Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Handel in harddrugs en softdrugs, voorhanden hebben van vuurwapen met munitie.

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

Parketnummer: 13/528401-09

Datum uitspraak: 5 januari 2010

op tegenspraak

VERKORT VONNIS

van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], doch thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Noord Holland Noord, het Huis van Bewaring “Zwaag” te Zwaag.

De rechtbank heeft beraadslaagd naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzit-ting van 22 december 2009.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. S.A. van de Vliet en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. Th.U. Hiddema naar voren is gebracht.

1. Telastelegging

Aan verdachte is telastegelegd, zoals ter terechtzitting van 22 december 2009 gewijzigd, dat

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 01 januari 2008 tot en met 13 augustus 2009 te Amsterdam en/of Purmerend, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd aan onder meer [oersoon 1] en/of [persoon 2] en/of aan een of meer andere perso(o)n(en)) een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, in elk geval middelen vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

(artikel 2/B Opiumwet)

2.

hij op of omstreeks 13 augustus 2009 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (ongeveer) 77,75 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine en / of (ongeveer) 2,18 gram amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, in elk geval (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

(artikel 2 Opiumwet jo. 47 Wetboek van Strafrecht )

3.

hij op of omstreeks 13 augustus 2009 te Purmerend, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad (in een pand aan [straatnaam]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer vier en veertig, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(artikel 3 Opiumwet jo. 47 Wetboek van Strafrecht ))

4.

hij op of omstreeks 13 augustus 2009 te Amsterdam en/of Purmerend, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een wapen van categorie III, te weten een revolver (merk Smith & Wesson), hetwelk bestemd of geschikt is om projectielen door een loop af te schieten en/of waarvan de werking berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing en/of munitie van categorie III, te weten elf, in elk geval een of meer, (scherpe) munitiepatro(o)n(en), voorhanden heeft/hebben gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

(artikel 26 Wet Wapens en Munitie jo. 47 Wetboek van Strafrecht )

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 13 augustus 2009, te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal een voorwerp en/of een of meer geldbedrag(en), te weten een LCD-televisie en/of (ongeveer) 14.300 euro, en/of een bromfiets (Gilera C46) heeft/hebben verworven, voorhanden heeft/hebben gehad, heeft/hebben overgedragen en/of omgezet, althans van een voorwerp en/of een of meer geldbedrag(en), te weten een LCD-televisie en/of (ongeveer) 14.300 euro en/of een bromfiets (Gilera C46), gebruik heeft/hebben gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs had(den) moeten vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp en/of een of meer geldbedrag(en) - onmiddellijk of middellijk – afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

(artikel 420 bis / quater jo. 47 Wetboek van Strafrecht )

2. Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervol-ging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

3. Waardering van het bewijs

3.1. De rechtbank spreekt verdachte vrij van het vijfde feit, het witwassen, nu onvoldoende bewijs voorhanden is om te kunnen concluderen dat het niet anders kan dan dat de bij verdachte aangetroffen LCD-televisie, de bromfiets en het geldbedrag uit misdrijf afkomstig zijn. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet met voldoende mate van zekerheid worden uitgesloten dat het geldbedrag van € 14.300,- en deze goederen een legale herkomst hebben. Een criminele herkomst kan niet als enige aanvaardbare verklaring gelden. De rechtbank heeft in dit verband mede in acht genomen de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring met betrekking tot de herkomst van het geld en de goederen, namelijk de inkomsten uit de bloemenstal en een gift. Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte onder 5 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Voorts acht de rechtbank ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde feit niet bewezen dat verdachte de 7,27 gram cocaïne, namelijk de 21 wikkels die afkomstig waren uit zijn fouillering, tezamen en vereniging met een ander aanwezig heeft gehad zodat de rechtbank verdachte daarvan vrij spreekt.

3.2. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde:

in de periode van 1 januari 2008 tot en met 13 augustus 2009 te Amsterdam en Purmerend opzettelijk heeft verkocht en/of verstrekt aan onder meer [persoon 1] en [persoon 2] en aan andere personen een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne;

Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde:

op 13 augustus 2009 in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, opzette-lijk aanwezig heeft gehad 70,65 gram van een materiaal bevattende cocaïne en 2,18 gram van een materiaal bevattende amfetamine;

Ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde:

op 13 augustus 2009 te Purmerend, tezamen en in vereniging met een ander, opzette-lijk heeft geteeld in een pand aan de [straatnaam] vier en veertig hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Ten aanzien van het onder 4 tenlastegelegde:

op 13 augustus 2009 te Purmerend, tezamen en in vereniging met een ander, een wa-pen van categorie III, te weten een revolver, merk Smith & Wesson, hetwelk ge-schikt is om projectielen door een loop af te schieten en waarvan de werking berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing en munitie van categorie III, te weten elf scherpe patronen, voorhanden heeft gehad.

Voorzover in de telastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbe-terd. Verdachte is hierdoor niet in zijn verdediging geschaad.

4. Het bewijs

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

5. De strafbaarheid van de feiten

De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

6. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

7. Motivering van de straf

De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van de door hem onder 1, 2, 3, 4 en 5 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren.

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. Verdachte heeft zich gedurende geruime tijd schuldig gemaakt aan de handel in cocaïne. Daartoe heeft hij, tezamen en in vereniging met een ander, een voor verdere verspreiding hoeveelheid cocaïne van ruim 70 gram in zijn woning aanwezig gehad. In de woning van verdachte zijn tevens 44 hennepplanten en een hoeveelheid amfetamine aangetroffen. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij geen oog heeft gehad voor de maatschappelijke problemen die de handel in softdrugs en harddrugs met zich brengt. Cocaïne en amfetamine, maar ook hennep, zijn stoffen, waarvan het gebruik schadelijk is voor de volksgezondheid, maar die ook direct en indirect oorzaak zijn van vele vormen van criminaliteit. Handelingen die tot doel hebben drugs op de markt te brengen dienen daarom streng te worden bestraft.

Verdachte heeft daarnaast, samen met een ander, een levensbedreigend vuurwapen met daarbij behorende munitie voorhanden gehad. Het voorhanden hebben van een vuurwapen (met bijbehorende munitie) brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Tevens veroorzaakt dergelijk handelen gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.

De rechtbank heeft acht geslagen op hetgeen in soortgelijke situaties doorgaans aan straf wordt opgelegd en wijkt vanwege de hiervoor gemotiveerde vrijspraak met betrekking tot het onder 5 tenlastegelegde en het feit dat verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld, in aanzienlijke mate af van hetgeen de officier van justitie heeft gevorderd.

Gezien het voorgaande acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. De rechtbank legt een deel van de vrijheids-straf in voorwaardelijke vorm op, om verdachte ervan te weerhouden zich in de toe-komst opnieuw schuldig te maken aan strafbare feiten.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 47 en 57 van het Wet-boek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze wettelijke voorschriften zijn toepasselijk zoals geldend ten tijde van het bewe-zengeachte.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

9. Beslissing

Verklaart het onder 5 tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 3 is aangegeven.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is telastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van het onder 1 bewezenverklaarde:

Opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

Ten aanzien van het onder 2 bewezenverklaarde:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Ten aanzien van het onder 3 bewezenverklaarde:

Medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

Ten aanzien van het onder 4 bewezenverklaarde:

Medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid van de Wet wapens en munitie .

Verklaart het bewezene strafbaar.

Verklaart verdachte, [verdachte], daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

Beveelt dat een gedeelte, groot 6 maanden, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.

Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.

Gelast de teruggave aan verdachte van:

1 1.00 STK Bromfiets

GILERA C46 2007 [nr]

([nr])

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. van Mourik, voorzitter,

mrs. S. Ju en M. Duker, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. A. Buijs, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 5 januari 2010.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature