Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Vaststelling arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak



05/5037 WAO

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

[appellant] (hierna: appellant),

tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 4 juli 2005, 04/5523 (hierna: aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

appellant

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).

Datum uitspraak: 26 januari 2007

I. PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. M. Samama, advocaat te ‘s-Gravenhage, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 november 2006. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. Samama voornoemd. Het Uwv is, zoals tevoren schriftelijk is aangekondigd, niet verschenen.

II. OVERWEGINGEN

Het bestreden besluit van 15 december 2004 berust op het standpunt dat appellant in aansluiting op de wachttijd van

52 weken per 26 augustus 2003 weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies, waardoor appellant voor minder dan 15% arbeidsongeschikt wordt geacht.

In geding is de vraag of dit besluit in rechte stand kan houden.

De rechtbank heeft die vraag in de aangevallen uitspraak bevestigend beantwoord en heeft daarbij gewezen op de in het dossier aanwezige medische gegevens, waarin de rechtbank voldoende aanknopingspunten heeft gevonden voor het oordeel, dat door het Uwv ten aanzien van appellante een juist medisch en arbeidskundig oordeel ten aanzien van het verrichten van arbeid is aangenomen.

De van de zijde van appellant in bezwaar en beroep, en thans wederom in hoger beroep, aangevoerde grieven betreffen de medische grondslag van het bestreden besluit. Appellant is de mening toegedaan dat niet alle lichamelijke klachten zijn opgenomen in de zogeheten Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). Met name is appellant van mening dat naast de beperking ten aanzien van kracht- en grijpfunctie van de rechterhand, tevens beperkingen hadden moeten worden vastgesteld met betrekking tot de fijne motoriek van de rechterhand, zoals de bol-, pen-, sleutel- en pincetgreep.

Evenals de rechtbank heeft de Raad in de in dit geding beschikbare medische en andere gegevens geen aanknopingspunten gevonden om te twijfelen aan de juistheid van het aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde medische oordeel van de (bezwaar)verzekeringsartsen. In dit verband wijst de Raad op de aan de bestreden besluitvorming ten grondslag liggende gegevens zoals de probleemanalyse van arts D.A.J. Helleman werkzaam bij Commit Arbo Rijswijk, waaruit naar voren komt dat het hand- en vingergebruik normaal is en er geen specifieke beperkingen aanwezig zijn bij het gebruik van de handen en vingers in het dagelijks leven. Voorts blijkt uit de verzekeringskundige rapportage van verzekeringsarts M.C. Lammerts van Bueren, dat deze de rechterhand van appellant heeft onderzocht en heeft geconstateerd dat aan de rechterhand de knijpkracht minder is dan aan de linkerhand, waarvoor een beperking is opgenomen in de FML. Van andere beperkingen is niet gebleken. Voorts neemt de Raad hierbij in aanmerking dat van de zijde van appellant geen medische gegevens in het geding zijn gebracht die aanwijzingen bevatten voor het oordeel dat appellant in objectief-medische zin op de hier in geding zijnde datum met betrekking tot de rechterhand ernstiger beperkt is te achten dan de beperkingen die reeds door verzekeringsartsen van het Uwv in aanmerking zijn genomen. Naar het oordeel van de Raad is dan ook met de beperking van de rechterhand in de FML voldoende rekening gehouden.

Ook kan de Raad zich, in navolging van de rechtbank, verenigen met de als voor appellant geschikte arbeidsmogelijkheden geselecteerde functies. Voor zover daarbij sprake is van zogeheten markeringen, acht de Raad met de rechtbank voldoende toegelicht waarom deze functies voor appellant geschikt zijn te achten.

De aangevallen uitspraak komt voor bevestiging in aanmerking.

Er zijn geen termen voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos als voorzitter en J. Brand en J. Riphagen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van W.R. de Vries als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 januari 2007.

(get.) D.J. van der Vos.

(get.) W.R. de Vries.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature