Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Promis

Uitspraak



RECHTBANK ALKMAAR

Sector strafrecht

parketnummers: 14.810274-07 en 14.810093-06 (tul)

tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken d.d. 23 oktober 2007

in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [1986]

ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens op het adres

[straat] te [postcode + woonplaats]

thans gedetineerd in PI Noord-Holland Noord, HvB Zwaag.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 9 oktober 2007.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen de verdachte en de raadsman, mr. J.J. Jorna advocaat te Den Helder, naar voren hebben gebracht.

1. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1. primair

hij op of omstreeks 06 mei 2007 in de gemeente Den Helder

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk (en met voorbedachten rade), [slachtoffer] van het leven te beroven,met dat opzet (en na kalm beraad en rustig overleg), (met kracht) (meermalen) met een honkbalknuppel tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen (ook toen het slachtoffer op de grond lag), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

1. subsidiair

hij op of omstreeks 06 mei 2007 in de gemeente Den Helder

opzettelijk (en met voorbedachten rade), [slachtoffer], zwaar lichamelijk letsel (twee scheuren in het achterhoofd), heeft toegebracht, door met dat opzet (en na kalm beraad en rustig overleg), (met kracht) (meermalen) met een honkbalknuppel tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft geslagen;

1. meer subsidiair

hij op of omstreeks 06 mei 2007 in de gemeente Den Helder

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk (en met voorbedachten rade), [slachtoffer 1], zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet (en na kalm beraad en rustig overleg), (met kracht) (meermalen) met een honkbalknuppel tegen het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen (ook toen het slachtoffer op de grond lag), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2. primair

hij op of omstreeks 20 mei 2007 in de gemeente Den Helder

[slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (twee uitgeslagen voortanden), heeft toegebracht, door die [slachtoffer 2] (met kracht) met gebalde vuist in het gezicht te stompen;

2. subsidiair

hij op of omstreeks 20 mei 2007 in de gemeente Den Helder

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (twee uitgeslagen voortanden),toe te brengen , die [slachtoffer 2] (met kracht) met gebalde vuist in het gezicht heeft gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- of schrijffouten voorkomen, worden deze verbeterd. De verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

2. Bewezenverklaring

2.1. De officier van justitie acht beide primair tenlastegelegde feiten bewezen.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit van feit 1 primair, omdat de verdachte geen opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer. Voor feit 2 heeft de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank gerefereerd.

2.2. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1. primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 6 mei 2007 in de gemeente Den Helder ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met kracht meermalen met een honkbalknuppel tegen het hoofd en het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft geslagen, ook toen het slachtoffer op de grond lag, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

2.3. Deze bewezenverklaring is gebaseerd op de volgende bewijsmiddelen.

2.3.1. De verklaring van de verdachte op de terechtzitting, dat hij [slachtoffer 1] in de nacht van zaterdag op zondag 6 mei 2007 nabij café “Bar Gezellig” met een houten honkbalknuppel stevige klappen achter op zijn hoofd, zijn rug en – toen deze op de grond lag – op zijn lichaam heeft gegeven. Deze knuppel had de verdachte bij zijn moeder thuis opgehaald en in een steeg bij de bar neergelegd.

2.3.2. De aangifte van [slachtoffer 1] bij de politie (blz 54-56)

Hij verklaart dat hij op zondag 6 mei 2007 omstreeks 02.00 uur in Den Helder met [getuige 1] vanuit “Bar Gezellig” naar huis ging. Toen hij bij een muurtje stond te plassen, zag hij vanuit zijn ooghoek een flits en voelde een harde klap op zijn achterhoofd. Hij zag [verdachte] bij hem staan. Hij struikelde en werd nog een paar keer geslagen. Hij voelde overal pijn, vooral op zijn achterhoofd. De volgende dag vertelde [getuige 1] dat [verdachte] hem met een honkbalknuppel had geslagen.

2.3.3. De medische informatie betreffende [slachtoffer 1] (blz. 57). Daaruit blijkt het volgende.

Uitwendig waargenomen letsel: 2 snijwondjes op behaarde hoofd en meerdere schaafwonden onderarmen en handen. Er was sprake van gering uitwendig bloedverlies, wel vermoeden van niet-uitwendig-waarneembaar letsel en wel vermoeden van inwendig bloedverlies. CT-scan onderzoek leverde geen afwijkingen op. Wonden hoofd zijn gehecht. De geschatte duur van arbeidsongeschiktheid door dit letsel: ± 14 dagen – 3 weken.

2.3.4. De getuigenverklaring van [getuige 1] bij de politie (blz. 58-60).

Daaruit blijkt dat hij de avond van 5 op 6 mei 2007 met zijn vriend [slachtoffer 1] naar “Bar Gezellig” is geweest. Toen zij waren vertrokken, zag hij op een gegeven moment dat [slachtoffer 1] door [verdachte] met een honkbalknuppel vol op zijn hoofd werd geslagen: hij hoorde een harde knal. Hij heeft gezien dat [slachtoffer 1] zeker drie keer op zijn hoofd is geslagen en – nadat [slachtoffer] was gestruikeld – zeker vier keer op zijn bovenlichaam. [verdachte] had de knuppel met beide handen vast en haalde vol uit.

2.4. De raadsman heeft aangevoerd dat de verdachte geen opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer 1], omdat de verdachte niemand heeft willen doden.

Naar het oordeel van de rechtbank is dit verweer ongegrond. De gedragingen van de verdachte – iemand in het wilde weg hard met een honkbalknuppel slaan op vitale delen van het lichaam – zijn naar de uiterlijke verschijningsvorm gericht op het veroorzaken van dodelijk letsel. De verdachte heeft zodoende bewust de aanmerkelijke kans op de koop toe genomen dat het slachtoffer door die slagen zou komen te overlijden. Dat betekent dat de verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op de dood van [slachtoffer1].

2.5. Op grond van de bekennende verklaring van de verdachte op de terechtzitting, de aangifte van [slachtoffer 2] (blz. 34-36) en de medische informatie betreffende het slachtoffer (blz. 37) acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2. primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 20 mei 2007 in de gemeente Den Helder [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (twee uitgeslagen voortanden) heeft toegebracht door die [slachtoffer 2] met kracht met gebalde vuist in het gezicht te stompen.

2.6. Wat meer of anders ten laste is gelegd, is niet bewezen. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

3. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezenverklaarde levert op:

1. primair

POGING TOT MOORD;

2. primair

ZWARE MISHANDELING.

4. Strafbaarheid van de verdachte

Psychiater I. Matthaei heeft een onderzoek naar de persoon van de verdachte verricht. Daarvan is een pro-justitiarapport opgemaakt, gedateerd 17 september 2007. De psychiater acht de verdachte voor feit 1 verminderd toerekeningsvatbaar, en voor feit 2 licht verminderd tot verminderd toerekeningsvatbaar.

De rechtbank neemt deze conclusies over en maakt die tot de hare.

Er is ook overigens geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar.

5. Strafmotivering

5.1. De verdachte heeft na cafébezoek iemand krachtig met een honkbalknuppel tegen zijn hoofd en elders tegen het lichaam geslagen. Hij vond dat het slachtoffer uitdagend naar hem keek. Deze knuppel had de verdachte daarvoor klaargezet. Dat het slachtoffer niet dodelijk werd gewond, is slechts een toevallige omstandigheid.

Daarnaast heeft de verdachte na een avondje stappen iemand, die hij niet kende en die op de fiets zat, onverhoeds een stomp in zijn gezicht gegeven waardoor het slachtoffer twee voortanden heeft verloren. Het slachtoffer van dit zinloze geweld heeft verklaard niet meer in het betreffende café te komen uit angst de verdachte tegen te komen. Hij heeft sindsdien wekelijks de tandarts moeten bezoeken voor pijnlijke behandelingen. Nog steeds is onzeker of de teruggeplaatste voortanden weer hechten in de kaak. Zijn gezicht wordt ontsierd doordat de voortanden uitsteken. In het dagelijks leven wordt hij voortdurend herinnerd aan het gebeurde, hij heeft last met eten en drinken.

5.2. De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte voor de bewezen feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 15 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met aftrek van voorarrest, met als bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich houdt aan de aanwijzingen die hem zullen worden gegeven door of namens Brijder Verslavingsreclassering te Alkmaar, ook als die aanwijzingen inhouden dat de verdachte een behandeling volgt bij GGZ Noordduyne.

5.3. De raadsman heeft voor de feiten die hij bewezen acht, verzocht een zodanige onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, dat de verdachte bij de uitspraak in vrijheid kan worden gesteld, alsmede een voorwaardelijk deel met de bijzondere voorwaarde zoals de reclassering heeft geadviseerd.

5.4. De rechtbank heeft hierna te noemen straf bepaald op grond van de ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en op grond van de persoon van de verdachte. Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

5.4.1. In bovengenoemd pro-justitiarapport heeft psychiater Matthaei geconcludeerd dat de verdachte lijdt aan een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens, die is te omschrijven als zwakbegaafdheid. Er is ook sprake van een duidelijke scheefgroei in zijn persoonlijkheidsontwikkeling en van een posttraumatische stressstoornis.

Genoemde stoornissen waren aanwezig tijdens de tenlastegelegde feiten; ze hebben mede tot gevolg gehad dat de verdachte zijn agressie niet in de hand kon houden. De psychiater acht de kans op recidive zeer zeker aanwezig. De verdachte dient voor de geconstateerde stoornissen te worden behandeld. Zij adviseert de rechtbank om aan de verdachte een zo groot mogelijk voorwaardelijk strafdeel met een maximale proeftijd op te leggen. In het kader van de daarbij op te leggen voorwaarden kan de reclassering een begeleidende en toezichthoudende rol vervullen.

5.4.2. N. Bakker, als reclasseringswerker verbonden aan Brijder Verslavingsreclassering, heeft een voorlichtingsrapport gemaakt, gedateerd 3 oktober 2007. Ook hij adviseert om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarde een verplicht reclasseringscontact.

5.5. De rechtbank neemt deze adviezen over.

5.6. Verder heeft de rechtbank gelet op het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 26 juni 2007 op naam van de verdachte, waaruit blijkt dat de verdachte eerder wegens geweldsdelicten tot straf is veroordeeld.

De rechtbank houdt ook rekening met het bepaalde in artikel 63 Wetboek van Strafrecht in verband met een veroordeling d.d. 15 juni 2007 van de politierechter in deze rechtbank wegens een mishandeling gepleegd op 19 december 2006.

5.7. Mede omdat de jonge leeftijd en de verminderde toerekeningsvatbaarheid van de verdachte zwaar worden gewogen, komt de rechtbank tot de oplegging van een lagere gevangenisstraf dan de officier van justitie heeft gevorderd.

6. Benadeelde partij

6.1. De benadeelde partij [slachtoffer 2] heeft vóór aanvang van de terechtzitting in het geding over de strafzaak bij de officier van justitie opgave gedaan van de vordering tot vergoeding van € 1.075,24 wegens schade die de verdachte aan de benadeelde partij heeft toegebracht. Dit bedrag is samengesteld uit € 75,24 materiële schade en € 1.000,00 immateriële schade.

Uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken dat de vordering van de benadeelde partij van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

6.2. Zowel de officier van justitie als de raadsman hebben zich ter terechtzitting op het standpunt gesteld de gevorderde immateriële schadevergoeding aan de hoge kant te vinden. Zij hebben voorgesteld om daarvoor een vergoeding van € 450,00 toe te kennen.

De rechtbank deelt dit standpunt niet en verwijst daarvoor naar hetgeen hiervoor onder 5.1 is vermeld over de ingrijpende lichamelijke en geestelijke gevolgen die de zware mishandeling voor de benadeelde partij heeft gehad.

6.3. Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij, als gevolg van het hiervoor in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 2. bewezenverklaarde strafbare feit, door de handelingen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 1.075,24 kan de vordering tot dat bedrag worden toegewezen.

De verdachte dient daarnaast te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken. De tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil.

6. Schadevergoeding als maatregel

De rechtbank heeft tot het opleggen van de hierna te noemen maatregel besloten, omdat de verdachte naar haar oordeel jegens slachtoffer [slachtoffer 2] naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het in de rubriek BEWEZENVERKLARING onder 2. bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht aan de benadeelde.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de opgelegde betalingsverplichting niet op.

7. Vordering tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf

7.1. De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank zal gelasten dat de bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 27 september 2006 in de zaak met parketnummer 14.810093-06 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijk straf zal worden ten uitvoer gelegd, op grond van het feit dat de verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde voor het einde van de proeftijd zich niet schuldig te maken aan een strafbaar feit.

7.2. Naar het oordeel van de rechtbank is de vordering gegrond, nu uit de overige inhoud van dit vonnis blijkt dat de verdachte niet heeft nageleefd de voorwaarde voor het einde van de proeftijd zich niet schuldig te zullen maken aan een strafbaar feit.

Daarom behoort in beginsel de gevorderde tenuitvoerlegging van de niet-tenuitvoergelegde straf te worden gelast.

7.3. Zoals de raadsman heeft bepleit, acht de rechtbank gronden aanwezig om, in plaats van een last te geven tot tenuitvoerlegging van gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, een taakstraf bestaande uit een werkstraf te gelasten, een en ander zoals hierna in de rubriek BESLISSING zal worden aangegeven.

8. Toegepaste wettelijke voorschriften

Met toepassing van het recht zoals dat gold ten tijde van het bewezenverklaarde, is de opgelegde straf gegrond op de artikelen 14a, 14 b, 14c, 14d, 57, 63, 289 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.

9. Beslissing

De rechtbank:

? verklaart bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING aangeduid;

? verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven in de rubriek BEWEZENVERKLARING bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

? verstaat dat het bewezen verklaarde oplevert de hierboven in de rubriek STRAFBAARHEID VAN HET BEWEZENVERKLAARDE genoemde strafbare feiten;

? verklaart de verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar;

? Veroordeelt de verdachte voor het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de tijd van 24 (vierentwintig) maanden;

? beveelt dat van deze straf een gedeelte, groot 12 (twaalf) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij later anders wordt beslist;

? stelt daarbij een proeftijd van 3 (drie) jaren vast;

? de tenuitvoerlegging kan worden gelast indien:

? de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt;

? de veroordeelde gedurende de proeftijd de hierna vermelde bijzondere voorwaarde niet naleeft:

? stelt als bijzondere voorwaarde dat de veroordeelde zich zal gedragen naar de aanwijzingen die hem zullen worden gegeven door of namens Brijder Verslavingsreclassering te Alkmaar – ook als die aanwijzingen inhouden: het volgen van een ambulante behandeling bij GGZ Noordduyne – zolang eerstgenoemde instelling dit in overleg met de officier van justitie te Alkmaar noodzakelijk oordeelt;

? verstrekt aan de eerstgenoemde instelling opdracht aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze bijzondere voorwaarde;

? bepaalt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht;

? wijst toe de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2], wonend [straat] te [postcode + plaats] tot het hierna te noemen bedrag;

? veroordeelt de verdachte tot betaling van een bedrag van € 1.075,24 (eenduizend vijfenzeventig euro en vierentwintig eurocent) als schadevergoeding;

? veroordeelt de verdachte voorts in de kosten die de benadeelde partij tot op heden heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak moet maken;

de tot heden gemaakte kosten begroot de rechtbank op nihil;

? legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] te betalen een bedrag van € 1.075,24 (eenduizend vijfenzeventig euro en vierentwintig eurocent), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 21 (eenentwintig) dagen;

? bepaalt dat betalingen aan de benadeelde partij in mindering strekken op de betalingsverplichting aan de Staat;

? bepaalt dat betalingen aan de Staat in mindering strekking op de betalingsverplichting aan de benadeelde partij;

? gelast de tenuitvoerlegging van de niet-tenuitvoergelegde gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, opgelegd bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank van 27 september 2006 in de zaak met parketnummer 14/810093-06 aan de verdachte opgelegde voorwaardelijk straf aldus dat die straf geheel wordt ten uitvoer gelegd;

? vervangt deze straf door een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderd veertig) uren;

? beveelt – voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht – dat in plaats van de taakstraf vervangende hechtenis wordt toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

? bepaalt dat deze taakstraf bestaat uit een werkstraf;

? heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde vrijheidsstraf.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H. de Klerk, voorzitter,

mr. N.O.P. Roché en mr. S.N. Schipper, rechters,

bijgestaan door mr. J.A.. Huisman, griffier,

en is in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2007.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature