Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Mededingingswet

Uitspraak



College van Beroep voor het bedrijfsleven

AWB 05/750 16 januari 2007

9500 Mededingingswet

Uitspraak op het hoger beroep van:

A (hierna: A), te X, appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank te Rotterdam van 26 augustus 2005 , reg.nr. MEDED 04/1618 WILD, in het geding tussen A

en

raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (hierna: NMa) .

Gemachtigden van A: mr. S. Jankie, advocaat te Den Haag, en B, voorzitter van A, te C.

Gemachtigden van NMa: mr. drs. M.C. Hegge en mr. K. Hellingman, beiden werkzaam bij NMa.

1. De procedure

Appellante heeft bij brief van 7 oktober 2005, bij het College binnengekomen op 8 oktober 2005, hoger beroep ingesteld tegen de bovenvermelde uitspraak van de rechtbank te Rotterdam.

Bij brief van 12 november 2005 heeft A de gronden van het hoger beroep en enige stukken toegezonden.

Bij brief van 18 januari 2006 heeft NMa een reactie op het beroepschrift ingediend.

Op 5 december 2006 heeft het onderzoek ter zitting plaatsgehad, waarbij partijen bij gemachtigde zijn verschenen.

2. De grondslag van het geschil

Het College gaat uit van de feiten en omstandigheden zoals vermeld in rubriek 2 van zijn uitspraak van 20 februari 2004, AWB 03/447 en 448 (www.rechtspraak.nl, LJN AO5968), tussen partijen. Bij deze uitspraak is onder meer het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank te Rotterdam van 11 maart 2003, MEDED 02/92 RIP, gegrond verklaard en is de zaak terug verwezen naar de rechtbank. Het College overwoog in deze uitspraak voor zover hier van belang:

" D-g Nma heeft in het kader van de bezwaarschriftprocedure gevraagd om toezending van de statuten, echter niet in het verband van toetsing aan het belanghebbendebegrip, maar in het verband van de rechtsgeldige vertegenwoordiging. Dat er twijfel bestond omtrent de doelstelling van A kon uit het verzoek, voor zover het College uit de stukken heeft kunnen afleiden, niet blijken. Na ontvangst van de statuten heeft d-g Nma zonder verder contact met A en zonder haar te horen het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard. Aldus is A niet in de gelegenheid geweest om - in het geval dat de bijlage op enigerlei wijze zou zijn zoekgeraakt of in het geval van mogelijke twijfel daaromtrent - nader bewijs te leveren van haar stelling dat zij op grond van haar doelstelling zoals die luidde ten tijde dat zij haar bezwaarschrift indiende, belanghebbende was.

In die omstandigheid had de rechtbank naar het oordeel van het College niet mogen volstaan met de constatering dat d-g Nma ten tijde dat hij het besluit nam slechts beschikte over de statuten van 1987, maar had zij dienen na te gaan of, zoals A stelde, inderdaad sprake was van een rechtsgeldige wijziging van die statuten ten tijde van belang en, zo ja, of de in die wijziging neergelegde doelstelling tot het oordeel kan leiden dat de belangen van A rechtstreeks bij de afwijzing van de klacht zijn betrokken."

- Bij brief van 26 oktober 2004 heeft de rechtbank A verzocht bescheiden over te leggen waaruit ondubbelzinnig valt af te leiden dat sprake is geweest van (een) rechtsgeldige statutenwijziging(en).

- Ter zitting van de rechtbank van 2 november 2004 heeft A een aantal stukken overgelegd.

- Bij brieven van 20 december 2005 heeft de rechtbank de uitgeverij van het Advertentieblad van de Republiek Suriname en het ministerie van Binnenlandse Zaken van Suriname verzocht het (relevante gedeelte van) het Advertentieblad van vrijdag 7 november 1997 toe te zenden. Op deze verzoeken is geen reactie ontvangen.

- Vervolgens heeft de rechtbank het onderzoek heropend en bepaald dat A een exemplaar van het Advertentieblad van 7 november 1997 dient over te leggen.

- Bij brief van 14 april 2005 (abusievelijk gedateerd 14 april 2004) heeft A een kopie van een gedeelte van het Advertentieblad overgelegd.

- Bij brieven van 28 mei en 26 juni 2005 heeft A desverzocht door de rechtbank meegedeeld dat zij geen origineel exemplaar van het Advertentieblad kan bemachtigen en dat de uitgeverij en de 's Landsarchiefdienst niet bereid zijn een verklaring over te leggen waaruit blijkt dat zij niet (meer) beschikken over het betreffende originele exemplaar.

3. De uitspraak van de rechtbank

De rechtbank heeft het beroep van appellante tegen de beslissing van NMa waarbij haar bezwaar niet-ontvankelijk is verklaard, ongegrond verklaard. Hiertoe is als volgt overwogen:

" Eiseres is een vereniging opgericht naar Surinaams recht. In de hier van toepassing zijnde negende titel "Van zedelijke lichamen" van de fundamentele Surinaamse wetgeving is - voor zover relevant - het volgende bepaald.

Ingevolge artikel 1665 erkent de wet, behalve de eigenlijke maatschap ook verenigingen van personen als zedelijke lichamen, hetzij deze op openbaar gezag als zodanig zijn ingesteld, hetzij dezelve als zedelijke lichamen zijn erkend.

In artikel 1666 is bepaald dat een vereniging, die niet op openbaar gezag is ingesteld, om als rechtspersoon te kunnen optreden, bij besluit van de President als zedelijk lichaam moet worden erkend. Deze erkenning geschiedt ingevolge artikel 1667 door goedkeuring van de statuten of reglementen van de vereniging. Wijziging of verandering der goedgekeurde statuten of reglementen vereist nadere goedkeuring. De goedgekeurde statuten of reglementen dan wel wijzigingen of veranderingen daarin worden, voor zoveel deze wijzigingen of veranderingen betreft met aanduiding van de dagtekening en het nummer van het blad, waarin voorgaande bekendmakingen zijn opgenomen, in het Gouvernements Advertentieblad openbaar gemaakt. Zolang deze openbaarmaking niet plaats heeft gehad, wordt de goedkeuring of nadere goedkeuring geacht niet te zijn geschied.

(….)

De rechtbank dient - zoals gezegd - op grond van de uitspraak van het CBB onderzoek te doen naar de rechtsgeldigheid van de onderhavige statutenwijziging(en) en in dit onderzoek dient naar het oordeel van de rechtbank ook - gelet op de relevante Surinaamse wetgeving - vast komen te staan dat de goedkeuring van de statutenwijziging bij resolutie van 18 augustus 1997, openbaar is gemaakt in het Advertentieblad.

Naar het oordeel van de rechtbank mag van eiseres, nu zij zich in het maatschappelijk- en rechtsverkeer beroept op het zijn van een rechtspersoon naar Surinaams recht met een doelstelling waarmee zij als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb kan worden aangemerkt, worden verwacht en ge ëist dat zij kan aantonen naar Surinaams recht als zodanig erkend te zijn en dus als zodanig in rechte te kunnen optreden. Het is dan ook aan eiseres om van de openmaarmaking in het Advertentieblad onomstotelijk het bewijs te leveren. Immers, zonder openbaarmaking wordt de nadere goedkeuring geacht niet te zijn geschied, zodat er dan geen sprake is van erkenning als rechtspersoon met een dergelijke doelstelling en derhalve ook niet van het in rechte kunnen optreden als zodanig. Het overleggen van een kopie (van het gedeelte van) het Advertentieblad wordt in dit verband onvoldoende geacht. De rechtbank merkt daarbij nog op dat bij een en dezelfde resolutie van 18 augustus 1997 zowel de statutenwijziging per 12 februari 1989 als 25 februari 1997 is goedgekeurd en het opmerkelijk is dat, gelet op de doorlopende tekst van de overgelegde kopie, in het betreffende Advertentieblad alleen de statutenwijziging van 25 februari 1997 met vermelding van de goedkeuring is gepubliceerd.

Nu eiseres niet onomstotelijk heeft kunnen aantonen dat zij naar Surinaams recht is erkend als rechtspersoon met een doelstelling waardoor zij als belanghebbende in de zin van de Awb kan worden aangemerkt en daarmee niet vaststaat dat zij in rechte als zodanig heeft kunnen optreden, heeft verweerder eiseres terecht niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar door uit te gaan van de statuten van eiseres zoals deze op 22 mei 1987 luidden."

4. Het standpunt van A in hoger beroep

A heeft in haar aanvullend hoger beroepschrift en ter zitting - samenvattend weergegeven - betoogd dat zij aan alle formaliteiten heeft voldaan en alle betreffende stukken aan de rechtbank heeft overgelegd. De rechtbank heeft op onjuiste wijze gevolg gegeven aan de uitspraak van het College door originele stukken te vragen. Hiermede is door de rechtbank voorts gehandeld in strijd met het gelijkheidsbeginsel, aangezien in gelijke gevallen, zoals het beroep van Vereniging Vrije Vogel, niet om dergelijke stukken is gevraagd. Door NMa is ter zitting van de rechtbank verklaard dat met stukken als door A overgelegd door hem genoegen zou zijn genomen.

De rechtbank had niet, nadat het haar zelf niet was gelukt om de gevraagde gegevens uit Suriname te verkrijgen, de opdracht aan A mogen doorspelen. De kans dat A wel zou lukken waartoe de rechtbank niet in staat was, was immers te verwaarlozen. Onbegrijpelijk is dat de rechtbank in haar brieven aan de uitgeverij van het Advertentieblad en het ministerie van Binnenlandse Zaken van Suriname heeft gevraagd om (het relevante gedeelte van) het betreffende Advertentieblad toe te zenden, maar het van A ontvangen Advertentieblad onvoldoende vindt.

Anders dan de rechtbank heeft gesteld, beschikken de uitgeverij en de archieven van de Staat Suriname wel over de originele exemplaren van het Advertentieblad maar zijn deze niet ter beschikking voor verkoop aan het publiek. A heeft ter plaatse al het mogelijke gedaan om de gevraagde stukken te verkrijgen maar is daar niet in geslaagd. De rechtbank heeft A in zijn brief van 26 oktober 2004 gevraagd om een afschrift van de gepubliceerde goedkeuringsbesluiten. Deze stukken zijn in kopie door A toegezonden, maar vervolgens toch onvoldoende bevonden.

5. De beoordeling van het hoger beroep

5.1 Naar het oordeel van het College kan hetgeen van de zijde van A is aangevoerd niet leiden tot de slotsom dat de rechtbank niet op goede gronden de omtrent de gewijzigde doelstelling van A overgelegde gegevens onvoldoende heeft bevonden om aan te nemen dat de belangen van A ten tijde van het indienen van haar bezwaar rechtstreeks bij de afwijzing van de klacht waren betrokken. Dit oordeel is gegrond op het volgende.

5.2 Door A zijn in de verschillende stadia van de procedure ten bewijze van het feit dat zij belanghebbende is bij de klacht de volgende stukken overgelegd.

- De Statuten van de "A" zoals vastgesteld op 22 mei 1987 (overgelegd aan NMa in het kader van de bezwaarschriftprocedure).

- Een uittreksel van de ledenvergaderingen van 12 februari 1989 en 25 februari 1997 strekkende tot uitbreiding van het doel der statuten (overgelegd aan de rechtbank bij het beroep tegen de beslissing op bezwaar).

- Een exemplaar van het Besluit van de President van de Republiek Suriname van 18 augustus 1997, strekkende tot goedkeuring van de gewijzigde statuten en een kopie van het voorblad van het Advertentieblad van de Republiek Suriname Ao 1997 vrijdag 7 november, No. 89 (overgelegd aan de rechtbank ter zitting van 2 november 2004, na de uitspraak van het College van 20 februari 2004)

- Een kopie van een gedeelte van het Advertentieblad van de Republiek Suriname Ao. 1997 vrijdag 7 november, No. 89 (overgelegd aan de rechtbank bij brief van 14 april 2005).

5.3 Appellante heeft niet betwist het oordeel van de rechtbank dat naar Surinaams recht aan (een wijziging van) verenigingsstatuten alleen rechtskracht toekomt indien deze op de door de rechtbank aangegeven wijze zijn gepubliceerd in het Advertentieblad. Het College deelt de opvatting van de rechtbank dat niet onomstotelijk vaststaat dat publicatie van de op

12 februari 1989 en 25 februari 1997 gewijzigde statuten heeft plaatsgevonden. Aan de overgelegde kopie van een gedeelte van het Advertentieblad komt naar het oordeel van het College onvoldoende bewijskracht toe, mede omdat - als ook door de rechtbank opgemerkt - de van de beide wijzigingen afwijkende doorlopende tekst en de lay-out van de statutenwijziging in de kopie vragen oproepen. Voorts ontbreekt de aanduiding en de dagtekening van het blad waarin voorgaande bekendmakingen zijn opgenomen.

5.4 De grief van A dat de rechtbank, nadat zij eerst zelf op onderzoek was uitgegaan, ten onrechte de bewijslast bij A heeft gelegd treft geen doel. Het is aan degene die stelt dat zijn belang betrokken is bij een door hem aangevochten besluit om in geval van twijfel aan te tonen dat dit ook werkelijk het geval is. Dat de rechtbank bij de naspeuringen met betrekking tot de publicatie van de gewijzigde statuten het initiatief heeft genomen doet niet af aan de op A rustende plicht om desverzocht aan te tonen dat zij belanghebbende is in de zin van de Awb.

5.5 Met betrekking tot de gestelde strijd met het gelijkheidsbeginsel overweegt het College dat, anders dan in het geval van Vereniging Vrije Vogel, door A niet van de aanvang af (kopieën van) statuten zijn overgelegd waaruit een doelstelling bleek die van een bij de afwijzing van de klacht betrokken belang getuigde. Reeds hierom zijn de omstandigheden waaronder van de ene appellante wel en van de andere geen originele stukken zijn gevraagd, niet vergelijkbaar. Dat NMa indien zij ten tijde van de beslissing op bezwaar beschikt zou hebben over de thans overgelegde stukken A als belanghebbende zou hebben aangemerkt maakt dit niet anders, juist omdat aan NMa in de aanvang een andere, niet adequate versie van de statuten was toegezonden.

5.6 Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep ongegrond is en dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

Het College ziet geen termen voor een veroordeling van een der partijen in de kosten van de procedure op de voet van artikel 8:75 Awb .

6. De beslissing

Het College bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus gewezen door mr. C.M. Wolters, mr. J.A. Hagen en mr. M. van Duuren, in tegenwoordigheid van mr. M.B.L. van der Weele, als griffier, en uitgesproken in het openbaar op 16 januari 2007.

w.g. C.M. Wolters w.g. M.B.L. van der Weele


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature