Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

misbruik bevoegdheid 3.13 BW vruchtgebruik

Uitspraak



Burgerlijke zaken over 2016 Vonnisno.:

Registratienummer: AR 79/2013 GHIS 71362– H 411/14

Uitspraak: 8 april 2016

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE

van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en

van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

V O N N I S

in de zaak van:

de vennootschap naar het recht van Trinidad en Tobago

G.V. HOLDINGS LIMITED,

gevestigd in Trinidad en Tobago,

voorheen eiseres, thans appellante,

gemachtigde: mr. J.G. Bloem,

tegen

[voorheen gedaagde, thans geïntimeerde],

wonende in Sint Maarten,

voorheen gedaagde, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. B.Ph.C. de Jong.

Partijen worden hierna GV Holdings en [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] genoemd.

1 Het verdere verloop van de procedure

1.1.

Voor het verloop van de procedure tot 17 april 2015 wordt verwezen naar het tussenvonnis van die datum (hierna: het tussenvonnis). Het procesverloop nadien blijkt uit:

- het proces-verbaal van descente van 6 november 2015, met bijlagen,

- de op 26 januari 2016 op voorhand toegezonden producties van GV Holdings,

- de aktes na descente van partijen, beide ingediend op 29 januari 2016.

1.2.

Vervolgens is vonnis gevraagd en bepaald op heden.

2 De verdere beoordeling

2.1.

Het gaat in deze zaak allereerst om de vraag of [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] zich heeft gehouden aan het beding in de notariële akte van vruchtgebruik van 7 juli 2009, waarin is bepaald dat ‘the beneficiary [[voorheen gedaagde, thans geïntimeerde]] is not allowed to extent or build on the premises without prior consent from the bare owner [GV Holdings], whereby the bare owner declares that in principal the existing building may not be modified or extended’ (hierna: het beding).

2.2.

Het Hof stelt, mede aan de hand van zijn eigen waarnemingen tijdens de descente, het volgende vast. Het oorspronkelijke woonhuis is van steen gemaakt. In 1980 is daar een houten gedeelte op een fundering van steen/beton aan vast gebouwd. Een deel van het houten gebouw is in 1995 verloren gegaan door een orkaan. Ten tijde van de vestiging van het vruchtgebruik was dit verwoeste gedeelte nog niet herbouwd. In 2012 heeft de (volwassen) zoon van [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde], B. [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde], dit deel van het huis (hierna: de aanbouw) opnieuw opgebouwd. De oppervlakte van de aanbouw is ongeveer 12 m2. Sindsdien woont hij zelf in de aanbouw, zijn moeder en zus bewonen de rest van het huis.

2.3.

Een redelijke uitleg van het beding brengt mee dat de daarin bedoelde wijzigingen aan het gebouw ten opzichte van de feitelijke situatie op 7 juli 2009 niet zijn toegestaan zonder toestemming van GV Holdings. Die feitelijke situatie is immers bepalend geweest voor GV Holdings om in te stemmen met de vestiging van het vruchtgebruik. Gesteld noch gebleken is dat van de kant van [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] ten tijde van de vestiging van het vruchtgebruik is gewezen op het feit dat de woning voorheen een grotere oppervlakte had en dat zij het voornemen had de aanbouw te herstellen. Evenmin gesteld of gebleken is dat GV Holdings om een andere reden met die mogelijkheid rekening had moeten houden bij de vestiging van het recht van vruchtgebruik.

2.4.

Hieruit volgt dat het feit dat de aanbouw in de periode 1980 tot 1995 deel uitmaakte van het woonhuis van [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde], geen gewicht in de schaal legt bij de beantwoording van de vraag of [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] heeft gehandeld in strijd met het verbod om op het perceel te bouwen (build/modify) of uit te breiden (extend). Anders dan [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] heeft gesteld is dus ook niet relevant dat voor het herbouwen van de aanbouw geen nieuwe bouwvergunning was vereist.

2.5.

Verder moet in aanmerking worden genomen dat GV Holdings aanvankelijk beoogde het onbezwaarde eigendom van het hele perceel te kopen en te bebouwen, maar uiteindelijk heeft ingestemd met de vestiging van het vruchtgebruik omdat dit noodzakelijk bleek om de grond in eigendom te verkrijgen. De rest van het terrein is door GV Holdings ontwikkeld, de woning van [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] staat tussen de daarop gebouwde loods(en) en de weg. In het licht van de ontstaansgeschiedenis en het gebruik dat GV Holdings van het terrein maakt, ligt het voor de hand dat zij aan het vruchtgebruik scherpe grenzen heeft willen stellen. Dit vindt niet alleen zijn weerslag in het hiervoor vermelde verbod maar ook in het in de akte van vestiging opgenomen beding dat GV Holdings het recht heeft om op een afstand van één meter afstand van het woonhuis van [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] een hek te plaatsen.

2.6.

Tegen deze achtergrond moet worden geoordeeld dat zowel naar de tekst van het beding (het is verboden te bouwen, uit te breiden of wijzigingen aan te brengen) als naar de strekking daarvan (scherpe begrenzing: alleen de bestaande bebouwing is toegestaan) de plaatsing van de aanbouw van ongeveer 12 m2 zonder toestemming van GV Holdings niet was toegestaan. [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] heeft dan ook gehandeld in strijd met de hiervoor bedoelde voorwaarde.

2.7. [

voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] heeft aangevoerd dat de vordering van GV Holdings die strekt tot afbraak van de aanbouw toch moet worden afgewezen, omdat het nadeel van [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] bij afbraak op zichzelf en in verhouding tot het belang van GV Holdings zo groot is dat GV Holdings op haar bevoegdheid tot afbraak in redelijkheid geen beroep kan doen.

2.8.

Op grond van artikel 3:13 van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan degene aan wie een bevoegdheid toekomt deze niet inroepen voor zover hij haar misbruikt en kan daarvan sprake zijn door die bevoegdheid uit te oefenen met geen ander doel dan een ander te schaden of met een ander doel dan waarvoor zij is verleend of in geval men, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang bij de uitoefening en het belang dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot die uitoefening had kunnen komen.

2.9.

In de te verrichten belangenafweging spelen de volgende feiten en omstandigheden een rol.

2.10. [

voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] moet ten tijde van de bouw van de aanbouw op de hoogte zijn geweest van de inhoud van de vestigingsakte en het daarin opgenomen verbod. Zoals uit het voorgaande volgt, is er redelijkerwijs geen twijfel over mogelijk dat het herstellen van de aanbouw onder dit verbod viel. Dit betekent dat [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] minst genomen bewust het risico heeft geaccepteerd dat zij tegen het verbod in de vestigingsakte in zonder toestemming van GV Holdings de aanbouw heeft herplaatst. Dit weegt in haar nadeel.

2.11.

Het belang bij behoud van de aanbouw voor [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] is klaarblijkelijk dat dit haar woning vergroot zodat zij daar meer genot van heeft. Dit wordt weer enigszins gerelativeerd doordat zij niet zelf dit genot heeft maar haar zoon.

2.12.

GV Holdings heeft aangevoerd dat zij belang heeft bij verwijdering van de aanbouw omdat deze de vrije doortocht naar de laad- en losplaats in de achter het huis van [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] gelegen loods belemmert, die er voorheen wel was. [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] heeft niet bestreden dat de aanbouw deze vrije doorgang belemmert maar heeft wel gesteld dat de fundering van het verwoeste deel van de woning die aanrijroute ook al onbegaanbaar maakte.

2.13.

Het Hof is van oordeel dat uit foto’s 8 en 10 bij het proces-verbaal van de descente genoegzaam blijkt dat er voor de verbouwing al een fundering lag. Dit ligt, gelet op het als vaststaand aangenomen feit dat op deze plek tot 1995 een aanbouw stond, ook voor de hand. Tijdens de werkzaamheden in 2012 is de oorspronkelijke fundering verwijderd (foto’s 6a en 6b bij het inleidend verzoekschrift) en de nieuwe opgebouwd (foto’s 2 en 3 bij het proces-verbaal). Naar het oordeel van het Hof kan in het midden blijven of de oorspronkelijke fundering zo hoog was dat een vrachtwagen daar niet overheen kon rijden. Het lijdt immers geen twijfel dat GV Holdings belang heeft bij de aanrijroute naar de laad- en losplaats en dat de kans op realisering daarvan als gevolg van de aanbouw is verkleind. Dit geldt ook als GV Holdings in het verleden van die mogelijkheid geen gebruik heeft gemaakt, zoals [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] heeft gesteld.

2.14.

GV Holdings heeft er ook nog op gewezen dat zij als gevolg van de aanbouw niet meer in staat is tot uitoefening van haar recht om rond het woonhuis (in de staat van 7 juli 2009) op een afstand van één meter een hek te plaatsen. Hiertegen is van de kant van [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] geen stelling genomen.

2.15.

Tot slot is van belang dat niet is gesteld of gebleken dat de inbreuk op het recht van GV Holdings op nakoming van de voorwaarden van het vruchtgebruik op een passende maar voor [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] minder belastende wijze kan worden gecompenseerd.

2.16.

Deze omstandigheden in onderling verband gezien en tegen elkaar afgewogen, kan niet worden gezegd dat is gebleken van zodanige onevenredigheid tussen het belang van GV Holdings bij uitoefening van haar bevoegdheid en het belang van [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] dat daardoor wordt geschaad dat GV Holdings naar redelijkheid niet tot die uitoefening kan komen.

2.17.

Dit betekent dat de vordering van GV Holdings tot afbraak van de aanbouw zal worden toegewezen. Het Hof begrijpt de vordering aldus dat [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] direct tot afbraak van de aanbouw moet overgaan. De zoon moet enige tijd worden gegund voor het vinden van een nieuwe woonruimte, zodat de termijn waarbinnen de afbraak moet zijn uitgevoerd zal worden gesteld op drie maanden na de datum van dit vonnis. Het Hof leest het petitum verder aldus dat de dwangsom is gevorderd voor het geval de afbraak wordt toegewezen. De dwangsom zal worden toegewezen tot een bedrag van US $ 100,- per dag dat [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] niet aan de veroordeling voldoet met een maximum van US $ 50.000,-.

2.18.

Het is onvoldoende aannemelijk dat het handelen van [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] mogelijk heeft geleid tot schade bij GV Holdings. De vordering tot verwijzing naar de schadestaatprocedure zal dus worden afgewezen.

2.19. [

voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van GV Holdings in eerste aanleg en in hoger beroep. De kosten in eerste aanleg worden begroot op NAf 1.800,- aan salaris gemachtigde, NAf 450,- aan griffierecht en NAf 249,50 aan verschotten, derhalve totaal NAf 2.499,50. De kosten in hoger beroep worden begroot op NAf 5.100,- aan salaris gemachtigde, NAf 900,- aan griffierecht en NAf 321,50 aan verschotten, totaal NAf 6.321,50.

3 De beslissing

Het Hof:

- vernietigt het vonnis waarvan beroep,

- veroordeelt [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] de aanbouw af te breken binnen drie maanden na de dag waarop dit vonnis is gewezen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van US $ 100,- per dag dat zij hier niet aan voldoet met een maximum van US $ 50.000,-,

- veroordeelt [voorheen gedaagde, thans geïntimeerde] in de proceskosten van GV Holdings, begroot op NAf 8.821,-,

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mrs. H.J. Fehmers, E.J. van der Poel en D. Radder, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en ter openbare terechtzitting van het Hof in Curaçao in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken op 8 april 2016.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature