Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

diefstal door veelpleger; geen ISD, niet alle hulpverleningsmogelijkheden geprobeerd

Uitspraak



RECHTBANK UTRECHT

Sector strafrecht

parketnummer: 16/655613-12 [P]

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 12 juni 2012

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [1966] te [geboorteplaats]

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Utrecht, locatie Wolvenplein te Utrecht

raadsvrouw mr. L.W. Plantenga, advocaat te Utrecht

1. Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 12 juni 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2. De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte pakken vlees heeft gestolen uit een winkel.

3. De voorvragen

De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

4. De beoordeling van het bewijs

4.1. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het hem ten laste gelegde.

4.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging is ook van mening dat de rechtbank tot een bewezenverklaring kan komen.

4.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt omtrent het ten laste gelegde het volgende .

De verbalisant [verbalisant] heeft op 28 maart 2012 gezien dat de verdachte de [bedrijf 1] in Amersfoort binnenging, diverse pakken vlees in een plastic tas stopte en zonder de pakken vlees te betalen de kassa's passeerde .

De aangever [aangever 1] heeft verklaard dat hij op 28 maart 2012 van de verbalisant hoorde dat de verdachte pakken vlees uit de [bedrijf 1] heeft gestolen en dat hij even daarvoor had geconstateerd dat er een baan riblappen weg was. Verder heeft de aangever verklaard dat hij de pakken vlees die de verbalisant hem toonde herkende als vlees van de [bedrijf 1] en dat de producten niet zijn betaald .

Ter terechtzitting heeft de verdachte verklaard dat hij op 28 maart 2012 pakken vlees heeft gestolen.

4.4. De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van hetgeen hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

op 28 maart 2012 te Amersfoort, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen pakken vlees, toebehorende aan de [bedrijf 1].

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5. De strafbaarheid

5.1. De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op.

Diefstal.

5.2. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De strafoplegging

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan de verdachte op te leggen de maatregel tot plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel), met een tussentijdse toetsing na een jaar.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat plaatsing van de verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders nog niet aan de orde is, aangezien nog niet alle mogelijkheden tot hulpverlening zijn geprobeerd en de ISD-maatregel, als dat thans wordt opgelegd, derhalve niet het ultimum remedium is.

Daarbij komt dat aan de verdachte bij twee (inmiddels onherroepelijk geworden) arresten van 12 april 2012 van het gerechtshof te Arnhem (deels) voorwaardelijke straffen opgelegd met de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen door of namens Centrum Maliebaan te geven, ook als dat inhoudt dat hij zich (ambulant) laat behandelen door een gedragskundige en/of specifieke instelling. De verdachte heeft vanwege zijn huidige detentie nog geen gevolg kunnen geven aan deze bijzondere voorwaarde. De verdediging is primair van mening dat aan de verdachte een straf gelijk aan het voorarrest dient te worden opgelegd en subsidiair een voorwaardelijke ISD-maatregel.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal. Dit is een feit dat naast financiële schade ook gevoelens van onrust en onveiligheid veroorzaakt.

Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de inhoud van een de verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 4 mei 2012, waaruit blijkt dat de verdachte vele malen eerder is veroordeeld voor het plegen van soortgelijke strafbare feiten, hetgeen hem er kennelijk niet van heeft weerhouden het onderhavige feit te plegen.

Voorts heeft de rechtbank kennis genomen van het reclasseringsadvies d.d. 4 juni 2012. In dit advies en in de toelichting die de heer E.R. Jap-A-Joe, adviseur bij de reclassering, ter terechtzitting op het advies heeft gegeven, is aangegeven dat er geen andere behandelmogelijkheden meer zijn en dat een klinische opname in een Dubbele Diagnose kliniek in het kader van een ISD-maatregel nog de enige optie is om de verdachte te kunnen behandelen.

Ter terechtzitting is echter gebleken dat de rapporteur bij het opstellen van voormeld advies de arresten van het gerechtshof Arnhem van 12 april 2012, waarbij aan de verdachte voornoemde bijzondere voorwaarden zijn opgelegd, waaraan hij vanwege zijn huidige detentie nog geen gevolg heeft kunnen geven, niet heeft meegewogen. De rechtbank is met de raadsvrouw van de verdachte van oordeel dat nog niet alle hulpverleningsmogelijkheden zijn geprobeerd en daarom een ISD-maatregel, als ultimum remedium, nog niet aan de orde is.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is.

7. De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht zoals dit artikel luidde ten tijde van het bewezen verklaarde.

8. De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Diefstal;

- verklaart de verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 11 weken;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- heft op de voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van deze hechtenis gelijk wordt aan die van de straf.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Wijna, voorzitter, mr. A. van Maanen en mr. P.P.C.M. Waarts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Prinsen, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 12 juni 2012.

Mr. Waarts is niet in de gelegenheid dit vonnis mee te ondertekenen.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature