Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Rechtbank spreek verdachte vrij van een woningoverval in Vaassen (uitspraak medeverdacht LJN BY2675).

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/950458-12

Uitspraak d.d. 6 november 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte A],

geboren te [plaats] (Tsjetsjenië) op [1992],

wonende te [plaats],

thans gedetineerd in het huis van bewaring Ooyerhoekseweg Zutphen, Verlengde

Ooyerhoekseweg 21.

Raadsman: mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 oktober 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 15 september 2011 te Vaassen, gemeente Epe, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (ongeveer EURO 1.240,00) en/of een portemonnee met inhoud, in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s),

welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij

-verdachte- tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- voornoemde [slachtoffer] (met kracht) in de nek, althans op/tegen het lichaam

heeft geslagen en/of gestompt en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd

van die [slachtoffer] heeft gericht en/of

- (vervolgens/daarbij) voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden heeft

toegevoegd: "Je moet braaf zijn en zeg maar waar het geld ligt. Wij zijn ver

vandaan gekomen om geld. Ik ga zonder geld niet weg", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking en/of

- de handen en/of de voeten van die [slachtoffer] met tape heeft vastgebonden en/of

de mond van die [slachtoffer] met tape heeft afgeplakt en/of (vervolgens)

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp aan die [slachtoffer] heeft

getoond en/of (vervolgens)

- voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) op/tegen het

hoofd en/of op/tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of

meermalen, althans eenmaal (met kracht) op/tegen de benen, althans op/tegen

het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of (vervolgens)

- meermalen, althans eenmaal zijn voet op de kaak van die [slachtoffer] heeft gezet

(terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een scherp

en/of puntig voorwerp in het (linker boven)been heeft gestoken en/of

- de ogen van die [slachtoffer] met tape heeft afgeplakt en/of (vervolgens/daarbij)

voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ik ga je

doodmaken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

[medeverdachte B] en/of een tot op heden onbekend gebleven persoon op of omstreeks 15 september 2011 te Vaassen, gemeente Epe, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een geldbedrag (ongeveer EURO 1.240,00) en/of portemonnee met inhoud, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte B] en/of die onbekend gebleven persoon en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de

vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

[medeverdachte B] tezamen en in vereniging met een tot op heden

onbekend gebleven persoon,

- voornoemde [slachtoffer] (met kracht) in de nek, althans op/tegen het lichaam

heeft geslagen en/of gestompt en/of

- een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd

van die [slachtoffer] heeft gericht en/of

- (vervolgens/daarbij) voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden heeft

toegevoegd: "Je moet braaf zijn en zeg maar waar het geld ligt. Wij zijn ver

vandaan gekomen om geld. Ik ga zonder geld niet weg", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking en/of

- de handen en/of de voeten van die [slachtoffer] met tape heeft vastgebonden en/of

de mond van die [slachtoffer] met tape heeft afgeplakt en/of (vervolgens)

- een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp aan die [slachtoffer] heeft

getoond en/of (vervolgens)

- voornoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal (met kracht) op/tegen het

hoofd en/of op/tegen het lichaam heeft geslagen en/of gestompt en/of

meermalen, althans eenmaal (met kracht) op/tegen de benen, althans op/tegen

het lichaam heeft geschopt en/of getrapt en/of (vervolgens)

- meermalen, althans eenmaal zijn voet op de kaak van die [slachtoffer] heeft gezet

(terwijl die [slachtoffer] op de grond lag) en/of (vervolgens)

- die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal met een mes, althans een scherp

en/of puntig voorwerp in het (linker boven)been heeft gestoken en/of

- de ogen van die [slachtoffer] met tape heeft afgeplakt en/of (vervolgens/daarbij)

voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Ik ga je

doodmaken", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij -verdachte- in of omstreeks de periode van 13 september 2011 tot en met 15 september 2011 te Vaassen, gemeente Epe en/of te Apeldoorn, althans elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door:

-op 13 september 2011 meerdere, althans een goed(eren) aan te schaffen die bij voornoemd misdrijf zijn gebruikt (waaronder een rol tape en/of een veiligheidsvest) en/of

-voornoemde [medeverdachte B] en/of voornoemde tot op heden onbekend gebleven persoon op 15 september 2011 in zijn/een personenauto naar de woning van die [slachtoffer] te vervoeren en/of

-(vervolgens) in de nabije omgeving van de woning van die [slachtoffer] op de uitkijk te staan en/of

-(vervolgens) in de nabije omgeving van de woning van die [slachtoffer] met een vluchtauto klaar te staan;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 48 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 april 2010

tot en met 24 februari 2012 te Apeldoorn, in elk geval in Nederland,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen

-een identiteitsbewijs en/of een bankpas (ING) op naam van [naam 1] en/of

-een identiteitsbewijs en/of een bankpas (ABN) en/of meerdere, althans een OV-kaart(en) en/of een rijbewijs en/of een verzekeringspas op naam van [naam 2] en/of

-een paspoort op naam van [naam 3] en/of

-een identiteitsbewijs en/of een bankpas (SNS) en/of meerdere, althans een verzekeringsbewij(s)(zen) en/of een flyingbluepas (KLM) op naam van [naam 4] en/of

-meerdere, althans een kentekenpla(a)t(en) ([kenteken]), in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam 1]

en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

en/of dat

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 april 2010

tot en met 09 juli 2012 te Apeldoorn, in elk geval in Nederland,

-een identiteitsbewijs en/of een bankpas (ING) op naam van [naam 1] en/of

-een identiteitsbewijs en/of een bankpas (ABN) en/of meerdere, althans een

OV-kaart(en) en/of een rijbewijs en/of een verzekeringspas op naam van [naam 2] en/of

-een paspoort op naam van [naam 3] en/of

-een identiteitsbewijs en/of een bankpas (SNS) en/of meerdere, althans een verzekeringsbewij(s)(zen) en/of een flyingbluepas (KLM) op naam van [naam 4] en/of

-meerdere, althans een kentekenpla(a)t(en) ([kenteken]),

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen,

terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van voornoemd(e) goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

en/of dat

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 02 april 2010 tot en met 09 juli 2012 te Apeldoorn, in elk geval in Nederland, opzettelijk -een identiteitsbewijs en/of een bankpas (ING) op naam van [naam 1] en/of

-een identiteitsbewijs en/of een bankpas (ABN) en/of meerdere, althans een

OV-kaart(en) en/of een rijbewijs en/of een verzekeringspas op naam van [naam 2] en/of

-een paspoort op naam van [naam 3] en/of

-een identiteitsbewijs en/of een bankpas (SNS) en/of meerdere, althans een

verzekeringsbewij(s)(zen) en/of een flyingbluepas (KLM) op naam van [naam 4] en/of

-meerdere, althans een kentekenpla(a)t(en) ([kenteken]),

in elk geval enig(e) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan [naam 1]

en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,

welk(e) goed(eren) verdachte anders dan door misdrijf, te weten als vinder, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

art 321 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde1

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde feit. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

De raadsman heeft - kort samengevat - bepleit, overeenkomstig de door hem overgelegde en in het dossier gevoegde pleitnota, dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde. Hij heeft daartoe aangevoerd dat er gebrek aan bewijs is tegen medeverdachte [medeverdachte B], dat voorts niet kan blijken dat verdachte in september 2011 gebruiker was van het telefoonnummer [06-nummer 1] en dat aan overige aanwijzingen geen gewicht kan worden toegekend. De raadsman heeft voorts betoogd dat er evenmin sprake is van medeplichtigheid.

De rechtbank overweegt het volgende.

Aangever heeft in zijn aangifte - zakelijk weergegeven - verklaard dat hij op 15 september 2011 in zijn woning aan de [adres 1 te plaats, gemeente] door twee mannen is overvallen. Er werd geweld gebruikt en aangever werd bedreigd met geweld. Man 2 was volgens aangever een Joegoslavische man. De man sprak met een dialect. Hij was 1.75 meter lang, hij was stevig en gespierd, een sporttype met een blanke huidskleur en kort donkerblond stekelig haar. Achter in de nek was zijn haar ook kort.2 In een aanvullend verhoor heeft aangever verklaard dat man 2 met een Joegoslavisch/Servisch/Slowaaks accent sprak.3

Aangever heeft bij een fotoconfrontatie de verdachte herkend als één van de daders.4

Op de plaats delict werden stukken duct tape en de verpakking van de duct tape, merk Tesa, aangetroffen.5 Uit onderzoek is naar voren gekomen dat de [bouwmarkt aan de adres in plaats] camerabeelden voorhanden had van de koop van een rol Tesa tape op 13 september 2011.6 In het proces-verbaal van bevindingen van het uitkijken van de beelden is gerelateerd dat verbalisant een licht getinte manspersoon zag met een normaal tot stevig postuur, met kort donker haar waarbij de zij- en achterkant opgeschoren waren.7 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de persoon is die op de camerabeelden is te zien en dat hij zich niet herinnert waarvoor hij die aanschaf toen heeft gedaan.8

In proces-verbaal van bevindingen van 10 september 2012 is gerelateerd dat op 15 september 2011 de gebruiker van het mobiele telefoonnummer [06-nummer 1] om 07.51, 08.11 en 08.29 uur telefonisch contact heeft gehad met de gebruiker van het telefoonnummer [06-nummer 2]. Op 15 september 2011 om 9.50 uur en 9.57 uur was de gebruiker van eerstgenoemd nummer onder het bereik van de mastlocatie, gelegen aan het [straat 2 te plaats]. Op dezelfde dag om 10.04 uur ontving de gebruiker van het telefoonnummer [06-nummer 1] een sms-bericht van de gebruiker van het telefoonnummer [06-nummer 2], terwijl beide gebruikers in de directe omgeving waren en onder het bereik waren van de mastlocatie, gelegen aan het [straat 2]. Uit het onderzoek bleek dat het [straat 2 te plaats] een zijstraat van de [straat 1 te plaats] is en dat de genoemde kruising recht tegenover de plaats delict is gesitueerd.9 Medeverdachte [medeverdachte B] heeft bij de politie verklaard dat het mobiele telefoonnummer [06-nummer 2] het nummer is van zijn Nokia telefoon.10

Nadat hij bij de politie hierover heeft gezwegen, heeft verdachte ter terechtzitting verklaard dat hij de simkaart met telefoonnummer [06-nummer 1] eerst in mei 2012 in zijn bezit heeft gekregen en dat hij niet meer weet van wie hij de simkaart heeft gekregen. Verdachte heeft voorts verklaard dat hij wisselt van simkaart als hij bijvoorbeeld een contact met een meisje wil beëindigen.11 Ook verklaart getuige [getuige A]12 dat dit nummer van verdachte is. Voorts staat het telefoonnummer [06-nummer 1] in het telefoontoestel van medeverdachte [medeverdachte B] onder de naam Ibo (zoals verdachte naar eigen zeggen ook wel wordt genoemd) vermeld en is dit telefoonnummer gekoppeld aan de ING rekening op naam van verdachte13.

Hoewel de gegeven verklaring van verdachte op welke wijze en wanneer precies hij de simkaart met nummer [06-nummer 1] in gebruik heeft gehad niet erg concreet is, ontbreekt in elk geval bewijs dat hij dit telefoonnummer op 15 september 2011 ten tijde van de overval in gebruik had. Dit valt bijvoorbeeld niet uit af te leiden uit de getuigenverklaring van [getuige A], de verhoren en de telefoonlijst van [medeverdachte B] en/of de gegevens van de ING Bank. De (eerder bij raadkamer ingenomen) stelling van de officier van justitie dat verdachte de desbetreffende simkaart op 15 september 2011 ten tijde van de overval in gebruik heeft gehad in het telefoontoestel met hetzelfde Imeinummer dat bij de doorzoeking op 9 juli 2012 in de auto van verdachte was gevonden, heeft de rechtbank niet (in het dossier) bevestigd gezien.

De rechtbank is van oordeel dat weliswaar gelet op de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, de nodige ernstige vermoedens naar voren komen dat verdachte is betrokken bij de woningoverval, maar dat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde feit, zowel in de primaire als de subsidiaire variant.

Vrijspraak ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan.

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde eveneens vrijspraak bepleit.

De rechtbank overweegt het volgende.

Op maandag 9 juli 2012 om 05.05 uur werd tijdens de doorzoeking in de woning van verdachte14 goederen in beslag genomen, waaronder waardepapieren15 en twee kentekenplaten16. Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij op zondagavond 8 juli 2012 bij de naast zijn woning gelegen [cafeteria ] een tas met inhoud had gevonden en mee naar zijn woning had genomen. Verdachte heeft verder verklaard dat hij de tas maandag naar de politie wilde brengen. Verdachte heeft ter terechtzitting ontkend dat de twee kentekenplaten die in de berging lagen van hem zijn. Hij heeft verklaard dat zijn stiefvader ook regelmatig in die berging kwam.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de inhoud van het dossier niet valt uit te sluiten dat de door verdachte geschetste gang van zaken juist is, zodat niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal dan wel (schuld)heling dan wel verduistering van de onder 2 ten laste gelegde goederen.

De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 2 tenlastegelegde.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 3.799,- (€ 2.500,- aan immateriële schade en € 1.299,- aan materiële schade), vermeerderd met de wettelijke rente, gevoegd in het strafproces ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde. Daarnaast is verzocht om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht.

Naar het oordeel van de rechtbank dient de benadeelde partij in haar vordering

niet-ontvankelijk te worden verklaard nu verdachte wordt vrijgesproken van het hem onder 1 ten laste gelegde feit.

De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter. De benadeelde partij wordt verwezen in de door verdachte gemaakte kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil.

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering;

* verwijst de benadeelde partij in de door verdachte gemaakte kosten, tot aan de datum van deze uitspraak begroot op nihil;

* heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.

Aldus gewezen door mrs. Cremers, voorzitter, Van der Hooft en Knoop, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Buitenhuis, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 6 november 2012.

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 2011129860, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, regionaal Overvallenteam, gesloten en ondertekend op 10 september 2012.

2 Proces-verbaal van aangifte door aangever [slachtoffer], p. 172, 174-178.

3 Proces-verbaal van verhoor van aangever [slachtoffer], p. 182.

4 Proces-verbaal van bevindingen, p. 912 en 913 en het rapport, p. 914 en proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige B], p. 271.

5 Proces-verbaal van sporenonderzoek van 5 december 2011, p. 64-65.

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 134.

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 135.

8 Proces-verbaal ter terechtzitting van 23 oktober 2012.

9 Proces-verbaal van bevindingen van 10 september 2012, p. 1266A en 1266B.

10 Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 708.

11 Proces-verbaal ter terechtzitting van 23 oktober 2012.

12 Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige A], p. 378.

13 Proces-verbaal van bevindingen, p. 562-563.

14 Proces-verbaal van bevindingen, p. 938 en 939.

15 Kennisgeving van inbeslagneming, p. 960-972.

16 Kennisgeving van inbeslagneming, p. 1231.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature