Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Diefstal.

Uitspraak



parketnummer: 23-003184-16

datum uitspraak: 16 maart 2017

TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsvrouw)

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 19 augustus 2016 in de strafzaak onder parketnummer 13-702426-16 tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 2 maart 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 augustus 2016 tot en met 13 augustus 2016 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een woning ([adres]) heeft weggenomen een of meer stuks kleding en/of een of meer geldbedragen en/of een of meer levensmiddelen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft en / of de / het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, te weten door het (open)duwen en/of (open)stoten van een deur bij/in voornoemde perceel;

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de politierechter.

Nadere bewijsoverwegingen

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit op de grond dat geen sprake is geweest van een inbraak maar van huisvredebreuk. Er was geen sprake van een oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening. De verdachte had niet de intentie om in te breken en een diefstal te plegen maar was voornemens de woning (naar het hof telkens begrijpt: de woonboot) te bewonen. Hij verkeerde in de veronderstelling dat de woning niet permanent bewoond was. Hij heeft eten gepakt en in de boot klaar gemaakt en heeft goederen gebruikt; verpakkingen van etenswaren zijn aangebroken en gebruiksvoorwerpen zijn gebruikt of vernield maar niet weggenomen, aldus de raadsvrouw.

Het hof overweegt als volgt.

Op grond van de stukken van het dossier, waaronder het proces-verbaal van bevindingen waarin de feiten en omstandigheden zijn beschreven waaronder de verdachte is aangetroffen bij de woonboot, en het verhandelde ter terechtzitting sluit het hof niet uit dat de verdachte de woning van het slachtoffer is binnengedrongen met het doel om zich aldaar een verblijfplaats te verschaffen. Het hof zal dit dan ook als uitgangspunt nemen bij de beoordeling van het ten laste gelegde.

Gelet het voorgaande is niet komen vast te staan dat het handelen van de verdachte op het moment dat hij de woning binnendrong kon worden gekarakteriseerd als zich toegang verschaffen tot een plaats des misdrijfs in de zin van het ten laste gelegde dan wel het onder zijn bereik brengen van te stelen goederen.

Derhalve zal het hof de verdachte vrijspreken van -kort gezegd- de hem ten laste gelegde braak.

De verdachte heeft echter wel op enig moment nadien levensmiddelen eten en drinken genuttigd terwijl hij, gelet op de omstandigheden, wist dat hij hiertoe niet gerechtigd was en deze goederen hem niet toebehoorden. Anders dan de raadsvrouw, is het hof dan ook van oordeel dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de diefstal van deze levensmiddelen, toebehorende aan de aangeefster.

Het hof is er niet van overtuigd dat de verdachte het oogmerk had de kleding van de aangeefster te stelen nu hij deze, naar eigen zeggen, aantrok op het moment dat hij zich, ongekleed, geconfronteerd zag met thuiskomst van aangeefster en gauw iets dat voorhanden was aan wilde trekken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 12 augustus 2016 tot en met 13 augustus 2016 te Amsterdam, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning, [adres], heeft weggenomen levensmiddelen, toebehorende aan [slachtoffer].

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het bewezen verklaarde levert op:

diefstal.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezen verklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van voorarrest.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de diefstal van levensmiddelen in een woonboot. Hiermee heeft hij, terwijl hij zich in het privédomein van de aangeefster bevond, inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht van de aangeefster. Ook is haar overlast bezorgd.

Niet gebleken is dat verdachte eerder strafrechtelijk onherroepelijk is veroordeeld.

Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf gelijk aan de duur van het voorarrest passend en geboden.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 1.362,50, bestaande uit € 612,50 materiële schade en € 750 immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en de kosten. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 1.240, te vermeerderen met de wettelijke rente en de kosten, en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Voor het overige is de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk verklaard. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

De advocaat-generaal heeft ook wat de beslissing ten aanzien van de benadeelde partij betreft, bevestiging van het vonnis gevorderd.

De raadsvrouw heeft het hof verzocht de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te verklaren dan wel af te wijzen.

Het hof overweegt als volgt.

Ten aanzien van de materiële schade

Onvoldoende is gebleken dat de gestelde materiële schade rechtstreeks door het bewezen verklaarde handelen van de verdachte, te weten diefstal van levensmiddelen, is veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Ten aanzien van de immateriële schade

Onvoldoende is onderbouwd dat de gestelde immateriële schade door het bewezen verklaarde handelen van de verdachte is veroorzaakt. De benadeelde partij kan daarom in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] in de vordering tot schadevergoeding niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Bepaalt dat de benadeelde partij en de verdachte ieder hun eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. G.M. Boekhoudt, mr. F.M.D. Aardema en mr. A.M. Ruige, in tegenwoordigheid van

mr. S. Egidi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 16 maart 2017.

mr. A.M. Ruige is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature