Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Bestuurdersaansprakelijkheid

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

zaaknummer / rolnummer: C/13/613591 / HA ZA 16-819

Vonnis in verzet van 26 april 2017

in de zaak van

voorheen TRENDS FOR RENT B.V., thans uit hoofde van een juridische fusie

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HÉMAN VERHUURSERVICE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

gedaagde in het verzet,

advocaat mr. V. Holthuizen te Amsterdam,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

eiser in het verzet,

advocaat mr. D.J. van Dongen te Amsterdam.

Eiseres, gedaagde in het verzet, zal worden aangeduid als Héman. Gedaagde, eiseres is het verzet, zal worden aangeduid als [gedaagde] .

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

de dagvaarding met producties zijdens Héman van 2 mei 2016,

het door deze rechtbank op 15 juni 2016 tussen Héman als eiseres en [gedaagde] als gedaagde bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer / rolnummer 607941 / HA ZA 16-489,

de verzetdagvaarding (aan te merken als de conclusie van antwoord) met producties van 4 augustus 2016,

het tussenvonnis van 31 augustus 2016, waarin een comparitie van partijen is bepaald,

het proces-verbaal van comparitie van 16 februari 2017, met het daarin genoemde processtuk.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] is de middellijk bestuurder van het op 9 maart 2016 in staat van faillissement verklaarde restaurant L’Invité le Restaurant B.V. (hierna: L'Invité).

2.2.

Gedurende SAIL Amsterdam 2015 (hierna: SAIL) heeft L'Invité een pop-up restaurant geëxploiteerd.

2.3.

Ten behoeve van dat pop-up restaurant heeft L'Invité op 30 juli 2015 een overeenkomst gesloten met Héman ter zake de huur van keukenmateriaal en aanverwante artikelen. Deze overeenkomst houdt, voor zover van belang, het volgende in:

“(…) Het volledige orderbedrag dient vijf dagen na evenement, op 28 augustus, aan BloemBloem BV [rechtbank: deze vennootschap is vanwege een juridische fusie opgegaan in Héman] te worden voldaan.

L’invite laat contractueel vastgelegen dat het volledige orderbedrag via ticketmaster direct vanuit Ticketmaster aan BloemBloem BV wordt overgemaakt. In dit contract is ook opgenomen dat BloemBloem BV de eerste partij is waaraan de ticketgelden worden uitgekeerd. Ticketmaster dient een garantie af te geven voor een bedrag van 60.000,-. Dit is het orderbedrag incl. BTW en eventuele onvoorziene kosten. (…)”

2.4.

Op 17 augustus 2015 heeft [gedaagde] de volgende e-mail gestuurd aan de Sales Manager van Ticketmaster Nederland (hierna: Ticketmaster):

“(…) Na afloop van het evenement wil ik graag afspreken dat de eerste 60.000 euro wordt overgemaakt op rekeningnummer (…) ten name van Bloem Bloem. De overige ticketopbrengsten gaan dan naar rekeningnummer (…) ten name van L’invité le Restaurant zoals contractueel besproken. (…)”

2.5.

Diezelfde dag, om 12.51 uur, reageert de Sales Manager van Ticketmaster per e-mail:

“(…) Navraag bij Finance leert dat het laatste voorschot van € 15.000 vandaag al is overgeschreven. Er zijn nu 3 voorschotbetalingen geweest, totaal € 45.000. Op dit moment staat er nog zo’n € 3.000 bij ons. Wij zullen bij de uitbetaling na het event tot een bedrag van € 60.000 naar rekeningnummer (…) ten name van Bloem Bloem uitkeren. De overige ticketopbrengsten (wanneer opportuun) gaan dan naar rekeningnummer (…) ten name van L’invité le Restaurant. (…)”

2.6.

Om 13.05 uur reageert de Sales Manager van Ticketmaster nogmaals op de in 2.4 genoemde e-mail. Deze e-mail luidt als volgt:

“(…) Dank voor je bericht. Onderstaande is akkoord vanuit Ticketmaster. (…)”

2.7.

[gedaagde] heeft alleen de e-mail van 13.05 uur doorgestuurd aan Héman.

2.8.

Ticketmaster heeft na afloop van SAIL een bedrag van € 29.079,57 aan Héman voldaan.

3 Het geschil

3.1.

Héman heeft in de verstekprocedure gevorderd dat de rechtbank, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van € 30.920,43 aan hoofdsom, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 augustus 2015 en de proceskosten, waaronder de nakosten.

3.2.

Héman heeft daartoe – kort gezegd – gesteld dat [gedaagde] onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld door te verzwijgen dat van de verstrekte zekerheid van € 60.000,00 reeds € 45.000,00 aan L'Invité was uitgekeerd. Héman is daardoor misleid. De door [gedaagde] te vergoeden schade bestaat uit het verschil tussen de toegezegde € 60.000,00 en de uiteindelijk ontvangen € 29.079,57, derhalve € 30.920,43, aldus Héman.

3.3.

Bij het verstekvonnis is de in 3.1 genoemde hoofdsom volledig toegewezen en is [gedaagde] veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van Héman tot de dag van de uitspraak begroot op € 2.588,77.

3.4.

[gedaagde] vordert in het verzet dat hij bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, wordt ontheven van de bij het eerdergenoemde verstekvonnis van 15 juni 2016 tegen hem uitgesproken veroordeling, met afwijzing van de vorderingen van Héman en met veroordeling van Héman in de proceskosten.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Het verzet kan worden geacht tijdig en op de juiste wijze te zijn ingesteld, nu het tegendeel is gesteld noch is gebleken, zodat [gedaagde] in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen.

4.2.

Gelet op de juridische fusie tussen Héman als verkrijgende vennootschap en Bloem Bloem B.V. en Trends For Rent B.V. als verdwijnende vennootschappen, behoeft het verweer van [gedaagde] dat eiseres geen rechthebbende zou zijn ten aanzien van de ingestelde vordering geen bespreking.

4.3.

Héman spreekt [gedaagde] aan op grond van bestuurdersaansprakelijkheid. Wanneer een schuldeiser is benadeeld door het onbetaald en onverhaalbaar blijven van diens vordering op een vennootschap en de bestuurder die namens die vennootschap een verbintenis is aangegaan, heeft bewerkstelligd/toegelaten dat die vennootschap haar verplichting niet is nagekomen, is die bestuurder aansprakelijk ten opzichte van de schuldeiser indien hem persoonlijk een ernstig verwijt daarvan kan worden gemaakt. Om te kunnen beoordelen of aan voornoemde eisen is voldaan, zal eerst moeten worden vastgesteld welke verplichting L'Invité op zich heeft genomen ten opzichte van Héman. Hiertoe moet de in 2.3 weergegeven afspraak (hierna: de afspraak) worden uitgelegd, nu partijen twisten over de inhoud daarvan. Héman heeft gesteld dat partijen zijn overeengekomen dat Héman als eerste uit de opbrengst van de kaartverkoop zou worden betaald, dus dat de eerste € 60.000,00 die Ticketmaster uit de kaartverkoop ontving rechtstreeks aan Héman zouden worden betaald. [gedaagde] heeft aangevoerd dat Héman de eerste € 60.000,00 van de opbrengst zou krijgen die ná SAIL nog bij Ticketmaster op de rekening zou staan en dat het hem – samengevat weergegeven – vrij stond om de daarvoor door Ticketmaster ontvangen gelden aan L'Invité te laten uitkeren en daar andere debiteuren mee te betalen.

4.4.

Ter zitting heeft de directeur van Héman, [naam 1] , onweersproken verklaard dat Héman slechts aan L'Invité wilde leveren als vooraf zou worden betaald en dat, toen dit onmogelijk bleek te zijn, partijen samen hebben gezocht naar een oplossing waarbij toch aan L'Invité kon worden geleverd, maar Héman zo min mogelijk risico zou lopen. Dat de eis van Héman om in plaats van betaling voor levering zoveel mogelijk zekerheid te krijgen voor betaling van de factuur na levering de drijfveer was voor het maken van de afspraak, is door [gedaagde] niet betwist. Gelet op deze achtergrond, in combinatie met de in het contract gehanteerde formulering dat Héman de eerste partij is waaraan de ticketgelden zullen worden uitgekeerd, maken dat de afspraak naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs niet anders kan worden uitgelegd dan dat de eerste € 60.000,00 van de ticketopbrengst door Ticketmaster rechtstreeks aan Héman moest worden betaald. Op deze manier zou Héman immers slechts een risico lopen als de kaartverkoop niet meer zou opbrengen dan € 60.000,00.

4.5.

De door [gedaagde] voorgestane uitleg vindt geen steun in de tekst van de overeenkomst – waarin nergens staat dat het gaat om de eerste € 60.000,00 die na SAIL nog op de rekening zou staan bij Ticketmaster – en verhoudt zich evenmin met voornoemde strekking daarvan. Als [gedaagde] in zijn uitleg zou worden gevolgd dan zou dat immers betekenen dat L’Invité alle inkomsten uit de kaartverkoop die voor en gedurende SAIL zouden worden gegenereerd aan andere dingen kon besteden en Héman genoegen zou moeten nemen met wat er daarna nog overbleef. Niet is in te zien hoe dit is te rijmen met het streven om Héman in plaats van betaling vooraf zoveel mogelijk zekerheid te geven voor betaling na levering. De rechtbank volgt de uitleg van [gedaagde] daarom niet.

4.6.

Dat ook [gedaagde] bovenstaande uitleg voor ogen heeft gehad, wordt ondersteund door de omstandigheid dat [gedaagde] slechts de in 2.6 (en niet ook de in 2.5) genoemde e-mail van Ticketmaster aan Héman heeft doorgestuurd. Indien [gedaagde] daadwerkelijk uitging van zijn interpretatie van de overeenkomst, bestaat er geen plausibele reden om – zoals door [gedaagde] ter zitting is erkend – Ticketmaster te vragen nogmaals op de e-mail te reageren en daarbij de gegevens over de drie voorschotten van elk € 15.000,00 die al aan L’Invité zelf waren uitgekeerd, weg te laten en alleen die reactie door te sturen naar Héman. In de door [gedaagde] thans voorgestane uitleg van de afspraak zou hij immers vrij zijn geweest over het geld te beschikken dat voor en gedurende SAIL met de verkoop van kaarten werd gegenereerd. Niet is in te zien waarom [gedaagde] daar dan ten opzichte van Héman zo geheimzinnig over had hoeven doen. Dat de reeds uitgekeerde voorschotten geen onderdeel uitmaakten van de afspraak met Héman, zoals door [gedaagde] desgevraagd ter comparitie is verklaard, is daarvoor geen overtuigende verklaring.

4.7.

Vast staat dat [gedaagde] namens L'Invité een totaalbedrag van € 45.000,00 aan voorschotten bij Ticketmaster heeft gevraagd en met die voorschotten andere leveranciers heeft betaald, zodat kan worden geconcludeerd dat L’Invité bewust in weerwil van de met Héman gesloten overeenkomst en dus onrechtmatig jegens Héman heeft gehandeld. Aan [gedaagde] is in dit verband een ernstig en persoonlijk verwijt te maken. Hij heeft immers bewerkstelligd dat Ticketmaster € 45.000,00 aan ticketinkomsten aan L’Invite heeft uitgekeerd en hij heeft dit niet alleen verhuld voor Héman, maar bovendien de indruk gewekt dat Ticketmaster zich volledig achter de gemaakte afspraak schaarde in de zin dat de eerste € 60.000,00 die zij binnen zou krijgen voor Héman zou zijn. Aldus heeft [gedaagde] Héman op basis van die onjuiste, althans onvolledige, informatie tot levering aan L’Invité bewogen.

4.8.

Dat [gedaagde] erop had gerekend dat de opbrengst van de kaartverkoop veel hoger zou zijn en er daarom na afloop van SAIL nog wel € 60.000,00 op de rekening van Ticketmaster zou staan, doet aan de onrechtmatigheid van zijn gedragingen jegens Héman niet af. Indien de verwachting was uitgekomen, hetgeen niet het geval is geweest, dan zou dat hoogstens tot het oordeel hebben kunnen leiden dat het onrechtmatig handelen geen schade zou hebben veroorzaakt.

4.9.

Bovenstaande leidt tot de conclusie dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door Héman geleden schade. Bij de bepaling van de hoogte van de schade moet de situatie zoals deze in werkelijkheid is, worden vergeleken met de situatie die zou hebben bestaan indien [gedaagde] niet onrechtmatig zou hebben gehandeld. Nu vast staat dat de totale opbrengst van de kaartverkoop die bij Ticketmaster is binnengekomen uiteindelijk meer heeft bedragen dan € 60.000,00, had Héman in het geval L'Invité de afspraak wel was nagekomen laatstgenoemd bedrag volledig betaald gekregen. Dat L'Invité na afloop van SAIL slechts het totaalbedrag van de factuur van Héman zou voldoen of dat een deel van het gevorderde niet hoeft te worden betaald, omdat bepaalde apparatuur niet goed zou hebben gefunctioneerd, zoals [gedaagde] heeft betoogd, is door Héman gemotiveerd weersproken en door [gedaagde] in het geheel niet nader toegelicht. De schade van Héman wordt daarom op € 30.920,43 gesteld (€ 60.000,00 – de reeds aan Héman betaalde € 29.079,57).

4.10.

[gedaagde] heeft met betrekking tot de wettelijke rente in zijn conclusie van antwoord betoogd dat deze niet kan worden berekend vanaf 17 augustus 2015, maar dat de rente pas in dient te gaan vanaf de vervaldatum van de factuur. Nu de grondslag van de vordering onrechtmatige daad betreft (en dus geen nakoming), wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf het moment waarop de schade wordt geleden. In dit geval is de schade geleden op het moment dat de [gedaagde] de ticketopbrengst deels aan L’Invité heeft laten uitkeren waardoor Héman (uiteindelijk) niet (volledig) kon worden voldaan. Hoewel niet duidelijk is geworden op welke data die uitkeringen zijn gedaan, staat in ieder geval vast dat dat vóór 17 augustus 2015 is gebeurd, zodat er geen reden is om af te wijken van de vordering van Héman zoals bij het verstekvonnis toegewezen.

4.11.

Het verstekvonnis zal op grond van vorenstaande worden bekrachtigd.

4.12.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van het verzet worden veroordeeld, aan de zijde van Héman tot op heden begroot op € 579,00 (1 punt x tarief € 579,00 per punt).

5 De beslissing

De rechtbank:

5.1.

bekrachtigt het door deze rechtbank op 15 juni 2016 onder zaaknummer / rolnummer C/13/607941 / HA ZA 16-489 gewezen verstekvonnis,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van Héman tot op heden begroot op € 579,00, te vermeerderen met de na dit vonnis aan de zijde van Héman ontstane nakosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden en [gedaagde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.3.

verklaart de veroordeling onder 5.2 uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. B.M. Visser, rechter, bijgestaan door mr. L. Goris, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 26 april 2017.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature