Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Vindplaatsen:

Inhoudsindicatie:

OK; Enquete; art. 2:349a lid 2 en lid 3 BW; afwijzing verzoek tot treffen van onmiddellijke voorzieningen (onder meer een verzoek tot blokkering van een voorgenomen emissie van aandelen), voorafgaand aan beslissing op enqueteverzoek; behandeling enqueteverzoek aangehouden.

Uitspraak



beschikking

___________________________________________________________________

GERECHTSHOF AMSTERDAM

ONDERNEMINGSKAMER

zaaknummer: 200.140.058/01 OK

beschikking van de Ondernemingskamer van 30 januari 2014

inzake

Scott David Harry LANGDON en Clifford Stuart ROCKE,

in hun hoedanigheid van voluntary administrators van

de vennootschap naar het recht van West-Australië

PETRO VENTURES INTERNATIONAL LIMITED,

gevestigd te Shenton Park, Australië,

VERZOEKERS,

advocaten: mrs. R.D. Vriesendorp en S.M. Andriessen, kantoorhoudende te Amsterdam,

t e g e n

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PETRO VENTURES EUROPE B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

VERWEERSTER,

advocaten: mrs. M.W.E. Evers en H.J. ter Meulen, kantoorhoudende te Amsterdam,

e n t e g e n

1. de vennootschap naar het recht van de Britse Maagdeneilanden

IND ENERGY INC.,

gevestigd te Tortola, Britse Maagdeneilanden,

advocaten: mrs. V.R. Vroom, S.J.H.M. Berendsen, L.J.J. Kerstens en E.N. de Jong, kantoorhoudende te Amsterdam,

BELANGHEBBENDE,

2. de commanditaire vennootschap naar het recht van Jersey

GEMINI OIL & GAS FUND II L.P.,

gevestigd te Jersey, Britse Kanaaleilanden,

advocaten: mrs. M.A. Broeders en R. van den Berg, kantoorhoudende te Amsterdam,

MOGELIJK BELANGHEBBENDE.

1 Het verloop van het geding

1.1

Partijen en andere betrokkenen worden hierna als volgt aangeduid:

verzoekers als de administrators;

Petro Ventures International Limited als PVIL;

verweerster als PVE;

belanghebbende als IND Energy;

Gemini Oil & Gas Fund II L.P. als Gemini;

IND Consulting Services S.A. als IND CS;

Petro Ventures S.A. als PVSA.

1.2

De administrators hebben bij op 10 januari 2014 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verzoekschrift met producties de Ondernemingskamer verzocht bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, kort gezegd,

1. een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van PVE over het tijdvak vanaf september 2012, althans vanaf 27 juni 2013;

2. bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding:

a. eventueel tijdens de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van PVE van 10 januari 2014 genomen besluiten tot aandelenuitgifte te schorsen en de uitvoering daarvan te verbieden;

b. alle aandelen van PVE ten titel van beheer over te dragen aan een door de Ondernemingskamer aan te wijzen persoon;

c. een commissaris bij PVE te benoemen aan wie de bestuurder van PVE op straffe van nietigheid ieder besluit en andere rechtshandeling ter goedkeuring moet voorleggen;

d. althans zodanige voorziening te treffen als de Ondernemingskamer noodzakelijk acht;

3. PVE en IND Energy hoofdelijk te veroordelen in de kosten van het geding.

1.3

PVE heeft bij op 15 januari 2014 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van PVIL en/of de administrators, althans tot afwijzing van hun verzoek, met hun veroordeling in de kosten van het geding en voorts, bij wijze van tegenverzoek, de Ondernemingskamer verzocht bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad, kort gezegd,

1. een onderzoek te bevelen naar het beleid en de gang van zaken van PVE over het tijdvak vanaf 25 september 2013, in het bijzonder naar het handelen van PVIL;

2. bij wijze van onmiddellijke voorzieningen voor de duur van het geding:

a. te bepalen dat de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders in de vergadering van 31 januari 2014 rechtsgeldige besluiten kan nemen over de onderwerpen genoemd in de agenda, gevoegd bij de oproeping van 15 januari 2014, ook als deze vergadering niet rechtsgeldig is opgeroepen en voorts IND CS aan te wijzen als voorzitter van deze vergadering met alle daaraan verbonden statutaire bevoegdheden;

b. voor het geval PVIL in de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 31 januari 2014 niet vóór het voorstel genoemd onder punt 3 van de agenda stemt, te bepalen dat het bestuur bevoegd is om, vanaf het moment van het sluiten van deze vergadering, te besluiten tot uitgifte aan PVSA van 2.000.000 gewone aandelen in het kapitaal van PVE met een nominale waarde van € 1, met uitsluiting van het voorkeursrecht van de bestaande aandeelhouder en onder de voorwaarden zoals uiteengezet in onderdeel 3 sub A tot en met C van de agenda van de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 31 januari 2014;

c althans enige andere voorziening te treffen die de Ondernemingskamer geraden acht,

met veroordeling van PVIL in de kosten van het geding.

1.4

IND Energy heeft bij op 15 januari 2014 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties geconcludeerd tot afwijzing van het verzoek van de administrators.

1.5

Gemini heeft bij op 15 januari 2014 ter griffie van de Ondernemingskamer ingekomen verweerschrift met producties geconcludeerd, naar de Ondernemingskamer begrijpt, tot toewijzing van het verzoek van de administrators.

1.6

De verzoeken van de administrators en van PVE, beide voor zover deze strekken tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen, zijn behandeld ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 16 januari 2014. Bij die gelegenheid hebben partijen hun standpunt toegelicht (de adminstrators bij monde van hun advocaten, PVE bij monde van mrs. Evers en Ter Meulen, IND Energy bij monde van mrs. Berendsen en Vroom en Gemini bij monde van mr. Broeders) aan de hand van overgelegde aantekeningen en onder overlegging van op voorhand toegezonden (nadere) producties te weten: producties 22 en 23 van de administrators, producties 14 tot en met 20 van PVE, producties 32 tot met 35 van IND Energy en producties 17 en 18 van Gemini. PVE heeft voorts ter zitting, zonder bezwaar van de overige partijen, een kopie van haar statuten overgelegd. Partijen hebben vragen van de Ondernemingskamer beantwoord.

2 De feiten

2.1

PVE is op 15 augustus 2007 opgericht door PVIL en PVIL is enig aandeelhouder van PVE. PVE heeft een belang in twee Roemeense olie- en gaswinningsgebieden in de Zwarte Zee, te weten een belang van 20% in de Midia/Pelican concession en een belang van 50% in de Lucearful concession (hierna gezamenlijk: de concessie).

2.2

Op 12 december 2007 is tussen Gemini en PVIL een overeenkomst (hierna: de Investment Agreement) gesloten op grond waarvan Gemini $ 3 miljoen heeft verstrekt aan PVIL ter financiering van PVE’s aandeel in de kosten van proefboringen in het concessiegebied, in ruil voor een percentage van de opbrengst van de verkoop van olie en gas uit het concessiegebied. De Investment Agreement houdt onder meer in dat in het geval van een tekortkoming van PVIL in de nakoming van de Investment Agreement, PVIL verplicht is de participatie van PVE in de concessie aan Gemini over te dragen voor $ 1.

2.3

Op 28 september 2012 is tussen IND Energy en PVE een overeenkomst, (hierna: de Loan Facility) aangegaan op grond waarvan IND Energy aan PVE een lening heeft verstrekt van $ 24 miljoen met een looptijd van een jaar. Bij overeenkomst van eveneens 28 september 2012 (hierna: de Guarantee) heeft PVIL zich garant gesteld voor de nakoming door PVE van haar verplichtingen onder de Loan Facility.

2.4

Bij notariële akte van 18 oktober 2012 heeft PVIL aan IND Energy een pandrecht verleend op (onder meer) de door haar gehouden aandelen in PVE (hierna: de Verpanding). De pandakte (artikel 2.5. 1 ) houdt onder meer in dat het stemrecht op de aandelen overgaat op IND Energy als pandhouder onder de opschortende voorwaarde van het zich voordoen van een Event of Default in samenloop met een aanzegging door IND Energy dat zij het stemrecht zal uitoefenen.

2.5

Op 18 oktober 2012 heeft PVE op grond van een Transfer Agreement 20% van het belang in de Midia/Pelican concession overgenomen van Sterling Resources Limited (hierna: Sterling). Op dezelfde datum is PVE door een Deed of Novation toegetreden tot de Joint Operating Agreement tussen Sterling en de andere participanten in de Midia/Pelican concession. De Joint Operating Agreement verplicht de participanten tot financiering van bepaalde investeringen en bepaalt dat indien een participant in een periode van 12 opeenvolgende kalendermaanden langer dan 60 dagen in verzuim is (geweest) ten aanzien van haar financiële verplichtingen, de andere participanten het recht hebben het belang van de desbetreffende participant zonder tegenprestatie over te nemen. Met betrekking tot de Lucearful concession is PVE een soortgelijke Joint Operating Agreement aangegaan met Sterling en Gas Plus International B.V. (hierna worden ze tezamen aangeduid met Joint Operating Agreements).

2.6

Op 22 maart 2013 heeft Gemini zich jegens PVIL op het standpunt gesteld dat PVIL tekort is geschoten in de nakoming van de Investment Agreement doordat zonder toestemming van Gemini de Loan Facility en de Guarantee tot stand zijn gekomen en PVIL zonder toestemming van Gemini de aandelen in PVE heeft verpand.

2.7

Op 17 juni 2013 heeft IND Energy aan PVE en PVIL aangezegd dat zij in verzuim zijn ten aanzien van de Loan Facility respectievelijk de Guarantee. Bij brief van 27 juni 2013 aan PVE en PVIL heeft IND Energy onder meer:

- aanspraak gemaakt op onmiddellijke terugbetaling door PVE van de lening vermeerderd met de in de Loan Facility bedongen repayment fee van ruim $ 32 miljoen;

- een beroep gedaan op de Guarantee voor het geval PVE het totaalbedrag van ruim $ 58,9 miljoen niet onmiddellijk voldoet;

- haar recht op overdracht van het stemrecht op de aandelen in PVE uitgeoefend;

- aangekondigd dat zij haar pandrecht zal uitwinnen;

- te kennen gegeven dat zij het door de bestuurders van PVE ([A], [B] en [C]) op 27 juni 2013 genomen ontslag aanvaardt;

- bekendgemaakt dat IND CS op 27 juni 2013 is benoemd tot bestuurder van PVE;

- aangekondigd dat op 12 juli 2013 een algemene vergadering van aandeelhouders van PVE zal plaatsvinden.

2.8

De notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders van 12 juli 2013 houden in dat alleen IND Energy aanwezig was (in de persoon van Albert Muaddi) en dat IND CS is benoemd tot enig bestuurder van PVE. IND CS is een rechtspersoon opgericht naar het recht van Liberia en is statutair gevestigd te Monrovia.

2.9

IND CS heeft op 31 juli 2013 PVSA opgericht, een vennootschap naar het recht van Luxemburg. IND CS heeft bij die gelegenheid alle aandelen genomen en [D] is benoemd tot een van de bestuurders van PVSA.

2.10

Op 29 augustus 2013 heeft Gemini jegens PVIL aanspraak gemaakt op overdracht aan haar van het belang van PVE in de concessie tegen betaling van $ 1. Op dezelfde dag heeft Gemini ten laste van PVIL conservatoir beslag gelegd op de door PVIL in PVE gehouden aandelen.

2.11

PVIL verkeert sinds 13 september 2013 in voluntary administration naar Australisch recht.

2.12

Gemini en PVIL hebben, respectievelijk bij brief van 17 september 2013 en bij brief van 17 oktober 2013 aan IND Energy, op de voet van artikel 3:45 BW de Verpanding buitengerechtelijk vernietigd.

2.13

Bij beschikking van 9 oktober 2013 heeft de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag geweigerd IND Energy desgevraagd verlof te verlenen om ter uitwinning van haar pandrecht de aandelen in PVE onderhands te verkopen voor € 15.000. De voorzieningenrechter heeft daartoe, kort gezegd, overwogen dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de opbrengst van de door IND Energy voorgestelde verkoop gunstiger is dan die met een openbare verkoop zou kunnen worden verkregen.

2.14

Op 4 november 2013 heeft International Mining Supplies Pte Ltd (hierna: IMS), een aan [E], een van de bestuurders van PVIL, gelieerde vennootschap, de rechtbank Den Haag verzocht PVE failliet te verklaren. IMS stelt een vordering van AU$ 127.500 op PVE te hebben wegens adviesdiensten.

2.15

Bij brief van 18 november 2013 heeft PVIL, vertegenwoordigd door de administrators, de volgende bezwaren geformuleerd tegen het door PVE gevoerde beleid:

- het aangaan van de Loan Facility, die voor PVE zeer nadelige bepalingen bevat, in het bijzonder die over de repayment fee;

- het verzuimen maatregelen te nemen ter voorkoming van het buitensporig oplopen van de vordering van IND Energy;

- de aanstelling van IND CS, een aan IND Energy gelieerde rechtspersoon, als enige bestuurder van PVE op basis van de buitengerechtelijke vernietigde Verpanding;

- het gebrek aan informatie aan PVIL over de gang van zaken, in het bijzonder over het verkoopproces van de aandelen in PVE;

- het negeren van het tegenstrijdig belang tussen PVE en IND Energy ten aanzien van de verkoop van de aandelen in PVE, met betrekking tot de rechten van de schuldeisers van PVE en van PVIL en haar schuldeisers.

PVIL heeft in de brief van 18 november 2013 het bestuur van PVE verzocht (i) aan de administrators alle informatie te verschaffen om hen in staat te stellen de aandelen in PVE op een transparante wijze te verkopen en (ii) zich te onthouden van samenwerking met IND Energy in het bijzonder bij de verkoop van de aandelen in PVE.

2.16

Bij vonnis van 22 november 2013 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam, op de vorderingen van Gemini en de administrators, de executie van het pandrecht van IND Energy op de aandelen in PVE geschorst voor een periode van negen maanden. De voorzieningenrechter heeft in dit vonnis onder meer het volgende overwogen:

- PVE en PVIL waren tot het aangaan van de Loan Facility, de Guarantee en de Verpanding beschikkingsbevoegd (rechtsoverweging 4.2);

- voorshands kan niet gezegd worden dat de Verpanding een onverplichte rechtshandeling in de zin van artikel 3:45 BW is (rechtsoverweging 4.7);

- niet kan worden gezegd dat IND Energy bij het aangaan van de Loan Facility wetenschap van benadeling had, omdat partijen er destijds nog van uitgingen dat het belang van PVE in de concessie op korte termijn zou worden verkocht voor een bedrag waarmee alle schuldeisers (inclusief IND Energy) zouden kunnen worden terugbetaald (rechtsoverweging 4.8);

- voorshands staat onvoldoende vast dat de vervroegde opeising van de lening door IND Energy op 23 juni 2013 gerechtvaardigd was en niet kan worden uitgesloten dat IND Energy vervolgens, nadat zij het stemrecht op de aandelen naar zich toe had getrokken, zelf invloed heeft uitgeoefend op de wijze waarop PVE haar verplichtingen al dan niet nakwam (rechtsoverweging 4.13);

- niet staat vast dat de in de Loan Facility opgenomen rentepercentages en repayment fees naar Engels recht onaantastbaar zijn (rechtsoverweging 4.14);

- onder de gegeven omstandigheden (waaronder ook dat onmiddellijke openbare verkoop van de aandelen in PVE onomkeerbare gevolgen zal hebben voor de administrators, Gemini en andere schuldeisers), zou IND Energy misbruik maken van haar executiebevoegdheid door thans reeds te executeren (rechtsoverweging 4.17);

- de termijn van negen maanden, gedurende welke de executie wordt geschorst, omvat de termijn die de administrators nodig zeggen te hebben ter voorbereiding van een door hen te begeleiden verkoop van de aandelen in PVE alsmede een onderhandelingstermijn waarbinnen partijen het mogelijk eens kunnen worden over de condities waaronder de verkoop zou kunnen plaatsvinden en waarbinnen een en ander kan worden afgewikkeld (4.18).

2.17

Bij e-mail van 29 november 2013 heeft [D] namens PVE aan de administrators (en in afschrift aan Gemini) onder meer geschreven:

“As you know, PVE is in dire need of funding to meet its capital calls under the Joint Operating Agreement (…). We are currently working to try to obtain the required funding, either by way of a debt financing or an equity raise for PVE.

If no debt financing can be obtained, we intend to pursue an equity raise for a minimum of EUR6m. This should cover PVE’s working capital requirements and cash calls for the coming 3 months, excluding IND Energy’s loan repayment of course. (…)

Please let us know if you would be interested to participate and, if so, for how much capital, and at what valuation for PVE’s shares.”

2.18

De notulen van de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van PVE van 9 december 2013, waar IND CS, IND Energy en PVIL aanwezig waren, houden onder meer in:

- dat PVIL de bevoegdheid van IND CS als bestuurder van de vennootschap betwist op de grond dat de Verpanding niet rechtsgeldig is;

- dat IND CS aan de orde heeft gesteld (a) dat PVE haar financiële verplichtingen onder de Joint Operating Agreements, waaronder een dringende betaling van $ 600.000, betaling van $ 6 miljoen in het eerste kwartaal van 2014 en $ 24 miljoen in heel 2014, dient na te komen op straffe van verlies van haar aandeel in de concessie en (b) dat de voormalige bestuurders van PVE ten onrechte een deel van de administratie hebben meegenomen;

- dat IND Energy niet bereid is PVE nog meer financiering te verschaffen;

- dat PVIL onderkent dat PVE dringend behoefte heeft aan liquiditeiten;

- dat het bestuur, na raadpleging van adviseurs, tot de conclusie is gekomen dat het niet mogelijk is aanvullende financiering in de vorm van leningen aan te trekken en dat uitgifte van aandelen de enige mogelijkheid is om te voorzien in de benodigde financiering;

- dat ook de administrators er vanuit gaan dat uitgifte van aandelen de enige mogelijkheid is en dat zij partijen zouden willen benaderen om deel te nemen aan een verhoging van het aandelenkapitaal en dat zij, met het oog daarop, behoefte hebben aan een prospectus waaruit blijkt welk bedrag benodigd is, waarvoor het geld zal worden gebruikt, of het (mede) zal worden bestemd voor terugbetaling van de lening van IND Energy, en hoe de transactie wordt vormgegeven;

- dat het bestuur stelt geen tijd te hebben voor het maken van een prospectus maar wel met de hulp van PVIL een information memorandum kan opstellen;

- dat PVIL zelf geen geld heeft om te investeren.

De notulen vermelden voorts de beantwoording van 37 door PVIL gestelde vragen.

2.19

Bij brief van 16 december 2013 hebben de administrators bij IND Energy en IND CS aangedrongen op het bereiken van overeenstemming (met PVE) over onder meer de omvang van de vordering van IND Energy, de termijn van terugbetaling daarvan en de bronnen van het daarvoor benodigde geld.

2.20

PVE heeft een op 20 december 2013 gedateerd information memorandum opgesteld en een virtuele data room ingericht. PVE heeft op 17 december 2013 de toegang van PVIL tot deze stukken afhankelijk gesteld van de ondertekening van een non-disclosure Agreement, welke overeenkomst op 3 januari 2014 door PVIL is ondertekend.

2.21

Bij brief van 23 december 2013 heeft de advocaat van PVE aan de advocaat van PVIL een aantal stukken toegezonden, waaronder de notulen van de bestuursvergaderingen vanaf 27 juni 2013 en een overzicht van de in 2014 te verwachten verplichtingen onder de Joint Operating Agreements. De brief houdt voorts in dat PVSA geïnteresseerd is in deelname aan een emissie en Gemini niet, en dat de overige deelnemers in de concessie niet bereid zijn hun aandeel daarin te vergroten.

2.22

De notulen van de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van PVE van 6 januari 2014, waar IND CS, IND Energy en PVIL aanwezig waren, houden onder meer in:

- dat PVIL de bevoegdheid van IND CS als bestuurder van PVE betwist;

- dat PVIL de informatie in het information memorandum en in de virtual data room ontoereikend acht om potentiële investeerders te benaderen;

- dat IND CS verklaart dat het geld dat PVE verwerft door uitgifte van nieuwe aandelen zal worden gebruikt om te voldoen aan de verplichtingen onder de Joint Operating Agreements en dat het geld in geen geval zal worden gebruikt om de lening van IND Energy terug te betalen en dat dit reeds op de aandeelhoudersvergadering van 9 december 2013 duidelijk is gemaakt;

- dat mr. Vriesendorp opmerkt dat uit notulen van de vergadering van 9 december 2013 niet blijkt dat de bestemming van de opbrengst van de beoogde emissie op die vergadering is besproken;

- dat PVE voor betaling van de eerstvolgende verplichting onder de Joint Operating Agreements, ongeveer $ 630.000, uitstel heeft verkregen tot 15 januari 2014;

2.23

Bij brief van 7 januari 2014 heeft de advocaat van PVE aan PVIL onder meer geschreven:

- dat de emissieopbrengst niet zal worden gebruikt om IND Energy terug te betalen, tenzij de opbrengst hoger is dan benodigd voor de verplichtingen van PVE uit hoofde van de Joint Operating Agreements;

- dat PVE met IND Energy heeft gesproken over de omvang van de vordering van IND Energy, maar laatstgenoemde het te vroeg acht daarover afspraken te maken nu een risico bestaat dat PVE haar activa zal verliezen;

- dat het PVE niet duidelijk is wat volgens PVIL ontbreekt aan het information memorandum.

2.24

Bij notariële akte van 9 januari 2014 zijn de statuten van PVE gewijzigd. De wijzigingen behelzen onder meer het schrappen van het maatschappelijk kapitaal, verplaatsing van de statutaire zetel van Leiden naar Amsterdam en verkorting van de termijn voor de oproeping van algemene vergaderingen van aandeelhouders tot acht dagen.

2.25

Op 10 januari 2014 heeft een buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders plaatsgevonden met als agendapunten onder meer twee alternatieve voorstellen tot uitgifte van nieuwe aandelen:

- Alternatief A behelst de uitgifte van 72.000 gewone aandelen aan IND Energy tegen een uitgifteprijs van € 1 per aandeel;

- Alternatief B behelst de uitgifte van 2 miljoen gewone aandelen aan PVSA tegen een uitgifteprijs van € 1,50 per aandeel.

Volgens de notulen van deze vergadering heeft IND Energy zich onthouden van stemming over alternatief A en vóór alternatief B gestemd en heeft PVIL tegen beide voorstellen gestemd.

De notulen vermelden voorts:

- dat PVIL de bevoegdheid van IND CS als bestuurder van PVE betwist;

- dat IND CS stelt dat van de in de Joint Operating Agreements genoemde termijn van 60 dagen (zie 2.5) nog slechts twee dagen (Midia/Pelican concession) respectievelijk zes dagen (Lucearful concession) resteren en dat PVE op 15 januari 2014 een bedrag van meer dan $ 600.000 verschuldigd is en op 5 februari 2014 een bedrag van $ 4 miljoen uit hoofde van de Joint Operating Agreements;

- dat PVIL zich op het standpunt stelt te beschikken over onvoldoende informatie om het emissievoorstel te kunnen beoordelen en potentiële investeerders te benaderen.

2.26

Bij brief van 15 januari 2014 heeft PVSA aan PVE te kennen gegeven dat zij slechts bereid is € 3 miljoen in PVE te investeren indien

a. PVIL instemt met uitgifte aan PVSA van 2 miljoen aandelen;

b. IND Energy bereid is ten aanzien van haar vordering een standstill voor de duur van zes maanden te aanvaarden, inhoudende dat gedurende deze termijn geen rente en repayment fees aangroeien en PVE niet gehouden zal zijn tot enige terugbetaling aan IND Energy.

PVSA heeft zich in deze brief bereid verklaard om, indien aan deze voorwaarden wordt voldaan, (i) op een “best effort basis” te voorzien in aanvullend kapitaal ten bedrage van € 15 miljoen om te voorzien in de financieringsbehoefte van PVE gedurende het tweede tot en met vierde kwartaal van 2014 en (ii) zowel aan PVIL als aan IND Energy een overdraagbare optie met een looptijd van 90 dagen aan te bieden om ieder 2 miljoen aandelen in PVE te verwerven tegen dezelfde uitgifteprijs van € 1,50 per aandeel. Dit laatste heeft PVSA in haar brief van 15 januari 2014 als volgt toegelicht:

“As PV SA understands that PVIL and IND Energy have no money to fund PVE anymore, this option will give them ample time to raise capital to exercise it or to sell it, in order to extract the option value, if either of them believe the equity offering of PV SA at EUR 1.5 per share is below the true value of PVE shares (which statement is rejected by PV SA)”.

2.27

PVE heeft op 15 januari 2014 PVIL en IND Energy opgeroepen voor een aandeelhoudersvergadering op 31 januari 2014 met als agendapunt 3:

“Proposal to issue 2,000,000 ordinary shares in the capital of the Company (…) to [PVSA], on the terms set out below and subject to the fulfilment of the conditions set out below:

(a) pre-emption rights of the existing shareholder of the Company are excluded with respect to this issuance.

(b) the New Shares are issued at an issue price of EUR 1.50 per share, totalling to a subscription price of EUR 3,000,000 in the aggregate, which amount must be paid in cash to the Company’s bank account prior to the moment on which the issuance of the New Shares takes full force and effect.

(c) (…)

(d) [PVIL] will vote in favour of this proposal.

(e) IND Energy Inc. will provide a stand-still on its loan to the Company, which entails that no further interest or fees will accrue and no payments by the Company to IND Energy Inc. will become due, save for the current assigned receivables to IND Energy Inc. during six (6) months from the date of the Extraordinary General Meeting.

(f) Subject to full acceptance by the General Meeting of this proposal, each of the following companies will be offered an assignable option to acquire the same number of newly issued shares (2,000,000) in the capital of the Company for the same aggregate subscription price of EUR 3,000,000, and under the same terms as mentioned above under (a) to (e):

- [PVIL]

- IND Energy Inc.

This offer will be valid for ninety (90) days after the date of the Extraordinary General Meeting. PV SA will commit not to alter the status of the Company by issuing further equity or entering into a farm-out or sale process in relation to the interest in the concessions, held by the Company.”

Agendapunt 4 van de aandeelhoudersvergadering van 31 januari 2014 is de intrekking van het besluit van de algemene vergadering van aandeelhouders van 10 januari 2014 tot uitgifte van 2 miljoen aandelen aan PVSA, welk agendapunt volgens de toelichting op de agenda slechts in stemming zou worden gebracht indien het voorstel volgens agendapunt 3 zal worden aangenomen.

2.28

Bij brief van 15 januari 2014 heeft IND Energy aan PVE, PVSA en PVIL laten weten de voorwaarden genoemd in agendapunt 3 sub a tot en met f te accepteren. In een afzonderlijke brief van dezelfde datum heeft IND Energy aan dezelfde partijen laten weten dat zij bereid is haar aanspraak op PVIL uit hoofde van de Guarantee prijs te geven indien het voorstel vervat in agendapunt 3 van de aandeelhoudersvergadering van 31 januari 2014 (ook) door PVIL wordt gesteund, ter uitvoering daarvan 2 miljoen nieuwe aandelen worden uitgegeven aan PVSA en PVIL instemt met overdracht van haar aandelen in PVE aan IND Energy.

3 De gronden van de beslissing

Gemini als belanghebbende

3.1

De Ondernemingskamer zal eerst beoordelen of Gemini kan worden aangemerkt als belanghebbende in de onderhavige procedure.

3.2

PVE bestrijdt dat Gemini als belanghebbende behoort te worden toegelaten. Gemini is slechts een schuldeiser van PVIL en hoort als zodanig in een enquêteprocedure niet thuis en PVE heeft er belang bij dat Gemini niet via de enquêteprocedure toegang krijgt tot bedrijfsgevoelige informatie van PVE, aldus PVE.

3.3

Gemini heeft aangevoerd dat zij, vanwege haar aanspraak uit hoofde van de Investment Agreement op een gedeelte van de opbrengst van de verkoop van olie en gas uit het concessiegebied, in feite een verschaffer van risicodragend kapitaal is en dat haar rechten uit hoofde van de Investment Agreement illusoir zullen worden als gevolg van de door IND Energy en PVE beoogde emissie.

3.4

De Ondernemingskamer stelt voorop dat bij de beantwoording van de vraag of Gemini belanghebbende is, een rol speelt in hoeverre zij door de uitkomst van de onderhavige procedure zodanig in een eigen belang kan worden getroffen dat zij daarin behoort te mogen opkomen ter bescherming van dat belang of in hoeverre zij anderszins zo nauw betrokken is bij het onderwerp dat in deze procedure wordt behandeld, dat daarin een belang is gelegen om in de procedure te verschijnen (vgl. HR 6 juni 2003, JOR 2003, 161 (Scheipar)). Het belang van Gemini bij de onderhavige procedure berust slechts op haar positie als schuldeiser van PVIL (PVE is geen partij bij de Investment Agreement). De omstandigheid dat zij daarom belang heeft bij voorkoming van verwatering van het belang van PVIL in PVE is, in het licht van de doeleinden van het enquêterecht en de mogelijkerwijs te treffen onmiddellijke voorzieningen en gelet op de belangen ter behartiging waarvan de enquêteprocedure in de wet is opgenomen, ontoereikend om Gemini als belanghebbende in de zin van artikel 281 lid 1 Rv . in de onderhavige procedure toe te laten. De omstandigheid dat Gemini tot verhaal van haar vordering op PVIL conservatoir beslag heeft gelegd op de door PVIL in PVE gehouden aandelen, maakt dat niet anders. De stellingen van Gemini zullen daarom hieronder onbesproken blijven.

De standpunten van partijen

3.5

De administrators hebben aan hun verzoek tot het gelasten van een onderzoek en het treffen van onmiddellijke voorzieningen – kort gezegd – het volgende ten grondslag gelegd.

- PVE heeft geen transparantie betracht ten aanzien van het proces van verkoop van de aandelen in PVE en de rollen die IND CS als bestuurder en de aan haar gelieerde pandhouder IND Energy daarin spelen, althans PVE heeft zich onvoldoende ingespannen om mee te werken aan een degelijk en deugdelijk verkoopproces;

- PVE behoort niet mee te werken met de voorgestelde uitgifte van 72.000 aandelen aan IND Energy (alternatief A) of 2 miljoen aandelen aan PVSA (alternatief B) omdat IND Energy aldus de facto de onder 2.13 en 2.16 genoemde uitspraken van de voorzieningenrechter omzeilt en omdat het aandelenbezit van PVIL door die uitgifte ongeoorloofd verwatert;

- PVE heeft geen enkele poging gedaan om de vordering van IND Energy uit hoofde van de Loan Facility, die voor het overgrote deel bestaat uit de onereuze repayment fee en default interest, tot realistische proporties terug te brengen, terwijl dat een voorwaarde is voor het aantrekken van investeerders. Het stilzitten van PVE houdt kennelijk verband met de onderlinge verwevenheid van IND Energy, IND CS en PVSA; als gevolg van de belangenverstrengeling tussen deze partijen, worden de belangen van PVIL en haar schuldeisers veronachtzaamd.

3.6

PVE heeft gemotiveerd verweer gevoerd tegen het verzoek van de administrators en aan haar tegenverzoek tot het gelasten van een onderzoek en het treffen van onmiddellijke voorzieningen – kort gezegd – het volgende ten grondslag gelegd. PVIL stelt zich als aandeelhouder onredelijk op. PVIL erkent dat sprake is van een financiële noodsituatie en dat de enige mogelijkheid om de noodzakelijke financiering te verkrijgen, uitbreiding van het aandelenkapitaal is, maar blokkeert zonder redelijke grond de uitgifte van 2 miljoen nieuwe aandelen aan PVSA tegen storting van € 3 miljoen, door zich op het standpunt te blijven stellen dat, als gevolg van haar buitengerechtelijke vernietiging van de Verpanding, IND CS geen bevoegd bestuurder van PVE is en aan IND Energy het stemrecht op de aandelen PVE niet toekomt.

3.7

IND Energy heeft aangevoerd dat niet het handelen van het bestuur van PVE en van IND Energy, maar het handelen van de administrators gegronde redenen oplevert om te twijfelen aan een juist beleid van PVE. IND Energy heeft zich geschaard achter het verzoek van PVE en meent dat er in ieder geval een onmiddellijke voorziening getroffen zou moeten worden die ertoe strekt dat het onder 2.27 weergegeven emissievoorstel kan worden uitgevoerd.

3.8

De Ondernemingskamer oordeelt als volgt

De bevoegdheid van de administrators tot het doen van een enquêteverzoek en een verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen

3.9

PVE heeft aangevoerd dat de administrators niet bevoegd zijn een enquêteverzoek en een verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen te doen. De Ondernemingskamer verwerpt dit verweer. Naar Australisch recht heeft de voluntary administration, een insolventieprocedure, tot gevolg dat de bevoegdheden van de bestuurders van PVIL zijn geschorst en dat de administrators de bevoegdheden van het bestuur, waaronder de bevoegdheid namens PVIL in rechte op te treden, gedurende de administration waarnemen. Deze wettelijke positie van de administrators omvat de bevoegdheid een enquêteverzoek en een verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen te doen.

Uitgangspunten bij de beoordeling van de verzochte onmiddellijke voorzieningen

3.10

Tussen partijen is niet in geschil dat PVE zich thans in een penibele financiële situatie bevindt. PVE heeft onweersproken gesteld dat zij ingevolge de Joint Operating Agreements in de eerste helft van februari 2014 $ 617.000 ten behoeve van de Midia/Pelican-concessie moet betalen en $ 4 miljoen ten behoeve van de Lucearful-concessie, bij gebreke waarvan zij haar deelneming in deze concessies kan verliezen en dat zij thans niet beschikt over de middelen om aan deze betalingsverplichtingen te voldoen. Voorts heeft PVE aannemelijk gemaakt dat niet verwacht kan worden dat PVE op korte termijn inkomsten zal verwerven uit een overdracht (samen met Sterling) van haar belang in de Midia/Pelican-concessie aan ExxonMobil en/of een teruggave van omzetbelasting door de Roemeense overheid. IND CS, PVIL en IND Energy zijn het er in ieder geval sinds 9 december 2013 (zie 2.18) over eens dat PVE slechts in de benodigde financiering kan voorzien door uitgifte van nieuwe aandelen. Ten slotte staat vast dat PVIL en Gemini niet bereid of in staat zijn te participeren in een emissie of anderszins zorg te dragen voor de vereiste financiering van PVE.

3.11

Gelet op de ontwikkelingen tussen het moment van indiening van het verzoek van de administrators en de mondelinge behandeling (zie 2.25 tot en met 2.28) zal de Ondernemingskamer bij de beoordeling van de toewijsbaarheid van de over en weer verzochte onmiddellijke voorzieningen uitgaan van het voornemen van IND Energy en IND CS om in de buitengewone algemene vergadering van aandeelhouders van 31 januari 2014 te besluiten tot een uitgifte van aandelen op de voorwaarden als genoemd in agendapunt 3, hierboven onder 2.27 geciteerd, met dien verstande dat het voorstel tot intrekking van het op 10 januari 2014 genomen emissiebesluit (agendapunt 4) volgens de agenda van de vergadering van 31 januari 2014 slechts in stemming zal worden gebracht indien het genoemde voorstel (agendapunt 3) zal worden aangenomen met steun van PVIL.

De bezwaren van de administrators

3.12

De administrators verzetten zich tegen de uitgifte van 2 miljoen aandelen aan PVSA als gevolg waarvan het belang van PVIL in PVE zou verwateren van 100% tot 0,89% en zij handhaven dit verzet, naar de Ondernemingskamer begrijpt, ook indien die uitgifte plaatsvindt onder de in 2.27 geciteerde voorwaarden. De door de administrators verzochte onmiddellijke voorzieningen strekken ertoe die emissie te blokkeren. De Ondernemingskamer zal hieronder de door de administrators aangevoerde bezwaren tegen de voorgenomen emissie bespreken.

Eerder stilzitten van PVE

3.13

Voor zover het betoog van de administrators ertoe strekt dat de huidige penibele financiële situatie van PVE is te wijten aan IND Energy, althans aan de door haar aangestelde bestuurder IND CS, omdat IND CS sinds haar aanstelling op 27 juni 2013 heeft nagelaten adequate maatregelen te treffen, ziet de Ondernemingskamer daarin geen grond de thans voorgenomen emissie te blokkeren. Partijen verschillen van mening over de vraag of PVE op behoorlijke wijze vanaf 27 juni 2013 haar financiële problemen het hoofd heeft geboden en de beoordeling daarvan kan aan orde komen bij de vraag of een enquête moet worden gelast, maar hetgeen de administrators in dit verband hebben aangevoerd doet niet af aan het bestaan van de huidige penibele financiële situatie en op grond van die stellingen is niet op voorhand aannemelijk dat IND Energy en IND CS een eerdere of andere oplossing voor de financiële nood van PVE doelbewust hebben geblokkeerd. IND Energy en PVE hebben er in dit verband (gestaafd met documentatie omtrent aangezochte gegadigden) op gewezen dat PVIL vanaf september 2012 tot juni 2013, bijgestaan door deskundige adviseurs, zonder succes heeft getracht de aandelen in PVE, althans de activa van PVE te verkopen. De administrators hebben dit niet betwist.

Onduidelijkheid over de bestemming van de emissieopbrengst

3.14

De administrators hebben aangevoerd dat PVE en IND Energy aanvankelijk geen duidelijkheid hebben willen verschaffen over de bestemming van het door een emissie aan te trekken kapitaal en dat zij pas op 7 januari 2014 hebben verklaard dat de gelden niet zullen worden gebruikt om de vordering van IND Energy te voldoen. Uit de stukken (zie 2.22) blijkt dat IND CS in ieder geval in de aandeelhoudersvergadering van 6 januari 2014 heeft verklaard dat de opbrengst van de emissie zal worden gebruikt om te voldoen aan haar verplichtingen onder de Joint Operating Agreements en dat het geld niet zal worden gebruikt om de lening van IND Energy terug te betalen. Tussen partijen is in geschil of dit ook reeds in de aandeelhoudersvergadering van 9 december 2013 duidelijk is gemaakt, maar naar het oordeel van de Ondernemingskamer hadden de administrators (die stellen dat er een sterke verwevenheid is tussen IND Energy, IND CS en PVSA) uit de e-mail van [D] van 29 november 2013 (zie 2.17) reeds kunnen afleiden dat de financiering door uitgifte van nieuwe aandelen in elk geval tot een bedrag van circa $ 6 miljoen zou worden besteed aan nakoming van de verplichtingen van PVE onder de Joint Operating Agreements en niet aan voldoening van de verplichtingen van PVE aan IND Energy uit hoofde van de Loan Facility.

De Loan Facility en de verwevenheid tussen IND Energy, IND CS en PVSA

3.15

Met betrekking tot de vordering van IND Energy uit hoofde van de Loan Facility, de verwevenheid tussen IND Energy, IND CS en PVSA en de betekenis van een en ander voor de toelaatbaarheid van de beoogde emissie, oordeelt de Ondernemingskamer als volgt.

3.16

Volgens IND Energy bedraagt haar vordering op PVE (en PVIL) uit hoofde van de Loan Facility (respectievelijk de Guarantee) per 10 januari 2014 ruim $ 74,8 miljoen. Dit bedrag omvat, naast het aan PVE geleende bedrag van $ 24 miljoen, tevens een repayment fee van ruim $ 32 miljoen en default interest, die thans oploopt met ongeveer $ 500.000 per week.

3.17

Partijen verschillen van mening over de vraag of de repayment fee en de default interest in rechte afdwingbaar zijn. De administrators hebben aangevoerd dat de repayment fee en de default interest naar Engels recht, dat van toepassing is op de Loan Facility en de Guarantee, moeten worden aangemerkt als penalties en als zodanig aantastbaar zijn. PVE en IND Energy hebben er op gewezen dat de Loan Facility tot stand gekomen is nadat medio 2012 de financiering van PVE problematisch was gebleken en PVIL had besloten de aandelen in PVE of de activa van PVE te verkopen. PVIL beoogde met de Loan Facility tijd en ruimte te krijgen voor de verkoop van de aandelen in PVE of de activa van PVE. De Loan Facility met de repayment fee en de default interest is tot stand gekomen na onderhandelingen waarbij PVIL en PVE werden bijgestaan door externe adviseurs en PVIL en PVE begrepen dat zij slechts in staat zouden zijn tot terugbetaling van de lening indien de aandelen in PVE of de activa van PVE tijdig verkocht zouden worden. Overigens, zo stelt PVE, waren de voorwaarden die andere partijen dan IND Energy op dat moment aan het verstrekken van een lening van een dergelijke omvang stelden, voor PVE en PVIL nog bezwaarlijker. IND Energy heeft voorts gewezen op artikel 16.1 van de Loan Facility, onder meer inhoudende:

“(…) In connection with the amounts of these Fees, the Borrower confirms its acceptance of the amounts, which it confirms are agreed to be fair and reasonable in all the circumstances including (without limitation) the fact that (…) the Lender’s offer that led to this Agreement was the best offer received by the Borrower that it considered deliverable, given the risk to the Borrower and the Group’s assets if the Facility had not been made available, and the Borrower renounces, irrevocably and unconditionally, all rights to contest its liability (…) to pay such fee amounts as and when they may be due.”

3.18

Wat er ook zij van het antwoord op de vraag of de aanspraak van IND Energy op de repayment fee en de default interest in rechte (volledig) toewijsbaar is, tussen partijen is niet in geschil dat PVE en PVIL thans niet in staat zijn zelfs maar de hoofdsom van de lening, $ 24 miljoen, aan IND Energy terug te betalen, terwijl de looptijd van de lening inmiddels ruimschoots is verstreken. Mr. Vriesendorp heeft ter zitting desgevraagd verklaard dat de administrators de vordering van IND Energy tot beloop van die hoofdsom vermeerderd met een rente van 10%, zijnde in totaal ruim $ 28 miljoen, niet betwisten.

3.19

Mede gelet op de rechtsoverwegingen 4.2, 4.7 en 4.8 van het vonnis van de voorzieningenrechter van 22 november 2013 (zie 2.16), neemt de Ondernemingskamer tot uitgangspunt dat het pandrecht op de aandelen in PVE geldig is gevestigd. De financiële situatie van PVE in aanmerking genomen ligt het voor de hand dat IND Energy thans gerechtigd is op grond van haar pandrecht het stemrecht op de aandelen in PVE uit te oefenen. De overweging van de voorzieningenrechter dat voorshands onvoldoende vast staat dat de vervroegde opeising van de lening door IND Energy in juni 2013 gerechtvaardigd was en dat niet kan worden uitgesloten dat IND Energy invloed heeft uitgeoefend op de wijze waarop PVE haar verplichtingen al dan niet nakwam, doet daar niet aan af. Wat dat laatste betreft geldt bovendien dat in de onderhavige procedure niet aannemelijk is geworden dat PVE, al dan niet onder invloed van IND Energy, sinds juni 2013 een zodanig beleid had kunnen voeren dat PVE in staat zou zijn geweest de hoofdsom van de lening terug te betalen of te voldoen aan haar verplichtingen uit hoofde van de Joint Operating Agreements.

3.20

De administrators hebben gesteld dat [D] enig bestuurder is van IND CS en eind december 2013 is afgetreden als enig bestuurder van PVSA en dat hij in de algemene vergadering van aandeelhouders van 10 januari 2014 geen antwoord heeft gegeven op de vraag of hij op enigerlei wijze een belang in PVSA heeft. PVE heeft (als producties 17 en 20) verklaringen overgelegd van de bestuurders van PVSA inhoudende dat [D], IND CS en IND Energy in het aandeelhoudersregister van PVSA niet geregistreerd staan als aandeelhouder, en (als productie 18) een verklaring van [F], inhoudende dat hij enig bestuurder is van IND CS, dat [D] geen bestuurder is van IND CS, maar door IND CS is aangesteld als gevolmachtigde en direct noch indirect aandelen houdt in IND CS en dat hijzelf ([F]) noch enig lid van zijn familie of IND CS enig belang houdt in PVSA. Ter zitting heeft PVE verklaard dat de partijen achter PVSA enerzijds en die achter IND Energy anderzijds in het verleden vaker zaken met elkaar gedaan hebben en dat op grond daarvan PVSA erop vertrouwt dat tussen PVSA, PVE en IND Energy een regeling tot stand zal komen omtrent de vaststelling van de omvang van de vordering van IND Energy uit hoofde van de Loan Agreement.

3.21

De Ondernemingskamer neemt tot uitgangspunt dat er zodanige banden tussen PVSA en IND Energy bestaan (waarbij de aard van die banden in het midden kan blijven) dat dit vertrouwen van PVSA gerechtvaardigd is, ook omdat het niet voor de hand ligt dat PVSA bereid zou zijn € 3 miljoen in PVE te investeren indien PVE belast zou blijven met een schuld aan IND Energy van (op de dag van de terechtzitting) bijna $ 75 miljoen, die bovendien, als gevolg van de default interest, snel oploopt. De banden tussen PVSA en IND Energy hebben dus tot gevolg dat deelname aan de emissie voor PVSA aantrekkelijker is dan voor derden die er niet op kunnen vertrouwen dat IND Energy bereid zal zijn (ook met hen) een regeling te treffen over de omvang van haar vordering op PVE. Andere potentiële investeerders zullen hun beslissing om al dan niet te participeren in dit opzicht slechts kunnen baseren op hun waardering van de kans dat door een schikking tussen PVE en IND Energy of als uitkomst van een procedure tussen deze twee partijen de omvang van de vordering van IND Energy op PVE tot voor hen aanvaardbare proporties wordt teruggebracht.

3.22

Het feit dat PVSA door haar banden met IND Energy aldus in een gunstiger positie verkeert dan andere investeerders, maakt de beoogde emissie naar het oordeel van de Ondernemingskamer niet ontoelaatbaar. Niet gezegd kan worden dat IND Energy, met de door haar beoogde emissie op de onder 2.27 weergegeven voorwaarden, haar positie als degene die het stemrecht op de aandelen in PVE uitoefent, misbruikt.

Omzeiling van de kortgeding vonnissen

3.23

Anders dan de administrators hebben aangevoerd is de beoogde emissie niet onverenigbaar met de onder 2.13 en 2.16 genoemde vonnissen van 9 oktober 2013 en 22 november 2013. Die vonnissen hebben immers betrekking op uitwinning van het pandrecht door verkoop van de aandelen in PVE, terwijl thans een emissie die beoogt te voorzien in de noodzakelijke financiering van PVE aan de orde is.

De mate van verwatering

3.24

De mate waarin PVIL zal verwateren door de emissie hangt samen met de uitgifteprijs van € 1,50 per aandeel. Aan die prijs ligt geen deskundige waardering ten grondslag en die prijs is evenmin toegelicht aan de hand van controleerbare en objectiveerbare gegevens.

3.25

Mede omdat een objectieve waardering van de aandelen in PVE sterk afhankelijk is van onzekere factoren, zoals de kans dat de concessies rendabele hoeveelheden gas en olie opleveren en de juridische houdbaarheid van de repayment fee en de default interest zoals overeengekomen in de Loan Facility, acht de Ondernemingskamer dit bezwaar voldoende ondervangen door de onder (f) genoemde voorwaarde, inhoudende een aan PVIL en IND Energy te verstrekken overdraagbare optie om gedurende een termijn van 90 dagen na 31 januari 2014 tegen dezelfde voorwaarden dezelfde hoeveelheid nieuwe aandelen te verwerven. De termijn van 90 dagen biedt de administrators de gelegenheid alsnog gegadigden voor de emissie te benaderen in aanmerking genomen dat PVE ter zitting heeft toegezegd dat die gegadigden (onder geheimhouding) inzage krijgen in alle informatie die redelijkerwijs benodigd is voor het nemen van een beslissing om al dan niet de optie uit te oefenen.

3.26

Voor het geval de administrators in de vergadering van 31 januari 2014 tegen agendapunt 3 stemmen, zal volgens de agenda van die vergadering agendapunt 4, te weten intrekking van het emissiebesluit van 10 januari 2014, niet in stemming worden gebracht. Voor zover de door de administrators verzochte onmiddellijke voorzieningen ertoe strekken in dat geval een emissie conform het besluit van 10 januari 2014 (zonder optie en zonder standstill) te blokkeren, bestaat daartoe onvoldoende grond. Indien de administrators de mogelijkheid om, op grond van hun stelling dat de Verpanding, althans de uitoefening van het pandrecht door IND Energy ongeldig is, het emissiebesluit van 10 januari 2014 aan te vechten, verkiezen boven een emissie op de voorwaarden van agendapunt 3 (met optie en met standstill) valt niet in te zien dat het belang van PVE zich verzet tegen een emissie op grond van het besluit van 10 januari 2014, nog daargelaten of PVSA, in afwijking van haar standpunt verwoord in haar brief van 15 januari 2014 (zie 2.26), bereid is voor € 3 miljoen aandelen te nemen op basis van het niet met instemming van PVIL genomen emissiebesluit van 10 januari 2014.

Tussenconclusie

3.27

Uit het voorafgaande volgt dat er naar het oordeel van de Ondernemingskamer geen toereikende redenen zijn om de door de administrators verzochte onmiddellijke voorzieningen te treffen.

De door PVE verzochte onmiddellijke voorzieningen

3.28

PVE heeft aan haar verzoek tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen ten grondslag gelegd dat de voorgenomen emissie de enige mogelijkheid is om het faillissement van PVE af te wenden en dat die emissie wordt geblokkeerd door PVIL doordat zij volhardt in het standpunt dat zijzelf het stemrecht op de aandelen in PVE heeft en zij haar instemming met de emissie weigert.

3.29

De door PVE verzochte, in 1.3, 2. sub a weergegeven onmiddellijke voorziening strekt ertoe dat het standpunt van PVIL dat IND CS niet rechtsgeldig als bestuurder is benoemd en dus niet bevoegd is de aandeelhouders op te roepen voor een algemene vergadering van aandeelhouders, niet kan afdoen aan de geldigheid van de in de vergadering van 31 januari 2014 te nemen besluiten, ook niet indien dat standpunt van PVIL achteraf juist zou blijken te zijn. De door PVE verzochte onmiddellijke voorziening sub b strekt ertoe dat, indien PVIL niet instemt met een emissie op de onder 2.27 weergegeven voorwaarden, IND CS als bestuurder van PVE, bevoegd zal zijn tot die emissie, maar dan zonder de onder 2.27 sub d tot en met f genoemde voorwaarden, dus zonder stand still ten aanzien van de Loan Facility en zonder het verlenen van een overdraagbare optie aan PVIL en IND Energy tot het verkrijgen van dezelfde hoeveelheid aandelen tegen dezelfde voorwaarden, een en ander zoals in de algemene vergadering van aandeelhouders van PVE van 10 januari 2014 is besloten.

3.30

Naar het oordeel van de Ondernemingskamer noopt het belang van PVE niet tot het treffen van deze voorzieningen. De sub a verzochte onmiddellijke voorziening strekt er in wezen toe te bewerkstelligen dat de uitkomst van een eventuele procedure tussen PVIL en IND Energy over de rechtsgeldigheid van het pandrecht, althans de uitoefening daarvan in juni 2013, niet kan afdoen aan de rechtsgeldigheid van de beoogde emissie en met de sub b verzochte onmiddellijke voorziening wordt beoogd IND CS als bestuurder van PVE bevoegd te maken tot een emissie die ten nadele van PVE en PVIL afwijkt van het onder 2.27 weergegeven voorstel, ook indien achteraf geoordeeld zou moeten worden dat IND Energy rechtens niet bevoegd zou zijn het stemrecht op de door PVIL gehouden aandelen in PVE uit te oefenen. Een deugdelijke grond voor een zo ver strekkende voorziening is niet aanwezig. Daarbij heeft de Ondernemingskamer in aanmerking genomen dat PVE een vennootschap is zonder werknemers en zonder andere substantiële crediteuren dan IND Energy.

3.31

De Ondernemingskamer ziet in de gegeven omstandigheden evenmin aanleiding tot het treffen van een andere onmiddellijke voorziening. PVE heeft bij gelegenheid van de mondelinge behandeling nog verzocht om, bij wijze van onmiddellijke voorziening, de door PVIL gehouden aandelen in PVE ten titel van beheer over te dragen aan een door de Ondernemingskamer aan te wijzen beheerder, zodat deze bevoegd is te stemmen over het onder 2.27 weergegeven emissievoorstel, en de onzekerheid over de vraag of IND Energy dan wel de administrators bevoegd zijn te stemmen op de door PVIL gehouden aandelen, wordt weggenomen. De Ondernemingskamer ziet daartoe onvoldoende aanleiding omdat, in het licht van hetgeen hierboven is overwogen, het niet zodanig onzeker is dat IND Energy als pandhouder bevoegd is het stemrecht op de door PVIL gehouden aandelen in PVE uit te oefenen, dat enkel met het oog daarop een onmiddellijke voorziening getroffen zou moeten worden.

De slotsom

3.32

De slotsom is dat de verzoeken van de administrators en van PVE tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen zullen worden afgewezen en dat de beslissing op de verzoeken van deze partijen tot het gelasten van een onderzoek zullen worden aangehouden. Ook de beslissing omtrent de kosten van het geding zal worden aangehouden.

4 De beslissing

De Ondernemingskamer:

wijst het verzoek van Gemini om als belanghebbende te worden toegelaten tot de onderhavige procedure af;

wijst de verzoeken van de administrators en van PVE voor zover deze strekken tot het treffen van onmiddellijke voorzieningen af;

bepaalt dat de behandeling van de verzoeken van de administrators en van PVE voor zover deze strekken tot het bevelen van een onderzoek naar het beleid en de gang van zaken van Petro Ventures Europe B.V., gevestigd te Amsterdam, zal plaatsvinden op een op eerste verzoek van (een van) partijen te bepalen nadere terechtzitting;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.F. Faase, voorzitter, mr. A.C. Faber en mr. G.C. Makkink, raadsheren, en G.A. Cremers en mr. drs. B.M. Prins RA, raden, in tegenwoordigheid van mr. R. Verheggen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de Ondernemingskamer van 30 januari 2014.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature