Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Aanneming van werk (verbouwen van een kas). Geschil over de hoogte van de aanneemsom. Aanbesteder krijgt bewijsopdracht.

Uitspraak



GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.081.753/01Zaak- en rolnummer rechtbank : 360156 / HA ZA 10-719

Arrest van 16 juli 2013

inzake

CRESCO HANDELS-B.V.,

gevestigd te Honselersdijk, gemeente Westland,

appellante,

hierna te noemen: Cresco,

advocaat: mr. J.R.L. van Gasteren te Leusden,

tegen

[geïntimeerde],

gevestigd te Monster, gemeente Westland,

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geïntimeerde],

advocaat: mr. P.S.M. van den Enden te Naaldwijk.

Het verdere verloop van het geding

Het hof heeft een tussenarrest d.d. 5 april 2011 gewezen. Voor het verloop van het geding tot deze datum wordt naar dat arrest verwezen. De daarbij bevolen comparitie van partijen heeft plaatsgevonden. Hiervan is proces-verbaal opgemaakt. Vervolgens heeft Cresco bij memorie van grieven negen grieven aangevoerd, die door [geïntimeerde] bij memorie van antwoord zijn bestreden. Daarna heeft [geïntimeerde] haar procesdossier overgelegd en hebben partijen arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1

Het gaat in dit geding in hoofdzaak om het volgende.

1.1

Cresco heeft een tuinbouwbedrijf, dat geëxploiteerd wordt in een kas. In verband met een voorgenomen vernieuwing hiervan is [geïntimeerde] verzocht een offerte voor het aanpassen van de kasverwarming uit te brengen. [geïntimeerde] heeft hiertoe een offerte van 24 september 2008 uitgebracht, die enigszins aangepast is bij een offerte van 28 april 2009, uitkomend op een bedrag van € 44.373,89 exclusief btw oftewel € 52.804,93 inclusief btw.

1.2

Aan de hand van de tweede offerte heeft overleg tussen partijen plaatsgevonden op 25 juni 2009. In afwijking van de in de offerte voorziene aanpassingen werd toen door Cresco besloten tot het doen plaatsen van een rookgascondensor met bijbehorende voorzieningen en de daaruit voortvloeiende aanpassingen van de bestaande verwarmingsinstallatie. [geïntimeerde] heeft op zich genomen een en ander uit te voeren.

1.3

Tussen partijen is niet in geschil dat [geïntimeerde], vanaf juli tot december 2009, de overeengekomen werkzaamheden naar behoren heeft uitgevoerd. In debat is wel welke prijs Cresco hiervoor moet voldoen.

1.4

[geïntimeerde] heeft geregeld tussentijdse facturen gezonden voor de bestede manuren en verbruikte materialen. De facturen van 18 en 27 juli, 27 augustus en 9 september 2009, tot een totaalbedrag van € 51.248,49 inclusief btw, zijn door Cresco betaald. De daarop gevolgde facturen van 22 september, 7 oktober en 24 oktober 2009, tot een totaalbedrag van € 37.696,98, zijn door Cresco niet voldaan en vormen de inzet van het onderhavige geding. Een slotfactuur van € 2.242,92 d.d. 14 december 2009 is door Cresco wel betaald.

1.5

Partijen zijn het erover eens dat door hen niet een vaste prijs voor de uit te voeren c.q. uitgevoerde werkzaamheden overeengekomen is. Volgens [geïntimeerde] is daarentegen afgesproken dat zij de manuren en geleverde materialen op basis van nacalculatie zou factureren. Cresco stelt zich op het standpunt dat het bedrag van de tweede offerte als richtprijs voor de totale aanneemsom zou gelden, met dien verstande dat er wel sprake zou zijn van enig meerwerk. Met inachtneming van dit laatste heeft Cresco betoogd dat zij nog € 7.200,96 zou moeten voldoen. Op 31 maart 2010 heeft zij hiervan een gedeelte ter grootte van € 3.226,36 betaald en het overige verrekend met een schade die zij stelt geleden te hebben.

1.6

Bij het bestreden vonnis heeft de rechtbank het standpunt van [geïntimeerde] gevolgd en het verweer van Cresco daartegen verworpen. Per saldo heeft de rechtbank Cresco veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 35.349,32 en de wettelijke handelsrente daarover, terwijl Cresco voorts verwezen is in de proceskosten.

2

De voornaamste klachten betreffen de verwerping van het standpunt van Cresco dat tussen partijen een richtprijs als bedoeld in artikel 7:752, tweede lid BW overeengekomen is en dat de totale kosten niet substantieel zouden afwijken van de offerte van 28 april 2009.

2.1

Volgens de toelichting van Cresco is tussen partijen een vaste prijsafspraak gemaakt, inhoudende een bedrag dat slechts in beperkte mate zou afwijken van de offerte van 28 april 2009 (afgerond € 53.000,-); aldus zou het bedrag van de tweede offerte als richtprijs gelden. Zij stelt dat dit bedrag volgens genoemde wetsbepaling met maximaal 10% overschreden zou mogen worden.

2.2

[geïntimeerde] heeft dit standpunt bestreden en er in dat verband op gewezen dat Cresco pas tegen de toegezonden facturen bezwaar is gaan maken nadat het werk zo goed als gereed was gekomen en alle tussentijdse facturen verzonden waren. Zij wijst er bovendien op dat namens Cresco bij herhaling de betaling van de in geding zijnde facturen is toegezegd.

2.3

In een geval waarbij geen vaste prijs overeengekomen is, rusten ingevolge de hoofdregel van artikel 150 Rv de stelplicht en bewijslast met betrekking tot de vordering van de aannemer op hem, dus in dit geval op [geïntimeerde]. Deze zal dus moeten stellen en zo nodig bewijzen dat haar, nu geen vaste prijs overeengekomen is, een redelijke prijs toekomt en dat de in rekening gebrachte prijs redelijk is. Wanneer evenwel, zoals Cresco in dit geval, de opdrachtgever opwerpt dat bij de totstandkoming van de overeenkomst wel een afspraak is getroffen omtrent de prijs, zal hij zulks dienen te bewijzen (vergelijk HR 21 juni 1968, NJ 1968, 290).

2.4

Cresco heeft een bewijsaanbod gedaan dat voldoet aan de daaraan in hoger beroep te stellen eisen. Het hof zal Cresco dan ook toelaten tot het bewijs dat tussen haar en [geïntimeerde] een vaste prijsafspraak overeengekomen is in die zin dat voor het totale werk een prijs ter hoogte van circa € 53.000,- inclusief btw zou gelden en dat de totale kosten, verband houdend met de werkzaam-heden inclusief de op 25 juni 2009 besproken aanpassingen, niet substantieel van dat bedrag zouden afwijken.

2.5

Het hof zal een raadsheer-commissaris benoemen ten overstaan van wie getuigen kunnen worden gehoord. In afwachting van de resultaten hiervan wordt het verdere oordeel over deze klachten aangehouden.

3

Uit overwegingen van proceseconomie gaat het hof nu al in op grief 6. Deze klaagt erover dat de rechtbank niet is ingegaan op een, door Cresco tijdens een comparitie van partijen in eerste aanleg gedane, betwisting van het aantal door [geïntimeerde] in rekening gebrachte werkuren.

3.1

Cresco stelt tijdens die comparitie aan de orde gesteld te hebben dat [geïntimeerde] de uren dient te bewijzen althans aannemelijk dient te maken die het aantal in de offerte van 28 april 2009 begrote aantal te boven gaan. Van dit standpunt is evenwel geen melding gemaakt in het proces-verbaal van de zitting.

3.2

[geïntimeerde] betwist dat Cresco in eerste aanleg een dergelijke stelling betrokken heeft. Zij wijst erop dat Cresco de eerste vier tussentijdse facturen zonder meer heeft betaald en nooit eerder over het aantal in rekening gebrachte uren op een onderbouwde manier heeft geklaagd.

3.3

Het hof begrijpt dat Cresco voormeld standpunt heeft ingenomen, althans (nu) inneemt, voor het geval ervan uitgegaan moet worden, dat haar betoog omtrent de overeengekomen prijs gepasseerd wordt en als uitgangspunt genomen moet worden dat [geïntimeerde] aanspraak kan maken op een redelijke prijs.

3.4

Het hof constateert dat in de offerte van 28 april 2009, zoals [geïntimeerde] betoogd heeft, wordt uitgegaan van 538 te verwerken manuren. In de vijf door Cresco betaalde facturen zijn in totaal 504,5 uren gedeclareerd, in de daarop gevolgde factuur d.d. 22 september 2009 nog eens 157 uur. Volgens Cresco heeft zij toen 'aan de bel getrokken'. Zij stelt echter niet dat zij zich daarbij op het standpunt heeft gesteld dat feitelijk minder uren zijn gewerkt, dan gefactureerd. In de facturen van 7 en 24 oktober 2009 zijn nog eens 326,5 werkuren in rekening gebracht. Cresco stelt niet dat zij na ontvangst van die facturen betwist heeft dat deze uren zijn gemaakt.

3.5

Het lag op de weg van Cresco om, indien zij meende dat [geïntimeerde] meer uren declareerde dan zij daadwerkelijk had gemaakt, binnen redelijke tijd na de ontvangst van de tussentijdse facturen bezwaar te maken tegen de daarin vervatte urenaantallen. Cresco heeft onvoldoende onderbouwd dat zij dat gedaan heeft en op welke wijze. Zij heeft ook niet aangeboden om te bewijzen dat zij binnen redelijke tijd na ontvangst van de facturen bezwaren geuit heeft. Toch lag het in de rede voortvarend te werk te gaan omdat Cresco telkens per factuur het aantal daarin vervatte uren kon vergelijken met haar ervaringen in de periode waarop de factuur zag.

3.6

Voor het geval Cresco bedoeld mocht hebben de redelijkheid van het aantal in rekening gebrachte uren te betwisten, oordeelt het hof hierover als volgt. De bewijslast omtrent de redelijkheid van de gefactureerde uren rust op [geïntimeerde]. Niet in geschil is dat het werk naar behoren is uitgevoerd. Op grond van het sub 3.4 en 3.5 overwogene moet ervan uitgegaan worden dat Cresco niet voldoende gemotiveerd heeft betwist dat het aantal in rekening gebrachte uren is gewerkt en dat de in rekening gebrachte materialen zijn gebruikt. De door Cresco geuite betwisting daarvan is te weinig concreet. Onder deze omstandigheden is het gefactureerde bedrag in beginsel redelijk. Cresco heeft onvoldoende naar voren gebracht om hierover anders te oordelen. De enkele omstandigheid dat het aantal uren aanzienlijk hoger is dan in de genoemde offerte, is daartoe in casu onvoldoende, met name omdat [geïntimeerde] een wezenlijk ander werk tot stand heeft gebracht dan ten grondslag heeft gelegen aan de offerte.

3.7

Bij deze stand van zaken is het hof van oordeel dat grief 6 geen doel treft.

4

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

5

Het hof zal bepalen dat partijen na afloop van de bewijslevering voor na te noemen raadsheer-commissaris verschijnen, opdat deze kan onderzoeken of het geschil in der minne tot een einde gebracht kan worden.

Beslissing

Het hof:

laat Cresco toe tot het bewijs van feiten en omstandigheden waaruit voortvloeit dat tussen haar en [geïntimeerde] een vaste prijsafspraak overeengekomen is in die zin dat voor het totale werk een prijs ter hoogte van circa € 53.000,- inclusief btw zou gelden en dat de totale kosten, verband houdend met de werkzaamheden inclusief de op 25 juni 2009 besproken aanpassingen, niet substantieel van dat bedrag zouden afwijken;

bepaalt dat, indien Cresco getuigen wil doen horen, de getuigenverhoren zullen worden gehouden in een der zittingszalen van het Paleis van Justitie aan de Prins Clauslaan 60 te Den Haag ten overstaan van de hierbij benoemde raadsheer-commissaris mr. J.C.N.B. Kaal, op dinsdag 3 september 2013 om 13.30 uur;

bepaalt dat, indien één der partijen binnen veertien dagen na heden, onder gelijktijdige opgave van de verhinderdata van beide partijen en de te horen getuigen in de maanden september tot en met november van 2013, opgeeft dan verhinderd te zijn, de raadsheer-commissaris (in beginsel eenmalig) een nadere datum en tijd voor de getuigenverhoren zal vaststellen;

verstaat dat het hof reeds beschikt over een kopie van het volledige procesdossier in eerste aanleg en in hoger beroep, inclusief producties, zodat overlegging daarvan voor het getuigenverhoor niet nodig is;

beveelt partijen, deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is om een schikking aan te gaan, vergezeld van hun raadslieden, voor het verstrekken van inlichtingen en het beproeven van een minnelijke regeling te verschijnen voor de genoemde raadsheer-commissaris, zulks na afloop van de getuigenverhoren dan wel, indien deze niet plaatsvinden, op voormelde plaats, datum en tijd

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit arrest is gewezen door mrs. M.A.F. Tan-de Sonnaville, M.J. van der Ven en J.C.N.B. Kaal en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 16 juli 2013 in aanwezigheid van de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature