Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Verdachte wordt terzake vier pogingen tot diefstal en belediging van de politie veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 22 maanden.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector Strafrecht

Parketnummers: 01/845046-12 en 01/845192-12 (ter terechtzitting gevoegd)

Parketnummer vordering: 01/825058-11

Datum uitspraak: 08 oktober 2012

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1975],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring te Grave.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 27 augustus 2012 (01/845046-12) en 24 september 2012.

Ter terechtzitting van 24 september 2012 heeft de rechtbank de tegen verdachte/veroordeelde onder de hiervoor genoemde parketnummers aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte/veroordeelde naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 16 juli 2012 (01/845046-12) van 22 augustus 2012 (01/845192-12). Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 01/845046-12 ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 15 februari 2012 te 's-Hertogenbosch, althans elders in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of

inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, te weten door een (licht)koepel van genoemde woning open te breken/te verbreken en/of een (licht)koepel van genoemde woning te verwijderen (uit/vanaf het

(plat)dak), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

(art. 45/310/311 Wetboek van Strafrecht);

2.

hij op of omstreeks 15 februari 2012 te 's-Hertogenbosch, althans elders in Nederland, opzettelijk en wederrechtelijk twee, althans een of meer, ruit(en) (van een woning gelegen aan de [adres]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] en/of woningbouwstichting [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt

(art. 350 Wetboek van Strafrecht);

3.

hij op of omstreeks 15 februari 2012 te 's-Hertogenbosch, althans elders in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen goederen en/of geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot genoemde woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goederen en/of geld onder zijn/hun bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, te weten door het inslaan/verbreken van een raam (aan de achterkant van genoemde woning), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

(art. 45/310/311 Wetboek van Strafrecht);

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 februari 2012 te 's-Hertogenbosch, althans elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en wederrechtelijk een raam (aan de achterkant van een woning gelegen aan de [adres]), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] en/of woningbouwstichting [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt

(art. 350 Wetboek van Strafrecht);

4.

hij op of omstreeks 15 februari 2012 te 's-Hertogenbosch, althans elders in Nederland, opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [hoofdagent], (hoofdagent van politieregio Brabant-Noord), gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar/hun bediening, genoemde [hoofdagent] in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Teringlijders" en/of "Teringhoer" en/of "Vuile kuthoer", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking

(art. 266 jo 267 Wetboek van Strafrecht).

Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 01/845192-12 tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 10 juni 2012 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een auto heeft weggenomen een afstandsbediening en/of zonnebril en/of pak shag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutel en/of welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 8], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, die [slachtoffer 2] en/of Schulpen de woorden heeft toegevoegd: "Ik heb een pistool", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking

[artikel 312 Wetboek van Strafrecht ];

2.

hij op of omstreeks 14 februari 2012 te 's-Hertogenbosch ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te

nemen een of meer goed(eren) van zijn, verdachtes, gading en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, met voormeld oogmerk een raam van voornoemde woning heeft geopend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

[artikel 311 jo 45 Wetboek van Strafrecht ];

3.

hij in of omstreeks de periode van 14 februari 2012 tot en met 15 februari 2012 te 's-Hertogenbosch ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een

woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen een of meer goed(eren) van zijn, verdachtes, gading en/of een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, met voormeld oogmerk doende is geweest een schuifraam van voornoemde woning open te schuiven, althans te openen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

[artikel 310 jo 45 Wetboek van Strafrecht ]

4.

hij op of omstreeks 25 februari 2012 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen een of meer goed(eren) van zijn, verdachtes, gading en/of een hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed(eren) en/of hoeveelheid geld onder zijn bereik te brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met voormeld oogmerk een ruit van

voornoemde woning heeft vernield/verbroken en/of (vervolgens) voornoemde woning is binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

[artikel 311 jo 45 Wetboek van Strafrecht ].

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De zaak met parketnummer 01/825058-11 is aangebracht bij vordering van 22 augustus 2012. Deze vordering heeft betrekking op het vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch d.d. 2 februari 2011.

De formele voorvragen.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaardingen geldig zijn.

De rechtbank is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie kan in zijn vervolging worden ontvangen. Voorts zijn er geen gronden gebleken voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak van feit 2 (parketnummer 01/845046-12).

Aan verdachte is tenlastegelegd dat hij op 15 februari 2012 twee ruiten van een woning heeft vernield. Het betreft de woning aan het [adres] te 's-Hertogenbosch.

De bewoonster/aangeefster verklaart dat zij in de nacht van 14 op 15 februari 2012 twee mannen hoorde praten en in de woning van de buren geluiden hoorde. Omstreeks 01.10 uur hoorde zij veel kabaal en hoorde zij dat er in en buiten de woning van de buren werd gepraat. Ze hoorde ook dat op het dak werd gelopen. Ze heeft geen personen gezien. Ze heeft toen de politie gebeld. Daarna zag ze dat twee ruiten aan de achterzijde van haar woning waren vernield.

Omstreeks dezelfde tijd is door meerdere bewoners van woningen in dezelfde straat of de omgeving daarvan gemeld dat er pogingen tot inbraak in hun woning hebben plaatsgevonden, waarbij twee personen waren gezien. Er zijn geen sporen van verdachte aangetroffen bij de woning [adres].

Verdachte ontkent de vernieling. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden uitgesloten dat een ander dan verdachte de vernieling heeft gepleegd en acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte in de zaak met parketnummer 01/845046-12 onder 2 is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging.

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat voor geen van de tenlastegelegde (pogingen tot) diefstallen voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is en dat verdachte daarom van die feiten dient te worden vrijgesproken.

Anders dan door de verdediging is betoogd, is de rechtbank van oordeel dat het dossier voldoende wettig bewijs bevat om tot een bewezenverklaring te komen van de aan verdachte in de zaak met parketnummer 01/845046-12 onder 1 en 3 en in de zaak met parketnummer 01/845192-12 onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten.

De rechtbank is ook tot de overtuiging gekomen dat verdachte deze feiten heeft begaan.

De rechtbank zal bij de in de zaak met parketnummer 01/845046-12 onder 1 en 3 en in de zaak met parketnummer 01/845192-12 onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten gebruik maken van zogenaamd schakelbewijs.

De rechtbank neemt daartoe het volgende in aanmerking.

Op 15 februari 2012, omstreeks 00.47 uur, kregen verbalisanten de melding dat op het [adres] te 's-Hertogenbosch getracht werd in te breken. De verbalisanten zijn vervolgens ter plaatse gegaan op het bovenstaand adres. Aan de achterzijde van het [adres] stonden alle woning volledig in de steigers in verband met renovaties.

Uit onderzoek bij de melder bleek dat er één of twee personen daar over de daken hadden gelopen. De meldster liet weten gezien te hebben dat één van de personen door een lichtkoepel in haar woning was gezakt. De verbalisanten hebben vervolgens met enkele collega's het woningblok strategisch afgezet en gecontroleerd.

Omstreeks 01.10 uur, diezelfde nacht, kregen verbalisanten de melding dat de bewoners op de [adres] hadden gebeld dat er een vreemde man in hun tuin stond. De tuinen van de [adres] grenzen aan de tuinen van het [adres]. De verbalisanten zijn vervolgens de tuin van de woning [adres] ingelopen. Zij hoorden van de bewoners dat het een man met een grijs vest betrof. Verbalisanten hoorden hierna glasgerinkel en zijn vervolgens over de schutting geklommen richting de aangrenzende tuin.

Eén van de verbalisanten maakte duidelijk dat zij van de politie waren en hoorde een mannenstem antwoorden "Dat snap ik". Enkele buurtbewoners riepen dat er een man in de tuinen liep in de richting van de steigers die aangrenst aan de achterzijde van de woningen van de [adres]. De verbalisant zag vervolgens een persoon over de daken van de daar gelegen schuren lopen en zag dat de man in grijze bovenkleding gekleed was. Een andere verbalisant zag dat achter een stenen muurtje de verdachte verscholen lag en dat hij gekleed was in een grijs vest en spijkerbroek. De verbalisant hoorde dat de verdachte vervolgens uit eigen beweging zei dat hij daar lag te slapen en niet aan het inbreken was. Vervolgens is de verdachte aangehouden.

getuige/aangeefster [slachtoffer 5], wonende [adres] te 's-Hertogenbosch, hoorde op 15 februari 2012 omstreeks 00.45 uur iemand over het dak van haar slaapkamer lopen. Ze hoorde twee mannenstemmen. Ze ging uit bed en liep naar beneden om de politie te bellen. Ze zag toen een been door de lichtkoepel hangen. Ze zag dat een persoon tot zijn heup door de lichtkoepel gezakt was. Ze zag dat de persoon zich om hoog trok en weg ging. Ze zag dat de schoenen van de man geen gympen waren maar gewone donkere schoenen.

Op 15 februari 2012, omstreeks 01:15 uur, hoorde getuige/aangever [slachtoffer 6] mensen over het dak van zijn woning lopen. Zijn woning is gelegen aan de [adres] te 's-Hertogenbosch. Hij is naar beneden gelopen en keek zijn achtertuin in. Hij zag hier een voor hem onbekende man staan. De mag droeg een spijkerbroek met daarop een grijze trui met V-hals. Het viel op dat de man geen jas aan had met het koude weer. De onbekende man vertelde desgevraagd dat hij bij zijn maat door het dak gevallen was. Hij zag dat de onbekende man over de schutting van zijn achtertuin klom en weg vluchtte.

Op 15 februari 2012 werd door getuige/aangeefster [slachtoffer 7] aangifte gedaan. Op 15 februari 2012, omstreeks 01:00 uur, werd zij wakker van glasgerinkel in haar woning. Haar woning is gelegen aan de [adres] te [woonplaats]. Haar woning is gelegen aan de achterzijde van het [adres]. Ze hoorde twee mannen pratend over de steigers lopen. Ze hoorde dat de ene man tegen de andere man zei: 'Ik zei toch dat je voorzichtig moest doen'. Ze zag één man. Deze man droeg een grijze trui en een lichte broek. Ongeveer 20 minuten later, toen de politie de mannen achtervolgde, probeerde de man met grijze trui en lichte broek over de muur van haar tuin te klimmen.

Bij de woningen [adres] en 22 te 's-Hertogenbosch zijn op 15 februari 2012 bloedsporen bemonsterd. Deze werden aangetroffen op schuiframen aan de achterzijde van de woningen. De aangetroffen sporen werden door het Nederlands Forensisch Instituut onderzocht en geïdentificeerd op het DNA-profiel van verdachte.

De rechtbank stelt aldus vast dat meer dan één persoon rond de genoemde woningen heeft rondgelopen. De getuigen/aangevers verklaren dat één van de mannen een grijs vest droeg en een lichtkleurige broek of spijkerbroek. Verdachte droeg bij aanhouding (op een perceel aan het [adres]) een grijs vest en spijkerbroek. Verdachte is ook gelet op het aantreffen van zijn bloedsporen in de periode van 14 op 15 februari 2012 in de [adres] aanwezig geweest. Dat verdachte bij zijn staande houding door de politie verklaart dat hij op de vlucht was voor de politie, verklaart zijn aanwezigheid in de tuinen en op de steigers bij genoemde woningen niet. Bovendien wordt de lezing van verdachte dat hij op de vlucht was voor de politie omdat hij verdovende middelen bij zich had die hij wilde gaan bezorgen bij een kennis, door niets ondersteund. De opmerking van verdachte, gedaan nog vóór zijn aanhouding terzake poging tot inbraak, inhoudende: "Ik heb niks gedaan" sterkt de rechtbank in de overtuiging dat verdachte bij de feiten is betrokken.

De gang van zaken bij afzonderlijk ten laste gelegde feiten vertoont op essentiële punten belangrijke overeenkomsten met de gang van zaken bij andere tenlastegelegde feiten, waarvoor meer bewijs voorhanden is. Hierbij gaat het om een specifiek patroon in het gedrag van verdachte en de omstandigheden van het geval. De rechtbank gebruikt deze feiten en omstandigheden naast de overige bewijsmiddelen als schakelbewijs. Aldus berust de bewezenverklaring naar het oordeel van de rechtbank niet in overwegende mate op schakelbewijs.

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen en op grond van de inhoud van wettige bewijsmiddelen komt de rechtbank tot bewezenverklaring van de hierna omschreven feiten.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

in de zaak met parketnummer 01/845046-12:

1.

op 15 februari 2012 te 's-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan het [adres]) weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan [slachtoffer 5], en zich daarbij de toegang tot voornoemde woning te verschaffen door middel van verbreking en inklimming, met zijn mededader, een (licht)koepel van genoemde woning heeft verbroken en een (licht)koepel van genoemde woning heeft verwijderd (uit/vanaf het (plat)dak), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

op 15 februari 2012 te 's-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen goederen en/of geld, toebehorende aan [slachtoffer 7], en zich daarbij de toegang tot genoemde woning te verschaffen door middel van braak, met zijn mededader, een raam heeft ingeslagen/verbroken (aan de achterkant van genoemde woning), terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

op 15 februari 2012 te 's-Hertogenbosch, opzettelijk beledigend een ambtenaar, te weten [hoofdagent], (hoofdagent van politieregio Brabant-Noord), gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, genoemde [hoofdagent] in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Teringlijders" en "Teringhoer" en "Vuile kuthoer".

In de zaak met parketnummer 01/845192-12:

1.

op 10 juni 2012 te 's-Hertogenbosch met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een auto heeft weggenomen een afstandsbediening en zonnebril en pak shag, toebehorende aan [slachtoffer 2], welke diefstal werd gevolgd van bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] en [slachtoffer 8], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte, die [slachtoffer 2] en Schulpen de woorden heeft toegevoegd: "Ik heb een pistool";

2.

op 14 februari 2012 te 's-Hertogenbosch ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen goed(eren) van zijn, verdachtes, gading en/of een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer 9] met voormeld oogmerk een raam van voornoemde woning heeft geopend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

in de periode van 14 februari 2012 tot en met 15 februari 2012 te 's-Hertogenbosch ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen goed(eren) van zijn, verdachtes, gading en/of een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer 3], met voormeld oogmerk doende is geweest een schuifraam van voornoemde woning open te schuiven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

4.

op 25 februari 2012 te Rosmalen, gemeente 's-Hertogenbosch, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een woning (gelegen aan de [adres]) weg te nemen goed(eren) van zijn, verdachtes, gading en/of een hoeveelheid geld, toebehorende aan [slachtoffer 4], en zich daarbij de toegang tot die woning te verschaffen door middel van braak en inklimming, met voormeld oogmerk een ruit van voornoemde woning heeft vernield/verbroken en vervolgens voornoemde woning is binnengegaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijfniet is voltooid.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben, met dien verstande dat de rechtbank ter zake de afzonderlijke feiten de bevindingen van de verbalisanten en de getuigenverklaringen (van aangevers) als schakelbewijs toepast.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De strafbaarheid van het feit.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De strafbaarheid van verdachte.

De raadsman heeft aangevoerd dat uit het door de verdediging overgelegde rapport van de psycholoog van de Reinier van Arkelgroep d.d. 25 mei 2012 valt af te leiden dat verdachte niet volledig toerekeningsvatbaar is.

De rechtbank overweegt dat uit dit rapport weliswaar volgt dat er bij verdachte een antisociale persoonlijkheidsstoornis is vastgesteld en voorts dat er aanwijzingen zijn voor trekken van een borderline persoonlijkheidsstoornis, maar dat niet blijkt dat en hoe dit van invloed is op de bewenverklaarde feiten. Hierbij speelt mede de ontkennende houding van verdachte een rol. De rechtbank heeft immers geen inzicht kunnen verkrijgen in de keuzes die verdachte bij het plegen van de feiten heeft gemaakt en heeft kunnen maken.

Er zijn overigens geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen bewezen is verklaard.

Oplegging van straf en/of maatregel.

De eis van de officier van justitie.

De officier van justitie concludeert tot bewezenverklaring van alle tenlastegelegde feiten (in de zaak met parketnummer 01/845046-12 feit 3 primair) en vordert een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden met aftrek van voorarrest.

Ook vordert zij de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2], voor wat betreft de immateriële schade, tot een bedrag van € 200,00 met toepassing van de maatregel tot schadevergoeding voor dat bedrag en toekenning van de wettelijke rente. Zij vordert de benadeelde partij voor wat betreft de gevorderde materiële schade in diens vordering niet ontvankelijk te verklaren omdat in zoverre geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade.

Zij persisteert bij de vordering na voorwaardelijke veroordeling.

Wat betreft de inbeslaggenomen voorwerpen vordert zij de teruggave daarvan aan verdachte.

Het oordeel van de rechtbank.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden in het nadeel van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte werd eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld;

- verdachte heeft de onderhavige strafbare feiten gepleegd tijdens de proeftijd van een eerdere veroordeling.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee:

- uit een omtrent verdachte op 25 mei 2012 door mw. N. Janssen, psycholoog bij de Reinier Van Arkelgroep te 's-Hertogenbosch uitgebracht rapport betreffende een forensisch psychologisch onderzoek blijkt dat verdachte gebaat is bij hulp in de toeleiding naar arbeid en het beperken van het gebruik van cannabis.

- in een omtrent verdachte opgemaakt reclasseringsrapport van 29 augustus 2012 wordt naast reclasseringstoezicht ondermeer geadviseerd dat verdachte een ambulante behandeling zal ondergaan bij Reinier van Arkel en voorts dat hij na een intake bij de verslavingszorg een eventueel daaruit voortvloeiende behandeling zal ondergaan.

- verdachte heeft aangegeven te willen meewerken aan een ambulante behandeling.

De rechtbank zal hiermee bij het stellen van voorwaarden bij het voorwaardelijk op

te leggen strafdeel rekening houden.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

De rechtbank zal een zwaardere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, nu de rechtbank van oordeel is dat de gevorderde straf de ernst van het bewezen verklaarde onvoldoende tot uitdrukking brengt.

De rechtbank zal deze straf (voor een gedeelte) voorwaardelijk opleggen om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.

Aan deze voorwaardelijke straf zullen na te noemen bijzondere voorwaarden worden gekoppeld.

De rechtbank ziet in de door de raadsman van verdachte gestelde onrechtmatigheid van de inverzekeringstelling van verdachte (vanwege een overschrijding van de termijn voor ophouding als bedoeld in art. 61 van het Wetboek van Strafvordering) geen reden de straf te matigen omdat er zich door overschrijding van die termijn van ophouding geen concreet nadeel voor verdachte heeft voorgedaan.

De rechtbank volstaat derhalve met de constatering van dit verzuim.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2].

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte schade, een immateriële schadevergoeding van € 100,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict tot aan de dag der algehele voldoening.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor zover deze een bedrag van € 100,00 voor immateriële schade te boven gaat, omdat de rechtbank van oordeel is dat behandeling van de vordering voor het meerdere een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Nu naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van rechtstreeks door het bewezen verklaarde feit toegebrachte materiële schade, zal de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in de vordering voor wat betreft materiële schade.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de nadeelde partij, tot op heden begroot op nihil en verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Schadevergoedingsmaatregel.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf datum delict tot de dag der algehele voldoening.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

Beslag.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen goederen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

Motivering van de beslissing na voorwaardelijke veroordeling 01/825058-11.

De vordering voldoet aan alle wettelijke eisen. Op grond van de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd tot behandeling van deze vordering. Uit onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan. Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Bijzondere omstandigheden die aan de tenuitvoerlegging in de weg staan zijn niet aanwezig. De rechtbank zal dan ook de gevorderde tenuitvoerlegging gelasten.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24c, 27, 36f, 45, 57, 266, 267, 310, 311, 312.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte in de zaak met parketnummer 01/845046-12 onder 2 is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 01/845046-12 onder 1, 3 primair en 4 en het in de zaak met parketnummer 01/01/845192-12 onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. 01/845046-12 feit 1:

poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking en inklimming.

T.a.v. 01/845046-12 feit 3 primair:

poging tot diefstal door twee of meeer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak.

T.a.v. 01/845046-12 feit 4:

eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.

T.a.v. 01/845192-12 feit 1:

diefstal, gevolgd van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heter daad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.

T.a.v. 01/845192-12 feit 2:

poging tot diefstal.

T.a.v. 01/845192-12 feit 3:

poging tot diefstal.

T.a.v. 01/845192-12 feit 4:

poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak en inklimming

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf en maatregel.

T.a.v. 01/845046-12 feit 1, feit 3 primair, feit 4, 01/845192-12 feit 1, feit 2,

feit 3, feit 4:

Gevangenisstraf voor de duur van 22 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage

aanbiedt en

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:

- zich gedurende voornoemde proeftijd zal gedragen naar de aanwijzingen hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio 's-Hertogenbosch, [adres], [woonplaats], zolang deze instelling zulks

noodzakelijk acht, ook indien dit inhoudt dat veroordeelde zich ambulant zal laten behandelen bij de Reinier van Arkelgroep te 's-Hertogenbosch of een soortgelijke ambulante forensische zorginstelling en zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling namens die instelling/behandelaar zullen worden gegeven, en:

- zijn medewerking zal verlenen aan een intake bij de verslavingszorg en zijn medewerking zal verlenen aan een eventuele daaruit voortvloeiende ambulante behandeling,en:

- gedurende de proeftijd zijn medewerking zal verlenen aan urinecontroles.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

T.a.v. 01/845192-12 feit 1:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 100,00 subsidiair 2 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] van een bedrag van € 100,00 (zegge: honderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 2 dagen hechtenis. Het bedrag betreft immateriële schadevergoeding. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor genoemde betalingsverplichting niet op.

Het totale bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (10 juni 2012) tot aan de dag der algehele voldoening.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van € 100,00 (zegge: euro), terzake immateriële schade.

Het totale toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict (10 juni 2012) tot aan de dag der algehele voldoening.

Bepaalt dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in haar vordering voor zover deze een bedrag van EUR 100,00 aan immateriële schade te boven gaat en voor zover deze betreft materiële schade.

Veroordeelt verdachte in kosten van de benadeelde partij, tot op heden begroot op nihil. Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Beslissing met betrekking tot de voorlopige hechtenis in de zaak met parketnummer 01/845046-12:

Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 22 februari 2012 met ingang van 23 februari 2012 reeds geschorst.

Beslissing met betrekking tot het beslag.

Teruggave van de inbeslaggenomen goederen aan verdachte, te weten:

in de zaak met parketnummer 01/845046-12:

- een paar schoenen (merk Replay);

in de zaak met parketnummer 01/845192-12:

- een damesfiets.

- een autosleutel (Hyundai)

- een autosleutel met afstandsbediening (Renault).

Beslissing na voorwaardelijke veroordeling:

Last tot tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te 's-Hertogenbosch d.d. 2 februari 2011, gewezen onder parketnummer 01/82550811, te weten:

gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. S. van Lokven, voorzitter,

mr. J.M.P. Willemse en mr. A.M.R. van Ginneken, leden,

in tegenwoordigheid van J.F.A. Verhagen, griffier,

en is uitgesproken op 8 oktober 2012.

Mr. A.M.R. van Ginneken is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature