Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Wijziging voornamen

Uitspraak



GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.143.432

(zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, 242418)

beschikking van de familiekamer van 21 oktober 2014

inzake

[verzoekster 1],

wonende op een geheim adres,verzoekster in hoger beroep, verder te noemen: de moeder,

in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigster van de hierna te noemen minderjarige kinderen,

advocaat: mr. S. Salhi te ’s-Gravenhage.

Als belanghebbende is aangemerkt:

[belanghebbende],

wonende te [woonplaats],

verder te noemen: de vader,

advocaat: mr. J. van Andel te Utrecht.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 8 januari 2014, uitgesproken onder voormeld zaaknummer.

2 Het geding in hoger beroep

2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het beroepschrift, ingekomen op 12 maart 2014;

- het verweerschrift, ingekomen op 2 juni 2014.

2.2

Op 1 september 2014 is de na te noemen minderjarige [kind 1] verschenen die buiten aanwezigheid van partijen door het hof is gehoord.

2.3

De mondelinge behandeling heeft op 11 september 2014 plaatsgevonden. Partijen zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de raad) is, met kennisgeving vooraf, niemand verschenen.

3 De vaststaande feiten

3.1

Uit de - inmiddels beëindigde - relatie van partijen zijn geboren:

- [kind 1], op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats], en

- [kind 2], op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats],

gezamenlijk te noemen: de kinderen. De hoofdverblijfplaats van de kinderen is bij de moeder. De moeder is van rechtswege alleen belast met het ouderlijk gezag over de kinderen.

3.2

Bij verzoekschrift, ingekomen bij de rechtbank Den Haag op 4 april 2013, heeft de moeder de rechtbank verzocht om de voornaam [A.] te schrappen en te wijzigen in [B.] en de voornaam [C.] te schrappen en te wijzigen in [D.].

3.3

Bij beschikking van 15 april 2013 heeft de rechtbank Den Haag zich onbevoegd verklaard van het verzoek kennis te nemen en de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, ter behandeling verwezen naar de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen.

3.4

Bij de bestreden beschikking van 8 januari 2014 heeft de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, het verzoek van de moeder afgewezen.

4 De motivering van de beslissing

4.1

Ingevolge artikel 1:4 lid 4 Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. Voor een dergelijke wijziging dient een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan. De wijziging geschiedt doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW .

4.2

De moeder komt met één grief op tegen de bestreden beschikking. Zij stelt dat de rechtbank in de bestreden beschikking ten onrechte heeft geoordeeld dat onvoldoende is gebleken dat er een voldoende zwaarwegend belang bestaat voor het wijzigen van de voornaam van de kinderen. De moeder verzoekt het hof dan ook de bestreden beschikking te vernietigen en, opnieuw beschikkende, primair de voornaam [A.] te schrappen en te wijzigen in [B.] en de voornaam [C.] te schrappen en te wijzigen in [D.], en subsidiair de voornaam [A.] aan te vullen met de voornaam [B.] en de voornaam [C.] aan te vullen met de voornaam [D.], kosten rechtens.

Ter mondelinge behandeling heeft de moeder haar primaire verzoek ingetrokken. Zij verzoekt thans nog de voornaam [A.] aan te vullen met de voornaam [B.] en de voornaam [C.] aan te vullen met de voornaam [D.], waarbij de moeder de voorkeur heeft voor toevoeging van de verzochte voornaam vóór de voornaam zoals die thans in de geboorteakte vermeld staat.

4.3

De moeder stelt dat zij al redelijk kort na de geboorte van de kinderen binnenshuis en binnen haar familie de namen [B.] en [D.] is gaan gebruiken, naast de namen [A.] en [C.], en niet pas nadat partijen uit elkaar zijn gegaan. Vanaf het moment waarop zij met de kinderen in een blijf-van-mijn-lijf-huis verbleef (rond september 2010), zijn de kinderen uitsluitend nog met deze namen aangesproken, ook buitenshuis, zoals op school en sportclubs.

De kinderen hebben lange tijd geen contact meer gehad met de vader. Zij hebben in het verleden angstige ervaringen opgedaan met de vader en de grootouders (vaderszijde) en waren bang voor ontvoering door de vader naar Turkije. Zij zijn onder behandeling (geweest) bij i-psy de Jutters om de nare ervaringen uit het verleden te verwerken. Het verzoek van de vader een omgangsregeling vast te stellen is door de rechtbank en het hof, op advies van de raad, afgewezen.

Er is volgens de moeder een zwaarwichtig belang om de voornaam van de kinderen te wijzigen. Zij zijn de huidige roepnamen al jarenlang gewend en willen ook niet anders. De andere namen herinneren hen aan het verleden en roepen angst bij hen op. Ter mondelinge behandeling heeft de moeder nog verklaard dat de kinderen hinder ondervinden van de afwijkende voornaam in hun geboorteakte, omdat zij daardoor steeds moeten uitleggen waarom hun roepnaam anders is.

4.4

De vader voert daartegen verweer. Hij verzoekt het hof de bestreden beschikking te bekrachtigen en de moeder niet-ontvankelijk te verklaren in haar verzoeken, althans de verzoeken aan haar te ontzeggen, zulks met veroordeling van de moeder in de kosten van deze procedure.

4.5

De vader betoogt dat de moeder in september 2010, enige tijd na het beëindigen van de relatie, zonder enige mededeling met de kinderen is verhuisd naar[plaatsnaam]. De moeder vertelt kwalijke verhalen over hem en de vader heeft sinds 2 januari 2011 geen contact meer met hen. Hij heeft wel geprobeerd om de normale omgangsregeling met de kinderen zoals die er voorheen was weer op gang te brengen, maar de kinderen praten de moeder na en diskwalificeren hem. Hij heeft daarom de moeder met rust gelaten en geprobeerd met haar in gesprek te komen en een goede verstandhouding te creëren ten behoeve van de kinderen. De moeder weigert daaraan mee te werken, aldus nog steeds de vader.

Volgens de vader hebben partijen de kinderen tijdens hun relatie nooit anders genoemd dan [A.] en [C.] en is de moeder pas op advies van het blijf-van-mijn-lijf-huis andere namen gaan gebruiken.

Volgens de vader is geen sprake van een voldoende zwaarwichtig belang voor een voornaamswijziging. Dat de kinderen de huidige namen gewend zijn en niet anders genoemd zouden willen worden, is onvoldoende om een zwaarwichtig belang aan te nemen. De stelling dat de huidige officiële voornamen angst oproepen bij de kinderen is door de moeder niet onderbouwd, aldus de vader.

4.6

Het hof stelt voorop dat de moeder ter mondelinge behandeling heeft verklaard dat zij het verzoek tot voornaamswijziging heeft ingediend als wettelijk vertegenwoordigster van de kinderen. Zij kan derhalve in dat verzoek worden ontvangen. Anders dan zijdens de vader is betoogd, behoeft de moeder voor het voeren van een procedure als de onderhavige geen machtiging van de kantonrechter.

4.7

Het hof acht het van belang dat de ouders bij de geboorte van de kinderen hebben gekozen voor de namen zoals vermeld in hun geboorteakte. Deze namen zijn ook verbonden met de deels Turkse achtergrond van de kinderen. Voorts is van belang dat blijkens de verklaringen van het oudste kind en de moeder de kinderen inmiddels, na hun behandeling bij i-psy de Jutters, geen angst voor de vader meer hebben, hetgeen voor de moeder reden is geweest ter zitting in hoger beroep haar primaire verzoek in te trekken.

Vast staat echter ook dat de kinderen in ieder geval sinds medio 2010 door het leven gaan als [B.] en [D.] en sindsdien ook buitenshuis uitsluitend worden aangesproken met deze namen. Het oudste kind heeft tijdens haar verhoor uitdrukkelijk en stellig verklaard dat zij de naam [B.] wil voeren. Eveneens staat -als onvoldoende gemotiveerd weersproken- vast dat de kinderen er hinder van ondervinden dat de naam waarmee zij worden aangesproken geen deel uitmaakt van de naam in hun geboorteakte. Zij moeten daardoor regelmatig -door het vertellen van hun familiegeschiedenis- uitleggen waarom hun roepnaam sterk afwijkt van hun officiële voornaam.

Gelet op het voorgaande acht het hof een voldoende zwaarwichtig belang aanwezig om de verzochte voornamen [B.] en [D.] toe te voegen aan respectievelijk de bestaande voornamen [A.] en [C.], zij het als tweede voornaam. Bij deze beslissing laat het hof meewegen dat de toevoeging van een tweede voornaam minder ingrijpend van aard is dan de toevoeging van een eerste voornaam. Nu de verzochte extra voornamen geoorloofd zijn naar de maatstaven van artikel 1:4 lid 2 BW, zal het hof het verzoek van de moeder tot toevoeging van die voornamen als na te melden toewijzen.

5 De slotsom

5.1

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen, zal het hof de bestreden beschikking vernietigen en beslissen als hierna onder 6 vermeld.

5.2

Het hof zal de proceskosten in beide instanties compenseren, nu partijen een relatie met elkaar hebben gehad en de procedure de uit die relatie geboren kinderen betreft.

6 De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:

vernietigt de beschikking van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 8 januari 2014 en opnieuw beschikkende:

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand in de gemeente [plaatsnaam]:

de voornaam "[A.]" van de minderjarige, geboren op [geboortedatum] 2002 te [geboorteplaats], te wijzigen in de voornamen "[A.] [B.]";

de voornaam "[C.]" van de minderjarige, geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats], te wijzigen in de voornamen "[C.] [D.]";

verstaat dat de griffier niet eerder dan drie maanden na heden, en slechts indien geen cassatie is ingesteld, een afschrift van deze beschikking aan de ambtenaar van de burgerlijke stand zendt;

compenseert de kosten van het geding in beide instanties in die zin, dat iedere partij de eigen kosten draagt;

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mrs. P.M.M. Mostermans, M.H.H.A. Moes en G.J. Rijken en is op 21 oktober 2014 uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature