Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Ontucht

Uitspraak



Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004220-12

Uitspraak d.d.: 26 april 2013

TEGENSPRAAK

Promis

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Utrecht van 8 oktober 2012 in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres].

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 februari 2013 en 12 april 2013 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I).

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,

mr I.E. Leenhouwers, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 10 augustus 2009 tot en met 20 augustus 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], althans in het arrondissement Utrecht, althans in Nederland en/of te [plaats], althans in Nederland ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], immers heeft hij, verdachte (meermalen)

de penis van die [slachtoffer] in zijn, verdachtes, mond gebracht en/of

aan de penis van die [slachtoffer] gelikt en/of gevoeld en/of

die [slachtoffer] gepijpt en/of

die [slachtoffer] ertoe gebracht aan zijn, verdachtes, penis te likken en/of te voelen en/of

die [slachtoffer] ertoe gebracht hem, verdachte, te pijpen en/of anaal te penetreren en/of

die [slachtoffer] afgetrokken en/of

die [slachtoffer] ertoe gebracht verdachte af te trekken en/of

die [slachtoffer] anaal gepenetreerd met zijn, verdachtes, penis en/of een (of meerdere) vinger(s);

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot algehele vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weerlegd door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Wel komt het hof tot een gedeeltelijke vrijspraak op grond van de navolgende overwegingen.

Uit de verklaringen van aangever en verdachte blijkt dat aangever en verdachte in de tenlastegelegde periode in ieder geval driemaal seksueel contact met elkaar hebben gehad en dat in ieder geval sprake is geweest van anale penetratie. Gelet op de in het dossier aanwezige verklaringen acht het hof de door verdachte geschetste gang van zaken met betrekking tot het eerste seksuele contact c.q. de wijze waarop dat heeft plaatsgevonden niet uitgesloten. Dit betekent dat onvoldoende vast is komen te staan dat het opzet van verdachte die eerste keer gericht is geweest op het plegen van ontuchtige handelingen met aangever. Het hof zal verdachte hiervan dan ook vrijspreken.

Hetzelfde geldt echter niet voor de tweede en derde keer, nu uit de het dossier en de verklaringen van verdachte is gebleken dat hij na dit eerste seksuele contact (vrijwel) geen actie heeft ondernomen om een herhaling te voorkomen en dat het derde seksuele contact met zijn, verdachtes, instemming heeft plaatsgevonden. Anders dan de verdediging heeft betoogd, is het hof is van oordeel dat de omstandigheid dat verdachte zelf in het verleden slachtoffer van seksueel misbruik is geweest, onvoldoende is om aan te nemen dat verdachte in een situatie verkeerde waaraan hij zich redelijkerwijs niet kon onttrekken, zelfs wanneer wordt uitgegaan van de stelling van de verdediging dat aangever degene was die het seksuele contact heeft geïnitieerd. Het hof neemt hierbij met name in aanmerking het onderlinge leeftijdsverschil en het feit dat verdachte degene was die was belast met het toezicht op aangever.

Voorts zal het hof verdachte vrijspreken van de overige tenlastegelegde ontuchtige handelingen. Uit het dossier blijkt weliswaar dat deze handelingen hebben plaatsgevonden,

maar niet dat deze hebben plaatsgevonden in de tenlastegelegde periode.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging gekregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op een of meer tijdstip ( pen ) in of omstreeks de periode van 10 augustus 2009 tot en met 20 augustus 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], althans in het arrondissement Utrecht, althans in Nederland en/of te [plaats], althans in Nederland ontucht heeft gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige [slachtoffer], geboren op [geboortedatum], immers heeft hij, verdachte ( meermalen )

de penis van die [slachtoffer] in zijn, verdachtes, mond gebracht en/of

aan de penis van die [slachtoffer] gelikt en/of gevoeld en/of

die [slachtoffer] gepijpt en/of

die [slachtoffer] ertoe gebracht aan zijn, verdachtes, penis te likken en/of te voelen en/of

die [slachtoffer] ertoe gebracht hem, verdachte, te pijpen en/of anaal te penetreren en/of

die [slachtoffer] afgetrokken en/of

die [slachtoffer] ertoe gebracht verdachte af te trekken en/of

die [slachtoffer] anaal gepenetreerd met zijn, verdachtes, penis en/of een (of meerdere) vinger(s);

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

het bewezen verklaarde levert op:

ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Het hof heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen -en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van de hierna aan te geven duur leiden- dat verdachte zich schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige. Het bewezenverklaarde houdt een ingrijpende aantasting in van de persoonlijke en lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke zedendelicten daarvan langdurig geestelijke schade plegen te ondervinden. Voorts heeft verdachte het vertrouwen dat de ouders van het slachtoffer en de reclassering in hem hadden gesteld op grove wijze beschaamd.

Het hof heeft voorts acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie, gedateerd 27 maart 2013, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

Nu het hof minder bewezen zal verklaren dan de rechtbank, zal het hof een lagere gevangenisstraf opleggen in die zin dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf zal worden opgelegd die gelijk is aan de reeds door verdachte ondergane voorlopige hechtenis.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 2.550. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.050. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van haar oorspronkelijke vordering.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in haar vordering niet worden ontvangen en kan zij haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 249 van het Wetboek van Strafrecht .

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 (tien) maanden.

Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot 156 (honderdzesenvijftig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of t.b.v. vaststelling identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs a.b.i. art. 1 Wet o/d identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden of geen medewerking heeft verleend aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen, dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de reclassering.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich ambulant laat behandelen in een forensische behandelinstelling.

Stelt als bijzondere voorwaarde dat het verdachte gedurende de volledige proeftijd verboden is contact te leggen of te laten leggen met [slachtoffer] en diens familie.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] ter zake van het bewezen verklaarde tot het bedrag van € 1.050 (duizend vijftig euro) bestaande uit

€ 50 (vijftig euro) materiële schade en € 1.000 (duizend euro) immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in haar vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat zij in zoverre haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan materiële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 1.050 (duizend vijftig euro) bestaande uit € 50 (vijftig euro) materiële schade en € 1.000 (duizend euro) immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de materiële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2009 tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat daarmee zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee zijn verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

De voorlopige hechtenis

Heft op het geschorste, tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door

mr R. de Groot, voorzitter,

mr H. Abbink en mr B.J.J. Melssen, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr C.M.M. van der Waerden, griffier,

en op 26 april 2013 ter openbare terechtzitting uitgesproken.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature