Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Plaatsingsbesluiten na fusie van brandweerkorpsen.

Uitspraak



03/596 AW

U I T S P R A A K

in het geding tussen:

[appellant], wonende te [woonplaats], appellant,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Leidschendam-Voorburg, gedaagde.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Namens appellant is op de daartoe bij aanvullend beroepschrift aangevoerde gronden hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 17 december 2002, nr. AWB 01/00876 AW, waarnaar hierbij wordt verwezen.

Namens gedaagde is een verweerschrift ingediend en zijn desgevraagd nog nadere stukken aan de Raad toegezonden.

Het geding is behandeld ter zitting van 21 oktober 2004, waar appellant in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. R.F. van der Ham, werkzaam bij de CMHF, en waar gedaagde zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. K. Kappetijn, werkzaam bij adviesbureau Van Dijke bv, en J. van Putten, werkzaam bij de gemeente Leidschendam-Voorburg.

II. MOTIVERING

1. Hierna wordt onder gedaagde mede begrepen diens rechtsvoorganger, het College van burgemeester en wethouders van de toenmalige gemeente Leidschendam.

2. Voor een uitgebreidere weergave van de in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat met het volgende.

2.1. Appellant, geboren in 1946, is vanaf eind 1984 tot aan zijn ontslag per 14 februari 2000 werkzaam geweest als [naam functie] van de gemeentelijke brandweer van Leidschendam. In oktober 1999 hebben de raden van de gemeenten Voorburg en Leidschendam ingestemd met de fusie van hun brandweerkorpsen, waartoe een gemeenschappelijke regeling in het leven is geroepen. Met het oog op de overgang van het personeel naar de nieuwe organisatie is een Sociaal Statuut vastgesteld.

2.2. Bij op basis van het Sociaal Statuut namens gedaagde genomen plaatsingsbesluiten is appellant eerst geplaatst als officier in algemene dienst bij de brandweerzorg Leidschendam/Voorburg, en kort daarna als hoofd proactie/preventie/planvorming. Nadat gedaagde aan appellant ontslag had verleend wegens opheffing van zijn betrekking, heeft het dagelijks bestuur van de brandweerzorg Leidschendam/Voorburg vervolgens met de plaatsingsbesluiten overeenkomende aanstellingsbesluiten genomen.

2.3. Appellant heeft vervolgens bezwaar gemaakt tegen de betrokken plaatsingsbesluiten, welke bezwaren door gedaagde bij beslissing op bezwaar van 1 februari 2001 (hierna: het bestreden besluit) ongegrond zijn verklaard.

3. De rechtbank heeft bij de aangevallen uitspraak het beroep van appellant tegen het bestreden besluit voor een gedeelte niet-ontvankelijk en voor het overige ongegrond verklaard. Deze ongegrondverklaring had onder meer betrekking op de handhaving door gedaagde van de beslissing om appellant bij de nieuwe organisatie niet te plaatsen in de functie van [naam functie].

4. Het hoger beroep van appellant keert zich tegen dat gedeelte van de aangevallen uitspraak, dat betrekking heeft op het niet plaatsen van appellant als [naam functie].

Naar aanleiding van hetgeen partijen in hoger beroep hebben aangevoerd overweegt de Raad het volgende.

4.1. Aan het niet plaatsen van appellant als [naam functie] ligt allereerst het standpunt ten grondslag dat appellant op basis van artikel 4, eerste lid, van het Sociaal Statuut hierop geen aanspraak kan maken. Ingevolge deze bepaling behoudt de ambtenaar de functie, indien een functie door de instelling van de fusiebrandweer geen wijziging dan wel geen wijziging in belangrijke mate heeft ondergaan.

4.2. Volgens gedaagde is bij de fusiebrandweer sprake van een geheel nieuw opgezette organisatie, waarvan de taakstelling door de uitbreiding van de activiteiten (het voortaan gaan optreden als veiligheidsadviseur), het verzorgingsgebied, het personeelsbestand en de veranderde bestuurlijke aansturing in belangrijke mate afwijkt van de oude organisatie. Gelet hierop is, aldus gedaagde, ten aanzien van geen van de vier oude zogeheten officiersfuncties (de functies van [naam functie] van beide brandweerkorpsen en de beide functies van plaatsvervangend [naam functie]) het principe “mens volgt functie” toegepast, maar moest er gesolliciteerd worden naar de nieuwe officiersfuncties.

4.3. Naar het oordeel van de Raad heeft gedaagde zich terecht en op goede gronden op het standpunt gesteld dat met betrekking tot appellants functie van [naam functie] niet wordt voldaan aan het in voormeld artikel 4, eerste lid, gestelde vereiste. De opvatting van appellant dat niet gesproken kan worden van een wijziging in belangrijke mate, omdat het in feite alleen zou gaan om een uitbreiding van het verzorgingsgebied strookt niet met de gewijzigde doelstelling en de gewijzigde - immers buiten de gemeentelijke organisatie staande - opzet van de nieuwe organisatie, zoals deze naar voren komt uit de gedingstukken.

4.4. Aan het niet plaatsen van appellant als [naam functie] ligt voorts het standpunt ten grondslag dat appellant niet geschikt wordt geacht om deze functie te vervullen. Volgens gedaagde heeft appellant onvoldoende inzicht in het feit dat de door hem geambieerde functie wezenlijk anders zal zijn dan zijn oude functie. Gedaagde acht het een onoverkomelijk knelpunt dat appellant niet inziet dat de kwalitatieve dimensies van het brandweerkorps zullen moeten veranderen. Voorts beschikt appellant volgens gedaagde niet over de juiste persoonskenmerken voor de functie. Zo heeft appellant zich, tijdens het gesprek dat de op grond van het Sociaal Statuut ingestelde Overgangscommissie met het oog op het te nemen plaatsingsbesluit met hem heeft gehouden, weinig geïnspireerd betoond om deze omvangrijke klus te klaren, welke houding overeenkwam met eerder door hem in die richting gegeven signalen. Verder is uiteengezet dat appellants kwaliteiten meer liggen in de technisch-inhoudelijke kant van het brandweervak dan in zijn leidinggevende capaciteiten en bestuurlijke omgangsvormen.

4.5. Naar het oordeel van de Raad is hiermee voldoende onderbouwing gegeven voor het niet plaatsen van appellant in de functie van [naam functie]. Dat, zoals van de zijde van appellant is gesteld, van disfunctioneren van appellant geen sprake is geweest en dat hij vijftien jaar naar volle tevredenheid heeft gefunctioneerd, is in dit kader niet van doorslaggevend belang. Het gaat hier immers om een nieuwe functie, waarvoor gedaagde andere, zwaardere, functie-eisen heeft mogen hanteren. Dat appellant zulks niet inziet

- hetgeen hij overigens ook ter zitting heeft laten blijken - heeft gedaagde redelijkerwijs zwaar mogen laten wegen. Appellants mededeling ter zitting dat hij een en andermaal heeft gezegd dat hij de functie graag wilde vervullen werpt geen ander licht op de door de Overgangscommissie ervaren, onder 4.4. weergegeven opstelling van appellant. Dat die commissie hierbij een onjuiste voorstelling van zaken zou hebben gegeven acht de Raad niet aannemelijk geworden.

4.6. Uit hetgeen hiervoor is overwogen volgt dat de bij het bestreden besluit gehandhaafde beslissing om appellant niet te plaatsen als [naam functie] in de nieuwe organisatie in rechte stand houdt. Dit betekent dat de aangevallen uitspraak, voorzover aangevochten, dient te worden bevestigd.

5. De Raad acht tot slot geen termen aanwezig toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht inzake vergoeding van proceskosten.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraak, voorzover aangevochten.

Aldus gegeven door mr. J.C.F. Talman als voorzitter en mr. A. Beuker-Tilstra en mr. J.Th. Wolleswinkel als leden, in tegenwoordigheid van P.W.J. Hospel als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 2 december 2004.

(get.) J.C.F. Talman.

(get.) P.W.J. Hospel.

HD

25.10


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature