Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Rijden onder invloed

Uitspraak



Uitspraak

parketnummer: 23-002130-13

datum uitspraak: 25 februari 2014

TEGENSPRAAK

Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 29 april 2013 in de strafzaak onder parketnummer 96-121156-12 tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,

adres: [adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 11 februari 2014 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de verdachte en de raadsman naar voren is gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging en de motivering daarvan. In zoverre wordt het vonnis vernietigd. Het hof voegt voorts een nadere bewijsoverweging toe.

Nadere bewijsoverweging

Uit het proces-verbaal van 25 mei 2012 leidt het hof af dat de adem van de verdachte naar het inwendig gebruik van alcoholhoudende drank rook.

Onder deze omstandigheden is het hof, anders dan bepleit door de raadsman, van oordeel dat er sprake was van de verdenking dat de verdachte als bestuurder van een voertuig heeft gehandeld in strijd met artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 , op grond waarvan de daarop volgende bevelen als bedoeld in artikel 163 van de Wegenverkeerswet 1994 op een wettelijke grondslag berustten.

Oplegging van straf en maatregel

De politierechter in de rechtbank Amsterdam heeft de verdachte voor het ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van één maand en ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van negen maanden, met aftrek van de tijd dat het rijbewijs ingevorderd en ingehouden is geweest.

Tegen voormeld vonnis is door de verdachte hoger beroep ingesteld.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf en maatregel bepaald op grond van de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan en gelet op de persoon van de verdachte.

Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.

De verdachte heeft geweigerd mee te werken aan een ademonderzoek en op die manier heeft hij verhinderd dat objectief kon worden vastgesteld of, en zo ja, in welke mate hij de verkeersveiligheid in gevaar heeft gebracht.

Voorts blijkt uit een de verdachte betreffend Uittreksel Justitiële Documentatie van 28 januari 2014 dat de verdachte bij inmiddels onherroepelijk geworden vonnis van 27 mei 2009 eerder ter zake van een verkeersdelict is veroordeeld tot een werkstraf en ontzegging van de rijbevoegdheid. Het hof houdt in het voordeel van de verdachte rekening met zijn persoonlijke omstandigheden als ter terechtzitting gebleken.

Het hof acht, alles afwegende, een werkstraf van na te melden duur passend en geboden.

Nu uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet is gebleken dat de verdachte de eerder bij het vonnis van 27 mei 2009 opgelegde werkstraf daadwerkelijk heeft uitgevoerd staat artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht niet in de weg aan het nogmaals opleggen van een werkstraf.

In het belang van de verkeersveiligheid zal het hof voorts ook een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van aanzienlijke duur opleggen.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 163, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 .

Deze wettelijke voorschriften worden toegepast zoals geldend ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de straf en de motivering daarvan en doet in zoverre opnieuw recht.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 60 (zestig) uren, bij niet naar behoren verrichten te vervangen door 30 (dertig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 9 (negen) maanden.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 v óór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N.A. Schimmel, mr. E. de Greeve en mr. F.M.D. Aardema, in tegenwoordigheid van M.C. Lieberwirth, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 25 februari 2014.

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...][...][...]

[...]

[...][...][...]

[...]

[...][...]

[...][...][...][...]

[...].


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature