Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

WSNP

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer: 200.179.703/01

Insolventienummer rechtbank: C/10/12//315 R

arrest van 15 december 2015

in de zaak van

[naam],

wonende te [woonplaats],

appellante,

hierna te noemen: [appellante],

advocaat: mr. L.H.E.M. Berendse-de Gruijl te Rotterdam.

Het geding

Bij vonnis van de rechtbank Rotterdam van 26 april 2012 is ten aanzien van [appellante] de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard. Bij vonnis van 29 april 2015 heeft de rechtbank de looptijd van deze schuldsaneringsregeling verlengd met een half jaar, derhalve tot 26 oktober 2015. In het tegen dat vonnis door [appellante] ingestelde hoger beroep heeft dit hof bij arrest van 30 juni 2015 het bestreden vonnis bekrachtigd. Bij vonnis van de rechtbank van 30 oktober 2015 is aan [appellante] de schone lei onthouden. Tegen laatstbedoeld vonnis heeft [appellante] hoger beroep ingesteld bij het op 5 november 2015 ter griffie van het hof ingekomen verzoekschrift met producties. Bij brieven van 17 en 22 november 2015 zijn namens [appellante] nadere producties aan het hof toegezonden.

Bij brief van 18 november 2015 heeft de bewindvoerder, R. van den Brink-Springer, de openbare verslagen en haar reactie op het beroepschrift aan het hof toegezonden.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 8 december 2015. Verschenen zijn [appellante], bijgestaan door mr. R.W. de Gruijl, kantoorgenoot van haar advocaat, alsmede de bewindvoerder.

De beoordeling van het hoger beroep

1. In het bestreden vonnis heeft de rechtbank aan [appellante] de schone lei onthouden omdat zij toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. De rechtbank heeft daarbij – kort samengevat – het volgende overwogen.Vaststaat dat de sollicitatieplicht tijdens de verlenging onverkort van toepassing was. [appellante] heeft immers niet aannemelijk gemaakt dat zij (geheel of gedeeltelijk) niet in staat was om te solliciteren. De afspraak dat [appellante] de behandelrapportage van Bouman GGZ zou overleggen is zij niet nagekomen. Dat haar ter zake geen verwijt treft is niet aannemelijk geworden. Door [appellante] zijn evenmin andere stukken overgelegd op grond waarvan geoordeeld zou kunnen worden dat zij niet in staat was om te solliciteren. Hiervan uitgaande is [appellante] ook gedurende de verlenging tekortgeschoten in de nakoming van haar sollicitatieverplichting, nu zij slechts tien sollicitatiebewijzen aan de bewindvoerder heeft verstrekt. Gedurende de verlenging heeft [appellante] geen afbetalingsregelingen getroffen voor de nieuwe schulden aan het Zilveren Kruis en Evides (beide circa € 1.900,-). Volgens [appellante] zou een medewerkster van Bouman GGZ de schuldeisers verzocht hebben de schulden kwijt te schelden of tijdelijk te bevriezen, maar is hier door ziekte van de desbetreffende medewerkster geen vervolg aan gegeven. [appellante] heeft zelf geen actie ondernomen. Naar het oordeel van de rechtbank treft [appellante] ter zake een verwijt, zowel omdat zij zich zelf onvoldoende heeft ingespannen om regelingen te treffen, maar ook omdat zij geen maatregelen heeft getroffen om in de afgelopen periode haar eigen inkomen te genereren. Daardoor heeft zij geen afloscapaciteit en loopt de schuld aan het Zilveren Kruis op. De omstandigheid dat [appellante] mogelijk in de toekomst enig inkomen zou kunnen genereren laat onverlet dat zij in de afgelopen periode ernstig en verwijtbaat tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen. Tot slot heeft de rechtbank overwogen dat [appellante] met de verlenging een laatste kans is geboden om alsnog de schone lei te verdienen. Deze kans heeft zij niet benut, althans zij heeft niet aannemelijk gemaakt dat haar ter zake geen verwijt treft. Zij heeft aldus geen blijk gegeven van een saneringsgezinde houding. Daarom heeft de rechtbank geen aanleiding gezien om de looptijd van de regeling nogmaals te verlengen. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat [appellante] niet alleen door de bewindvoerder meerdere malen is gewaarschuwd, maar ook door de rechtbank en het hof is gewezen op het belang van het aanzuiveren van haar tekortkomingen.

2. De grieven van [appellante] kunnen als volgt worden samengevat. In haar eerste grief komt [appellante] op tegen het oordeel van de rechtbank dat zij toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen. Daartoe heeft zij met verwijzing naar de behandelrapportage van Bouman GGZ van 26 oktober 2015 aangevoerd dat zij door een veelvoud aan psychische en somatische klachten niet in staat moet worden geacht te solliciteren. Daarom is het niet verwijtbaar dat zij onvoldoende heeft gesolliciteerd. [appellante] is ook van mening dat haar geen verwijt kan worden gemaakt van het feit dat zij zelf geen actie heeft ondernomen om regelingen te treffen met haar schuldeisers, nu zij erop vertrouwde dat Bouman GGZ deze regelingen zou treffen. Zelf had zij daarvoor niet de kracht, hetgeen eveneens geldt voor de omstandigheid dat zij geen inkomen heeft weten te genereren. In haar tweede grief voert [appellante] aan dat de rechtbank ten onrechte de schuldsaneringsregeling niet nogmaals heeft verlengd. [appellante] heeft immers bij de rechtbank aangevoerd dat sprake is van een wending ten goede, nu zij vrijwilligerswerk verricht en zij de afgelopen maanden ook aantoonbaar heeft gesolliciteerd.

3. In haar reactie op het beroepschrift heeft de bewindvoerder verklaard het oordeel van de rechtbank om de schone lei te weigeren te ondersteunen. Zij is van mening dat [appellante] de haar geboden kansen onvoldoende heeft benut.

4. Ter zitting van het hof hebben [appellante] en de bewindvoerder hun standpunten toegelicht.

5. Het hof stelt voorop dat van personen ten aanzien van wie de schuldsanering is uitgesproken mag worden verwacht dat zij zich tot het uiterste inspannen om te voldoen aan de daaraan verbonden verplichtingen. Op grond van de overgelegde stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het hof met de rechtbank van oordeel dat [appellante] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen, in het bijzonder haar informatie- en sollicitatieverplichting en het feit dat zij nieuwe schulden en een boedelachterstand heeft laten ontstaan. Het hof neemt het oordeel van de rechtbank over en voegt daar het volgende aan toe.

6. Door het vonnis van de rechtbank van 29 april 2015 en het arrest van het hof van 30 juli 2015 was [appellante] er van op de hoogte dat zij tekortgeschoten was in de nakoming van haar verplichtingen en dat haar nog een laatste mogelijkheid geboden werd haar tekortkomingen te herstellen. Desondanks is [appellante] haar verplichtingen opnieuw niet naar behoren nagekomen, nu gebleken is dat [appellante] onvoldoende aantoonbaar heeft gesolliciteerd en er geen regelingen getroffen zijn voor haar nieuwe – bovenmatige – schulden. Hoewel uit de rapportage van Bouman GGZ van 26 oktober 2015 blijkt dat [appellante] een ernstige depressieve stoornis en psychische problemen ondervindt, blijkt hieruit niet dat [appellante] in het geheel niet in staat is werkzaamheden te verrichten of niet zou kunnen solliciteren naar betaald passend werk, al dan niet in deeltijd. Ook het gegeven dat [appellante] ter zitting verklaard heeft dat zij als zelfstandig kapster werkzaamheden wil gaan verrichten, wijst er niet op dat zij geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt is. [appellante] was op de hoogte van de mogelijkheid om bij de rechter-commissaris een verzoek in te dienen voor vrijstelling van de sollicitatieplicht, maar heeft daartoe niet tijdig medische stukken ingediend, waaruit haar gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid zou kunnen blijken.

Het genoemde rapport van Bouman GGZ bevat evenmin voldoende aanwijzingen dat [appellante] niet in staat geacht moet worden om regelingen te treffen met haar schuldeisers of inkomsten te genereren. Als zij hiertoe wat het treffen van regelingen betreft niet in staat was had het op haar weg gelegen om tijdig hulp in te schakelen, bijvoorbeeld van haar advocaat die immers al betrokken was bij de eerdere procedures. Zowel bij het opvragen van haar behandelrapport als bij het treffen van betalingsregelingen heeft [appellante] een te afwachtende houding ingenomen, althans is niet gebleken van een actieve houding. Een en ander staat op gespannen voet met de in het arrest van het hof van 30 juni 2015 vermelde afspraak dat [appellante] het rapport van Bouman GGZ aan de bewindvoerder diende te overleggen.

Wat het genereren van inkomsten betreft wordt nog overwogen dat de omstandigheid dat [appellante] thans geen inkomsten heeft het gevolg is van haar eigen keuze om te gaan samenwonen met een alleenstaande man, waardoor haar recht op een bijstandsuitkering is vervallen. Haar bezwaar tegen het beëindigen van die uitkering is kennelijk afgewezen. Door deze keuze heeft [appellante] haar schuldeisers benadeeld en blijft de schuld aan het Zilveren Kruis, en inmiddels ook het CJIB, oplopen.

7. Gelet op het voorgaande is het hof van oordeel dat [appellante] toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen. Die tekortkomingen – zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang beschouwd – staan aan toekenning van de schone lei in de weg. Alle omstandigheden in aanmerking nemende is geen sprake van tekortkomingen die vanwege de bijzondere aard of geringe betekenis ervan buiten beschouwing kunnen worden gelaten. Het hof ziet evenmin aanleiding om de looptijd van de regeling te verlengen.

8. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het bestreden vonnis dient te worden bekrachtigd.

De beslissing

Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 30 oktober 2015.

Dit arrest is gewezen door mrs. P.W. van Baal, M.C.M. van Dijk en S.R. Mellema, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2015 in aanwezigheid van de griffier.

Bij afwezigheid van de voorzitter is dit arrest ondertekend door mr. Van Dijk.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature