% van zijn inkomen is verzekerd en dat met het oog daarop en met als uitgangspunt dat wachtgeld wordt aangevraagd, een vergoeding vastgesteld ter hoogte van € 40.000,= te verminderen met de in het eerste jaar na ontbinding van de arbeidsovereenkomst betaalde werkeloosheidsuitkeringen en wachtgelduitkeringen. Hieruit kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet anders worden begrepen dan dat de vergoeding bedoeld is voor de gelet op de leeftijd van [gedaagde] voorzienbare situatie dat het enige tijd zou duren voordat [gedaagde] weer aan het werk zou kunnen, met welke situatie de kantonrechter, ondanks dat geen sprake is van bijzondere verwijtbaarheid aan de kant van De Rijdende School met betrekking tot het eindigen van de arbeidsrelatie, kennelijk wel rekening wil houden.

4.6. De kantonrechter wijst er in zijn overwegingen op dat in het geval dat [gedaagde] geen werk heeft, het niet zo is dat [gedaagde] verstoken is van een inkomen. In dat geval maakt hij namelijk mogelijke aanspraak op wachtgeld. De kantonrechter schrijft dat ‘als’ wachtgeld wordt toegekend dit 78% tot 70% van [gedaagde]s inkomen zal zijn. Kennelijk was de kantonrechter er niet zeker van of daadwerkelijk wachtgeld zou worden toegekend. Deze onzekerheid verklaart ook waarom de kantonrechter onder 7.3 schrijft dat bij het uitgangspunt dat [gedaagde] een wachtgelduitkering aanvraagt een vergoeding passend wordt geacht. Dat de toekenning van wachtgeld onzeker is, maakt niet, zo begrijpt de voorzieningenrechter hieruit, dat zonder dat die zekerheid door het indienen van een aanvraag is verkregen, aanspraak kan worden gemaakt op aanvulling van de werkeloosheidsuitkering tot een bedrag van € 40.000,=.

4.7. Ook de hoogte van het in het dictum genoemde bedrag van € 40.000,= kan worden verklaard vanuit de gedachte dat bij werkeloosheid minimaal een bedrag gelijk het wachtgeldbedrag zou moeten worden gegarandeerd. Dit bedrag van € 40.000,= komt immers nagenoeg overeen met het bedrag dat - naar door de Rijdende School ter zitting is aangevoerd en door [gedaagde] niet is weersproken - is genoemd in de voorafgaand aan het wijzen van de beschikking gevoerde correspondentie tussen de partijen en de kantonrechter, te weten een bedrag van ongeveer € 39.000,= als zijnde het bedrag waarop [gedaagde] aanspraak zou kunnen maken ingeval hij een wachtgelduitkering zou krijgen van 78% van het loon.

4.8. In het licht van het vorenstaande en gelet ook op de door de kantonrechter geschreven brief van 5 september 2006 moet het dictum derhalve aldus worden begrepen dat voorwaarde voor de betaling van € 40.000,= minus de uitgekeerde wachtgelduitkering en/of werkeloosheidsuitkering is, dat sprake is van een situatie dat aanspraak zou kunnen worden gemaakt op een werkeloosheidsuitkering en/of een wachtgelduitkering, te weten - in de woorden van de kantonrechter - dat sprake van een ‘wachtgeldsituatie’. Om te kunnen spreken van een wachtgeldsituatie als in de beschikking bedoeld is, anders dan [gedaagde] nog heeft gesteld, het enkel aanvragen van wachtgeld, zonder dat vervolgens aanspraak op wachtgeld wordt gemaakt, onvoldoende.

4.9. Voor een andere uitleg van de beschikking, in het bijzonder voor de door [gedaagde] voorgestane uitleg, ziet de voorzieningenrechter onvoldoende aanknopingspunten.

4.10. Nu [gedaagde] doordat hij een dienstbetrekking elders heeft aanvaard nimmer aanspraak heeft gemaakt op een werkeloosheidsuitkering of een wachtgelduitkering en zich dus geen ‘wachtgeldsituatie’ heeft voorgedaan, kan hij op grond van de beschikking van de kantonrechter van 20 april 2006 geen aanspraak maken op betaling van € 40.000,= of een deel daarvan. Gelet hierop heeft De Rijdende School met de betaling van € 15.000,= voldaan aan de beschikking van de kantonrechter van 20 april 2006 en is zij overigens op grond van die beschikking niets meer aan [gedaagde] verschuldigd. De vordering van De Rijdende School tot staking van de executie door [gedaagde] zal dan ook worden toegewezen.

4.11. De gevorderde veroordeling in nakosten moet op grond van art. 237 lid 4 Rv worden afgewezen.

4.12. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van De Rijdende School worden begroot op:

- dagvaarding € 70,85

- vast recht 251,00

- salaris procureur 527,00

Totaal € 848,85

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. beveelt [gedaagde] de executie van het vonnis van de rechtbank ‘s-Hertogenbosch, sector kanton, locatie Eindhoven van 20 april 2006, te staken en gestaakt te houden;

5.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van De Rijdende School tot op heden begroot op € 848,85,

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Noordraven en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. G.M.L. Tomassen op 23 juli 2007.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature