Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Tussenuitspraak. Functieonderhoud. Geen deugdelijke motivering. Appellant zal mede aan de hand van de verklaringen van C, K en R de feitelijk opgedragen werkzaamheden van betrokkene in de referentieperiode in kaart dienen te brengen, moeten beoordelen of die werkzaamheden wezenlijk afwijken van de functie van rechercheur vreemdelingenpolitie en zo ja, of de functie van senior rechercheur vreemdelingenpolitie van toepassing kan zijn, dan wel een mensfunctie beschreven zal moeten worden. De Raad draagt appellant op de gebreken in het besluit te herstellen.

Uitspraak



13/2634 AW-T, 13/3118 AW-T

Datum uitspraak: 5 juni 2014

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

Tussenuitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraken van de rechtbank Noord-Holland van 23 januari 2013, 12-2644 (aangevallen tussenuitspraak) en van 17 april 2013, 12-2644 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

de korpschef van politie (appellant)

[betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Ingevolge artikel 5 van de Wet van 12 juli 2012 tot invoering van de Politiewet 2012 en aanpassing van overige wetten aan die wet (Invoerings- en aanpassingswet Politiewet 2012, Stb. 2012, 316) is in dit geschil appellant in de plaats getreden van de korpsbeheerder van de politieregio Kennemerland (korpsbeheerder), op naam van wie het geding aanvankelijk is gevoerd. Waar in deze uitspraak sprake is van appellant, wordt daaronder in voorkomend geval (ook) de korpsbeheerder verstaan.

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft appellant een nader besluit genomen.

Namens betrokkene heeft mr. T.A. van Helvoort hierop haar zienswijze gegeven en een verweerschrift ingediend.

Beide partijen hebben nadere stukken ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 april 2014. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. S.M. van ’t Westende. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. Van Helvoort.

OVERWEGINGEN

1.1. In het akkoord Arbeidsvoorwaarden sector Politie 2008-2010 is onder meer afgesproken dat voor de sector Politie landelijk een nieuw functiegebouw zal gaan gelden. Er is een stelsel van ongeveer 100 organieke functies met daarbij behorende functiebenamingen ontwikkeld, voorzien van een waardering per organieke functie. Op basis van matching wordt een vertaalslag gemaakt van de oude naar de nieuwe functies, inclusief de bijbehorende waardering. Dit geheel wordt aangeduid als het Landelijk Functiegebouw Nederlandse Politie (LFNP). Invoering van het LFNP geschiedt in twee stappen. De eerste stap is de vaststelling van de uitgangspositie(s) van de ambtenaar in de periode vanaf 31 december 2009 tot en met 31 maart 2011. In dit verband wordt/worden de uitgangspositie(s) omschreven als: de functie(s) en in samenhang daarmee de functiebeschrijving(en) en/of de schriftelijk opgedragen werkzaamheden en/of bijzondere situaties (zoals outplacement) van een ambtenaar op enig moment vanaf 31 december 2009, zoals vastgelegd in een besluit of in besluiten. Met het oog op het bepalen van de uitgangspositie(s) wordt aan alle ambtenaren een voorgenomen besluit uitgangspositie(s) gezonden. Daarin wordt onder meer gewezen op de mogelijkheid om eenmalig functieonderhoud aan te vragen op de wijze zoals omschreven in artikel 3 van de Tijdelijke regeling functieonderhoud politie (Trfp). Toegekend functieonderhoud is van invloed op de uitgangspositie. De tweede stap is de feitelijke matching van de uitgangspositie(s) van de ambtenaar met een functie uit het LFNP.

1.2. Betrokkene is vanaf 1992 als buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam bij de vreemdelingenpolitie. Sinds mei 2007 maakt betrokkene als medewerker vreemdelingenpolitie deel uit van de recherchegroep van de afdeling Opsporing.

1.3. Nadat appellant aan betrokkene kenbaar had gemaakt dat hij voornemens was de functie van medewerker vreemdelingenpolitie, schaal 6, als uitgangspositie voor de toekomstige functie van betrokkene aan te merken, heeft betrokkene in mei 2011 verzocht om functieonderhoud op grond van de Trfp.

1.4. Na het voornemen daartoe heeft appellant dit verzoek bij besluit van 21 december 2011 in zoverre toegewezen dat betrokkene met toepassing van artikel 5 van de Trfp met ingang van 31 december 2009 is geplaatst in de functie rechercheur vreemdelingenpolitie, schaal 7 (rechercheur). Bij aanvullend besluit van 22 december 2011 heeft appellant deze functie ook aangemerkt als uitgangspositie van betrokkene.

1.5. In bezwaar tegen dit besluit heeft betrokkene met een beroep op het gelijkheidsbeginsel aangevoerd dat hij precies hetzelfde werk doet als zijn (drie) collega’s van het team migratiecriminaliteit, die allemaal zijn aangesteld als senior rechercheur vreemdelingenpolitie, schaal 8 (senior), zodat ook voor hem de functie senior als uitgangspositie heeft te gelden.

1.6. Bij besluit van 24 april 2012 (bestreden besluit) heeft appellant het bezwaar tegen het besluit van 21 december 2011 ongegrond verklaard. Hieraan ligt ten grondslag dat een senior complete onderzoeken volledig en zelfstandig dient uit te voeren en betrokkene alleen delen van onderzoeken uitvoert.

1.7. Bij de aangevallen tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat het bestreden besluit niet zorgvuldig is voorbereid en niet deugdelijk is gemotiveerd, gezien enerzijds de beschrijving van de functie van rechercheur en anderzijds de informatie van de leidinggevenden van betrokkene, C en K, ongeacht de context waarin deze stukken zijn opgemaakt. Uit deze informatie blijkt dat de mensen binnen het team van betrokkene, rechercheur of senior, hetzelfde werk doen, zodat appellant niet in redelijkheid heeft kunnen oordelen dat de werkzaamheden van betrokkene niet wezenlijk afwijken van die van een rechercheur.

1.8. Van de geboden gelegenheid om de gebreken door het nemen van een nieuwe beslissing op bezwaar te herstellen heeft appellant gebruik gemaakt met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 5 maart 2013. Daarin heeft appellant zijn standpunt dat de werkzaamheden van betrokkene niet wezenlijk afwijken van de werkzaamheden van een rechercheur nader gemotiveerd. Hij heeft benadrukt dat de senior verantwoordelijk is voor het coördineren en het tactisch aansturen van een volledig onderzoek.

2.

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit en het besluit van 5 maart 2013 vernietigd en bepaald dat appellant een nieuwe beslissing op bezwaar dient te nemen. De rechtbank heeft overwogen dat appellant het functieonderhoud had toegewezen en, gelet op artikel 5 van de Trfp en de Instructie 2.1, Kaders en uitgangspunten voor bepalen uitgangspositie van 4 april 2011 (de Instructie), onderdeel C, III, onder 2, binnen het bestaande korpsfunctiegebouw een functiebeschrijving diende aan te wijzen die beter aansluit bij de feitelijke werkzaamheden van betrokkene dan die van rechercheur, of een mensfunctie diende op te stellen.

3.1.

Het hoger beroep van appellant strekt ertoe dat de aangevallen tussenuitspraak en de aangevallen uitspraak worden vernietigd en dat het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond wordt verklaard.

3.2.

Ter uitvoering van de aangevallen uitspraak heeft appellant betrokkene bij nader besluit van 27 mei 2013 met ingang van 31 december 2009 geplaatst in de functie “rechercheur vreemdelingenpolitie n.a.v. beroep”. Betrokkene meent dat appellant met dit nader besluit geen uitvoering heeft gegeven aan de aangevallen uitspraak. De Raad zal dit besluit mede in de beoordeling betrekken.

4.

De Raad komt tot de volgende beoordeling.

Het hoger beroep tegen de aangevallen tussenuitspraak en de aangevallen uitspraak

4.1.

Gelet op de toekenning van het functieonderhoud en onderdeel C, III, onder 2, van de Instructie, dient de vraag te worden beantwoord of op de feitelijke werkzaamheden van betrokkene een binnen het korpsfunctiegebouw bestaande functiebeschrijving van toepassing kan zijn of dat er een mensfunctie moet worden beschreven. Om deze vraag te kunnen beantwoorden zal moeten worden beoordeeld of de feitelijk opgedragen werkzaamheden van betrokkene wezenlijk afwijken van de functiebeschrijving rechercheur vreemdelingenzaken die appellant thans tot uitgangspunt heeft genomen.

4.2.

Betrokkene is werkzaam in het team migratiecriminaliteit. Dat team bestaat uit vier mensen, afgezien van betrokkene allen werkzaam in de functie van senior. R heeft binnen het team de rol van tactisch coördinator. C, groepsbegeleider, en K, destijds hoofd vreemdelingenpolitie Kennemerland en nu teamchef vreemdelingenpolitie, hebben onderscheidenlijk in 2008 en 2009 informatie verstrekt waaruit blijkt dat betrokkene dezelfde werkzaamheden verricht als de andere teamleden. In juni 2010 is betrokkene geslaagd voor de cursus Migratiecriminaliteit en is hij gecertificeerd als zogeheten B9 mensenhandel rechercheur. R heeft op 23 oktober 2012 een vrij uitvoerige beschrijving gegeven van de feitelijke werkzaamheden die betrokkene in enkele grote opsporingsonderzoeken heeft verricht.

4.3.

Volgens de functietyperingen, onder “Doel van de functie”, is het verschil tussen de functies van rechercheur en senior dat de rechercheur opsporingsonderzoeken afhandelt en dat de senior zelfstandig opsporingsonderzoeken voorbereidt, uitvoert en afhandelt. De hoofdbestanddelen zijn bij beide functies identiek. De uitwerking van het hoofdbestanddeel “Toezicht en controle” is bij de senior aanzienlijk uitgebreider dan bij de rechercheur; bij de rechercheur is dat toegespitst op het op aanwijzing verlenen van ondersteuning bij de uitvoering van (bedrijfs)controles en het verrichten van (opsporings)onderzoeken.

4.4.

Anders dan appellant in hoger beroep heeft aangevoerd is er geen reden om de informatie die C en K hebben verstrekt buiten beschouwing te laten omdat deze informatie dateert van voor de referteperiode. Tussen partijen is immers niet in geschil dat betrokkene in 2008 en 2009 soortgelijke werkzaamheden verrichtte als in de referteperiode. Bovendien hebben C en K in oktober 2013 hun eerdere verklaringen bevestigd. De context waarin deze verklaringen over de feitelijke werkzaamheden van betrokkene zijn afgelegd, doet, zoals K zelf ook in zijn verklaring van oktober 2013 heeft benadrukt, niet af aan de inhoud daarvan. C heeft in haar verklaring van oktober 2013 nog onderstreept dat het team waarin betrokkene werkt de onderzoeken over het algemeen in groepsverband doet, vanwege de complexiteit van dit soort onderzoeken. Er is geen aanleiding om appellant te volgen in zijn standpunt dat de verklaring van K dominant zou zijn aan de verklaring van C, nog daargelaten dat de verklaringen van K en C elkaar niet tegenspreken.

4.5.

Appellant heeft in hoger beroep verder gesteld dat de functies van rechercheur en senior in belangrijke mate overlap vertonen. Het verschil tussen betrokkene en de twee teamleden is dat een senior ook opsporingsonderzoeken opstart onder eigen operationele verantwoordelijkheid, terwijl betrokkene een initiatief om een zaak op te pakken eerst moet voorleggen aan een senior of aan zijn leidinggevende. Verder werkt betrokkene steeds onder toezicht van een senior. Betrokkene heeft hierover ter zitting van de Raad gezegd dat de tactisch coördinator R, die ook deel uitmaakt van het team, degene is die beslist of een zaak wordt opgepakt. Betrokkene ontkent dat hij werkt onder toezicht van een senior; kleine onderzoeken doet hij zelfstandig. Wel is het zo dat, als hij een onderzoek doet samen met een senior, in eerste instantie de senior zal worden aangesproken op de uitvoering daarvan.

4.6.

Gegeven de verklaringen van C, K en R, die ertoe strekken dat er geen noemenswaardige verschillen zijn tussen de werkzaamheden van betrokkene en die van een senior, heeft appellant zijn besluit dat de aan betrokkene opgedragen feitelijke werkzaamheden niet wezenlijk afwijken van die van de functietypering van rechercheur niet met de nodige zorgvuldigheid voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd; ook niet in tweede instantie met het besluit van 5 maart 2013.

4.7.

Het hoger beroep slaagt dan ook niet. De aangevallen tussenuitspraak en de aangevallen uitspraak waarbij het bestreden besluit en het besluit van 5 maart 2013 zijn vernietigd, komen dus voor bevestiging in aanmerking.

Het nader besluit van 27 mei 2013

4.8.

De bij het nader besluit van 27 mei 2013 gegeven functietypering “rechercheur vreemdelingenpolitie n.a.v. beroep” is, afgezien van de toevoeging “Coördineren en uitvoeren van prostitutiecontroles”, identiek aan de typering van de functie rechercheur. Appellant heeft ter zitting erkend dat deze toevoeging niet aansluit bij de feitelijke werkzaamheden van betrokkene, maar ziet op een andere persoon, die ook beroep bij de rechtbank had ingesteld. Alleen al hierom komt dit nader besluit in aanmerking voor vernietiging.

4.9.

Uit 4.8 volgt dat het nader besluit van 27 mei 2013 een zorgvuldige voorbereiding en een deugdelijke motivering ontbeert. De Raad ziet aanleiding om met toepassing van artikel 21, zesde lid, van de Beroepswet appellant opdracht te geven de gebreken in dit besluit te herstellen. Appellant zal mede aan de hand van de verklaringen van C, K en R de feitelijk opgedragen werkzaamheden van betrokkene in de referentieperiode in kaart dienen te brengen, moeten beoordelen of die werkzaamheden wezenlijk afwijken van de functie van rechercheur vreemdelingenpolitie en zo ja, of de functie van senior rechercheur vreemdelingenpolitie van toepassing kan zijn, dan wel een mensfunctie beschreven zal moeten worden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep draagt appellant op om binnen zes weken na de verzending van deze tussenuitspraak de gebreken in het besluit van 27 mei 2013 te herstellen met inachtneming van wat de Raad heeft overwogen.

Deze uitspraak is gedaan door E.J.M. Heijs, als voorzitter en K.J. Kraan en J.N.A. Bootsma als leden, in tegenwoordigheid van P. Uijtdewillegen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 juni 2014.

(getekend) E.J.M. Heijs

(getekend) P. Uijtdewillegen

HD


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature