Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

Het is aan de heffingsambtenaar te wijten dat de parkeervergunning op het kenteken van de verkeerde auto is verstrekt.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



GERECHTSHOF AMSTERDAM

Kenmerken 13/00472, 13/00473, 13/00474 en 13/00475

25 september 2014

uitspraak van de tiende enkelvoudige belastingkamer

op het hoger beroep van

[belanghebbende], wonende te [woonplaats], belanghebbende,

tegen de uitspraak in de zaak met kenmerk AWB 12/3996, 12/3997, 12/3998, 12/3999 van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) in het geding tussen

belanghebbende

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam,

de heffingsambtenaar.

1 Ontstaan en loop van het geding

1.1.

De heffingsambtenaar heeft met dagtekening 11, 12, 14 en 17 mei 2012 naheffingsaanslagen parkeerbelasting aan belanghebbende opgelegd.

1.2.

Na daartegen gemaakt bezwaar heeft de heffingsambtenaar bij afzonderlijke uitspraken op bezwaar, gedagtekend 28 juni 2012, de naheffingsaanslagen gehandhaafd.

1.3.

Bij uitspraak van 5 juli 2013 heeft de rechtbank de door belanghebbende ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

1.4.

Het tegen deze uitspraak door belanghebbende ingestelde hoger beroep is bij het Hof ingekomen op 9 augustus 2013. Het Hof heeft bij uitspraak van 2 januari 2014 het verzet van belanghebbende tegen de ingevolge artikel 8:54 van de Awb gedane uitspraak in hoger beroep gegrond verklaard.

De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.

1.5.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 augustus 2014. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat met deze uitspraak wordt meegezonden.

2 Feiten

Het Hof vindt aanleiding de feiten als volgt vast te stellen.

2.1.

Belanghebbende woont op het adres [adres 2]te [gemeente]. Hij was eigenaar van een auto met kenteken [kenteken 1] (verder de oude auto). Belanghebbende beschikte voor de oude auto over een parkeervergunning als bedoeld in artikel 1, aanhef, en onder b, van de Verordening Parkeerbelastingen 2011.

2.2.

Op verzoek van belanghebbende heeft de RDW op 30 juli 2011 het kentekenbewijs van de oude auto geschorst tot 30 juli 2012. Op het tot de gedingstukken behorende kentekenbewijs (verder het oude kentekenbewijs) staat vermeld:

“Geschorst t/m 30-07-2012”

2.3.

In de gemeente Amsterdam bestaat een zogenaamde spijtoptantenregeling die kortweg inhoudt dat bewoners die hun parkeervergunning opzeggen binnen twee jaar het recht hebben om per direct weer een vergunning te krijgen. In die regeling staat:

Spijtoptantenregeling

Als u een parkeervergunning voor bewoners hebt en deze wilt opzeggen, dan kunt u gebruik maken van de spijtoptantenregeling. U blijft dan gedurende twee jaar geregistreerd als rechthebbende op een parkeervergunning, zonder dat u daarbij (opnieuw) op een wachtlijst komt. U kunt alleen gebruik maken van deze regeling als u na het opzeggen van uw parkeervergunning:

• overstapt op het openbaar vervoer, of;

• gaat deelnemen aan een autodeelorganisatie op contractbasis of;

• gaat parkeren in een openbare parkeergarage waar betaald parkeren geldt.

[…]

Terugkrijgen vergunning

Besluit u binnen twee jaar na het opzeggen van uw parkeervergunning dat u toch weer een vergunning wilt (bijvoorbeeld omdat u een auto hebt gekocht), en uw omstandigheden zijn verder niet gewijzigd, dan krijgt u na goedkeuring, direct een parkeervergunning en komt u niet eerst op een eventuele wachtlijst te staan. U activeert de vergunning door opnieuw een schriftelijk verzoek te sturen naar het bovengenoemde adres.

U stuurt mee:

• Een kopie van de spijtoptant-toekenningsbrief […]

• Een kopie van een geldig legitimatiebewijs. […]

• Een kopie van kentekenbewijs deel 1B (voorheen deel II).

Ook moet u bij het terugvragen van uw parkeervergunning een kopie van de volgende bewijsstukken opsturen:

• minimaal zes aaneensluitende maand(traject)kaarten van het openbaar vervoer, of;

• een jaarkaart van het openbaar vervoer, of;

• een document waaruit duidelijk blijkt dat u een overeenkomst hebt (gehad) met een autodeelorganisatie voor minimaal zes maanden, of;

• een huur- of koopcontract van een parkeerplek in een openbare parkeergarage.

2.4.

Cition Parkeermangement B.V. (verder Cition) heeft per 31 augustus 2011 de onder 2.1 vermelde parkeervergunning op belanghebbendes verzoek stopgezet. Vanaf dat moment neemt belanghebbende deel aan de spijtoptantenregeling.

2.5.

Vanaf oktober 2011 is belanghebbende (ook) eigenaar van een Peugeot, met kenteken [kenteken 2] (verder de nieuwe auto).

2.6.

Op 3 maart 2012 heeft belanghebbende zich beroepend op de spijtoptantenregeling Cition schriftelijk verzocht om een (nieuwe) parkeervergunning.

2.7.

Belanghebbende heeft tegen afgifte van het oude kentekenbewijs een zogenaamd (RDW) vrijwaringsbewijs, gedagtekend 9 maart 2012, ontvangen.

2.8.

Tussen belanghebbendes aanvraag voor een - nieuwe - parkeervergunning (zie 2.6) en 10 mei 2012 de datum waarop Cition belanghebbende een ‘tijdelijke parkeervergunning’ verstrekte, is hij diverse malen op het kantoor van Cition langs geweest. De tijdelijke vergunning was afgegeven voor het parkeren van de oude auto.

2.9.

Belanghebbende heeft op 11 en 12 mei 2012 de nieuwe auto aan de [adres 2] ter hoogte van huisnummer [… 1] en op 14 en 17 mei 2012 aan de [adres 3] ter hoogte van huisnummer [… 2] geparkeerd. Ter zake daarvan zijn de litigieuze naheffingsaanslagen opgelegd.

2.10.

Op 17 mei 2012 heeft belanghebbende de (definitieve) parkeervergunning ontvangen. Ook deze vergunning was afgegeven voor het parkeren van de oude auto.

2.11.

Op 21 mei 2012 heeft Cition de parkeervergunning naar de nieuwe auto overgezet.

3 Het oordeel van de rechtbank

3.1.

De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard en daarbij het volgende overwogen (waarbij belanghebbende is aangeduid als eiser en de heffingsambtenaar als verweerder):

3.9.

Eiser heeft gebruik gemaakt van de zogenaamde spijtoptantenregeling. Deze regeling biedt de mogelijkheid om binnen twee jaar na het opzeggen van een parkeervergunning deze opnieuw te activeren. Op 3 maart 2012 heeft eiser schriftelijk verzocht om de parkeervergunning weer te activeren. Verweerder heeft onweersproken gesteld dat het door eiser bij deze aanvraag meegestuurde kentekenbewijs betrekking had op het (oude) kenteken [kenteken 1] en dat door eiser bij de aanvraag geen melding is gemaakt dat de parkeervergunning bedoeld was voor een ander (nieuw) kenteken ([kenteken 2]). Naar het oordeel van de rechtbank ligt het op de weg van eiser om bij de aanvraag de juiste gegevens aan te leveren. Nu eiser dat niet heeft gedaan, is verweerder bij de verlening van de vergunning terecht uitgegaan van het (oude) kenteken [kenteken 1]. Eiser heeft gesteld dat hij in verband met het overleggen van andere bewijsstukken voor het terugkrijgen van de parkeervergunning meermalen het kantoor Cition Parkeermanagement heeft bezocht, welke instantie belast is met uitvoering van het parkeerbeleid in (delen van) de gemeente Amsterdam. Eiser heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat hij tijdens die bezoeken ook heeft aangegeven dat het kenteken op de vergunningaanvraag moest worden omgezet op het nieuwe kenteken [kenteken 2]. Ook overigens heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij voorafgaande aan de verlening van de tijdelijke parkeervergunning op 10 mei 2012 de aanvraag in die zin heeft aangepast.

3.10.

Eiser heeft gelet op het voorgaande zonder geldige parkeervergunning geparkeerd. Niet in geschil is dat hij op 11, 12, 14 en 17 mei 2012 met zijn auto, met kenteken [kenteken 2], heeft geparkeerd aan de [adres 3] [Hof: op 11 en 12 mei 210, dan wel aan de [adres 2] op 14 en 17 mei 2012] ter hoogte van huisnummer [Hof: [… 1], respectievelijk] [… 1] dat daar ten tijde van belang parkeerbelasting verschuldigd was. Vaststaat voorts dat eiser de verschuldigde parkeerbelasting voor het parkeren niet heeft voldaan. De naheffingsaanslagen zijn daarom terecht opgelegd.

4 Geschil in hoger beroep

4.1.

Bij het Hof is in geschil of de naheffingsaanslagen terecht zijn opgelegd.

4.2.

Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken. Voor hetgeen zij daaraan ter zitting hebben toegevoegd wordt verwezen naar het van het verhandelde ter zitting opgemaakte proces-verbaal.

5 Beoordeling van het geschil

5.1.

Vaststaat dat belanghebbende de nieuwe auto geparkeerd heeft op de op de naheffingsaanslagen vermelde data en locaties.

5.2.

Partijen gaan er kennelijk vanuit dat Cition namens de heffingsambtenaar belast is met het verstrekken van parkeervergunningen, het opleggen van naheffingsaanslagen parkeerbelastingen en het doen van uitspraken op bezwaar. Het Hof zal partijen hierin volgen.

5.3.

Uit de stukken leidt het Hof af - en partijen gaan daar ook vanuit - dat belanghebbende voldeed aan de voorwaarden die de spijtoptantenregeling stelde aan het verstrekken van een (nieuwe) vergunning voor het parkeren van de nieuwe auto.

5.4.

In zijn hoger beroepschrift schrijft belanghebbende:

“Voor de parkeervergunningsheraanvraag heb ik Cition meermalen gegevens verstrekt. Mijn eerste bezoek aan Cition was in de eerste week van maart 2012. Toen heb ik het juiste kenteken getoond. […] Volgens Cition zijn papieren van deze aanvraag zoek geraakt. Vervolgens heeft Cition een door Cition zelf opgestelde aanvraag aan mij voorgelegd waarin het vorige kenteken was gebruikt. Ik heb de baliemed[e]werker van Cition direct op deze fout gewezen. Daarbij kon ik […] uitsluitend het geldende (juiste) kentekenbewijs tonen, want er bestond toen geen ander bewijs op mijn naam.

In totaal ben ik zes keer bij Cition geweest voor deze herverlening - twee keer voor wijzigingen tav. Citions vereisten aan persoonlijke bewijsstukken en twee keer door de vermissing en herstel van de aanvraag. Toen ik eind april de vergunning kwam betalen en halen ben ik er vanuit gegaan dat het in orde was en het mij vergund werd te parkeren.”

5.5.1.

Op 5 augustus 2014 heeft de griffier van het Hof de heffingsambtenaar telefonisch gevraagd:

Wilt u naar de zitting van het Hof van maandag 11 augustus a.s. meenemen:

Een kopie van de aanvraag voor het terugkrijgen van de vergunning die belanghebbende op 3 maart 2012 gedaan heeft (inclusief de bescheiden die belanghebbende daarbij verplicht was te overleggen – zie bijlage 5 verweerschrift heffingsambtenaar bij de rechtbank – en overgelegd heeft, met name het door belanghebbende destijds meegestuurde kentekenbewijs).

Voorts al hetgeen zich in belanghebbendes desbetreffende dossier bevindt (verslagen / aantekeningen van belanghebbendes bezoeken aan CITION, kopieën van door belanghebbende overgelegde documenten, overzicht van data waarop belanghebbende CITION bezocht heeft

5.5.2.

Op dit telefonisch verzoek heeft de heffingsambtenaar ter zitting als volgt gereageerd:

“Op verzoek van het Hof heb ik een kopie van emailverkeer met een medewerker van Cition meegenomen. Ik overleg hierbij een kopie hiervan […] Ik weet niet waarom belanghebbende vijf keer terug heeft moeten komen bij Cition. Wellicht kwam belanghebbende wat onduidelijk over, waardoor er miscommunicatie is ontstaan. […] Het lid van de belastingkamer houdt mij voor […] dat de zaak kan worden aangehouden zodat ik de gelegenheid heb om een en ander uit te zoeken. Ik antwoord hierop dat ik geen gegevens heb buiten datgene wat ik al heb aangeleverd. Ik wil graag een uitspraak van het Hof. [...] Cition had de bezoeken van belanghebbende moeten vastleggen.”

5.6.

Belanghebbende heeft gesteld en het Hof acht op basis van de gedingstukken - onder andere vanwege het schorsen van het kentekenbewijs (2.2) - aannemelijk (1) dat in de maanden voorafgaande aan de aanvraag van de nieuwe parkeervergunning er niet meer met de oude auto gereden is en dat deze auto bij vrienden van belanghebbende gestald stond, alsmede (2) dat belanghebbende ten tijde van die aanvraag reeds enige tijd over de nieuwe auto beschikte.

5.7.

Het Hof acht het in de rede liggen dat iemand die een parkeervergunning aanvraagt daarbij het kenteken van de auto moet opgeven waarvoor de parkeervergunning wordt aangevraagd en dat dit niet anders is als – zoals in casu – de aanvrager daarbij gebruik maakt van de spijtoptantenregeling. Tevens neemt het Hof aan dat belanghebbende bij zijn aanvraag voor een nieuwe parkeervergunning het kenteken van de nieuwe auto heeft opgegeven. Belanghebbende had er immers geen enkel belang dat er een vergunning voor het parkeren van de oude auto werd afgegeven en het is niet waarschijnlijk dat belanghebbende bij de aanvraag van de parkeervergunning per abuis het kenteken van de oude auto heeft opgegeven.

Anders dan de heffingsambtenaar kennelijk betoogt volgt uit de door hem ingebrachte stukken niet dat belanghebbende voor de oude auto een parkeervergunning heeft aangevraagd; in ieder geval kan het Hof dit niet afleiden uit bijlage 6 bij het verweerschrift (‘aanvraag spijtoptantenregeling’), welke bijlage - naar het oordeel van het Hof - slechts een beperkt aantal pagina’s van de door belanghebbende ingediende aanvraag bevat. Daarbij komt dat van Cition verwacht mag worden dat zij aantekeningen maakt van wat tijdens bezoeken van vergunningaanvragers wordt besproken. Door dit niet te doen, dan wel door dit niet in te brengen, is het aan de heffingsambtenaar te wijten dat er onduidelijkheid is ontstaan over de exacte inhoud van belanghebbendes parkeervergunningaanvraag.

5.8.

Het Hof acht het gelet op belanghebbendes in de processtukken voorkomende verklaringen tevens aannemelijk dat belanghebbende ook bij één of meerdere van zijn bezoeken aan Cition (zie 2.8) gemeld heeft dat de vergunning werd aangevraagd voor het parkeren van de nieuwe auto.

5.9.

Door desalniettemin aan belanghebbende op 10 mei 2012 een vergunning voor het parkeren van de oude auto te verstrekken is het aan Cition te wijten dat de parkeervergunning ten behoeve van de verkeerde auto werd verstrekt.

5.10.

Uit het feit dat tot het dossier van Cition een kopie behoort van het oude kentekenbewijs, leidt de heffingsambtenaar af dat belanghebbende het oude - derhalve het verkeerde - kentekenbewijs bij de aanvraag van de parkeervergunning heeft ingestuurd of overgelegd. Voor zover de heffingsambtenaar hiermee stelt dat Cition er dus vanuit mocht gaan dat de nieuwe parkeervergunning voor de oude auto werd aangevraagd en het derhalve niet aan Cition te wijten is dat de parkeervergunning voor de verkeerde auto is afgegeven, verwerpt het Hof deze stelling. Van Cition mag verwacht worden dat zij – ook in geval van de spijtoptantenregeling gebruik wordt gemaakt – de vergunning verstrekt voor de auto waar de vergunning voor wordt aangevraagd en niet – zonder meer – voor de auto waarvoor een kentekenbewijs wordt getoond, meegestuurd of overgelegd. Dit geldt eens te meer in geval – zoals in casu - op het kentekenbewijs de woorden “Geschorst t/m 30-07-2012” voorkomen.

5.11.

Nu het aan Cition is te wijten dat de parkeervergunning ten onrechte op het kenteken van de oude auto is verstrekt, en mede in aanmerking genomen (1) dat vaststaat dat de parkeervergunning op verzoek van belanghebbende kort na het opleggen van de litigieuze naheffingsaanslagen op de nieuwe auto is overgezet, alsmede (2) dat tussen partijen niet in geschil is dat belanghebbende vanaf de aanvraag aan de voorwaarden voor het verstrekken van een (nieuwe) parkeervergunning voldeed, dienen de litigieuze naheffingsaanslagen te worden vernietigd.

Aan dit oordeel doet gelet op de hiervoor geschetste omstandigheden niet af dat het Hof aannemelijk acht dat belanghebbende wist of had kunnen dan wel had moeten weten dat, toen hij op 11, 12, 14 en 17 mei 2012 de nieuwe auto op de [adres 2] - respectievelijk [adres 3] parkeerde, hij een vergunning had die op het kenteken van de oude auto stond.

Slotsom

De slotsom is dat het hoger beroep gegrond is en dat de uitspraak van de rechtbank dient te worden vernietigd.

6 Kosten

Het Hof vindt aanleiding de heffingsambtenaar te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

De voor vergoeding in aanmerking komende kosten zijn opgenomen in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht (het Besluit). Voor het onderhavige geval zijn dat de in artikel 1, onderdeel c, van het Besluit genoemde reiskosten van belanghebbende en de persoon die tot zijn bijstand aanwezig was bij beide zittingen. Deze kosten worden gesteld op € 24 voor reiskosten per openbaar vervoer tweede klasse (Amsterdam-Haarlem v.v. en binnen Amsterdam.).

Belanghebbende heeft voorts recht op vergoeding van het griffierecht in beide instanties.

Dit recht bedraagt bij de rechtbank € 42 en bij het Hof € 118, dus in totaal € 160.

7 Beslissing

Het Hof :

vernietigt de uitspraak van de rechtbank;

verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

vernietigt de uitspraak op bezwaar;

vernietigt de litigieuze naheffingsaanslagen parkeerbelasting;

veroordeelt de heffingsambtenaar in de kosten van belanghebbende tot een bedrag van € 24;

gelast de heffingsambtenaar aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor het beroep en het hoger beroep, in totaal € 160, te vergoeden.

De uitspraak is gedaan door mr. P.F. Goes, lid van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. S.K. Grando als griffier. De beslissing is op 25 september 2014 in het openbaar uitgesproken.

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;

d. de gronden van het beroep in cassatie.

Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.

In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature