Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Radarontvangstapparaat. Art. 3 jo. art. 2.1 Besluit voertuigen. ’s Hofs verwerping van het verweer van verdachte dat niet sprake is van een radarontvangstapparaat i.d.z.v. art. 2.1 Besluit voertuigen omdat het apparaat feitelijk niet functioneerde vanwege het ontbreken van de benodigde software is toereikend gemotiveerd. Voor het bewijs van geschiktheid a.b.i. art. 3 Besluit voertuigen behoeft namelijk niet vast te staan dat het apparaat t.t.v. het constateren van de overtreding functioneerde (vgl. ECLI:NL:HR:2006:AX6420). Maar het oordeel van het Hof dat het - als uitdrukkelijk onderbouwd standpunt aan te merken - verweer van verdachte dat vanwege het ontbreken van de vereiste hardware niet sprake is van een voor radardetectie geschikt apparaat moest worden verworpen, had nader behoren te worden gemotiveerd.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



15 december 2015

Strafkamer

nr. S 14/04791

EC/MD

Hoge Raad der Nederlanden

Arrest

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 september 2014, nummer 23/005482-13, in de strafzaak tegen:

[verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962.

1 Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. N. van der Laan, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot zodanige op art. 440 Sv gebaseerde beslissing als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.

De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2. Beoordeling van het eerste middel

2.1.

Het middel klaagt dat de bewezenverklaring, voor zover inhoudende "dat [het in de auto aanwezige radarontvangst-apparaat] geschikt was om de aanwezigheid aan te tonen van een apparaat dat tot doel had om een overschrijding van de maximumsnelheid vast te stellen", ontoereikend is gemotiveerd.

2.2.1.

Overeenkomstig de tenlastelegging is ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat:

"hij op 26 februari 2011 te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, als bestuurder van een motorrijtuig daarmee heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Schiphol Boulevard, terwijl in dat motorrijtuig een radarontvangst apparaat aanwezig was dat geschikt was om de aanwezigheid aan te tonen van een apparaat dat tot doel had om een overschrijding van de maximumsnelheid vast te stellen."

2.2.2.

De bewezenverklaring steunt op de volgende bewijsmiddelen:

"1. De verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting in hoger beroep van 11 september 2014. Deze verklaring houdt in, voor zover hier van belang en zakelijk weergegeven:

Ik was op 26 februari 2011 op Schiphol. Ik reed in mijn Mercedes Benz. Ik heb in mijn auto een radarontvangst-apparaat laten installeren.

2. Een proces-verbaal met nummer PL27RP/11-0115114 van 11 maart 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] .

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven als verklaring van verbalisant voornoemd:

Op 26 februari 2011 bevond ik mij, [verbalisant] , op Schiphol Boulevard te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer. Ik zag een Mercedes-Benz rijden. Ik keek in de richting van de voorkant van het voertuig. Ik zag dat in de grille van dit voertuig een aantal armaturen van LED verlichting waren ingebouwd. Hierop heb ik de bestuurder een stopteken gegeven.

Ik vroeg de bestuurder naar de LED-lampjes. Hij deed ze aan. Ik zag dat het vier lichtarmaturen waren, elk voorzien van 3 LED's, die blauw van kleur waren toen ze aanstonden. Ik keek in de auto en zag in de middenconsole een display van een Stinger DSI. Ik weet dat deze Stinger DSI onder andere de functie van radardetector heeft.

Ik heb nader onderzoek ingesteld naar het voertuig.

Ik zag ter hoogte van de voorbumper van de auto aan elke kant een vierkant blokje zitten. Deze vorm is mij bekend als laserjammer. Ik zag op de onderkant van deze blokjes een geel driehoekje met daarop de afbeelding van een laserstraal.

Achter de bumper, achter het gaas van de grille, zag ik een vierkant kastje met een snoer eraan. Dit kastje is mij bekend als een Spectrum Analyzer, een antenne-eenheid die aangesloten is op een Stinger DSI, die gebruikt wordt om radarsignalen te ontvangen. Ik zag dat naast deze Spectrum Analyzer nog twee kastjes waren geplaatst onder de motorkap. Deze twee kastjes behoren eveneens tot de Stinger DSI.

Ik heb de Spectrum Analyzer inbeslaggenomen.

Ik heb de bestuurder uitgelegd dat de aanwezigheid van zowel het display van de Stinger DSI en de Spectrum Analyzer niet is toegestaan omdat de Spectrum radarsignalen oppikt.

3. Een proces-verbaal met nummer 26.02.2011.0850.005507 van 25 mei 2011, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaar [verbalisant] .

Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven:

Ik, [verbalisant] , constateerde dat op 26 februari 2011 [verdachte] als bestuurder van een voertuig reed terwijl in of aan het motorvoertuig een radarontvangst apparaat aanwezig is dat geschikt was om de aanwezigheid aan te tonen van een apparaat dat tot doel heeft om een overschrijding van de maximumsnelheid vast te stellen."

2.2.3.

Het Hof heeft voorts het volgende overwogen:

"Uit het proces-verbaal van verbalisant [verbalisant] is komen vast te staan dat in of aan het motorvoertuig van de verdachte een zogenaamd radarontvangst apparaat was gebouwd, als bedoeld in artikel 3 Besluit voertuigen . Verdachte heeft dit ter zitting in hoger beroep ook bekend.

De stelling van de verdachte dat van een zodanig apparaat geen sprake was omdat de software er niet op was geïnstalleerd zodat het apparaat feitelijk niet functioneerde vindt geen grondslag in het recht. Immers voor het bewijs van geschiktheid als bedoeld in artikel 3 van het Besluit behoeft niet vast te staan dat het apparaat ten tijde van het constateren van de overtreding functioneerde. Beslissend in dit verband is de technische bestemming van het apparaat in die zin dat het apparaat kennelijk is ontworpen en tot doel heeft de aanwezigheid te signaleren van in gebruik zijnde radarapparatuur waarmee snelheden worden vastgesteld.

Het verweer wordt mitsdien verworpen."

2.2.4.

Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt het volgende in:

"De verdachte zegt dat hij ten onrechte is veroordeeld aangezien in zijn auto geen radarontvangst apparaat aanwezig was. Hij legt ter onderbouwing over een fax die hij op 5 september jl aan de voorzitter van het gerechtshof heeft verstuurd.

De raadsheer deelt de korte inhoud mede van dit faxbericht dat vervolgens bij de stukken wordt gevoegd.

(...)

De verdachte door de raadsheer met inachtneming van het bepaalde in de desbetreffende artikelen van het Wetboek van Strafvordering ondervraagd, verklaart, zakelijk weergegeven:

(...) Ik was op 26 februari 2011 op Schiphol. Ik reed in mijn Mercedes Benz. Ik heb in mijn auto een radarontvangst-apparaat laten installeren.

(...) We kwamen net terug van vakantie en wilden naar huis. Ik kreeg een stopteken en ben gestopt. De verbalisant vroeg mij naar de LED lampjes die te zien waren in de grille van mijn auto aan de voorkant. Daarna zag hij de ingebouwde radarontvangstapparatuur. Deze werkte op dat moment echter niet omdat de daarvoor benodigde software niet was geïnstalleerd. Ik heb dit de verbalisant ook gezegd en hem uitgenodigd dit te controleren, hetgeen hij heeft geweigerd.

Ik verzoek u om schorsing van het onderzoek ter zitting teneinde alsnog nader onderzoek te laten verrichten naar de afwezigheid van software in mijn radarontvangst-apparaat. Hiermee wil ik aantonen dat het apparaat geen software bevat of ook nooit heeft bevat, zodat het niet kan gelden als radarontvangst-apparaat in de zin van de wet.

(...)

Na beraad deelt de raadsheer mede dat het verzoek tot nader onderzoek wordt afgewezen nu de noodzaak daartoe ontbreekt. Deze ontbreekt omdat in het kader van een beslissing tot bewezenverklaring niet behoeft te worden vastgesteld of het bedoelde apparaat ten tijde van het constateren van de overtreding functioneerde in verband met aanwezigheid van software.

(...)

De verdachte bepleit dat hij wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde feit op de grond dat dit niet wettig en overtuigend kan worden bewezen nu niet is vast komen te staan dat de geïnstalleerde apparatuur voorzien was van software. De verdachte stelt dat het een leeg kastje was. Nu het apparaat ten tijde van de constatering van de overtreding niet werkte, is hij van mening dat geen sprake was van radardetectieapparatuur als bedoeld in artikel 3 Besluit voertuigen . "

2.2.5.

Het hiervoor onder 2.2.4 genoemde faxbericht dat bij de stukken is gevoegd heeft onder meer de volgende inhoud:

"Het feit dat bijzonder meespeelt is dat nooit het in beslag genomen onderdeel van de vermeende radarapparatuur is onderzocht ondanks mijn uitdrukkelijke uitnodiging bij staande-houding. Wettig en overtuigend zal bij onderzoek van het in beslag genomen onderdeel bewezen zijn dat, wegens het ontbreken van hardware in deze ontvanger, nooit radarsignalen opgevangen of verzonden kunnen worden!

Ik verzoek u vriendelijk doch dringend de advocaat-generaal op te dragen dit onderzoek te doen waarna afdoende bewezen zal zijn dat ik nimmer in het bezit ben geweest van radardetectieapparatuur, en derhalve van vervolging ontslagen dien te worden."

2.3.

De tenlastelegging is toegesneden op art. 3 in verbinding met art. 2, eerste lid, van het Besluit voertuigen (voorheen art. 5.1.6 van het Voertuigreglement).

Art. 3 van het Besluit luidt:

"Het is de bestuurder van een motorrijtuig verboden met dat motorrijtuig te rijden en de eigenaar of houder van een motorrijtuig verboden met dat motorrijtuig te laten rijden, indien in of aan het motorrijtuig een radarontvangstapparaat aanwezig is als bedoeld in artikel 2, eerste lid. "

Art. 2, eerste lid, van het Besluit luidt:

"Het is verboden om radarontvangstapparaten die geschikt zijn om de aanwezigheid aan te tonen van een apparaat dat tot doel heeft om een overschrijding van de maximumsnelheid vast te stellen, in te voeren, te koop aan te bieden, in voorraad te hebben of af te leveren."

2.4.

Ten laste van de verdachte is de aanwezigheid in zijn auto van "een radarontvangstapparaat" bewezenverklaard.

Uit de vaststellingen van het Hof blijkt dat in zijn auto een zogenoemde Spectrum Analyzer aanwezig was die als antenne-eenheid was aangesloten op een zogenoemde Stinger DSI en dat een Spectrum Analyzer radarsignalen kan opvangen. Het Hof heeft de tenlastelegging kennelijk aldus verstaan dat met het tenlastegelegde "radarontvangstapparaat" de combinatie van de beide apparaten is bedoeld. Die uitleg is met de bewoordingen van de tenlastelegging niet onverenigbaar en moet in cassatie worden geëerbiedigd.

2.5.

Hetgeen ter terechtzitting in hoger beroep door de verdachte die niet van rechtsbijstand was voorzien, is aangevoerd - in het bijzonder dat "in zijn auto geen radarontvangstapparaat aanwezig was" - is niet van louter feitelijke aard maar stelt daarnaast de rechtsvraag aan de orde of de aangetroffen apparatuur op zichzelf beschouwd kan worden aangemerkt als een radarontvangstapparaat als bedoeld in art. 2, eerste lid, van voormeld Besluit omdat het tot radardetectie "geschikt" is. Daarmee is een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt in de zin van art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv ingenomen. Bij niet aanvaarding daarvan dienen in het bijzonder de redenen die daartoe hebben geleid in het arrest te worden opgenomen.

2.6.1.

Het verweer van de verdachte dat niet van een radarontvangstapparaat in de hier bedoelde zin sprake was omdat het apparaat feitelijk niet functioneerde vanwege het ontbreken van de benodigde software, heeft het Hof toereikend gemotiveerd verworpen. De verwerping van dat verweer op de grond dat voor het bewijs van geschiktheid als bedoeld in art. 3 Besluit voertuigen niet behoeft vast te staan dat het apparaat ten tijde van het constateren van de overtreding functioneerde, is juist (vgl. HR 29 augustus 2006, ECLI:NL:HR:2006:LJN AX6420, NJ 2006/486).

2.6.2.

Met betrekking tot het verweer van de verdachte dat erop neerkomt dat vanwege het ontbreken van de vereiste hardware niet sprake is van een - kort gezegd - voor radardetectie geschikt apparaat, had het Hof nader behoren te motiveren waarom het van oordeel was dat dat verweer moest worden verworpen. De bewezenverklaring is dus niet naar de eis van de wet met redenen omkleed.

2.7.

Het middel slaagt.

3 Slotsom

Nu de Hoge Raad geen grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

vernietigt de bestreden uitspraak;

wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.

Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2015.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature