Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Afgebroken opleiding, verschuldigd cursusgeld. Beroep op dwaling.

Uitspraak



Arrest d.d. 27 november 2012

Zaaknummer 200.103.751/01

(zaaknummer rechtbank: 455434 \ CV EXPL 10-8702)

HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN

Arrest van de eerste kamer voor burgerlijke zaken in de zaak van:

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

in eerste aanleg: gedaagde in conventie en eiser in reconventie,

hierna te noemen: [appellant],

toevoeging aangevraagd,

advocaat: mr. E.H. Jansen, kantoorhoudende te Groningen,

tegen

Best Alert Security College B.V.,

gevestigd te Best,

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres in conventie en verweerster in reconventie,

hierna te noemen: Best Alert,

advocaat: mr. L.G.M. Delahaije, kantoorhoudende te Eindhoven.

Het geding in eerste instantie

In eerste aanleg is geprocedeerd en beslist zoals weergegeven in de vonnisen uitgesproken op 7 juli 2010, 16 maart 2011, 17 augustus 2011 en 7 december 2011 door de rechtbank Groningen, sector kanton, locatie Groningen (hierna: de kantonrechter).

Het geding in hoger beroep

Bij exploot van 6 maart 2012 is door [appellant] hoger beroep ingesteld van laatstgenoemd vonnis van 7 december 2011 met dagvaarding van Best Alert tegen de zitting van 20 maart 2012.

De conclusie van de memorie van grieven luidt:

"het vonnis van de rechtbank Groningen van 7 december 2011 te vernietigen en in conventie opnieuw rechtdoende BAS in haar vordering alsnog niet ontvankelijk te verklaren, althans de vordering van BAS af te wijzen en in reconventie opnieuw rechtdoende de vordering van [appellant] alsnog toe te wijzen, te weten veroordeling van BAS tot betaling aan [appellant] van een bedrag van € 1.750,- vanwege reeds betaalde studiekosten, alsmede veroordeling van BAS tot betaling van [appellant] van de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de vervaldag tot aan de dag der algehele voldoening, alsmede veroordeling van BAS tot vergoeding van de proceskosten, inclusief het salaris van de gemachtigde, zowel de proceskosten van de procedure in eerste aanleg als de proceskosten van het hoger beroep."

Bij memorie van antwoord is door Best Alert verweer gevoerd met als conclusie:

"het beroepen vonnis zonodig onder aanvulling en/of verbetering van rechtsgronden te bekrachtigen en appellant in zijn beroep niet ontvankelijk te verklaren, althans hem zijn vorderingen te ontzeggen als ongegrond en/of onbewezen met veroordeling van appellant in de kosten van het beroep."

Ten slotte hebben partijen de stukken overgelegd voor het wijzen van arrest.

De grieven

[appellant] heeft vier grieven opgeworpen.

De beoordeling

De vaststaande feiten

1 Tegen de weergave van de vaststaande feiten in rechtsoverweging 1 (1.1 tot en met 1.4) van genoemd vonnis van 7 december 2011 is geen grief ontwikkeld en ook anderszins is niet van bezwaren daartegen gebleken, zodat ook in hoger beroep van die feiten zal worden uitgegaan.

Deze feiten komen (met een aantal aanvullingen van het hof) op het volgende neer:

1.1 Best Alert is een opleidingsinstituut dat opleidingen op het gebied van beveiliging aanbiedt.

1.2 Op 23 augustus 2008 heeft [appellant] een open dag/sollicitatiedag van Best Alert bezocht om zich te laten voorlichten over de opleiding tot beveiliger.

1.3 Best Alert presenteerde zich tijdens de open dag en op haar website als "het nationale opleidingsinstituut voor beveiliging en onderzoek dat een aantal opleidingen aanbiedt die je aan een interessante baan helpen in de beveiliging en op het gebied van persoonsbeveiliging."

1.4 [appellant] heeft op deze open dag de studiegids van Best Alert, waarin haar algemene voorwaarden waren opgenomen, bekeken en een beetje doorgebladerd.

1.5 Daarna heeft [appellant] ter plekke een 52 vragen tellende vragenlijst ("TOELATINGSTEST") ingevuld. Bij vraag 5 "hebt u de studiegids Executive Protection goed gelezen en begrepen?" heeft [appellant] antwoord B "beetje doorgebladerd en bekeken" omcirkeld. Bij vraag 17 "Wilt u uitleg over studie garantie/jobcoachgarantie/succes garantiewaarborg/stagebegeleiding" heeft hij antwoord "Ja" omcirkeld. [appellant] heeft vraag 20 "Wilt u zich vandaag inschrijven voor deze opleiding" eveneens met "Ja" beantwoord. De vragenlijst bevatte naast vragen over [appellant]’ persoon (vooropleiding, gezondheid, antecedenten en motivatie) ook een paar kennisvragen over de opleiding (gehanteerde dresscode, aanwezigheidstijdstip).

1.6 Vervolgens hebben partijen op de open dag een zogenoemde onderwijs¬overeenkomst ondertekend. Daarmee schreef [appellant] zich definitief in voor de door Best Alert aangeboden opleiding Persoonsbeveiliger/Bodyguard, tegen een cursusgeld van in totaal € 5.520,-, te betalen in 22 maandelijkse termijnen.

1.7 In de overeenkomst is, in een boven de ondertekening geplaatst apart omkaderd tekstblok, vermeld:

"Ondertekening: Ik heb een exemplaar van de studiegids ontvangen en goed doorgelezen. Ik verklaar hierbij dat ik akkoord ga met de Algemene Voorwaarden van Best Alert Security College. (…) Ik ben door Best Alert Security College goed ingelicht, voorgelicht en geïnformeerd. Al mijn vragen zijn door Best Alert Security College goed beantwoord. (…) Best Alert zal naar beste vermogen zorgdragen voor een aanbod van stageplaatsen voor de praktijkvorming. De cursist is gehouden ook zelf actief te zoeken naar een stageplaats zorg te dragen.

(…)."

1.8 [appellant] is de opleiding op 20 september 2008 gestart maar heeft deze voortijdig afgebroken.

1.9 In het eerste lid van artikel 1 1 ("Kosten opleiding en wijze van betaling") van de door Best Alert gehanteerde algemene voorwaarden is vermeld dat de cursist bij tussentijdse onderbreking van een opleiding als die van [appellant] verplicht blijft om de gehele onderwijsbijdrage te voldoen.

Het vijfde lid van dit artikel luidt als volgt:

“Door enkele overschrijding van de in lid 3 en lid 4 genoemde termijnen (bedoeld is het overeengekomen betaalschema, hof) is de cursist in gebreke. De onderwijsinstelling zal de cursist dan eenmaal een aanmaning sturen. De onderwijsinstelling geeft de cursist de gelegenheid binnen 10 werkdagen, na ontvangst van deze aanmaning alsnog te betalen. Als na het verstrijken van de

10 werkdagen nog steeds niet is betaald is is de onderwijsinstelling gerechtigd de wettelijke rente en een toeslag van 1% op maandbasis verschuldigd over het niet betaalde bedrag in rekening te brengen. Daarnaast zal de onderwijsinstelling (buitengerechtelijke) invorderingskosten in rekening brengen, deze zijn tenminste 15% van het verschuldigde bedrag.”

1.10 [appellant] heeft een totaalbedrag van € 1.750,- betaald.

1.11 Best Alert heeft [appellant] op 1 juli 2009 schriftelijk gesommeerd het restantbedrag van € 3.770,- vermeerderd met rente en kosten binnen acht dagen te voldoen.

1.12 Bij schrijven van zijn toenmalige rechtsbijstandsverlener van 6 juli 2009 heeft [appellant] Best Alert medegedeeld dat hij de overeenkomst wegens dwaling vernietigt.

De vordering in eerste aanleg en de beoordeling daarvan

2.1 Bij inleidende dagvaarding van 13 april 2010 heeft Best Alert in conventie betaling gevorderd van € 4.910,15, vermeerderd met de wettelijke rente over

€ 3.770,- vanaf de dag der dagvaarding en met proceskosten. Het gevorderde bedrag bevat naast het achterstallige cursusgeld van € 3.770,- een bedrag van

€ 714,- aan buitengerechtelijke incassokosten, alsmede een bedrag van € 426,15 aan 15% contractuele rente “sedert acht dagen na ondertekening van de overeenkomst” tot 13 april 2010.

[appellant] heeft zich in conventie met een beroep op vernietiging van de overeenkomst wegens dwaling verweerd. In reconventie heeft [appellant] op diezelfde grond terugbetaling van het betaalde cursusgeld van € 1.750,- gevorderd.

Best Alert heeft in reconventie verweer gevoerd.

2.2 Bij het bestreden vonnis heeft de kantonrechter geoordeeld dat van dwaling geen sprake is geweest en dat [appellant] het resterende cursusgeld dient te voldoen.

De kantonrechter heeft [appellant] in conventie, onder afwijzing van de gevorderde buitengerechtelijke kosten, veroordeeld tot betaling aan Best Alert van € 4.196,15, vermeerderd met de contractuele rente van 15% over € 3.770,- vanaf 13 april 2010. De vordering in reconventie werd afgewezen. [appellant] werd zowel in conventie als in reconventie in de proceskosten verwezen.

Bespreking van de grieven

3 Studiegids, algemene voorwaarden

3.1 Grief I is gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat het er voor moet worden gehouden dat [appellant] voor het ondertekenen van de overeenkomst zowel de studiegids als de algemene voorwaarden ter beschikking zijn gesteld en dat hij van de inhoud kennis heeft genomen of had kunnen nemen.

Volgens [appellant] heeft hij de studiegids pas na het ondertekenen van de onderwijsovereenkomst op 23 augustus 2008 van Best Alert meegekregen. De algemene voorwaarden heeft hij naar hij stelt eerst bij gelegenheid van de comparitie in eerste aanleg van 5 september 2010 ontvangen.

3.2 Het hof oordeelt als volgt.

De stelling dat [appellant] de algemene voorwaarden pas ten tijde van de procedure in eerste aanleg heeft ontvangen stuit reeds af op het door hem niet betwiste gegeven dat de algemene voorwaarden in de studiegids zijn opgenomen. Indien [appellant] de studiegids ter hand is gesteld, geldt dit dus evenzeer voor de algemene voorwaarden.

Het moge zo zijn dat [appellant] eerst na ondertekening van het contract een eigen exemplaar van de studiegids en daarmee van de algemene voorwaarden is verstrekt, maar dat hij deze vooraf ter bestudering in handen heeft gekregen is door hem niet betwist. [appellant] geeft dit immers zelf aan. Dat hij er vervolgens voor heeft gekozen om de gids slechts door te bladeren in plaats van deze goed te bestuderen, is een beslissing die voor zijn eigen rekening moet blijven. Best Alert heeft in de "toelatingstest" gericht naar kennisname van de studiegids gevraagd en zij heeft hem daarbij een aantal vragen voorgelegd voor de beantwoording waarvan enige kennis van hetgeen in de gids was vermeld nodig was. Vervolgens heeft zij in de aan [appellant] voorgelegde overeenkomsttekst nogmaals uitdrukkelijk (en naar ’s-hofs oordeel voldoende opvallend) op het belang van bekendheid met de inhoud van de studiegids en de algemene voorwaarden gewezen. Naar het oordeel van het hof moest [appellant] uit een en ander duidelijk zijn dat Best Alert de overeenkomst alleen onder toepasselijkheid van hetgeen in studiegids en algemene voorwaarden was voorgeschreven wenste aan te gaan. Door voor bekendheid met de inhoud ervan te tekenen heeft [appellant] deze voorwaarde aanvaard.

Zijn stelling dat hij zich, vanwege een mogelijk beperkt aantal cursusplaatsen en het feit dat hij kort daarvoor zijn eigen (stukadoors-)bedrijf had beëindigd, gedwongen zag om snel te beslissen doet hieraan niet af.

Gelet op het voorgaande dient het er, ook uitgaande van de door [appellant] zelf voorgestelde gang van zaken, voor te worden gehouden dat hem voor het ondertekenen van de overeenkomst zowel de studiegids als de algemene voorwaarden ter beschikking zijn gesteld en dat hij van de inhoud kennis heeft genomen of had kunnen nemen. De grief faalt.

4 Dwaling

4.1 De grieven III en IV zijn gericht tegen het oordeel van de kantonrechter dat [appellant] geen beroep op dwaling toekomt en lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

[appellant] heeft aangevoerd dat Best Alert zich tijdens de open dag en op haar website veel te positief heeft gepresenteerd waardoor [appellant] op het verkeerde been is gezet, zodat sprake is van een situatie zoals bedoeld in art. 6:288 lid 1 BW. Als [appellant] van tevoren zou hebben geweten dat de opleiding in kwestie, mede gerelateerd aan de prijs, ernstig te wensen overliet, zou hij de overeenkomst niet hebben getekend, aldus [appellant].

4.2 Het hof stelt voorop dat de partij die aan haar beroep op dwaling ten grondslag legt dat de dwaling is te wijten aan een inlichting van de wederpartij (als bedoeld in art. 6:288 lid 1 onder a BW), de stelplicht en bewijslast draagt met betrekking tot het gedaan zijn, de inhoud, en de onjuiste voorstelling van zaken als gevolg van die inlichting.

4.3 Het hof is van oordeel dat [appellant] onvoldoende heeft onderbouwd dat Best Alert hem onjuist heeft geïnformeerd. Daartoe is het volgende redengevend.

[appellant] heeft gesteld dat Best Alert hem in de veronderstelling heeft gebracht dat de door haar aangeboden opleiding zeer hoogwaardig is, terwijl in werkelijkheid het gebruikte studiemateriaal verouderd was, de administratie een chaos was en de studiebegeleiding onvoldoende. Daarnaast heeft Best Alert hem voorgespiegeld dat hij de van de opleiding deel uitmakende stageperiode bij beveiligingsbedrijven in zijn regio zou kunnen vervullen, terwijl in werkelijkheid de door hem daartoe benaderde bedrijven aangaven van Best Alert afkomstige stagiaires niet te willen plaatsen.

4.4 Het hof merkt om te beginnen op dat het in algemene bewoordingen doen van aanprijzingen niet op één lijn kan worden gesteld met het verstrekken van inlichtingen die een onjuiste voorstelling van zaken hebben veroorzaakt. De hiervoor onder 1.3 vermelde wervingstekst valt naar het oordeel van het hof in die categorie. Een diploma- of baangarantie kan er niet in worden gelezen.

Ten aanzien van het cursusmateriaal heeft Best Alert in reactie op hetgeen [appellant] haar verwijt, inzicht verschaft in de lesstof en aangegeven dat deze jaarlijks wordt herzien. De gestelde administratieve chaos bij de registratie van cijfers heeft

Best Alert gepareerd met een overzicht van de door [appellant] per studie-onderdeel behaalde resultaten. Op het punt van de stages heeft Best Alert een lijst van bedrijven waar stage kan worden gelopen in het geding gebracht alsmede stukken waaruit blijkt dat verschillende cursisten hun stage wel degelijk in de door [appellant] bedoelde regio hebben ingevuld. De door [appellant] benaderde bedrijven zijn naar

Best Alert (met stukken onderbouwd) stelt geen erkende leerbedrijven. Dat [appellant] bij zijn zoektocht naar een stageplek van haar geen begeleiding heeft gehad wordt volgens Best Alert, die stelt daarop nooit door [appellant] te zijn aangesproken, verklaard door het feit dat hij zijn theorie-examen nog niet had gehaald en dus nog helemaal geen stage mocht volgen.

Mede gelet op dit verweer, mocht van [appellant] een nadere onderbouwing van zijn stellingen worden verwacht. Door in plaats daarvan, niet alleen in eerste aanleg maar ook in hoger beroep, met een herhaling van zijn stellingen te volstaan, heeft [appellant] zijn verwijten aan het adres van Best Alert onvoldoende geschraagd. Voorts heeft hij van deze stellingen onvoldoende gespecificeerd bewijs aangeboden.

4.5 Gelet op het voorgaande komt [appellant] geen beroep op dwaling toe.

Voor zover [appellant] een toerekenbaar tekortschieten van Best Alert aan zijn vordering ten grondslag heeft willen leggen (zijn toelichting op grief III wijst in die richting), stuit dit eveneens af op een onvoldoende onderbouwing van de gestelde tekortkomingen alsmede een onvoldoende gespecificeerd bewijsaanbod.

5 Rente

5.1 Grief II komt op tegen het oordeel dat [appellant] op basis van de van toepassing zijnde algemene voorwaarden gehouden is om de contractuele rente van 15% per jaar te betalen, zijnde tot dagvaarding een bedrag van € 426,50. Getuige de toelichting ligt in deze grief niet alleen een klacht over de toegewezen rente besloten, maar bedoelt [appellant] daarmee ook de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden ter discussie te stellen.

Wat dat laatste betreft verwijst [appellant] naar zijn in de toelichting op zijn eerste grief verwoorde standpunt, dat er kort gezegd op neerkomt dat hij de algemene voorwaarden niet tijdig heeft ontvangen. Het hof verwijst - op zijn beurt - naar het met betrekking tot grief I overwogene, waarin is gemotiveerd dat Best Alert aan [appellant] kenbaar heeft gemaakt dat zij de te sluiten onderwijsovereenkomst alleen onder toepasselijkheid van haar algemene voorwaarden wilde aangaan en dat de toepasselijkheid van die voorwaarden door [appellant] ook is aanvaard. De voorwaarden maken mitsdien deel uit van de overeenkomst; in zoverre faalt de grief.

5.2 Voor zover de grief tegen de hoogte van de door [appellant] verschuldigde vertragingsrente is gericht, slaagt ze. De in de vordering van Best Alert besloten liggende rentecomponent is gebaseerd op de veronderstelling dat [appellant] vanaf acht dagen na het ondertekenen van de overeenkomst 15% contractuele rente over het niet betaalde gedeelte van het cursusgeld is verschuldigd. Zonder nadere onderbouwing, die hier ontbreekt, valt evenwel niet in te zien dat [appellant], die het cursusbedrag in termijnen mocht betalen en dat klaarblijkelijk ook een tijdlang heeft gedaan, deze rente vanaf dat moment is verschuldigd. De algemene voorwaarden bevatten daartoe onvoldoende aanwijzingen. Het daarin opgenomen vijfde lid van artikel 11 hinkt op twee gedachten: hoewel verzuim zonder nadere ingebreke ¬stelling voorop wordt gesteld, bepaalt het vervolgens dat Best Alert bij wanbetaling met inachtneming van een nadere betalingstermijn dient te sommeren. En hoewel in het eerste lid is bepaald dat het cursusgeld bij het onderbreken van de opleiding verschuldigd blijft, betekent dat op zichzelf nog niet dat bij een verzuim ten aanzien van één of enkele termijn(en) de resterende, nog niet opengevallen, termijnen ineens opeisbaar zijn (zoals de vordering van

Best Alert veronderstelt).

Bij gebreke van gegevens omtrent [appellant] betalingsgedrag kan dan ook niet worden vastgesteld vanaf welk(e) moment(en) hij over welk(e) bedrag(en) contractuele rente is verschuldigd. Gelet daarop is ook het - van de hoogte van de wettelijke rente afhankelijk gemaakte - verschuldigde percentage diffuus. De door Best Alert op dit punt in haar memorie van antwoord gepresenteerde rekensom bevat geen jaartallen en overtuigt reeds daarom niet, nog daargelaten dat [appellant] er niet meer op heeft kunnen reageren.

Gelet op het voorgaande acht het hof de door Best Alert in haar hoofdsom opgenomen rentecomponent van € 426,50 niet toewijsbaar. Het toe te wijzen bedrag zal in die zin worden verminderd.

5.4 Hoewel [appellant] grief zulks strikt genomen niet vermeldt, impliceert zijn daarbij gegeven toelichting dat hij zich ook tegen de veroordeling tot betaling van 15% rente vanaf 13 april 2010 verzet. Getuige haar memorie van antwoord heeft

Best Alert de grief ook in die zin opgevat en erkent zij dat [appellant] vanaf 13 april 2010 slechts wettelijke rente is verschuldigd, nu het meerdere door haar niet was gevorderd. Het hof ziet hierin aanleiding het bestreden vonnis in die zin te corrigeren.

Slotsom

6 De slotsom is dat de grieven I, III en IV falen terwijl grief II slechts gedeeltelijk, namelijk op het punt van de door [appellant] over het lesgeld verschuldigde vertragingsrente, slaagt.

Het hof zal het bestreden vonnis in conventie gedeeltelijk vernietigen en [appellant], opnieuw rechtdoende, tot betaling veroordelen als hierna in het dictum vermeld en het bestreden vonnis voor het overige bekrachtigen.

De proceskostenveroordeling in eerste aanleg komt het hof juist voor.

[appellant] zal, als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure in hoger beroep (geliquideerd salaris van de advocaat: 1 punt tarief I) worden veroordeeld.

De beslissing

Het gerechtshof; recht doende in hoger beroep:

vernietigt het vonnis d.d. 7 december 2011 waarvan beroep voor zover [appellant] daarbij tot betaling van € 4.196,15, vermeerderd met de contractuele rente van 15% over € 3.770,- vanaf 13 april 2010 tot de dag van betaling werd veroordeeld;

en in zoverre opnieuw rechtdoende:

veroordeelt [appellant] om aan Best Alert te voldoen een bedrag van € 3.770,- vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 13 april 2010 tot de aan de dag van algehele betaling;

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep in conventie en in reconventie voor het overige;

veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Best Alert begroot op € 666,- aan verschotten en € 632,- aan geliquideerd salaris van de advocaat;

verklaart dit arrest voor wat betreft de veroordeling tot betaling van een geldsom en voor wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mrs. L. Groefsema, voorzitter, R.E. Weening, A.M. Koene en uitgesproken door de rolraadsheer ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 27 november 2012 in bijzijn van de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature