Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Hennepplantage. Netbeheerder (Liander) vordert van gedaagde (verhuurder van het perceel waar de plantage is aangetroffen) schadevergoeding, bestaande uit de niet door de meter geregistreerde elektriciteit en overige kosten. Gedaagde betwist de totstandkoming van een overeenkomst met de netbeheerder, alsmede de hoogte van de schade. Volgens gedaagde is de schade te hoog begroot en is de netbeheerder zijn zorgplicht niet nagekomen.

Totstandkoming overeenkomst:

Uit de Elektriciteitswet 1998 vloeit voort dat de afnemer niet kan volstaan met één contract met de toeleverancier van de elektriciteit, maar gehouden is zowel met de netbeheerder een contract voor de aansluiting op het net en het transport af te sluiten, als met de leverancier afspraken te maken over de aankoop van elektriciteit. Gezien het systeem van de Elektriciteitswet 1998 en de daarin besloten liggende splitsing tussen de leverancier van elektriciteit en de netbeheerder en de vaststelling dat Liander is aangewezen als netbeheerder in de regio waar het perceel van gedaagde zich bevindt, gaat de kantonrechter ervan uit dat tussen Liander en gedaagde een contractuele relatie is ontstaan op het moment dat Liander gedaagde op verzoek van de maatschappij met wie gedaagde een overeenkomst tot levering van elektriciteit heeft gesloten, heeft geregistreerd.

Met de feitelijke afname van elektriciteit in het perceel heeft gedaagde bovendien het gerechtvaardigd vertrouwen bij Liander gewekt dat hij een overeenkomst met haar heeft willen aangaan en daadwerkelijk is aangegaan.

Hoogte schade:

Nu de meter door illegale manipulatie buiten werking is gesteld, kan Liander volstaan met het leveren van bewijs van feiten en/of omstandigheden die de afgenomen hoeveelheid energie voldoende aannemelijk maken. Dekantonrechter is van oordeel dat Liander de omvang van de niet geregistreerde elektriciteit voldoende aannemelijk heeft gemaakt, nu voor de berekening van de schade gebruik is gemaakt van het binnen de rechtspleging veelvuldig gebruikte rapport “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht” (BOOM, april 2005).

Zorgplicht:

Gedaagde is als verhuurder aansprakelijk voor (het gebruik van) de elektriciteitsmeter in het perceel.

Uitspraak



RECHTBANK HAARLEM

Sector kanton

Locatie Haarlem

zaak/rolnr.: 551364/ CV EXPL 12-4031

datum uitspraak: 30 augustus 2012

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER

inzake

de naamloze vennootschap LIANDER N.V.

te Arnhem

eiseres in conventie

verweerster in reconventie

hierna te noemen Liander

gemachtigde M.G. de Jong Gerechtsdeurwaarde

tegen

[gedaagde]

te [woonplaats]

gedaagde in conventie

eiser in reconventie

hierna te noemen [gedaagde]

procederend in persoon

In conventie en in reconventie

De procedure

Liander heeft [gedaagde] op 24 februari 2012 gedagvaard. [gedaagde] heeft geantwoord en een tegenvordering ingesteld alsmede een verzoek tot oproeping in vrijwaring gedaan.

De kantonrechter heeft bij tussenvonnis van 7 juni 2012 een comparitie van partijen gelast, die heeft plaatsgevonden op 2 augustus 2012. Liander heeft ter zitting mondeling op de eis in reconventie gereageerd. [gedaagde] heeft ter zitting zijn verzoek tot oproeping in vrijwaring ingetrokken. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen verder naar voren hebben gebracht.

De feiten

1. [gedaagde] is, tezamen met zijn broer [...], eigenaar van het perceel aan het adres [adres] te [woonplaats] (hierna: het perceel).

2. [gedaagde] heeft met Nuon een overeenkomst tot levering van elektriciteit aan het perceel gesloten, ingaande 1 juli 2008. Nuon heeft elektriciteit geleverd. Liander heeft als netbeheerder het transport van de door Nuon geleverde elektriciteit verzorgd.

3. [gedaagde] heeft op vanaf 1 mei 2010 tot en met 30 april 2011 in het perceel woonruimte verhuurd aan [XXX].

4. Eind augustus 2011 heeft [de broer van gedaagde] in het perceel een hennepplantage aangetroffen en de politie van deze vondst op de hoogte gesteld.

5. Op 28 augustus 2011 heeft [YYY], fraudespecialist van Liander, tezamen met de politie van het korps Kennemerland een onderzoek verricht aan de in het perceel aanwezige elektriciteitsmeter. Het onderzoeksrapport van 2 september 2012 luidt onder meer als volgt:

“De eerdergenoemde fraudespecialist zag dat de zegels van de hoofdaansluitkast waren verbroken. […] dat aan de onderzijde van de zekeringhouders een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt. […] dat deze aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit. […] dat aan de bovenzijde van de zekeringhouders een illegale elektriciteitsaansluiting was gemaakt en dat deze aansluiting buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de hennepplantage en deze voorzag van elektriciteit. […] dat de hoofdbeveiliging ten behoeve van de elektrische installatie verzwaard was. Contractueel hoort er 1 x 25 A in te zitten. Hij zag dat er nu zekeringen met een waarde van 1 x 40 A geplaatst waren.

[…]

Door de heer [ZZZ] van korps Kennemerland is in samenwerking met de fraudespecialist een registratie gemaakt van de in de hennepplantage aangetroffen apparatuur en het door de fraudespecialist geconstateerde vermogen hiervan.

De hiervoor genoemde fraudespecialist en de eerdergenoemde politieambtenaar hebben aan de hand van indicatoren (zie bijlage “Indicatoren gebruik hennepplantage” en “Opnameformulier Energiefraude”) vastgesteld dat er sprake is geweest van eerdere oogsten […] in ieder geval in de periode van september 2010 tot 28 augustus 2011. Dit betekent dat er in deze periode vermoedelijk sprake is geweest van tenminste vier eerder oogsten. […]

Naar aanleiding van deze inventarisatie en het door Liander N.V. ingestelde onderzoek is door mij een berekening gemaakt waaruit blijkt dat er minimaal 90.293 kWh illegaal is afgenomen (weggenomen).”

6. Op 2 september 2011 heeft Liander [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor de door haar ten gevolge van de manipulatie van de meetinrichting geleden schade en [gedaagde] gesommeerd tot betaling van een bedrag van € 13.848,49 ter zake van “Ongeregistreerd verbruik 2011” en diverse kosten samenhangend met het onderzoek aan de elektriciteitsmeter. In deze brief heeft Liander opgemerkt bereid te zijn het transport van elektriciteit ten behoeve van het perceel te hervatten en de aansluiting weer te activeren tegen vergoeding van het totale bedrag.

7. Bij brief van 9 september 2011 heeft [gedaagde] Liander verzocht om toezending van een “door beide partijen ondertekend document waaruit blijkt dat er een overeenkomst tussen Liander en ondergetekende tot stand is gekomen”.

8. Op 20 september 2011 heeft Liander het volgende geantwoord:

“U heeft zich middels een energieleverancier bij Liander bekend gemaakt als afnemer/verbruiker […] Door deze wijze van aanmelding als klant en door de aanvang van het feitelijk gebruik van elektriciteit, heeft u een overeenkomst met Liander aanvaard.”

De vordering in conventie

Liander vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 14.795,51. Liander legt aan de vordering het volgende ten grondslag.

Ingevolge de Elektriciteitswet zijn levering en transport van elektriciteit strikt gescheiden. De regionale transportnetten worden beheerd door onafhankelijke netbeheerders, waaronder Liander. Met de totstandkoming van de overeenkomst tussen [gedaagde] en NUON tot levering van elektriciteit, is tevens met ingang van 1 juli 2008 tussen Liander en [gedaagde] een

overeenkomst ontstaan. Op die overeenkomst zijn de door Liander gehanteerde ‘Algemene voorwaarden 2006 voor aansluiting en transport van kleinverbruikers’ van toepassing. [gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van de in artikel 4.3 van de algemene voorwaarden genoemde verplichting schade aan de in het perceel aanwezige meetinrichting te voorkomen. Op grond van artikel 4.7 van de algemene voorwaarden en krachtens artikel 6:74 BW is [gedaagde] gehouden de schade die Liander ten gevolge van die tekortkoming heeft geleden aan haar te vergoeden. Deze schade bestaat uit de niet door de meter geregistreerde elektriciteit en overige kosten tot een totaal van € 13.848,49, zoals gespecificeerd in de aansprakelijkstelling van 2 september 2011.

Voorts is [gedaagde] de wettelijke rente over de hoofdsom verschuldigd. Deze bedraagt, berekend tot 14 februari 2101, € 147,02.

Door ondanks aanmaning met betaling in gebreke te blijven, heeft [gedaagde] Liander genoodzaakt de vordering ter incasso uit handen te geven. Liander heeft daardoor vermogensschade geleden, bestaande uit de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 800,00. Deze kosten komen ingevolge artikel 6:96 lid 2 BW voor rekening van [gedaagde].

Het verweer in conventie en de vordering in reconventie

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert daartoe, kort samengevat en voor zover van belang voor de uitkomst van het onderhavige geschil, het volgende aan.

Geen overeenkomst

Tussen [gedaagde] en Liander is nimmer een overeenkomst tot stand gekomen. [gedaagde] heeft alleen met Nuon gecontracteerd. Nuon heeft [gedaagde] nooit meegedeeld dat daardoor tevens een overeenkomst met Liander tot stand zou zijn gekomen.

Algemene voorwaarden niet van toepassing

Omdat geen sprake is van een overeenkomst tussen Liander en [gedaagde], zijn de door Liander gehanteerde algemene voorwaarden niet van toepassing. Zij zijn niet door Liander aan [gedaagde] aangeboden.

Juistheid totstandkoming rapportage betwist

Het onderzoeksrapport is niet op de juiste wijze tot stand gekomen, omdat [gedaagde] noch zijn broer bij het onderzoek aanwezig waren en de bevindingen in het rapport dus eenzijdig zijn vastgesteld. De medewerker van Liander heeft zich niet gelegitimeerd en niet duidelijk is of hij bevoegd was om de meter te verwijderen. Liander heeft een standaardrapport gebruikt en waarschijnlijk stukken uit andere rapporten gekopieerd.

Omvang schade betwist

Een niet onpartijdige medewerker van Liander heeft geconstateerd dat er niet geregistreerde elektriciteit aan het netwerk is onttrokken. De schatting van de onttrokken elektriciteit is niet correct, aangezien de door Liander gehanteerde waarden veel te hoog zijn. Het lijkt erop dat Liander er slechts op uit is maximaal voordeel te behalen. Bovendien zijn [gedaagde] en zijn broer in februari 2011 nog in het perceel geweest en hebben daar toen geen hennepplantage aangetroffen. Er is dus waarschijnlijk slechts sprake geweest van één kweek en niet van vier. Dit betekent dat er veel minder illegale elektriciteit is gebruikt dan Liander stelt. De conclusies die Liander uit de aangetroffen installaties trekt zijn gebaseerd op onjuiste aannames. Zo zegt de vervuiling van een filter helemaal niets, nu dat filter ook al elders kan zijn gebruikt.

Liander is haar zorgplicht niet nagekomen

Liander had de fraude kunnen voorkomen door de meetinstallatie beter te beveiligen. [gedaagde] heeft alles gedaan wat hij kon en mocht doen, bijvoorbeeld het aanbrengen van een goedgekeurd slot op de meterkast. Zelf extra beveiliging aanbrengen staat Liander niet toe.

[gedaagde] stelt dat hij ten gevolge van de handelwijze van Liander schade heeft geleden.

[gedaagde] vordert in reconventie veroordeling van Liander tot betaling van die schade van in totaal € 54.709,31. De schade is als volgt opgebouwd.

1) Gederfde huurinkomsten: Omdat Liander de elektriciteitsmeter heeft weggehaald, kan [gedaagde] de woning niet verhuren. [gedaagde] derft derhalve reeds gedurende 9 maanden huurinkomsten ten bedrage van (9 x € 1.300,00 =) € 11.700,00

2) Advocaatkosten: De door [gedaagde] ingeschakelde advocaat heeft voor de door hem vanaf 26 maart 2012 tot en met 1 mei 2012 verrichte werkzaamheden een bedrag van € 1.093,31 aan [gedaagde] in rekening gebracht.

3) Eigen inkomsten: Ten gevolge van de ontstane situatie is [gedaagde] getroffen door een burn-out. Daardoor zijn zijn inkomsten sterk afgenomen. Mede gelet op het misbruik dat Liander van haar monopoliepositie maakt, vordert [gedaagde] een schadevergoeding van € 38.916,00.

Voorts dient Liander te worden veroordeeld tot betaling van overige schade, bestaande uit te veel betaalde kosten in verband met dubbel gemeten meterstanden, de (buiten)gerechtelijke kosten, tenietdoening van onterecht in rekening gebrachte bedragen en genoegdoening in verband met het onterecht sturen van facturen en het dreigen met afsluiting.

Het verweer in reconventie

Liander heeft de vordering gemotiveerd betwist. Op het verweer zal, indien noodzakelijk, bij de beoordeling van het geschil worden ingegaan.

De beoordeling

In conventie

Geen overeenkomst

1. Het eerste verweer van [gedaagde] komt erop neer dat tussen hem en Liander geen wilsovereenstemming heeft bestaan over het sluiten van een overeenkomst. Uit de bepalingen van de Elektriciteitswet 1998 vloeit voort dat de afnemer niet kan volstaan met één contract met de toeleverancier van de elektriciteit, maar gehouden is zowel met de netbeheerder een contract voor de aansluiting op het net en het transport af te sluiten, als met de leverancier afspraken te maken over de aankoop van elektriciteit. Gezien het systeem van de Elektriciteitswet 1998 en de daarin besloten liggende splitsing tussen de leverancier van elektriciteit en de netbeheerder en de vaststelling dat Liander is aangewezen als netbeheerder in de regio waar het perceel van [gedaagde] zich bevindt, gaat de kantonrechter ervan uit dat tussen Liander en [gedaagde] een contractuele relatie is ontstaan op het moment dat Liander [gedaagde] op verzoek van Nuon (met wie [gedaagde] een overeenkomst tot levering van elektriciteit heeft gesloten) heeft geregistreerd. Daar komt bij dat [gedaagde] door de feitelijke afname van elektriciteit in het perceel het gerechtvaardigd vertrouwen bij Liander heeft gewekt dat hij een overeenkomst met haar heeft willen aangaan en daadwerkelijk is aangegaan. Bovendien had het [gedaagde] uit de vermelding van Liander op de door [gedaagde] in het geding gebrachte jaarafrekeningen duidelijk kunnen zijn dat Liander zorg draagt voor het transport van de elektriciteit. Het verweer wordt derhalve verworpen.

Algemene voorwaarden niet van toepassing

2. [gedaagde] heeft ter zitting verklaard de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden - op advies van zijn toenmalige advocaat - slechts te hebben betwist, omdat Liander die toepasselijkheid heeft gesteld. Nog daargelaten dat dit verweer daarom reeds als onvoldoende gemotiveerd zou moeten worden afgewezen, is van belang dat de door Liander gestelde tekortkoming van [gedaagde] in de nakoming van zijn verplichtingen uit de overeenkomst met Liander niet staat of valt bij de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden. Los van de algemene voorwaarden brengen de eisen van redelijkheid en billijkheid mee, dat op [gedaagde] als contractuele wederpartij van Liander de zorgplicht rust erop toe te zien dat geen ongeoorloofde aanpassingen aan de aansluiting of de meetinrichting plaatsvinden. De omstandigheid dat [gedaagde] het perceel had verhuurd, zodat hij niet voortdurend controle heeft kunnen uitoefenen op de meetinrichting noch de omstandigheid dat het hem niet is toegestaan de meetinrichting zelf te beveiligen, kan hem van die zorgplicht ontslaan. [gedaagde] had er immers voor kunnen kiezen het contract met Liander te beëindigen en de huurder mee te delen dat deze zelf een overeenkomst met Liander moest sluiten. Nu in het perceel een aansluiting buiten de meter om is aangelegd, is sprake van een tekortkoming in de nakoming van de zorgplicht van [gedaagde]. Die tekortkoming kan aan [gedaagde] worden toegerekend, nu deze krachtens de in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt. Dit leidt tot de conclusie dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de door Liander geleden schade.

Juistheid totstandkoming rapportage betwist

3. Liander heeft als reactie op dit verweer gesteld dat het onderzoek dat aan de rapportage ten grondslag ligt, is uitgevoerd door een op fraudegebied deskundige medewerker onder toezicht van een ervaren politieambtenaar en dat bij het onderzoek gebruik is gemaakt van een lijst met diverse indicatoren voor het vaststellen van energiefraude. Deze indicatoren zijn afkomstig uit het binnen de rechtspleging veelvuldig gebruikte rapport “Wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij bij binnenteelt onder kunstlicht” (BOOM, april 2005), aldus Liander. [gedaagde] heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan aannemelijk is dat het onderzoek niet deugdelijk is verricht, zodat zijn verweer als onvoldoende onderbouwd wordt verworpen.

Omvang schade betwist

4. De bewijslast van de omvang van de ten behoeve van de hennepkwekerij afgenomen energie rust volgens de hoofdregel van artikel 150 Rv in beginsel op Liander. Aan dat bewijs mogen evenwel in een geval als het onderhavige, waarin het enige controlemiddel van Liander (de elektriciteitsmeter) door illegale manipulatie buiten werking is gesteld, geen al te zware eisen worden gesteld. Liander kan volstaan met het leveren van bewijs van feiten en/of omstandigheden die de afgenomen hoeveelheid energie voldoende aannemelijk maken. Liander heeft ter zitting nader uiteengezet op welke wijze de kosten van de door haar gevorderde niet geregistreerde elektriciteit zijn berekend. Zij is daarbij uitgegaan van onder meer de aangetroffen hoeveelheid pompen, kachels en ventilatoren, teeltgrond, planten en afval, alsmede van de hoeveelheid stof op de lampen, filters en ventilatoren. Van elk van de vier aangetroffen kweekruimtes is vervolgens het verbruik berekend. Uit het verkregen resultaat heeft Liander afgeleid dat aan de bij het onderzoek aangetroffen kweek, minimaal vier oogsten zijn voorafgegaan, aldus Liander. [gedaagde] heeft de stellingen van Liander onvoldoende gemotiveerd betwist. De kantonrechter is van oordeel dat Liander de door haar gestelde omvang van het niet geregistreerde elektriciteitsverbruik voldoende aannemelijk

heeft gemaakt. Daar komt bij dat de onzekerheid die inherent is aan een dergelijke schatting, voor rekening van [gedaagde] dient te komen, nu deze onzekerheid rechtstreeks het gevolg is van zijn tekortkoming. Het is aan [gedaagde] om voldoende feiten en omstandigheden te stellen en bewijzen aan te dragen die tot de conclusie dienen te leiden dat de aanname onjuist zou zijn.

Liander is haar zorgplicht niet nagekomen

5. Uit hetgeen hiervoor is overwogen en beslist moet worden afgeleid dat Liander niet is

tekortgeschoten in haar zorgplicht. Vast staat dat zij de elektriciteitsmeter naar behoren heeft beveiligd. Daartegenover staat dat [gedaagde] aansprakelijk is voor (het gebruik van) de elektriciteitsmeter in het perceel. Het is een feit van algemene bekendheid dat veelvuldig hennepkwekerijen worden aangetroffen in huurwoningen. Als professioneel verhuurder van woonruimte had [gedaagde] bedacht moeten zijn op de mogelijkheid dat dit ook in een van zijn huurwoningen zou kunnen gebeuren en ter zake maatregelen moeten treffen, zoals hiervoor al is uiteengezet. Ook dit verweer wordt derhalve verworpen.

6. Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering in conventie zal worden toegewezen, inclusief de wettelijke rente. De kosten verbonden aan de door Liander gestelde - en door [gedaagde] niet betwiste - buitengerechtelijke werkzaamheden zijn aan te merken als redelijke kosten die voor afzonderlijke vergoeding in aanmerking komen, en wel voor het gevorderde bedrag dat overeenkomt met het in rapport Voorwerk II vastgelegde geldende tarief.

In reconventie

7. Niet in geschil is dat Liander, na de ontdekking van de hennepplantage, gerechtigd was de elektriciteitsmeter te verwijderen. De omstandigheid dat Liander de meter (nog) niet heeft teruggeplaatst komt voor rekening en risico van [gedaagde], nu hij niet aan de daarvoor in de brief van 2 september 2011 gestelde voorwaarde heeft voldaan, te weten de betaling van het bedrag van € 13.848,49. Omdat niet is komen vast te staan dat Liander is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst met [gedaagde], bestaat voor vergoeding door Liander van door [gedaagde] gederfde huurpenningen, geen grond.

8. De door [gedaagde] gevorderde advocaatkosten vallen onder de proceskosten. Voor een vordering ter zake is derhalve geen rechtsgrond. De door [gedaagde] gevorderde eigen kosten ontberen een deugdelijke onderbouwing. Niet is gebleken dat Liander aansprakelijk is voor de ‘burn out’ die [gedaagde] stelt te hebben gekregen naar aanleiding van de situatie. De overige door [gedaagde] gevorderde schade is niet deugdelijk door [gedaagde] onderbouwd dan wel betreft andere, buiten deze procedure vallende, feiten. Het voorgaande brengt mee dat de vordering in reconventie wordt afgewezen.

In conventie en in reconventie

9. [gedaagde] zal worden veroordeeld in de proceskosten nu hij in het ongelijk wordt gesteld.

Beslissing

De kantonrechter

in conventie

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Liander van € 14.795,51 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 13.913,49 vanaf 14 februari 2012 tot de dag der algehele voldoening;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst af het meer of anders gevorderde.

In reconventie

- wijst de vordering af;

In conventie en in reconventie

- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Liander tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:

dagvaarding € 78,67

griffierecht € 873,00

salaris gemachtigde € 600,00;

Dit vonnis is gewezen door mr. E.P. Stolp en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

Coll.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature