Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Veroordeling voor negen feiten, waaronder diefstal, lokaalvredebreuk, bedreiging, aanranding van de eerbaarheid, exhibitionisme en mishandeling. Omvangrijke documentatie. Licht verminderd tot verminderd toerekeningsvatbaar. Mogelijkheden gezondheidszorg en hulpverlening zijn uitgeput. Het hof legt verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op.

Uitspraak



Parketnummer: 24-002735-07

Parketnummer eerste aanleg: 07-400212-07, 07-461574-06, 07-400320-07 en 07-461298-07

Arrest van 3 maart 2009 van het gerechtshof te Arnhem, nevenzittingsplaats Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 23 oktober 2007 in de oorspronkelijk onder de parketnummers 07/400212-07, 07/461574-06, 07/400320-07 en 07/461298-07 afzonderlijk aangebrachte, maar ter terechtzitting in eerste aanleg gevoegde strafzaken, hierna te noemen respectievelijk zaak A, zaak B, zaak C en zaak D tegen:

[verdachte],

geboren op [1958] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats], [adres],

niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte, mr. A.R. Maarsingh, advocaat te Deventer.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad heeft de verdachte bij het vonnis, in de gevoegde zaken, wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, beslissingen genomen over de vorderingen van de benadeelde partijen en daarbij maatregelen opgelegd, zoals in dat vonnis omschreven.

Gebruik van het rechtsmiddel

De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.

Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep

Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

De vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal vrijspreken van het in zaak B ten laste gelegde en voor het in de zaken A, C en D ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vorderingen van de beide benadeelde partijen zal toewijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De beslissing op het hoger beroep

Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.

Tenlastelegging

Het hof heeft de tenlastelegging gewijzigd overeenkomstig de daartoe strekkende vordering van de advocaat-generaal, met dien verstande dat in zaak D onder 2 subsidiair en meer subsidiair de plaatsaanduiding "(in) een kantoor van de [benadeelde 1] aan de [straatnaam 1]" is gewijzigd in "(in) een winkel op of aan de [straatnaam 2]".

Aan verdachte is ten laste gelegd dat

Zaak A

1.

hij op of omstreeks 21 juni 2007 in de gemeente [gemeente 1] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit in/van een gebouw, gelegen aan de [straatnaam 1], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

2.

hij op of omstreeks 30 april 2007 in de gemeente [gemeente 2] [benadeelde 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Als ik dat merk, dan snij ik je keel door, dan maak ik je af", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

3.

hij op of omstreeks 30 april 2007 in de gemeente [gemeente 2] opzettelijk en wederrechtelijk een prullebak en/of een ontvangstkastje, in elk geval enige goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 3], locatie [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

4.

hij op of omstreeks 20 juni 2007 in de gemeente [gemeente 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pand aan de [straatnaam 1] koffie en/of andere goederen van zijn gading weg te nemen, geheel of ten dele toebehorende aan de [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een stoeptegel, althans een hard voorwerp, een ruit van dat pand heeft ingegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 20 juni 2007 in de gemeente [gemeente 1] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit, van een (bedrijfs)pand op of aan de [straatnaam 1], in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

Zaak B

hij op of omstreeks 31 oktober 2006 in de gemeente [gemeente 1] wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal, gelegen op of aan de [straatnaam 3] en in gebruik bij [benadeelde 4], althans bij een ander of anderen dan verdachte, immers is hem de toegang tot die locatie ontzegd van 8 augustus 2006 tot 8 augustus 2008;

Zaak C

1.

hij op of omstreeks 09 oktober 2007 in de gemeente [gemeente 1], opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [benadeelde 5], gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, krachtig tegen diens linkeronderarm heeft getrapt en/of geschopt, waardoor voornoemde ambtenaar letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

2.

hij op of omstreeks 25 september 2007 in de gemeente(n) [gemeente 3] en/of [gemeente 4], althans tijdens het treintraject van [plaats 2] naar [plaats 1], [benadeelde 6], werkzaam als hoofdconducteur bij de Nederlandse Spoorwegen NV, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend uit zijn kleding een mes tevoorschijn gehaald en/of (vervolgens) dat mes opengeklapt en/of (daarbij) getoond aan die [benadeelde 6] en/of (daarbij) opzettelijk dreigend die [benadeelde 6] de woorden toegevoegd: "Of wil je deze zestien centimeter tussen je ribben", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

Zaak D

1.

hij op of omstreeks 08 oktober 2007 in de gemeente [gemeente 1] wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal, gelegen aan de [adres] en in gebruik bij de [benadeelde 1], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 08 oktober 2007 in de gemeente [gemeente 1] wederrechtelijk vertoevende in een besloten lokaal gelegen aan de [adres] en in gebruik bij de [benadeelde 1], althans bij een ander of anderen dan bij verdachte, zich niet op de vordering van of vanwege de rechthebbende aanstonds heeft verwijderd;

2.

hij op of omstreeks 08 oktober 2007 in de gemeente [gemeente 1] zich opzettelijk oneerbaar op of aan een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten in een winkel op of aan de [straatnaam 2], met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 08 oktober 2007 in de gemeente [gemeente 1] zich opzettelijk oneerbaar op een niet voor het openbaar verkeer bestemde openbare plaats, toegankelijk voor personen beneden de leeftijd van zestien jaar, te weten (in) een winkel op of aan de [straatnaam 2], met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 08 oktober 2007 in de gemeente [gemeente 1] zich opzettelijk oneerbaar op een niet openbare plaats, te weten (in) een winkel op of aan de [straatnaam 2], met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden, terwijl daarbij [benadeelde 7] en/of [benadeelde 8] haars/huns ondanks tegenwoordig was/waren;

3.

hij op of omstreeks 08 oktober 2007 in de gemeente [gemeente 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [benadeelde 7] te dwingen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), toen daar dicht bij die [benadeelde 7] is gaan staan en/of tegen die [benadeelde 7] heeft gezegd: "Je bent een lekker wijf, ik ben geil. Ik heb een stijve. Wil je hem zien", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) zijn, verdachtes, broek heeft laten zakken en/of daarbij, zijn, verdachtes geslachtsdeel heeft getoond en/of (vervolgens) tegen die [benadeelde 7] heeft gezegd: "Ik wil je zoenen", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of (daarbij) die [benadeelde 7] om de nek heeft gepakt, althans heeft vastgepakt en/of heeft omhelsd en/of (vervolgens) naar zich toe heeft getrokken, althans trachten te trekken en/of tegen die [benadeelde 7] heeft gezegd: "Ik ga je slaan", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 08 oktober 2007 in de gemeente [gemeente 1] [benadeelde 7] heeft bedreigd met verkrachting, althans met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, immers is verdachte toen daar opzettelijk dreigend dicht bij die [benadeelde 7] gaan staan en/of heeft verdachte toen daar opzettelijk dreigend tegen die [benadeelde 7] gezegd: "Je bent een lekker wijf, ik ben geil. Ik heb een stijve. Wil je hem zien", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of (vervolgens) zijn, verdachtes, broek heeft laten zakken en/of daarbij, zijn, verdachtes geslachtsdeel heeft getoond en/of (vervolgens) tegen die [benadeelde 7] heeft gezegd: "Ik wil je zoenen", althans woorden van soortgelijke aard en/of strekking en/of (daarbij) die [benadeelde 7] om de nek heeft gepakt, althans heeft vastgepakt en/of heeft omhelsd en/of (vervolgens) naar zich toe heeft getrokken, althans trachten te trekken en/of tegen die [benadeelde 7] heeft gezegd: "Ik ga je slaan", althans woorden van soortgelijke dreigende aard en/of strekking;

Het hof heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in enig belang geschaad.

Vrijspraak

Ten aanzien van het in zaak B ten laste gelegde acht het hof niet bewezen dat verdachte op de hoogte was van het feit dat hem de toegang tot de betreffende locatie was ontzegd. Het hof zal verdachte daarom van dat feit vrijspreken.

Bewezenverklaring

Het hof acht bewezen dat:

Zaak A

1.

hij op 21 juni 2007 in de gemeente [gemeente 1] opzettelijk en wederrechtelijk een ruit van een gebouw, gelegen aan de [straatnaam 1], toebehorende aan [benadeelde 1], heeft vernield;

2.

hij op 30 april 2007 in de gemeente [gemeente 2] [benadeelde 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde 2] dreigend de woorden toegevoegd: "Als ik dat merk, dan snij ik je keel door, dan maak ik je af";

3.

hij op 30 april 2007 in de gemeente [gemeente 2] opzettelijk en wederrechtelijk een prullebak en een ontvangstkastje, toebehorende aan [benadeelde 3], locatie [naam], heeft vernield;

4.

hij op 20 juni 2007 in de gemeente [gemeente 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pand aan de [straatnaam 1] koffie weg te nemen, toebehorende aan de [benadeelde 1], en zich daarbij de toegang tot dat pand te verschaffen door middel van braak en inklimming, met een stoeptegel een ruit van dat pand heeft ingegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Zaak C

1.

hij op 09 oktober 2007 in de gemeente [gemeente 1], opzettelijk mishandelend een ambtenaar, te weten [benadeelde 5], gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, krachtig tegen diens linkeronderarm heeft getrapt, waardoor voornoemde ambtenaar pijn heeft ondervonden;

2.

hij op 25 september 2007, tijdens het treintraject van [plaats 2] naar [plaats 1], [benadeelde 6], werkzaam als hoofdconducteur bij de Nederlandse Spoorwegen NV, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend uit zijn kleding een mes tevoorschijn gehaald en vervolgens dat mes opengeklapt en daarbij getoond aan die [benadeelde 6] en daarbij opzettelijk dreigend die [benadeelde 6] de woorden toegevoegd: "Of wil je deze zestien centimeter tussen je ribben";

Zaak D

1.

hij op 08 oktober 2007 in de gemeente [gemeente 1] wederrechtelijk is binnengedrongen in een besloten lokaal, gelegen aan de [adres] en in gebruik bij de [benadeelde 1];

2.

hij op 08 oktober 2007 in de gemeente [gemeente 1] zich opzettelijk oneerbaar op een plaats, voor het openbaar verkeer bestemd, te weten in een winkel op of aan de [straatnaam 2], met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden;

3.

hij op 08 oktober 2007 in de gemeente [gemeente 1], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door bedreiging met geweld of andere feitelijkheden [benadeelde 7] te dwingen tot het dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), toen daar dicht bij die [benadeelde 7] is gaan staan en tegen die [benadeelde 7] heeft gezegd: "Je bent een lekker wijf, ik ben geil. Ik heb een stijve. Wil je hem zien", en vervolgens zijn, verdachtes, broek heeft laten zakken en daarbij, zijn, verdachtes geslachtsdeel heeft getoond en vervolgens tegen die [benadeelde 7] heeft gezegd: "Ik wil je zoenen", en daarbij die [benadeelde 7] heeft vastgepakt en heeft omhelsd en vervolgens naar zich toe heeft trachten te trekken en tegen die [benadeelde 7] heeft gezegd: "Ik ga je slaan", terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld in zaak A, onder 1, 2, 3 en 4 primair, in zaak C, onder 1 en 2 en in zaak D, onder 1 primair, 2 primair en 3 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:

Zaak A

1.

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort vernielen;

2.

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

3.

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat aan een ander toebehoort vernielen;

4 primair

poging tot diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming;

Zaak C

1.

mishandeling gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;

2.

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

Zaak D

1 primair

het in een besloten lokaal bij een ander in gebruik wederrechtelijk binnendringen;

2 primair

schennis van de eerbaarheid op of aan een plaats voor het openbaar verkeer bestemd;

3 primair

poging tot feitelijke aanranding van de eerbaarheid.

Strafbaarheid

Door drs. L.P. Heinsman, psychiater, is in opdracht van de rechter-commissaris in strafzaken te Zwolle een onderzoek ingesteld omtrent de geestvermogens van verdachte. Uit diens rapportage van 14 september 2007 komt naar voren dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde leed aan een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de zin van schizofrenie van het paranoïde type en aan een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de zin van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De mate waarin de antisociale gedragscomponent gerelateerd lijkt aan de gevolgen van zijn chronisch psychotische stoornis, maken dat verdachte als licht verminderd tot verminderd toerekeningsvatbaar ingeschat kan worden.

Het hof verenigt zich met voormelde conclusie en maakt die tot de zijne. Het hiervoor bewezen verklaarde zal derhalve aan verdachte worden toegerekend, zij het in licht verminderde tot verminderde mate. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.

Strafmotivering

Het hof heeft de in hoger beroep opgelegde straf bepaald op grond van de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan negen strafbare feiten van diverse aard. Het hof rekent het verdachte aan dat hij personen, bezig met de normale uitoefening van hun dagelijkse werkzaamheden, zonder enige redelijke aanleiding heeft bedreigd dan wel mishandeld dan wel in hun integriteit heeft geraakt. Het gaat daarbij om een verpleegkundige van [benadeelde 3], bij welke instelling verdachte op dat moment verbleef. Verdachte verkeerde in de veronderstelling dat men aldaar schadelijke stoffen aan zijn koffie toevoegde, waarop hij de in zaak A onder 2 bewezen verklaarde bedreigingen uitte en vervolgens vernielingen aanrichtte. Uit de aangifte van de betreffende verpleegkundige blijkt dat zij bevreesd was en is dat hij zijn dreigementen uit zou voeren of dat alsnog zal gaan doen. Voorts heeft verdachte een functionaris van de Spoorwegpolitie tegen de onderarm getrapt, toen deze met die arm een kennelijk voor zijn kruis bedoelde trap afweerde. De betreffende functionaris wilde verdachte staande houden, nadat hij twee meisjes had lastig gevallen. Voorts heeft verdachte in een rijdende trein een hoofdconducteur een mes getoond, nadat deze door medereizigers attent was gemaakt op het agressieve gedrag van verdachte. Verdachte bedreigde de betreffende conducteur ook verbaal, schreeuwde naar zijn medereizigers en negeerde het rookverbod. De conducteur heeft in zijn aangifte onder meer verklaard enige tijd niet tot werken in staat te zullen zijn. Daarnaast heeft verdachte in seksueel opzicht grensoverschrijdend gedrag vertoond door exhibitionistische gedragingen in het openbaar en expliciet seksueel geladen uitingen ten opzichte van - onder meer - medewerksters van een reisbureau. Zij verklaren daarover in hun schaamtegevoel te zijn gekwetst. Daarnaast heeft verdachte de vestiging van de GGD te [plaats 1] belaagd door aldaar - slechts vanuit een kennelijke behoefte aan koffie - wederrechtelijk in te breken en vernielingen te plegen.

Uit de stukken komt naar voren dat verdachte zich bij voortduring op strafbare wijze misdraagt. De wijze waarop verdachte zich manifesteert laat sporen na bij degenen die daarmee worden geconfronteerd. Voorts veroorzaken deze gedragingen materiële schade.

Uit de stukken komt naar voren dat verdachte herhaaldelijk doelbewust conflicten zoekt vanuit een behoefte regels aan te vechten, autoriteitsgevoeligheid, behoefte aan spanning en een voortdurende seksuele pre-occupatie.

Het hof zal bij de bepaling van de op te leggen straf in aanmerking zal nemen dat verdachte licht verminderd tot verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht voor het bewezen verklaarde. Voorts heeft het hof gelet op het de verdachte betreffend Uittreksel uit het Justitieel Documentatie- register van 17 december 2008, waaruit blijkt dat verdachte sedert 2001 veelvuldig is veroordeeld ter zake van vermogensdelicten, vernielingen, bedreigingen en delicten die de openbare orde aantasten.

Het in de dagvaarding van zaak A ad informandum opgenomen feit met het parketnummer 460615-07 zal het hof buiten beschouwing laten, nu verdachte dit feit in eerste aanleg heeft ontkend en hij in hoger beroep niet ter terechtzitting is verschenen.

Uit de zich in het dossier bevindende rapportages blijkt dat de mogelijkheden om verdachte te begeleiden in de reguliere gezondheidszorg, zowel intramuraal als ambulant, uitgeput zijn. Aanleiding tot het afgeven van een rechterlijke machtiging is er evenmin. Oplegging van een deels voorwaardelijke straf met een verplicht reclasseringscontact wordt van hulpverleningszijde, gelet op eerdere ervaringen, gecontra-indiceerd geacht.

Gelet op het vorenstaande is het hof, overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal, van oordeel dat verdachte een gevangenisstraf moet worden opgelegd van na te melden duur.

Benadeelde partij I

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij,

[benadeelde 6], wonende te [woonplaats], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat zijn vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn gehele vordering tot schadevergoeding van rechtswege voort in hoger beroep.

Verdachte is niet verschenen ter terechtzitting in hoger beroep verschenen, terwijl zijn wel verschenen raadsman niet was gemachtigd namens hem het woord te voeren. Bij het ontbreken van verweer kan de vordering, die gebaseerd is op rechtstreeks geleden schade ten gevolge van het in zaak C onder 2 bewezen verklaarde feit en het hof ook overigens niet voorkomt als onrechtmatig of ongegrond, worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 150,-.

Benadeelde partij II

Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij [benadeelde 1], gevestigd te [vestigingsplaats], zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat de vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van de gehele vordering tot schadevergoeding van rechtswege voort in hoger beroep.

Verdachte is niet verschenen ter terechtzitting in hoger beroep verschenen, terwijl zijn wel verschenen raadsman niet was gemachtigd namens hem het woord te voeren. Bij het ontbreken van verweer kan de vordering, die gebaseerd is op rechtstreeks geleden schade ten gevolge van het in zaak A, onder 1, bewezen verklaarde feit en het hof ook overigens niet voorkomt als onrechtmatig of ongegrond, worden toegewezen tot het gevorderde bedrag van € 2.020,06.

Toepassing van wetsartikelen

Het hof heeft gelet op de artikelen 36 f (oud), 45, 57 (oud), 63 (oud), 138, 239, 246, 285, 300, 304, 310, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

De uitspraak

HET HOF,

RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:

vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:

verklaart het verdachte in zaak B ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het verdachte in zaak A, onder 1, 2, 3 en 4 primair, in zaak C, onder 1 en 2, en in zaak D, onder 1 primair, 2 primair en 3 primair ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als hiervoor vermeld in zaak A onder 1, 2, 3 en 4, in zaak C, onder 1 en 2 en in zaak D, onder 1 primair, 2 primair en 3 primair meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;

veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden;

beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 6], wonende te [woonplaats], tot een bedrag van honderdvijftig euro;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van honderdvijftig euro ten behoeve van de benadeelde partij [benadeelde 6], wonende te [woonplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van drie dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

wijst toe de vordering van de benadeelde partij, [benadeelde 1], gevestigd te [vestigingsplaats], tot een bedrag van tweeduizend twintig euro en zes cent;

legt aan verdachte tevens de verplichting op tot betaling aan de Staat van tweeduizend twintig euro en zes cent ten behoeve van de benadeelde partij, de [benadeelde 1], gevestigd te [vestigingsplaats];

beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van veertig dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt;

veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partijen gemaakt - tot aan deze uitspraak begroot op nihil - en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

bepaalt tevens dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van bovenvermelde bedragen, de verplichting om te voldoen aan de vorderingen van de benadeelde partijen komen te vervallen, alsmede dat, indien veroordeelde aan de vorderingen van de benadeelde partijen heeft voldaan, de verplichting tot betaling aan de Staat komt te vervallen.

Dit arrest is aldus gewezen door mr. K. Lahuis, voorzitter, mr. S.J. van der Woude en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mrs. Lahuis en Van der Woude voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature