Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Enqueteverzoek toegewezen en onmiddellijke voorzieningen (aanwijzing bestuurder en beheerder van aandelen) toegewezen. Tevens is een onderzoeker benoemd.

Uitspraak



beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.200.870/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 13 december 2016

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[A] ,

gevestigd te [....] ,

VERZOEKSTER,

advocaat: mr. E. Cekic, kantoorhoudende te Zaandam, gemeente Zaanstad,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KINDERDAGVERBLIJF HET ZAANS STATIONNETJE B.V.,

gevestigd te Zaanstad,

VERWEERSTER,

advocaten: mr. M. van Schoonhoven en mr. L. Sluiter, beiden kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Het verloop van het geding

1.1

In het vervolg zal verzoekster worden aangeduid met [A] en verweerster met Zaans Stationnetje.

1.2

[A] heeft bij op 10 oktober 2016 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht, zakelijk weergegeven, bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad

a. een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van Zaans Stationnetje over de periode vanaf 7 oktober 2013, althans vanaf 10 juli 2014,

en bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding

[B] (hierna [B] te noemen) en [C] (hierna [C] te noemen) te schorsen als bestuurder van Zaans Stationnetje en een derde persoon te benoemen tot bestuurder van Zaans Stationnetje;

de door [B] en door [C] gehouden aandelen in het kapitaal van Zaans Stationnetje over te dragen aan een door de Ondernemingskamer te benoemen beheerder;

dan wel een andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer juist acht,

alsmede om Zaans Stationnetje te veroordelen in de kosten van het geding.

1.3

Zaans Stationnetje heeft bij op 27 oktober 2016 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht [A] niet ontvankelijk te verklaren in haar verzoek, dan wel dit verzoek af te wijzen en [A] te veroordelen in de kosten van het geding.

1.4

Het verzoek is behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 17 november 2016. Bij die gelegenheid hebben de advocaten de standpunten van de onderscheiden partijen toegelicht aan de hand van - aan de Ondernemingskamer en de wederpartij overgelegde - aantekeningen en wat mr. Cekic betreft onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere producties genummerd 9 tot en met 48, alsmede een ongenummerde productie, en wat mrs. Sluiter en Van Schoonhoven betreft onder overlegging van op voorhand aan de Ondernemingskamer en de wederpartij gezonden nadere producties genummerd 41 tot en met 44. Partijen en hun advocaten hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord. Ter terechtzitting heeft [A] haar verzoek aangevuld in die zin dat zij thans tevens verzoekt bij wijze van onmiddellijke voorziening voor de duur van het geding [A] te benoemen tot bestuurder van Zaans Stationnetje.

2 De feiten

2.1

Zaans Stationnetje houdt een onderneming in stand die een kinderdagverblijf drijft. Op 7 oktober 2013 is zij opgericht. [A] en [C] hielden toen elk 50% van de aandelen in het geplaatste kapitaal van Zaans Stationnetje en zij vormden samen het bestuur.

2.2

Op 10 juli 2014 heeft [D] 34% van de aandelen in Zaans Stationnetje verworven. Zij heeft haar belang op 30 april 2015 overgedragen aan [B] . Sindsdien worden de aandelen in Zaans Stationnetje gehouden in de verhouding [A] 33%, [C] 33% en [B] 34%. [B] is voorts op 1 augustus 2015 bestuurder van Zaans Stationnetje geworden.

2.3

[A] is de persoonlijke houdstervennootschap van [E] .

2.4

De aandelen in [C] worden gehouden door [F] (hierna [F] te noemen), die tevens enig bestuurder is. [F] was tot voor kort getrouwd met [G] , de broer van [D] .

2.5

[B] is de persoonlijke houdstervennootschap van [D] .

2.6

Een door ING Bank opgesteld overzicht van betalingen van Zaans Stationnetje aan Lexion Exploitatie Maatschappij B.V. (hierna Lexion te noemen) in de periode van 18 december 2014 tot en met 2 juli 2015 houdt zes betalingen van in totaal € 31.700 in. Bij één betaling staat als omschrijving “volgende overeenkomst”, bij de overige vijf betalingen staat telkens de omschrijving “Volgens overeenkomst [of: afspraak] Jan 2015”.

2.7

Een bericht van gemeente Zaanstad aan het bestuur van Zaans Stationnetje, gedateerd 13 juni 2016, houdt onder meer in dat de brandveiligheid van het kinderdagverblijf wordt onderzocht en dat “op dit moment de veiligheid van de toekomstig op te vangen kinderen niet kan worden gegarandeerd”, reden om een verzoek van Zaans Stationnetje om uitbreiding van het aantal kindplaatsen af te wijzen.

2.8

Bij brief van 18 juli 2016 met onderwerp “Brandweerdossier” heeft gemeente Zaanstad aan Zaans Stationnetje een “voornemen tot opleggen last onder dwangsom overtredingen Bouwbesluit 2012 en verleende omgevingsvergunningen” bekend gemaakt. De brief houdt onder meer in:

“Veel overtredingen zijn al sinds 2014 aanwezig en zijn tot op heden niet opgeheven. (…) op 24 juli 2014 (heeft) een controle plaatsgevonden (…). Er is toen geconstateerd dat de situatie ter plaatse niet overeenkomst met de vergunde situatie. U bent van de bevindingen van deze controle per brief van 14 augustus 2014 (…) op de hoogte gesteld. (…) Op 16 december 2014 is (…) een hercontrole uitgevoerd. Tijdens deze controle is geconstateerd dat geen van de overtredingen was opgeheven. (…) Op 18 februari 2016 heeft de (…) toezichthouder (…) tezamen met mevrouw [E] een controle uitgevoerd (…). Van de bevindingen van deze controle heeft de [toezichthouder] u per email d.d. 22 februari 2016 op de hoogte gesteld. (…) Op 2 juni 2016 heeft de [toezichthouder] tezamen met mevrouw [E] een controle (…) uitgevoerd (…). De [toezichthouder] heeft zijn bevindingen op locatie met mevrouw [E] besproken. (…) Tijdens de controles van 18 februari 2016 en 2 juni 2016 zijn de volgende overtredingen in uw bouwwerk geconstateerd. (…) Nu de voornoemde overtredingen voortduren en er geen maatregelen zijn of worden getroffen om deze op te heffen, en er bovendien nieuwe overtredingen zijn geconstateerd, zijn wij voornemens om een last onder dwangsom op te leggen (…). Mocht een last onder dwangsom geen effect hebben, kunnen wij overgaan tot een last onder bestuursdwang. U moet daarbij denken aan het sluiten van [het] pand totdat alle tekortkomingen zijn opgeheven”.

De geconstateerde overtredingen hebben betrekking op de brandveiligheidsvoorschriften.

2.9

Bij brief van 9 september 2016 heeft Zaans Stationnetje aan [A] ter attentie van [E] onder meer geschreven:

“Middels deze brief berichten wij (…) dat de managementovereenkomst tussen [A] (…) en het [kinderdagverblijf] (…) met onmiddellijke ingang wordt beëindigd (…). (…) U heeft op de urenoverzichten van de jaaropgave 2015 ingevuld dat uw zoontje over de periode van januari tot en met augustus 2015 vijf dagen per week bij het [kinderdagverblijf] verbleef, terwijl dat in werkelijkheid maar drie dagen zijn. Daarnaast heeft u ingevuld dat uw zoontje over de periode van september tot en met december 2015 voor twee dagen naar het [kinderdagverblijf] ging, terwijl hij toen überhaupt niet bij het [kinderdagverblijf] verbleef. Dit betekent dat u valse informatie heeft ingevuld in het administratiesysteem (…).

Het blijkt dat het pand van het [kinderdagverblijf] al lange tijd niet voldoet aan diverse gemeentelijke vergunningen. Binnen de interne taakverdeling was [E] verantwoordelijk voor het contact met de gemeente en [E] heeft verzuimd de andere bestuurders hiervan op de hoogte te stellen. (…) ”.

2.10

Een op 12 september 2016 door de advocaat van [A] aan [D] verstuurd email bericht houdt onder meer bezwaren in tegen een ontslagbesluit van 27 augustus 2016 en tegen het overmaken van € 4.000 door Zaans Stationnetje naar een rekening op naam van [D] in Antalya, Turkije. In het bericht is aangekondigd dat [A] op korte termijn een enquêteprocedure zal entameren.

2.11

[A] heeft bij brief van haar advocaat van 21 september 2016 aan Zaans Stationnetje onder meer bezwaren gemaakt tegen het niet deponeren van jaarrekeningen door Zaans Stationnetje, tegen handelingen van Zaans Stationnetje in strijd met wet en statuten, bestaande uit de oproep van [A] voor bestuurlijk overleg op 12 september 2016 en de oproep voor een algemene vergadering van aandeelhouders op 26 september 2016, en gewag gemaakt van “de feitelijke bestuurderschap” van [G] en van opnames van de rekening van Zaans Stationnetje te zijnen behoeve.

3 De gronden van de beslissing

3.1

[A] heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat er gegronde redenen zijn voor twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Zaans Stationnetje en dat gelet op de toestand van de vennootschap onmiddellijke voorzieningen dienen te worden getroffen. Ter toelichting heeft [A] - kort samengevat - naar voren gebracht dat i) Zaans Stationnetje nietige besluiten heeft genomen tot ontslag van [A] als bestuurder, ii) Zaans Stationnetje feitelijk wordt bestuurd door [G] , iii) activa aan de vennootschap worden onttrokken doordat zonder rechtsgrond bedragen zijn overgemaakt naar een rekeningnummer in Turkije, de vennootschap in 2015 bedragen van in totaal ruim € 30.000 heeft overgemaakt aan Lexion, een vennootschap van [G] , terwijl rechtsgronden en bestuursbesluiten daartoe ontbraken, onder de onjuiste titel van aflossing bedragen aan [B] en [F] zijn overgemaakt, en [D] en [F] zonder grond en verantwoording kasopnamen doen, en iv) de jaarrekeningen niet (tijdig) zijn vastgesteld en gedeponeerd.

3.2

Zaans Stationnetje heeft aangevoerd dat [A] in haar verzoek niet-ontvankelijk moet worden verklaard, ten eerste omdat zij misbruik van recht maakt aangezien zij met de procedure geen ander doel nastreeft dan Zaans Stationnetje “te treiteren en op kosten te jagen” en ten tweede omdat zij niet tevoren bezwaren kenbaar heeft gemaakt zoals is voorgeschreven in artikel 2:349 BW .

3.3

Het eerste ontvankelijkheidsverweer heeft geen succes. [A] heeft aan haar verzoek bezwaren ten grondslag gelegd die betrekking hebben op het beleid en de gang van zaken van Zaans Stationnetje en die, zoals hierna zal blijken, voor een deel gebaseerd zijn op door Zaans Stationnetje erkende feitelijkheden. Daartegenover volstaat de summiere toelichting van het verweer niet om te komen tot het oordeel dat [A] misbruik van recht maakt.

3.4

De Ondernemingskamer volgt Zaans Stationnetje evenmin in het tweede ontvankelijkheidsverweer. Zoals ook Zaans Stationnetje in haar verweerschrift (in 8) stelt, zijn bezwaren geuit in het email bericht van 12 september 2016, verstuurd aan de bestuurder/aandeelhouder, [D] , van haar bestuurder/aandeelhouder [B] (2.10). Ook de brief van 21 september 2016 aan Zaans Stationnetje (2.11) houdt bezwaren in. Van een onverhoedse confrontatie van Zaans Stationnetje met het - op 12 september 2016 aangekondigde - enquêteverzoek is derhalve geen sprake, noch van onvoldoende gelegenheid om aan de bezwaren tegemoet te komen. Het verzoek is immers pas op 10 oktober 2016 ingediend. De Ondernemingskamer is dan ook van oordeel dat aan het voorschrift van artikel 2:349 lid 1 BW is voldaan.

3.5

Zaans Stationnetje heeft verder verweer gevoerd betreffende de door [A] opgeworpen bezwaren tegen haar beleid en gang van zaken. De Ondernemingskamer zal hierna voor zover nodig op dit verweer ingaan.

3.6

Uit de stellingen van partijen rijst een beeld op van een zeer gebrekkige (financiële) administratie en van onverklaarde, niet-gedocumenteerde geldstromen.

3.7

Zo valt uit de stellingen en de in het geding gebrachte bescheiden af te leiden dat in mei en augustus 2016 ten minste bedragen van onderscheidenlijk € 3.100, € 2.400, € 2.000 en € 4.200 door Zaans Stationnetje zijn overgemaakt naar rekeningen van [D] in Nederland en Turkije. Tegenover de klacht van [A] dat daartoe geen rechtsgrond bestond heeft Zaans Stationnetje gesteld dat de betalingen management fee betroffen waar [B] recht op had. Daargelaten dat de overgelegde bankafschriften geen vermelding van management fee inhouden, verklaart dit echter niet waarom de begunstigde rekeningen niet op naam van [B] maar op die van [D] staan. Verder is niet gebleken dat een bestuursbesluit, waarbij aan [B] een management fee is toegekend, is gedocumenteerd. Het bericht aan een boekhouder, het urenoverzicht en de facturen waar Zaans Stationnetje zich op heeft beroepen, volstaan daartoe niet.

3.8

Ook de betalingen door Zaans Stationnetje aan Lexion roepen vragen op. Blijkens het haar betreffende uittreksel uit het Handelsregister werden de aandelen in Lexion (inmiddels uitgeschreven uit het handelsregister) gehouden door [G] , die tevens haar enige bestuurder was. In totaal heeft Zaans Stationnetje in 2015 € 31.700 betaald aan Lexion; volgens [A] zonder grond en zonder bestuursbesluit, volgens Zaans Stationnetje uit hoofde van in 2013 met [G] gemaakte afspraken over huur en het voorschieten van verbouwingskosten voor het door haar gebruikte bedrijfspand. Een huurovereenkomst en overige documentatie over de gestelde afspraken ontbreken echter. Daar komt bij dat de omschrijvingen op het in 2.6 vermelde overzicht van ING Bank wijzen op een afspraak in januari 2015 en niet op afspraken in 2013. Bovendien overtuigt de door Zaans Stationnetje in het geding gebrachte factuur van Lexion, die niet is gedateerd, nauwelijks is gespecificeerd, en schijnbaar verwijst naar een – niet nader geconcretiseerde en toegelichte – overeenkomst van 7 januari 2015, geenszins.

3.9

Partijen zijn het er over eens dat Zaans Stationnetje onder de titel ‘aflossing’ betalingen heeft gedaan aan [C] en aan [B] . Zaans Stationnetje heeft aangevoerd dat [C] en [B] in 2015 onderscheidenlijk € 38.331 en € 38.333 hebben ‘ingelegd’ – desgevraagd heeft zij meegedeeld dat de bedragen aan Zaans Stationnetje zijn geleend – hetgeen [A] betwist. De Ondernemingskamer stelt vast dat schriftelijke overeenkomsten van geldlening ontbreken. Toen zij winst maakte is in januari 2016 besloten de ‘inleg’ gedeeltelijk aan [C] en [B] terug te betalen, aldus Zaans Stationnetje. Aan deugdelijke vastlegging van de besluitvorming schort het. Een whatsapp bericht van 6 mei 2016, waarop Zaans Stationnetje zich heeft beroepen, kan niet worden aangemerkt als toereikende documentatie van het beweerdelijke besluit.

3.10

Partijen hebben verder gewag gemaakt van kasopnamen door de aandeelhouders/bestuurders. [A] heeft onweersproken gesteld dat [B] en [C] in 2015 € 14.500 en in 2016 € 10.000 contant hebben opgenomen, terwijl Zaans Stationnetje, eveneens onweersproken, heeft aangevoerd dat [A] kleinere bedragen heeft opgenomen. Eerstgenoemde bedragen zouden zijn gebruikt voor aankopen via marktplaats van inventaris en speelgoed en voor betaling van klusjes. Bonnen ontbreken. De door Zaans Stationnetje in het geding gebrachte lijst van “spullen waar wij geen bon van hebben” kan naar het oordeel van de Ondernemingskamer niet worden aangemerkt als deugdelijke verantwoording van de kasopnamen. Ter terechtzitting heeft Zaans Stationnetje nog aangevoerd dat de echtgenoot van [E] maandelijks betaald moest worden voor de aangeschafte boedel. Die stelling heeft het inzicht in de gronden voor de kasopnamen en de aanwending van de bedragen niet vergroot.

3.11

Ten tijde van de behandeling van het verzoek ter terechtzitting waren geen jaarrekeningen van Zaans Stationnetje vastgesteld en gedeponeerd ten kantore van het handelsregister. Daarmee staat vast dat de wettelijke termijn voor het deponeren van de jaarrekening 2014 is overschreden. Zaans Stationnetje heeft, door [A] niet weersproken, ter verklaring van deze gang van zaken aangevoerd dat geen van haar bestuurders op de hoogte was van de wettelijke publicatieplicht.

3.12

Naar het oordeel van de Ondernemingskamer levert het voorgaande reeds gegronde redenen op om te twijfelen aan juist beleid en een juiste gang van zaken van Zaans Stationnetje.

3.13

De Ondernemingskamer zal de stellingen van partijen met betrekking tot het ontslag van [A] en het opzeggen van een management overeenkomst met [A] , waarvan [A] de rechtsgeldigheid betwist, grotendeels onbesproken laten. Overigens hebben partijen de geldigheid van het (eerste) ontslagbesluit van 27 augustus 2016 reeds ter beoordeling voorgelegd aan de voorzieningenrechter, die hierover bij vonnis van 22 september 2016 uitspraak heeft gedaan.

3.14

Wel merkt de Ondernemingskamer nog op dat hetgeen in de onderhavige procedure naar voren is gebracht met betrekking tot het ontslag en die opzegging aanleiding geeft om aan te nemen dat onjuiste gegevens in de administratie van Zaans Stationnetje zijn verwerkt, zoals beschreven in de brief van 9 september 2016, en dat die gegevens vermoedelijk zijn gebruikt in communicatie over subsidies met de overheid. Dit draagt bij aan het oordeel dat aan het beleid en de gang van zaken van Zaans Stationnetje getwijfeld moet worden.

3.15

Bovendien is naar voren gekomen dat het heeft ontbroken aan een adequate reactie op door Gemeente Zaanstad geconstateerde tekortkomingen aan het bedrijfspand op het gebied van brandveiligheid. Over de oorzaak van het uitblijven van maatregelen zijn partijen het niet eens. De Ondernemingskamer heeft evenwel de indruk dat manco’s in de interne communicatie op dit punt ten minste hebben bijgedragen aan dit euvel. Aan het voortduren van de onvolkomenheden in de brandveiligheid kleefden niet alleen ernstige risico’s voor – onder meer - de bedrijfsvoering, zo blijkt uit de berichten van Gemeente Zaanstad van 13 juni en 18 juli 2016, maar Zaans Stationnetje heeft hiermee tevens de verantwoordelijkheid die zij draagt voor de veiligheid van de aan haar toevertrouwde kinderen veronachtzaamd. Ook dit alles draagt bij aan twijfel aan een juist beleid en een juiste gang van zaken van Zaans Stationnetje.

3.16

Naar het oordeel van de Ondernemingskamer rechtvaardigt de hiervoor vermelde twijfel aan het beleid en de gang van zaken van Zaans Stationnetje een onderzoek zoals hierna te vermelden.

3.17

Bij deze stand van zaken zal de Ondernemingskamer de overige stellingen van partijen die betrekking hebben op het verzoek tot het instellen van een enquête onbesproken laten.

3.18

De Ondernemingskamer is van oordeel dat de toestand van Zaans Stationnetje, zoals die blijkt uit de voorgaande overwegingen noopt tot het treffen van de navolgende onmiddellijke voorzieningen. Zij zal [C] , [B] en - voor zover nodig - [A] schorsen als bestuurder van Zaans Stationnetje en bepalen dat aan hen geen bezoldiging toekomt. In hun plaats zal zij een derde tot bestuurder benoemen. Deze bestuurder zal zich bij de uitoefening van zijn bestuurstaak bij Zaans Stationnetje naar eigen inzicht kunnen doen bijstaan door [A] , [C] dan wel [B] op door hem te bepalen, nader te stellen voorwaarden.

3.19

De Ondernemingskamer ziet tevens aanleiding om de aandelen in Zaans Stationnetje, met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders, ten titel van beheer aan een door haar te benoemen beheerder over te dragen.

3.20

De Ondernemingskamer zal de kosten van het onderzoek en de te benoemen bestuurder en beheerder ten laste brengen van Zaans Stationnetje.

3.21

Voor het treffen van meer of andere onmiddellijke voorzieningen is naar het oordeel van de Ondernemingskamer geen grond.

3.22

De Ondernemingskamer zal Zaans Stationnetje, als in het ongelijk gestelde partij, veroordelen in de kosten van het geding.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

beveelt een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Kinderdagverblijf het Zaans Stationnetje B.V., gevestigd te Zaanstad, over de periode vanaf 7 oktober 2013;

benoemt een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon teneinde het onderzoek te verrichten;

stelt het bedrag dat het onderzoek ten hoogste mag kosten vast op € 20.000, de verschuldigde omzetbelasting daarin niet begrepen;

bepaalt dat de kosten van het onderzoek ten laste komen van Kinderdagverblijf het Zaans Stationnetje B.V. en dat zij voor de betaling daarvan ten genoegen van de onderzoeker voor de aanvang van diens werkzaamheden zekerheid dient te stellen;

benoemt mr. A.C. Faber tot raadsheer-commissaris, zoals bedoeld in artikel 2:350 lid 4 BW ;

schorst bij wijze van onmiddellijke voorziening en vooralsnog voor de duur van het geding met ingang van heden [A] , [C] en [B] als bestuurders van Kinderdagverblijf het Zaans Stationnetje B.V., en bepaalt dat zij zolang de schorsing voortduurt geen aanspraak hebben op bezoldiging;

benoemt bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding - voor zover nodig in afwijking van de statuten - jhr. drs. L.M. Rutgers van Rozenburg te Driebergen tot bestuurder van Kinderdagverblijf het Zaans Stationnetje B.V.;

bepaalt dat het salaris en de kosten van deze bestuurder ten laste komen van Kinderdagverblijf het Zaans Stationnetje B.V. en bepaalt dat Kinderdagverblijf het Zaans Stationnetje B.V. voor de betaling daarvan ten genoegen van de bestuurder zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden;

bepaalt bij wijze van onmiddellijke voorziening met onmiddellijke ingang en vooralsnog voor de duur van het geding dat de aandelen in Kinderdagverblijf het Zaans Stationnetje B.V., met uitzondering van één aandeel van ieder van de aandeelhouders, ten titel van beheer met ingang van heden zijn overgedragen aan een nader aan te wijzen en aan partijen bekend te maken persoon;

bepaalt dat het salaris en de kosten van de beheerder van aandelen ten laste komen van Kinderdagverblijf het Zaans Stationnetje B.V. en bepaalt dat Kinderdagverblijf het Zaans Stationnetje B.V. voor de betaling daarvan ten genoegen van de beheerder zekerheid dient te stellen vóór de aanvang van diens werkzaamheden;

veroordeelt Kinderdagverblijf het Zaans Stationnetje B.V. in de kosten van het geding tot op heden aan de zijde van [A] begroot op € 3.400;

wijst af hetgeen meer of anders is verzocht;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.C. Faber, voorzitter, mr. M.M.M. Tillema en mr. A.J. Wolfs, raadsheren, en drs. P.R. Baart en dr. P.M. Verboom, raden, in tegenwoordigheid van mr. M.A. Sterk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 13 december 2016.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature