Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Non-concurrentiebeding.

Uitspraak



Rechtbank Arnhem

Sector civiel recht

Zaak-/rolnummer: 132676 / KG ZA 05-633

Datum vonnis: 8 december 2005

Vonnis

in kort geding

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DOTRADE HOLDING B.V.,

gevestigd te Ochten,

eiseres,

procureur en advocaat mr. J.L.J.J. Nelissen,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

WOMI HOLDING B.V.,

gevestigd te Barneveld,

gedaagden,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. P.C. van den Berg.

Het verloop van de procedure

Eiseres, hierna te noemen Dotrade, heeft gedaagde, hierna te noemen [gedaagde sub 1], ter zitting in kort geding doen dagvaarden en gevorderd als weergegeven in de dagvaarding.

De advocaten van partijen hebben de zaak bepleit, beiden overeenkomstig de door hen overgelegde pleitnotities.

Daarbij hebben zij producties in het geding gebracht.

Ten slotte is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten

1. Gedaagde sub 1, W. [gedaagde sub 1], is al dan niet tezamen met zijn echtgenote [betrokkene 1], aandeelhouder en bestuurder van Womi Holding B.V.

2. [betrokkene 2] is enig aandeelhouder / bestuurder van Dotrade Holding B.V.. Laatstgenoemde heeft op 10 december 2001 van Womi Holding B.V. alle aandelen gekocht van Womi Handel in Techniek B.V. voor een bedrag van in totaal € 490.082,63 (Fl. 1.080.000,-), inclusief een bedrag van € 257.747,- aan goodwill.

3. In artikel VIII van de overeenkomst van aandelenoverdracht wordt bepaald: “Partijen zijn overeengekomen dat verkoper casu quo de heer [gedaagde sub 1], voornoemd, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van [betrokkene 3], in de Benelux niet direct of indirect voor eigen rekening of voor rekening van derden als werknemer, adviseur of anderszins, werkzaamheden zal verrichten welke concurreren of vergelijkbaar zijn met de huidige activiteiten van de Vennootschap of welke concurreren of vergelijkbaar zijn met producten en diensten van [betrokkene 3] (of van de met haar gelieerde ondernemingen), dan wel direct of indirect in contact zal treden met voormalige, huidige of beoogde contractspartners en al deze ondernemingen, een en ander voor zover dit concurrentie kan opleveren met de economische activiteiten van [betrokkene 3] of enige met haar gelieerde onderneming.”

4. De overeenkomst van aandelenoverdracht is opgesteld door en in overleg met de accountant van [gedaagde sub 1], de heer [betrokkene 4] werkzaam bij Krijkamp De Ouden Accountants & belastingadviseurs te Soest en Nijkerk.

5. [betrokkene 2] heeft geconstateerd dat bij afnemers van Womi Handel in Techniek B.V. in de automotive branche gelijksoortige producten als Womi-producten worden aangeboden tegen een lagere prijs. Deze producten zijn afkomstig van Tip Point Trading B.V..

6. De aandelen van Tip Point Trading B.V. worden gehouden door Tip-it Holding B.V. en de aandelen van deze laatste worden gehouden door Pot Holding B.V. en Womi Holding B.V.. De aandelen van Womi Holding B.V. worden (nog steeds) gehouden door [gedaagde sub 1], al dan niet samen met zijn echtgenote.

7. Bij brief van 30 september 2005 heeft de advocaat van Dotrade/[betrokkene 2] [gedaagde sub 1] gevraagd het concurrentiebeding te respecteren en te stoppen met de concurrerende activiteiten.

8. [gedaagde sub 1] heeft dit geweigerd.

Het geschil

9. Primair stelt Dotrade zich op het standpunt dat [gedaagde sub 1]/Womi Holding B.V. toerekenbaar tekort schieten in de nakoming van de op hen rustende verplichtingen die voort vloeien uit de onder de vaststaande feiten sub 3 genoemde overeenkomst van aandelenoverdracht. Subsidiair dat [gedaagde sub 1]/Womi Holding B.V. jegens haar onrechtmatig handelen.

10. Dotrade voert daartoe aan dat [gedaagde sub 1] door zijn deelname in Tip Point Trading B.V., een onderneming die zich met dezelfde producten op dezelfde markt begeeft als Womi Handel in Techniek B.V., het overeengekomen non-concurrentiebeding schendt.

11. Op grond daarvan vordert Dotrade, samengevat weergegeven, [gedaagde sub 1] en Womi Holding B.V. op straffe van een dwangsom te verbieden activiteiten te verrichten welke concurreren met de ondernemersactiviteiten van Womi Handel in Techniek B.V. dan wel contacten te onderhouden met de huidige contractspartners van laatstgenoemde.

12. Voor alle weren doet [gedaagde sub 1] primair een beroep op de nietigheid van de dagvaarding, subsidiair verzoekt hij de door Dotrade in de dagvaarding aangebrachte wijzigingen buiten beschouwing te laten. Volgens [gedaagde sub 1] heeft Dotrade de dagvaarding op een aantal punten gewijzigd nadat deze was uitgebracht en de wijziging niet door middel van een herstelexploot aan hem betekend.

13. Daarop stelt Dotrade dat in de dagvaarding inhoudelijk niets gewijzigd is en uitsluitend de nummering van de producties is aangepast.

14. [gedaagde sub 1] betwist voorts het spoedeisend belang van Dotrade. Ten eerste omdat Dotrade reeds in begin 2005 de onderhavige concurrentie heeft geconstateerd en ten tweede omdat Dotrade vier jaar na de overname van Womi Handel in Techniek B.V. een beroep doet op het non-concurrentiebeding.

15. Primair stelt [gedaagde sub 1] zich op het standpunt dat het onderhavige non-concurrentiebeding niet rechtsgeldig is vanwege de onbeperkte duur ervan en verwijst daarbij naar de Mededeling van de Europese Commissie betreffende beperkingen die rechtstreeks verband houden met en noodzakelijk zijn voor de totstandkoming van concentraties (2005/C 56/03). Daarnaast in [gedaagde sub 1] van mening dat zich geen omstandigheden voordoen die een beroep op het non-concurrentiebeding vier jaar na de overname nog zouden rechtvaardigen, waardoor een beroep van Dotrade op het beding in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. Subsidiair verzoekt [gedaagde sub 1] de duur van het onderhavige beding zowel in duur (tot maximaal vier jaar) als in het geografisch toepassingsgebied te beperken.

De beoordeling van het geschil

Ten aanzien van de exceptie

16. De door [gedaagde sub 1] voor alle weren opgeroepen exceptie wordt verworpen, nu Dotrade onweersproken heeft gesteld en ook blijkt uit de stukken dat de wijziging slechts de nummering van de aan de dagvaarding gehechte producties betrof, zodat inhoudelijk niets is gewijzigd. Van nietigheid van de dagvaarding is derhalve geen sprake en de inhoudelijk niet relevante wijzigingen dienen niet buiten beschouwing gelaten te worden.

De verdere beoordeling van het geschil

17. Dotrade heeft het spoedeisend belang van zijn vordering voldoende aannemelijk gemaakt.

18. Vooropgesteld wordt dat een non-concurrentiebeding een verboden mededingingsbeperking kan zijn in de zin van artikel 6 Mededingingswet (Mw). In lid 1 van dit artikel wordt onder meer bepaald dat overeenkomsten tussen ondernemingen die ertoe strekken of tengevolge hebben dat de mededinging op de Nederlandse markt of een deel daarvan wordt verhinderd, beperkt of vervalst, verboden zijn. Lid 2 bepaalt dat dergelijke overeenkomsten van rechtswege nietig zijn. Ingevolge artikel 7 lid 1 Mw geldt artikel 6 lid 1 Mw echter niet voor (onder meer) overeenkomsten waarbij ondernemingen betrokken zijn waarvan de activiteiten zich in hoofdzaak richten op het leveren van goederen en waarvan de gezamenlijke omzet in het voorafgaande kalenderjaar niet hoger is geweest dan € 4.540.000,-. Vast staat dat Dotrade B.V. en Womi Handel in Techniek B.V. beide ondernemingen zijn die zich in hoofdzaak richten op het leveren van goederen. Ter zitting heeft Dotrade onweersproken gesteld dat de gezamenlijke omzet beneden voormelde grens is gebleven. Dit betekent dat nu aan de in artikel 7 lid 1 Mw gestelde voorwaarden is voldaan, artikel 6 Mw buiten toepassing blijft.

19. Het buiten toepassing blijven van artikel 6 lid 1 Mw heeft tot gevolg dat de Mededeling van de Commissie betreffende beperking die rechtstreeks verband houden met en noodzakelijk zijn voor de totstandkoming van concentraties (2005/C 56/03) niet rechtstreeks relevant is. Anders dan [gedaagde sub 1] stelt komt hem dus geen beroep toe op voornoemde Mededeling, in het bijzonder paragraaf III (Beginselen die van toepassing zijn op veel voorkomende beperkingen bij de verwerving van een onderneming), punt 20 waarin onder meer wordt vermeld dat non-concurrentiebedingen zijn gerechtvaardigd voor perioden van maximaal drie jaar wanneer de overdracht van de onderneming de overdracht van de klantentrouw in de vorm van zowel goodwill als knowhow omvat.

20. Vervolgens komt aan de orde de vraag of het non-concurrentiebeding dat partijen bij de overname van Womi Handel in Techniek B.V. zijn overeengekomen, nog steeds aan [gedaagde sub 1] kan worden tegengeworpen. Deze vraag dient bevestigend beantwoord te worden. De voorzieningenrechter overweegt daartoe het navolgende.

21. Blijkens de tekst van het onder De vaststaande feiten sub 3 weergegeven non-concurrentiebeding zijn partijen een in tijd ongelimiteerd beding overeengekomen. Ter zitting hebben beide partijen verklaard dat aan de overname langdurige onderhandelingen zijn voorafgegaan. Vast staat ook dat de tekst van de overeenkomst van aandelenoverdracht, inclusief het non-concurrentiebeding, is opgesteld door en in overleg met de (hiervoor onder De vaststaande feiten sub 4 vermelde) accountant van verkoper [gedaagde sub 1]. Op grond daarvan is vooralsnog voldoende aannemelijk dat partijen welbewust een in tijd ongelimiteerd beding zijn overeengekomen. Overigens is door [gedaagde sub 1] niet gesteld dat partijen een andere bedoeling zouden hebben gehad. In tegendeel heeft hij ter zitting verklaard dat hij voorafgaande aan de overeenkomst uitdrukkelijk te kennen heeft gegeven dat hij niet meer in de automotive branche werkzaam wilde zijn.

22. Uit het voorgaande volgt dat, gelet op de na uitgebreide onderhandelingen en met behulp van de accountant van verkoper tot stand gekomen tekst van het onderhavige beding, alsmede de bedoeling van partijen voldoende is komen vast te staan dat het beding geldt voor onbepaalde tijd. In tegenstelling tot wat [gedaagde sub 1] betoogt kunnen de redelijkheid en billijkheid daar, anders dan wellicht in een arbeidsrechtelijk non-concurrentiebeding, geen aanvullende of derogerende rol spelen.

23. Onbetwist staat vast dat Dotrade bij de overname van Womi Handel in Techniek B.V. een substantieel bedrag (€ 257.747,-) aan goodwill heeft betaald. De goodwill ziet met name op de winstmogelijkheid die uit het overgedragen relatiebestand voortvloeit. Van belang is ook dat het onderhavige beding, dat in artikel VIII van de overeenkomst is aangeduid als “anti-concurentie-beding”, gelet op de inhoud daarvan mede als een non-relatiebeding moet worden aangemerkt, strekkende tot bescherming van de winstmogelijkheid die uit het geheel van de mee verkochte relaties van de overgedragen onderneming voortvloeit. Door zijn deelname (middels Womi Holding B.V.en Tip-it Holding B.V.) in Tip Point Trading B.V., die in dezelfde (automotive)markt opereert als de verkochte onderneming, die nagenoeg dezelfde producten verkoopt als de producten van de verkochte onderneming en zaken doet met afnemers c.q. relaties van de verkochte onderneming, handelt [gedaagde sub 1], zoals Dotrade terecht heeft gesteld en onvoldoende is weersproken, in strijd met het non-concurrentiebeding. De stelling van [gedaagde sub 1] dat hij niet de bedoeling heeft (gehad) Dotrade na overdracht van de onderneming concurrentie aan te doen, maar dat hij zijn mede-aandeelhouder en compagnon [betrokkene 5] niet kan weerhouden van concurrerende activiteiten, maakt het voorgaande niet anders.

24. Conclusie uit het vorenstaande is dat de vordering van Dotrade zal worden toegewezen, met dien verstande dat het totaal van de gevorderde dwangsommen zal worden gemaximeerd. Voor toewijzing van het subsidiair door [gedaagde sub 1] gestelde –het onderhavige non-concurrentiebeding zowel in duur als in het geografisch toepassingsgebied te beperken- bestaat, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen aanleiding.

25. [gedaagde sub 1] en Womi Holding B.V. zullen als de in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

De beslissing

De voorzieningenrechter

verbiedt [gedaagde sub 1] en Womi Holdinge B.V. om, zonder voorafgaande schriftelijk toestemming van Dotrade B.V., in de Benelux, direct of indirect, tegen betaling of om niet, voor eigen rekening of voor rekening van derden, als werknemer of anderszins, activiteiten te verrichten welke concurreren of gelijk zijn met de ondernemingsactiviteiten van Womi Handel in Techniek B.V., alsmede contact te onderhouden, direct of indirect, met de huidige contractspartners van Womi Handel in Techniek B.V.,

veroordeelt [gedaagde sub 1] en Womi Holding B.V. om ingeval zij na betekening van dit vonnis bovenstaande verbod overtreden, aan Dotrade B.V. een dwangsom te betalen van € 5.000,- ineens per overtreding alsmede een dwangsom van € 500,- per dag dat de overtreding voortduurt, met een maximum van € 500.000,-,

veroordeelt [gedaagde sub 1] en Womi Holding B.V. hoofdelijk, des dat de één betalende de ander zal zijn bevrijd, in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Dotrade B.V. bepaald op € 816,- voor salaris en op € 315,93 voor verschotten,

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

weigert het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Noordraven en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.S.M. Daamen op 8 december 2005.

de griffier de rechter


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature