Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Medewerkersbeding en relatiebeding.

Uitspraak



RECHTBANK ALMELO

Sector civiel recht

zaaknummer: 113824 / KG ZA 10-207

datum vonnis: 22 september 2010 (an)

Vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Almelo, rechtdoende in kort geding, in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Qualityhouse B.V.,

statutair gevestigd te Muiderberg,

eiseres,

verder te noemen Qualityhouse,

advocaat: mr. M.J.G.M. Lamers te Utrecht,

tegen

[gedaagde sub 1],

wonende te Enschede,

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde sub 1],

gemachtigde: mr. R.A. Brand te Amsterdam,

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde sub 2],

gevestigd te Enschede,

gedaagde,

verder te noemen [gedaagde sub 2],

gemachtigde: mr. R.A. Brand te Amsterdam,

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Quality Awareness B.V.

statutair gevestigd te Alkmaar,

gedaagde,

verder te noemen Quality Awareness,

gemachtigde: mr. R.A. Brand te Amsterdam,

gezamenlijk aan te duiden als [gedaagden].

Het procesverloop

Qualityhouse heeft gevorderd als vermeld in de dagvaarding.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 8 september 2010. Ter zitting zijn verschenen:

de heer [naam] namens Qualityhouse B.V., vergezeld door mr. Lamers, de heer [gedaagde sub 1], namens [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2], vergezeld door mr. Brand, de heer [naam] namens Quality Awareness, vergezeld door mr. Brand. De standpunten zijn toegelicht. Het vonnis is bepaald op vandaag.

De feiten van het geschil en de motivering van de beslissing

In deze zaak staat het navolgende vast.

1.1 [Gedaagde sub 1] is bij Qualityhouse werkzaam geweest in de functie van commercieel manager. De arbeidsovereenkomst tussen [gedaagde sub 1] en Qualityhouse (hierna te noemen: de arbeidsovereenkomst) is op 1 november 2009 met wederzijds goedvinden beëindigd.

1.2 Ten behoeve van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst hebben [gedaagde sub 1] en Qualityhouse een vaststellingsovereenkomst gesloten, waarin onder andere het volgende vermeld staat.

“Partijen komen overeen dat het werknemer gedurende twee jaar verboden is medewerkers van Qualityhouse te benaderen en in dienst te nemen. In dit geval maakt het niet uit of de medewerker zelf contact zoekt met werknemer en/of zijn vennootschap. Ditzelfde geldt voor het tussen partijen overeengekomen relatiebeding. Het staat werknemer noch werknemers van zijn vennootschap vrij gedurende een periode van twee jaar na beëindiging van het dienstverband relaties van Qualityhouse te benaderen en/of ervoor te werken in de meest ruime zin van het woord. Indien werknemer en/of de vennootschap van werknemer die mede deze vaststellingsovereenkomst zal onderteken, het medewerkers- en/of relatiebeding overtreedt verbeurt zowel de werknemer en/of de vennootschap een direct opeisbare boete van € 25.000,-- per overtreding en van € 5.000,-- per dag dat deze overtreding voortduurt. Deze boete wordt verbeurd ten behoeve van werkgever. Werkgever houdt onverminderd recht om volledige schadevergoeding te vorderen.”

1.3 [Gedaagde sub 1] is per 1 november 2009 in dienst getreden bij Quality Awareness in de functie van commercieel manager.

1.4 [Medewerker sub 1] was werkzaam bij Qualityhouse. Na november 2009 is hij bij Qualityhouse uit dienst getreden en in dienst getreden bij Quality Awareness.

1.5 [Medewerker sub 2] was werkzaam bij Qualityhouse. Na november 2009 is hij bij Qualityhouse uit dienst getreden en in dienst getreden bij Quality Awareness.

Standpunten van partijen

De dagvaarding

2.1 Qualityhouse vordert, kort gezegd, uitvoerbaar bij voorraad;

- [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te bevelen het handelen in strijd met het medewerkers- en relatiebeding te staken en gestaakt te houden en [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te veroordelen tot nakoming van het medewerkers- en relatiebeding, zulks op straffe van een dwangsom van € 5.000,-- per dag;

- [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van € 100.000,-- als voorschot op de door hen reeds verbeurde boetes;

- Quality Awareness te verbieden gedurende de looptijd van het medewerkers- en relatiebeding gebruik te maken van de diensten van [gedaagde sub 1] en Quality Awareness te verbieden Qualityhouse medewerkers te benaderen en in dienst te nemen, zulks op straffe van een dwangsom van € 25.000,-- en € 5.000,-- per dag dat de overtreding voortduurt;

- Quality Awareness te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag van

€ 50.000,-- als voorschot op de door haar gelden schade;

- [gedaagde sub 1] c.s. te veroordelen in de kosten van dit geding.

2.2. Hiertoe stelt Qualityhouse dat [gedaagde sub 1] binnen zeven maanden na het einde van de arbeidsovereenkomst drie medewerkers van Qualityhouse, zijnde [medewerker sub 1], [medewerker sub 2] en [medewerker sub 3], al dan niet via de heer [naam] van Quality Awareness heeft benaderd en/of geworven om bij Quality Awareness in dienst te treden. Voorts heeft [gedaagde sub 1] een relatie van Qualityhouse, zijnde de heer Martens van NS Reizigers, ontmoet en navraag gedaan naar de gegevens van een andere relatie van Qualityhouse, zijnde mevrouw De Groot van Schuitema. Hierdoor heeft [gedaagde sub 1] het in de vaststellingsovereenkomst opgenomen medewerkers- en relatiebeding geschonden. Voorts stelt Qualityhouse dat Quality Awareness onrechtmatig jegens haar handelt, omdat zij wist en kon weten dat Qualityhouse en [gedaagde sub 1] een medewerkers- en relatiebeding waren overeengekomen en zij tevens profiteert van de wanprestatie van [gedaagde sub 1] jegens Qualityhouse.

Het verweer

3. [Gedaagden] voeren verweer en stellen dat [gedaagde sub 1] geen werknemers van Qualityhouse heeft benaderd. De heer [naam] heeft evenmin werknemers van Qualityhouse benaderd. [Medewerker sub 1] en [medewerker sub 2]zijn uit eigen beweging vanuit Qualityhouse naar Quality Awareness gegaan. [Medewerker sub 3] is niet bij Quality Awareness in dienst getreden. Voorts stellen [gedaagden] dat [gedaagde sub 1] het relatiebeding niet heeft overtreden, omdat NS reizigers niet op de bij de vaststellingsovereenkomst behorende lijst van relaties staat, hij een persoonlijke band heeft met de heer Martens en hij mevrouw De Groot niet heeft gebeld. Aangezien [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] het medewerkers- en relatiebeding niet hebben geschonden handelt Quality Awareness evenmin onrechtmatig jegens Qualityhouse. Voorts respecteert Quality Awareness de tussen [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2] en Qualityhouse gemaakte afspraken, aldus Quality Awareness.

De beoordeling

Spoedeisend belang

4.1 Qualityhouse stelt dat zij, nu [gedaagde sub 1] bedrijfs- en klantenkennis gebruikt om relaties van Qualityhouse te benaderen, ter bescherming van haar bedrijfsdebiet, een spoedeisend belang heeft bij haar vorderingen. [Gedaagden] hebben de spoedeisendheid niet betwist, zodat Qualityhouse ontvankelijk is in haar vorderingen.

Schending medewerkersbeding

4.2 Onweersproken is dat [gedaagde sub 1] beschikte over informatie zoals loon en telefoonnummers van werknemers van Qualityhouse. Voorts erkennen [gedaagden] dat nadat [gedaagde sub 1] uit dienst was getreden bij Qualityhouse en bij Quality Awareness in dienst was getreden twee medewerkers van Qualityhouse naar Quality Awareness zijn overgegaan. Daaruit blijkt echter nog niet dat deze werknemers zijn overgegaan door benadering van [gedaagde sub 1] en/of met gebruikmaking van de door [gedaagde sub 1] bij Qualityhouse opgedane kennis. [Gedaagden] betwisten gemotiveerd dat hiervan sprake is.

4.3 Qualityhouse stelt dat de schending van het medewerkersbeding door [gedaagde sub 1] bestaat uit de volgende concrete gedragingen:

- De heer [naam] van Quality Awareness belt ’s avonds werknemers van Qualityhouse op hun mobiele “werktelefoon”. De heer [naam] heeft deze telefoonnummers van [gedaagde sub 1] ontvangen;

- [Medewerker sub 1] en [medewerker sub 2]weigerden aan Qualityhouse te vertellen bij welke werkgever zij in dienst zouden treden;

- Op 3 augustus 2010 heeft de heer [naam] van Quality Awareness tegen de heer [naam] van Qualityhouse gezegd dat hij op het punt stond om 20 werknemers van Qualityhouse in dienst te nemen.

4.4 [Gedaagden] hebben betwist dat de heer [naam] ’s avonds werknemers van Qualityhouse op hun mobiele “werktelefoon” heeft gebeld en betwisten tevens dat de heer [naam] tegen de heer [naam] heeft gezegd dat hij op het punt stond om 20 werknemers van Qualityhouse in dienst te nemen.

4.5 Feiten waaruit blijkt dat [gedaagde sub 1] werknemers van Qualityhouse heeft benaderd zijn niet gesteld of gebleken. Evenmin zijn concrete gedragingen gesteld waaruit blijkt dat [gedaagde sub 1] informatie over werknemers van Qualityhouse aan de heer [naam] heeft verstrekt of de heer [naam] heeft verzocht werknemers van Qualityhouse te benaderen. Het enkele feit dat twee werknemers van Qualityhouse zijn overgestapt naar Quality Awareness, is onvoldoende om te concluderen dat [gedaagde sub 1] betrokken is geweest bij de werving c.q. indiensttreding van deze werknemers bij Quality Awareness. Nu [gedaagden] voorts betwisten dat de heer [naam] werknemers van Qualityhouse heeft benaderd, is dit onvoldoende voor een voorlopig oordeel dat aannemelijk is dat [gedaagde sub 1] het medewerkersbeding heeft geschonden.

Schending relatiebeding

4.6 Qualityhouse stelt dat [gedaagde sub 1] het relatiebeding heeft geschonden door de heer Martens van NS Reizigers te ontmoeten en tevens navraag te doen naar de gegevens van mevrouw De Groot van Schuitema. [Gedaagde sub 1] heeft gemotiveerd betwist dat hij het relatiebeding heeft geschonden. [Gedaagden] hebben hun stelling omtrent het persoonlijke contact tussen [gedaagde sub 1] en de heer Martens en hun stelling omtrent het ontbreken van contact tussen [gedaagde sub 1] en mevrouw De Groot, onderbouwd met een brief van de heer Martens en een email van mevrouw De Groot. Nu deze email bevestigt dat [gedaagde sub 1] sinds zijn uitdiensttreding geen contact meer heeft gehad met mevrouw De Groot en de brief bevestigd dat [gedaagde sub 1] met de heer Martens persoonlijke contacten onderhoudt en tevens niet gesteld of gebleken is dat [gedaagde sub 1] en/of Quality Awareness na 2009 voor Schuitema of NS Reizigers opdrachten heeft/ hebben verricht, heeft Qualityhouse niet voldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde sub 1] het relatiebeding heeft geschonden.

4.7 Gelet op het feit dat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat het medewerkers- en relatiebeding door [gedaagde sub 1] is geschonden, wordt het gevorderde bevel om het handelen in strijd met het medewerkers- en relatiebeding te staken en de gevorderde veroordeling van [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2] tot nakoming van het medewerkers- en relatiebeding en de gevorderde oplegging van een dwangsom, afgewezen.

Onrechtmatig handelen Quality Awareness

4.8 Ingevolge vaste rechtspraak van de Hoge Raad is het handelen met iemand terwijl men weet dat deze door dat handelen een door hem met een derde gesloten overeenkomst schendt, op zichzelf jegens die derde niet onrechtmatig. Van onrechtmatigheid is pas sprake indien die aangesproken partij weet of behoort te weten dat zijn wederpartij door dit handelen wanprestatie pleegt jegens een derde, en bovendien sprake is van bijkomende omstandigheden. Nu naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat [gedaagde sub 1] het medewerkers- en relatiebeding heeft geschonden is evenmin voldoende aannemelijk gemaakt dat Quality Awareness onrechtmatig heeft gehandeld jegens Qualityhouse. Derhalve wordt het gevorderde verbod tot

gebruikmaking van de diensten van [gedaagde sub 1] door Quality Awareness en het gevorderde verbod tot benadering van medewerkers van Qualityhouse door Quality Awareness met de daarbij gevorderde dwangsom, afgewezen.

Verbeurde boete en schade

4.9 Nu hiervoor is overwogen dat niet voldoende aannemelijk is gemaakt dat [gedaagde sub 1] het werknemers- en relatiebeding heeft geschonden en/of Quality Awareness onrechtmatig heeft gehandeld jegens Qualityhouse, kan de vordering tot betaling van een voorschot op de (vermeende) verbeurde boete en gevorderde schadevergoeding niet worden toegewezen. Er wordt immers niet voldaan aan het voor toewijzing van een geldvordering in kort geding gestelde vereiste dat het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk moeten zijn. Bovendien is voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding slechts dan plaats als voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling, bij afweging van de belangen van partijen, aan toewijzing niet in de weg staat. Dergelijke spoed is evenmin gesteld of gebleken.

4.10. Qualityhouse zal als de overwegend in het ongelijk gestelde partij in de kosten van dit geding worden veroordeeld. Het door Qualityhouse te vergoeden salaris van de gemachtigde worden begroot op € 200,--, zijnde het liquidatietarief kantongerechten voor voorlopige voorzieningen.

De beslissing

De voorzieningenrechter:

I. Wijst af de vorderingen van Qualityhouse.

II. Veroordeelt Qualityhouse in de kosten van dit geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde sub 1] c.s. begroot op € 263,-- aan verschotten en € 200,-- aan salaris van de gemachtigde.

III. Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. Hangelbroek, voorzieningenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 september 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature