Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Wegenbouwer overtreedt Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming door gebruik te maken van asfaltgranulaat zonder voorafgaande keuring.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



Parketnummer: 20-004274-04

Uitspraak : 23 december 2005

TEGENSPRAAK

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

economische kamer

Arrest

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de economische politierechter in de rechtbank 's-Hertogenbosch van 25 mei 2004 in de strafzaak met parketnummer 01-075094-04 tegen:

[verdachte]V.O.F.,

gevestigd te [woonplaats 1], [adres 1],

postadres [woonplaats 2], [adres 2].

Hoger beroep

De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

A1

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

A2

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, zoals gedaan bij gelegenheid van het onderzoek ter terechtzitting d.d. 13 december 2005, welke vordering strekt tot bevestiging van het beroepen vonnis.

A3

Voorts heeft het hof kennisgenomen van hetgeen zijdens verdachte naar voren is gebracht, in het bijzonder ook van hetgeen door de vertegenwoordiger, de heer A. van Bokhoven, bij die gelegenheid naar voren is gebracht, alsmede van het pleidooi van de raadsman, mr. Jonkers, die gepleit heeft overeenkomstig de inhoud van de door hem overgelegde pleitnotities.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat in hoger beroep de tenlastelegging - en aldus de grondslag van het onderzoek - is gewijzigd.

Tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep - ten laste gelegd dat:

zij op of omstreeks 22 januari 2004, in elk geval in of omstreeks de maand(en) januari (en/of februari) 2004, te Rosmalen, in de gemeente 's-Hertogenbosch, op een deel van het traject van de toekomstige autosnelweg A59, (kadastraal bekend onder Rosmalen , sectie E, nr. 4161)

al dan niet opzettelijk in of op de bodem een bouwstof, te weten ongeveer 2760 ton, in elk geval een hoeveelheid, asfaltgranulaat heeft gebruikt terwijl daarbij niet werd voldaan aan de in paragraaf 3 van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming, met betrekking tot het gebruiken van die bouwstof gestelde regel, dat die bouwstof (niet zijnde grond) op of in de bodem slechts gebruikt mocht worden, nadat voor de in bijlage 2 bij genoemd besluit vermelde organische stoffen, de samenstelling van die bouwstof, door een door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Verkeer en Waterstaat aangewezen instantie, was bepaald.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op of omstreeks 22 januari 2004 te Rosmalen, in de gemeente 's-Hertogenbosch, op een deel van het traject van de toekomstige autosnelweg A59, (kadastraal bekend onder Rosmalen, sectie E, nr. 4161) opzettelijk op de bodem een bouwstof, te weten ongeveer 2760 ton asfaltgranulaat heeft gebruikt terwijl daarbij niet werd voldaan aan de in paragraaf 3 van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming, met betrekking tot het gebruiken van die bouwstof gestelde regel, dat die bouwstof (niet zijnde grond) op of in de bodem slechts gebruikt mocht worden, nadat voor de in bijlage 2 bij genoemd besluit vermelde organische stoffen, de samenstelling van die bouwstof, door een door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Verkeer en Waterstaat aangewezen instantie, was bepaald.

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard, zodat deze daarvan wordt vrijgesproken.

Door het hof gebruikte bewijsmiddelen

Indien tegen dit verkort arrest beroep in cassatie wordt ingesteld, worden de door het hof gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort arrest. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort arrest gehecht.

Bijzondere overwegingen omtrent het bewijs

B.

De beslissing dat het bewezen verklaarde door de verdachte is begaan berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

C.1.

Ter gelegenheid van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsman van de verdachte, op de gronden als nader in de onder A3 bedoelde pleitnotities verwoord, betoogd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen haar is ten laste gelegd. Kort samengevat komen deze gronden op het volgende neer.

C.2.

In de onderhavige zaak is er geen sprake van "gebruik" of "gebruiken" van een bouwstof als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub c, van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming (hierna: het Bouwstoffenbesluit). Ter onderbouwing van dit verweer is aangevoerd dat het asfaltgranulaat slechts in depot in het wegvak is gebracht.

C.3.

Er is in casu geen bouwstof "op of in de bodem" als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het Bouwstoffenbesluit gebracht.

C.4.

Aan de zijde van verdachte is er geen sprake van opzet.

D.

Het hof overweegt ten dien aanzien als volgt.

D.1.1

Artikel 1 van het Bouwstoffenbesluit luidt - voorzover van belang - als volgt:

1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

a. werk: grondwerk, wegenbouwkundig werk, waterbouwkundig werk of bouwwerk;

b. bouwstof: materiaal in de hoedanigheid waarin het is bestemd in een werk te worden gebruikt en waarin de totaalgehalten aan silicium, calcium of aluminium tezamen meer dan 10% (m/m) van dat materiaal bedragen;

c. gebruik of gebruiken van bouwstoffen: in een werk aanbrengen of houden van bouwstoffen.

D.1.2

Bij de artikelsgewijze toelichting in de Nota van Toelichting valt bij de toelichting bij artikel 1, eerste lid, onderdeel c van het Bouwstoffenbesluit omtrent de definitie van "gebruik" of "gebruiken" te lezen:

De in het besluit gehanteerde term "gebruik" of "gebruiken" omvat beide fasen van het toepassen van een bouwstof, dat wil zeggen zowel het aanbrengen van een bouwstof als het vervolgens houden van de eenmaal aangebrachte bouwstof. In een enkel geval wordt in het besluit alleen gesproken over "het aanbrengen van een bouwstof" of "het houden van een bouwstof"; dan wordt uitsluitend onderscheidenlijk de eerste fase van het gebruik(en) - die van het aanbrengen - of de tweede fase - die van het houden - bedoeld.

D.2.

Uit het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep is - onder meer - gebleken dat:

- verdachte belast is met de aanleg/ombouw van de N 59 tot autosnelweg A 59 tussen

's-Hertogenbosch en Geffen;

- onderdeel van het werk is het openbreken van de oude asfaltlaag, het verwerken hiervan tot asfaltgranulaat en het indien mogelijk hergebruiken van dit asfaltgranulaat in of op het nieuw aan te leggen wegtraject;

- verdachte eerder uit twee "oude" wegsegmenten het asfalt heeft opengebroken en verwerkt tot asfaltgranulaat;

- het asfaltgranulaat uit deze twee wegsegmenten op een berg naast het werk in depot heeft gestort en na (goed)keuring door een aangewezen instantie in het wegvak is gereden;

- verdachte in casu uit een ander "oud" wegsegment het asfalt heeft opengebroken, verwerkt tot asfaltgranulaat en deze hoeveelheid van 2760 ton asfaltgranulaat rechtstreeks in het in de tenlastelegging genoemde wegvak heeft gereden;

- verdachte deze hoeveelheid van 2760 ton asfaltgranulaat op het nieuw aan te leggen wegtracé op een ingeklonken zandlaag heeft gebracht;

- op 22 januari 2004 een toezichtambtenaar van de gemeente 's-Hertogenbosch aanwezig was op het werk in aanleg;

- deze ambtenaar heeft geconstateerd dat in wegvak 140.520-140.800 een hoeveelheid van 2760 ton asfaltgranulaat was aangebracht en verdicht, dat er met een wals overheen was gereden en dat er in een kort tijdsbestek (een twintigtal) vrachtwagens over dit wegvak reden;

- nadien het bureau [bedrijf] de samenstelling heeft bepaald van deze partij asfaltgranulaat eerder op het wegvak was aangebracht op de wijze als hiervoor vermeld.

Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep verklaard dat het verdachtes intentie was om het asfaltgranulaat van het in het geding zijnde segment, voor dat nieuw aan te leggen wegvak te gebruiken.

D.3.

Het hof stelt op grond van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep vast dat de aanleg van de A 59 een grondwerk en een wegenbouwkundig werk is, en derhalve een werk in de zin van het Bouwstoffenbesluit.

Voorts stelt het hof vast dat asfaltgranulaat een bouwstof is als bedoeld in artikel 1, aanhef en onder b, van het Bouwstoffenbesluit. Het hof verwijst in dit verband naar de Nota van Toelichting (pagina 31) bij het besluit waar wordt gesproken over totaalgehalten aan silicium, calcium of aluminium van tezamen meer dan 10%. De Nota van Toelichting stelt dat in zijn algemeenheid de onder de het besluit vallende bouwstoffen voor meer dan 80 % uit (verbindingen van) genoemde elementen zullen bestaan. Nu noch is gesteld, noch is gebleken dat het gehalte in het afvalgranulaat minder dan de in het besluit genoemde 10% is, is het hof van oordeel dat het hier een bouwstof betreft als bedoeld in het besluit.

D.4.

Gelet op het omschrevene in de Nota van Toelichting (zoals weergegeven onder D.1.2) kan het aanbrengen van een bouwstof niet anders dan als de eerste fase van het gebruik(en) worden bestempeld. Naar 's hofs oordeel is derhalve reeds sprake van "gebruik" of "gebruiken" als bedoeld in het Bouwstoffenbesluit, indien de bouwstof wordt aangebracht.

Het hof leidt uit de onder D.2. genoemde omstandigheden van het geval af dat verdachte de bouwstof in het werk heeft aangebracht.

Het verweer van verdachte, inhoudende dat de bouwstof niet permanent in of op de bodem is aangebracht, doch slechts in depot is gehouden doet aan dit oordeel niet af, nu reeds het aanbrengen van een bouwstof (nog) voor het eventueel zijn definitieve toepassing in of op de bodem krijgt, "gebruik(en)" is in de zin van het Bouwstoffenbesluit.

D.5.

Verdachte heeft zich voorts ter terechtzitting in hoger beroep op het standpunt gesteld dat het verdachtes intentie was om het asfaltgranulaat ten behoeve van het nieuw aan te leggen wegvak te storten, doch dat verdachte de bouwstof eerst in depot in datzelfde wegvak heeft aangebracht om het eerst ná de benodigde keuring te gebruiken, zodat van "houden" niet kan worden gesproken.

Gelet op hetgeen het hof hiervoor ten aanzien van het gebruik heeft overwogen in relatie tot het "aanbrengen" van asfaltgranulaat, behoeft dit verweer geen nadere bespreking.

Op grond van het vorenstaande is het hof van oordeel dat er sprake is van "gebruik(en)" in de zin van artikel 1 van het Bouwstoffenbesluit.

D.6.

Het onder C.2. genoemde verweer van de verdediging wordt mitsdien verworpen.

E.1.1

Artikel 9 van het Bouwstoffenbesluit luidt - voorzover van belang - als volgt:

1. Een bouwstof wordt op of in de bodem slechts gebruikt, indien voor de in bijlage 2 vermelde organische stoffen en, in geval het grond betreft, tevens voor de in die bijlage vermelde anorganische stoffen de samenstelling van die bouwstof door een door Onze Ministers aangewezen instantie is bepaald.

E.1.2

De Nota van Toelichting bij het Bouwstoffenbesluit (pagina 31) stelt omtrent het begrip grondwerk het navolgende:

Onder een grondwerk wordt in het algemeen een aanvulling of een ophoging van de bodem verstaan.

E.2.

Het hof heeft voor de uitleg van het begrip "in of op de bodem" aansluiting gezocht bij de werkingssfeer van het bouwstoffenbesluit, zoals vermeld in hoofdstuk 2 in de Nota van Toelichting.

E.3.

Ten aanzien van het "in of op de bodem" gebruiken van een bouwstof constateert het hof op grond van de in D.2. genoemde omstandigheden dat verdachte op het nieuw aan te leggen wegtracé op een ingeklonken zandlaag asfaltgranulaat heeft aangebracht. Het hof is van oordeel dat niet alleen de natuurlijke bodemlaag, maar ook "de zandlaag in een grondwerk" onder het begrip bodem valt.

Deze ingeklonken zandlaag moet derhalve naar 's hofs oordeel worden beschouwd als de bodem waarop de bouwstof wordt gebruikt.

E.4.

Het onder C.3. genoemde verweer van de verdediging wordt mitsdien verworpen.

F.1.

Uit de onder D.2. genoemde omstandigheden alsmede uit de door het hof gebezigde bewijsmiddelen is komen vast te staan dat verdachte op de bodem 2760 ton asfaltgranulaat heeft gebruikt, terwijl daarbij niet werd voldaan aan de in paragraaf 3 van het Bouwstoffenbesluit met betrekking tot het gebruiken van die bouwstof gestelde regel, dat die bouwstof (niet zijnde grond) op of in de bodem slechts gebruikt mocht worden, nadat voor de in bijlage 2 bij genoemd besluit vermelde organische stoffen, de samenstelling van die bouwstof, door een door Onze Ministers van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en van Verkeer en Waterstaat aangewezen instantie, was bepaald.

F.2.

Verdachte heeft bij dit handelen - in tegenstelling tot de werkwijze bij twee soortgelijke wegsegmenten als bedoeld onder D.2. niet eerste de samenstelling van het asfaltgranulaat laten bepalen door een aangewezen instantie alvorens het te gebruiken, doch heeft het asfaltgranulaat rechtstreeks in het wegvak aangebracht op een wijze als genoemd onder D.2. en derhalve op de bodem gebruikt.

F.3.

Door aldus te handelen heeft verdachte opzettelijk een bouwstof op de bodem gebruikt zonder te voldoen aan de voorschriften gesteld bij of krachtens het Bouwstoffenbesluit.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

G

Het bewezen verklaarde onder 2 voorzien bij artikel 8 van de Wet bodembescherming , juncto de artikelen 1a, aanhef en onder 1 (oud) en 2, eerste lid, van de Wet op de economische delicten en strafbaar gesteld bij artikel 6, eerste lid (oud), van de wet op de economische delicten ,

zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezenverklaarde.

G1

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

G2

Het wordt gekwalificeerd zoals hierna in de beslissing wordt vermeld.

Strafbaarheid van de verdachte

H

Op de gronden als vervat in de onder A3 bedoelde pleitnotities, heeft de raadsman voorts - en subsidiair - bepleit dat verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

H1

De raadsman heeft daartoe, naar het hof begrijpt, gesteld dat verdachte verontschuldigbaar heeft gedwaald ten aanzien van het recht, meer in het bijzonder dat er bij verdachte sprake is van afwezigheid van alle schuld.

H2

Hij heeft zich daartoe op het standpunt gesteld dat, naar het hof begrijpt, er sprake is van een gerechtvaardigde vertrouwen aan de zijde van verdachte, opgewekt door het bevoegd gezag - voornamelijk door het stilzwijgen van het handhavingsteam dat was belast met onder meer de controle op de naleving van het Bouwstoffenbesluit bij de aanleg van de Betuwelijn waar een zelfde werkwijze werd toegepast - dat het toegestaan was zonder voorafgaande keuring asfaltgranulaat op de bodem van het werk te gebruiken.

H3

Het hof overweegt hieromtrent het volgende.

Verdachte dient als professionele speler op de markt (immers is de vennootschap onder firma speciaal in het leven geroepen door drie bouwondernemingen in de infrastructurele sector teneinde een groot wegenbouwproject te realiseren) op de hoogte te zijn van - danwel zich terdege te vergewissen van - de regels die gelden bij het gebruik van bouwstoffen in het project waaronder het gebruik van asfaltgranulaat.

H4

In geval van twijfel had verdachte er ook voor kunnen kiezen om nadrukkelijke navraag te doen bij de bevoegde instanties, waaronder de gemeente 's-Hertogenbosch, die met het toezicht op het project was belast. Op geen enkele wijze is aannemelijk gemaakt of geworden dat verdachte zulks heeft gedaan.

H5

Onder deze omstandigheden heeft verdachte, door zulks niet te doen, welbewust het risico aanvaard dat hij handelde in strijd met het bepaalde in artikel 8, juncto artikel 9, eerste lid, van het Bouwstoffenbesluit.

Het hof verwerpt het verweer.

H6

Nu er ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten, is de verdachte strafbaar voor het hiervoor bewezen verklaarde.

Op te leggen straf

Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Bij de vaststelling van de hoogte van de geldboete heeft het hof rekening gehouden met de financiële draagkracht van de verdachte, voorzover daarvan ter terechtzitting is gebleken.

Naar het oordeel van het hof kan niet worden volstaan met een straf als door de advocaat-generaal gevorderd omdat daarin onvoldoende tot uitdrukking komt:

- de ernst van het bewezen verklaarde in de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omvang van het bewezen verklaarde, te weten de aanzienlijke hoeveelheid asfaltgranulaat die op de bodem is gebruikt in strijd met de voorschriften;

- de mate waarin verdachte - in potentie - financieel voordeel uit de toegepaste werkwijze kon behalen.

Anderzijds heeft het hof rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte nog niet eerder terzake soortgelijke strafbare feiten is veroordeeld.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De beslissing is gegrond op de artikelen 23, 24 en 51 van het Wetboek van Strafrecht, artikel 8 van de Wet bodembescherming , de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten en de artikelen 4, 8, 9 en bijlage 2 van het Bouwstoffenbesluit bodem- en oppervlaktewaterenbescherming , zoals deze luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en doet opnieuw recht.

Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart dat het bewezenverklaarde oplevert:

Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 8 van de Wet bodembescherming , opzettelijk begaan door een rechtspersoon.

Verklaart verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot een geldboete van EUR 10.000,00 (tienduizend euro).

Aldus gewezen door

mr. De Lange, voorzitter,

mr. Harmsen en mr. Van de Loo, vice-president en raadsheer,

in tegenwoordigheid van mr. Van Ham, griffier,

en op 23 december 2005 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

- 9 - 20-004274-04


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature