Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

verkrachting

Uitspraak



parketnummer: 23-002695-16

datum uitspraak: 17 februari 2017

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 12 juli 2016 in de strafzaak onder de parketnummers 15-800455-15 en 15-192229-14 (TUL) tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1989,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 3 februari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.

Tegen voormeld vonnis is namens de verdachte hoger beroep ingesteld.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1:hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 6 augustus 2015 tot en met 9 augustus 2015 te Alkmaar (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] (geboren op 10 november 1998) (meermalen) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handelingen(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

- ( telkens) zijn penis in de mond en/of vagina en/of de anus van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- ( telkens) een bus deoderant, althans een voorwerp, in de vagina en/of de anus van die [slachtoffer] geduwd/gebracht,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte,

- die [slachtoffer] (meermalen) op/tegen de knie(ën) en/of de be(e)n(en) en/of het hoofd, althans het lichaam, heeft geslagen en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "Of slaan of kontneuken", althans woorden van gelijke dreigende aard/strekking en/of

- de string van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en/of (vervolgens) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij, [slachtoffer], tegen de muur moest gaan staan en/of

- diens penis in de anus van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht en/of

- ( nadat die [slachtoffer] tegen verdachte (meermalen) heeft gezegd dat hij moest stoppen en/of dat het pijn deed) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "Zeg nog een keer stop want daar word ik geil van" en/of "Je bent mijn vrouwtje en ik doe wat ik wil" en/of

- diens penis in de mond van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht en/of die [slachtoffer] hem, verdachte, heeft doen pijpen en/of

- ( meermalen) die [slachtoffer] heeft geduwd en/of geslagen en/of bij de keel/hals heeft vastgepakt en/of in de keel/hals van die [slachtoffer] heeft geknepen en/of

- die [slachtoffer] met haar hoofd tegen een muur/wand heeft geduwd/gedrukt en/of

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat die [slachtoffer] haar handen op tafel moest leggen en/of (vervolgens) (meermalen) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "Ik ga doen wat ik wil. Jij gaat doen wat ik wil" en/of

- een bus deodorant, althans een voorwerp, in de vagina van die [slachtoffer] heeft gebracht/geduwd en/of

- ( nadat die [slachtoffer] tegen verdachte (meermalen) heeft gezegd de penetratie met voornoemde bus deoderant, althans een voorwerp, niet te willen en/of daarvan pijn te ondervinden) voornoemde bus deoderant, althans een voorwerp, meermalen heeft gepenetreerd in de vagina van die [slachtoffer];

2 primair:hij in of omstreeks de periode van 7 tot en met 9 augustus 2015 te Alkmaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om A. [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer] (met kracht) bij de keel/hals heeft (vast)gepakt en/of (vervolgens) in de keel/hals (met kracht) heeft geknepen (als gevolg waarvan die [slachtoffer] enige tijd geen lucht heeft gekregen), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2 subsidiair:hij in of omstreeks de periode van 7 tot en met 9 augustus 2015 te Alkmaar A. [slachtoffer] heeft mishandeld door deze [slachtoffer] (met kracht) bij haar keel/hals vast te pakken en/of (vervolgens) (hard) in haar keel/hals te knijpen.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zal het hof deze verbeterd lezen. De verdachte wordt daardoor niet in de verdediging geschaad.

Vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd om proceseconomische redenen.

Vrijspraak feit 2 primair

Het hof is met de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging doodslag, zodat hij van het onder 2 primair tenlastegelegde moet worden vrijgesproken.

Bewijsoverwegingen feit 1 en 2 subsidiair

Standpunt advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van verkrachting en mishandeling en heeft daartoe aangevoerd dat de verklaringen van de aangeefster [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) betrouwbaar zijn en voldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen.

Standpunt verdediging

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde verkrachting en mishandeling. Hij heeft hiertoe aangevoerd dat de verklaringen van [slachtoffer] onbetrouwbaar zijn en niet worden ondersteund door een bewijsmiddel uit een andere bron. De verdachte heeft ter zitting in hoger beroep erkend dat seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, namelijk vaginale en anale seks, maar heeft penetratie met een deodorantbus, enige vorm van dwang en mishandeling ontkend.

Oordeel van het hof

Inleiding

Het hof ziet zich, mede in het licht van de door de raadsman gevoerde bewijsverweren, gesteld voor de vraag of de verklaringen van [slachtoffer] betrouwbaar zijn en of deze verklaringen voldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen. Het hof overweegt als volgt.

Verklaringen [slachtoffer]

heeft op 13 augustus 2015 (ondertekend op 14 augustus 2015) en 18 september 2015 ten overstaan van de politie en op 18 februari 2016 tegenover de rechter-commissaris verklaringen afgelegd. De strekking van deze verklaringen is – samengevat – de volgende.

Van donderdag 6 augustus 2015 tot en met zondagochtend 9 augustus 2015 verbleef [slachtoffer] bij de verdachte, met wie zij een relatie had, in zijn woning. Op 6 augustus 2015 zei de verdachte dat hij [slachtoffer] in haar kont wilde neuken. Dit wilde zij niet, waarna een ruzie ontstond. De volgende ochtend sloeg de verdachte [slachtoffer] op haar knieën en benen, en zei: “Of slaan of kontneuken”. [slachtoffer] moest van de verdachte naar de douche lopen. Ze was bang dat hij zou gaan slaan. In de badkamer trok de verdachte haar string uit en moest zij tegen de muur gaan staan. De verdachte deed vervolgens zijn lul in haar kont. Het neuken deed pijn en [slachtoffer] huilde. [slachtoffer] zei dat de verdachte moest stoppen en dat het echt pijn deed, maar hij ging gewoon door. De verdachte zei tegen haar: “Zeg nog een keer stop, want daar word ik geil van”. Hij ging zo lang door als hij wilde. Ook moest ze de verdachte pijpen. Hij probeerde zijn lul erg diep in haar mond te doen. [slachtoffer] deed het omdat het moest van de verdachte. Hij zei: “Het is mijn

fantasie. Je bent mijn vrouwtje en ik doe wat ik wil”. Hij stopte nadat hij klaar was gekomen.

Op zaterdag 8 augustus 2015 wilde [slachtoffer] naar huis, maar dit mocht niet van de verdachte. Ze ging op de bank zitten en de verdachte sloeg haar met de vlakke hand in haar gezicht. Ook pakte hij haar bij de keel, kneep hij haar keel dicht en sloeg hij haar hoofd tegen de muur. [slachtoffer] trilde en de verdachte sloeg haar weer in haar gezicht. Zij mocht niet naar huis en was bang. Haar telefoon ging over, maar die mocht zij niet opnemen. [slachtoffer] had met haar moeder de afspraak dat als [slachtoffer] haar telefoon niet op zou nemen haar moeder haar dan kwam halen. Haar moeder stond rond 24.00 uur voor de deur om te vragen waar [slachtoffer] was. De verdachte zei tegen haar dat [slachtoffer] niet bij hem was, waarna haar moeder weer wegging. [slachtoffer] moest, toen haar moeder voor de deur stond, van de verdachte onder de bank gaan zitten en durfde niet te roepen. Later keken [slachtoffer] en de verdachte een film. [slachtoffer] moest, net zoals in de film, van de verdachte haar handen op tafel leggen. Hij zei: “Ik ga doen wat ik wil. Jij gaat doen wat ik wil”. De verdachte pakte Nivea en deed dit op een deodorantbus van Rexona. [slachtoffer] moest in de woonkamer haar kleding uitdoen. De verdachte wilde de deodorantbus in haar vagina doen, maar dit wilde [slachtoffer] niet. Hij sloeg haar, ze moest naar de slaapkamer gaan en op bed gaan liggen. Op bed deed de verdachte de deodorantbus in haar vagina, terwijl [slachtoffer] op haar zij lag. Hij lag half over haar heen. [slachtoffer] had veel pijn, omdat er een scherp randje aan de deodorantbus zat ten gevolge waarvan haar vagina ging bloeden. De verdachte ging heen en weer met de deodorantbus. De volgende ochtend werd [slachtoffer] opgehaald door haar moeder en haar tante en is zij met hen in de auto meegegaan naar huis.

Het hof stelt vast dat [slachtoffer] in de verschillende verklaringen gewag heeft gemaakt van de geweldshandelingen en dreigende uitlatingen van de verdachte en de seksuele handelingen die zij van hem heeft moeten dulden en verrichten. Zij is op deze en andere essentiële onderdelen gedetailleerd en consistent in haar lezing gebleken.

Aan de geloofwaardigheid en de betrouwbaarheid van [slachtoffer] verklaringen draagt bij de toestand waarin haar moeder en haar tante haar op zondagochtend 9 augustus 2015 aantroffen. “[slachtoffer] deed anders, heel onverschillig. Later in de auto ging ze praten en begon ze te huilen. [slachtoffer] zag er gebroken uit.”

Daarnaast komt [slachtoffer] verklaring inhoudelijk op specifieke en relevante punten overeen met hetgeen zij kort na het gebeuren aan de betrokken hulpverleners [naam 1] en [naam 2] heeft verteld.

Het enkele feit dat [slachtoffer] aan haar moeder niet direct alle gebeurtenissen heeft verteld maakt haar verklaringen niet onbetrouwbaar. Hetzelfde geldt voor het feit dat [slachtoffer] niet steeds consistent is over de plaatsing in de tijd van de verschillende gebeurtenissen.

Gelet op het voorgaande ziet het hof geen aanleiding om de verklaring van [slachtoffer] over hetgeen zich in het weekend van 6 tot en met 9 augustus 2015 heeft afgespeeld als onbetrouwbaar te bestempelen.

Steunbewijs

De raadsman heeft betoogd dat zelfs indien het hof de verklaring van [slachtoffer] als uitgangspunt zou nemen, onvoldoende bewijs voorhanden is voor de stelling dat de verdachte [slachtoffer] tot alle genoemde seksuele handelingen heeft gedwongen, nu deze enkel zou kunnen worden gestoeld op haar eigen verklaringen.

Het hof verwerpt dit verweer. De verklaringen van [slachtoffer] vinden in voldoende mate steun in de overige tot het bewijs gebezigde bewijsmiddelen, in het bijzonder:

- het op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van [naam 3] waaruit volgt dat de verdachte op 17 september 2015 met de verbalisant contact heeft opgenomen om te spreken over het feit dat hij bang is voor een motorclub die hem wil omleggen. De verdachte verklaart uit zichzelf tegenover deze verbalisant dat hij denkt dat [slachtoffer] aangifte tegen hem gaat doen van mishandeling of van ontvoering. Tevens verklaart hij dat [slachtoffer] en hij houden van ruige seks: ‘Dus laatst gingen we weer te keer. Ik stopte er van alles in. En dan ineens wil ze stoppen. Donder maar op. En dan heb ik het gedaan. Moet je zien; ze krast ook altijd mijn rug open om ze dat lekker vindt.’ Het hof vindt hierin mede steun voor de omstandigheid dat de verdachte de deodorantfles in de vagina van aangeefster heeft geduwd/gebracht, alsmede voor de dwang waaronder dat is gebeurd. Uit de verklaring dat [slachtoffer] wilde stoppen, gevolgd door de uitlating ‘donder maar op’, waaruit het hof afleidt dat de verdachte bedoelt te zeggen dat van stoppen geen sprake meer kan zijn, volgt voorts dat hij tegen [slachtoffer] wil is voortgegaan met het verrichten van de hem tenlastegelegde seksuele handelingen.

- de verklaring van [naam 4] inhoudende dat aangeefster tegen hem heeft gezegd dat de verdachte een deofles in haar kut had gestopt, haar anaal heeft genomen, dat het was uitgescheurd en dat de verdachte tegen hem “dat van de deofles” heeft “bevestigd”.

- de verklaring van de huisarts van [slachtoffer], [naam 5], inhoudende dat zij bij [slachtoffer] een rode baarmoedermond, een scheurtje bij haar anus, blauwe drukplekken in haar hals en een wat rode binnenkant van de keel van [slachtoffer] heeft geconstateerd. Hoewel met name de eerste twee waarnemingen van de huisarts en de laatste ieder voor zich ook anderszins verklaard kunnen worden, passen zij als geheel bij hetgeen [slachtoffer] heeft verklaard. De blauwe drukplekken geven in het bijzonder tevens steun aan hetgeen [slachtoffer] heeft verklaard over de mishandeling.

- de verklaringen van [naam 1] en [naam 2] inhoudende dat [slachtoffer] tegenover hen (op respectievelijk 10 en 11 augustus 2015) heeft verklaard dat zij in het weekend van 6 tot en met 9 augustus 2015 door de verdachte is verkracht en mishandeld.

- de verklaringen van de moeder en de tante van [slachtoffer], waaronder meer specifiek hetgeen daaruit naar voren komt omtrent de toestand waarin [slachtoffer] zich op 9 augustus 2015 bevond in de woning en, nadat zij de woning van de verdachte hadden verlaten, in de auto.

- het feit dat op zaterdag 8 augustus 2015 van 22.35 tot 00.25 uur op de Belgische zender Canvas de film ‘Secretary’ werd vertoond waarover [slachtoffer] in haar aangifte verklaart.

Mede gelet op hetgeen volgt uit de aangifte en voornoemd steunbewijs over de omstandigheden waaronder de bewezenverklaarde seksuele handelingen hebben plaatsgevonden, levert het samenstel van alle bewezenverklaarde geweldshandelingen, dreigende uitlatingen en feitelijkheden, verricht of gedaan in een betrekkelijk kort tijdsbestek waarbij verdachte en [slachtoffer] steeds in elkaars nabijheid zijn gebleven, naar het oordeel van het hof tevens de dwang op zoals onder 1 bewezenverklaard en bedoeld in artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht.

Conclusie

Gelet op al het voorgaande acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich aan zowel de onder 1 tenlastegelegde verkrachting als de onder 2 tenlastegelegde mishandeling van [slachtoffer] heeft schuldig gemaakt.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1:hij in de periode van 6 augustus 2015 tot en met 9 augustus 2015 te Alkmaar door geweld of feitelijkheden en bedreiging met geweld [slachtoffer] (geboren op 10 november 1998) meermalen heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hebbende verdachte

- zijn penis in de mond en vagina en de anus van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en

- een bus deodorant in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht,

en bestaande dat geweld en die feitelijkheden en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte,

- die [slachtoffer] op/tegen de knieën en de benen en het hoofd heeft geslagen en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "Of slaan of kontneuken" en

- de string van die [slachtoffer] heeft uitgetrokken en tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat zij, [slachtoffer], tegen de muur moest gaan staan en

- diens penis in de anus van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht en

- nadat die [slachtoffer] tegen verdachte heeft gezegd dat hij moest stoppen en dat het pijn deed tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "Zeg nog een keer stop want daar word ik geil van" en "Je bent mijn vrouwtje en ik doe wat ik wil" en

- diens penis in de mond van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht en die [slachtoffer] hem, verdachte, heeft doen pijpen en

- die [slachtoffer] heeft geduwd en geslagen en bij de keel/hals heeft vastgepakt en in de keel/hals van die [slachtoffer] heeft geknepen en

- die [slachtoffer] met haar hoofd tegen een muur heeft geduwd en

- tegen die [slachtoffer] heeft gezegd dat die [slachtoffer] haar handen op tafel moest leggen en (vervolgens) tegen die [slachtoffer] heeft gezegd "Ik ga doen wat ik wil. Jij gaat doen wat ik wil" en

- een bus deodorant in de vagina van die [slachtoffer] heeft gebracht/geduwd;

2 subsidiair:hij in de periode van 7 tot en met 9 augustus 2015 te Alkmaar A. [slachtoffer] heeft mishandeld door deze [slachtoffer] met kracht bij haar keel/hals vast te pakken en hard in haar keel/hals te knijpen.

Hetgeen onder 1 en 2 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat, zoals deze na het eventueel instellen van beroep in cassatie zullen worden opgenomen in de op te maken aanvulling op dit arrest.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder 1 en 2 subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.

Het onder 1 bewezen verklaarde levert op:

verkrachting, meermalen gepleegd.

Het onder 2 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

mishandeling.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte ten aanzien van het onder 1 en 2 subsidiair bewezen verklaarde uitsluit, zodat de verdachte strafbaar is.

Oplegging van straf

De rechtbank Noord-Holland heeft de verdachte voor het in eerste aanleg onder 1 en 2 subsidiair bewezen verklaarde veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren met een contactverbod als bijzondere voorwaarde.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen

De verdachte heeft gedurende een weekend zijn ruim negen jaar jongere vriendin mishandeld en meermalen verkracht. Zij moest hem onder andere pijpen en dulden dat hij haar zowel anaal als vaginaal penetreerde. Tevens heeft hij een deodorantbus in haar vagina gebracht. Dit alles gebeurde onder dwang en ging met geweld gepaard. Zo heeft hij haar op enig moment ook mishandeld door haar hard bij de keel/hals te pakken en haar keel dicht te knijpen. Dit zijn ernstige feiten waarmee de verdachte een zeer grove inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Zij heeft in grote angst verkeerd en lijdt nog altijd onder de negatieve psychische gevolgen van de gebeurtenissen.

Op grond van het bovenstaande is oplegging van een langdurige vrijheidsbenemende straf gerechtvaardigd.

Blijkens een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie van 18 januari 2017 is hij eerder voor geweldsdelicten (waaronder een geweldsdelict jegens het slachtoffer) onherroepelijk veroordeeld.

Omtrent de persoon van de verdachte is onder andere door het Pieter Baan Centrum een NIFP dubbelrapportage (10 mei 2016) opgemaakt. Daarin wordt, ondanks de weigerachtige houding van de verdachte, onder andere geconcludeerd dat hij lijdt aan een ziekelijke stoornis in de zin van afhankelijkheid van alcohol en misbruik van cannabis. Tevens is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens in de vorm van een persoonlijkheidsstoornis. Beide waren aanwezig ten tijde van het tenlastegelegde. Omdat de persoonlijkheidsstoornis slechts in algemene zin is vastgesteld en omdat het effect van het middelengebruik op zijn psychisch functioneren niet met de verdachte kon worden besproken, kan geen uitspraak worden gedaan over de doorwerking in het tenlastegelegde.

Nu de conclusies van de gedragsdeskundigen worden gedragen door hun bevindingen, kan het hof zich hiermee verenigen. Aan de verdachte worden de bewezen geachte gedragingen volledig toegerekend.

Er zijn geen bijzondere persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren gekomen die tot matiging van de op te leggen straf aanleiding geven.

Het hof heeft gelet op de straffen die in soortgelijke gevallen plegen te worden opgelegd, in het bijzonder de straffen die ter zake van verkrachting worden uitgesproken en acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

Voor een contactverbod met het slachtoffer, zoals gevorderd door de advocaat-generaal, acht het hof, mede gelet op hetgeen hieromtrent ter terechtzitting in hoger beroep naar voren is gebracht, onvoldoende gronden aanwezig.

Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

De benadeelde partij heeft zich in eerste aanleg in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Deze bedraagt € 9.000,- voor immateriële schade. De vordering is bij het vonnis waarvan beroep toegewezen tot een bedrag van € 4.000,-. De benadeelde partij heeft zich in hoger beroep opnieuw gevoegd voor het bedrag van de oorspronkelijke vordering.

Zijdens de verdachte is de aansprakelijkheid voor de schadeveroorzakende gebeurtenissen betwist. Nu de verdachte strafrechtelijk verantwoordelijk wordt gehouden voor het onder 1 ten laste gelegde, is daarmee diens civielrechtelijke aansprakelijkheid gegeven.

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks immateriële schade heeft geleden, gelet op de gemotiveerde stellingen van de benadeelde partij die zijdens de verdachte verder niet zijn betwist (in het bijzonder niet voor wat betreft het optreden van schade en het causale verband met de schadeveroorzakende gebeurtenis).

De begroting van de omvang van immateriële schade is voorbehouden aan de rechter. Het hof schat de omvang van de immateriële schade op de voet van het bepaalde in artikel 6:106 BW naar maatstaven van billijkheid – met de rechtbank – op € 4.000,-, waarbij in het bijzonder is gelet op de omstandigheden dat ten gevolge van het bewezen geachte de benadeelde partij

- PTSS heeft bekomen en daarvoor onder behandeling heeft gestaan van verschillende behandelaars;

- wordt geteisterd door nachtmerries en andere slaapproblemen;

- nog altijd leeft met gevoelens van angst en mannen niet durft te vertrouwen.

Verder heeft het hof gelet op de schadevergoeding die in vergelijkbare gevallen door rechters is toegekend.

Voor het overige is het hof van oordeel dat behandeling van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. In zoverre kan de benadeelde partij daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kan de vordering slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed, zal het hof de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen op de hierna te noemen wijze.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 57, 63, 242 en 300 van het Wetboek van Strafrecht .

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de politierechter te Haarlem van 24 november 2014 in de zaak met parketnummer 15/192229-14 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand.

Bij vonnis van 15 juni 2015 heeft de politierechter in de rechtbank Noord-Holland in de zaak met parketnummer 15/800240-15 de gedeeltelijke tenuitvoerlegging van voornoemde voorwaardelijke straf gelast en aan de verdachte een werkstraf van 28 uren, subsidiair 14 dagen hechtenis, opgelegd.

Deze vordering tot tenuitvoerlegging van het resterende deel van de voorwaardelijk opgelegde straf is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Daarom kan de tenuitvoerlegging van het resterende deel van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2 primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 subsidiair bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 (vierentwintig) maanden.

Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, of artikel 27a van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Vordering van de benadeelde partij A. [slachtoffer]

Wijst toe de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij A. [slachtoffer] ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde tot het bedrag van € 4.000,00 (vierduizend euro) ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.

Verklaart de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet-ontvankelijk en bepaalt dat de benadeelde partij in zoverre de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Verwijst de verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Bepaalt dat voormeld toegewezen bedrag aan immateriële schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 9 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Legt aan de verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, genaamd A. [slachtoffer], ter zake van het onder 1 bewezen verklaarde een bedrag te betalen van € 4.000,00 (vierduizend euro) als vergoeding voor immateriële schade, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 50 (vijftig) dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van die hechtenis de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft.

Bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Bepaalt dat voormelde betalingsverplichting ter zake van de immateriële schade vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 9 augustus 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.

Gelast de tenuitvoerlegging van het resterende gedeelte van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Haarlem van 24 november 2014, parketnummer 15-192229-14, te weten van:

gevangenisstraf voor de duur van 2 (twee) weken.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. M.J.A. Duker en mr. C. Laukens in tegenwoordigheid van mr. A.S. Metgod, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 17 februari 2017.

mr. C. Laukens is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature