Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Afwijzing verzoek om herziening. Verzoekster heeft geen feiten of omstandigheden vermeld die bij haar vóór de uitspraak van 21 oktober 2011 niet bekend waren en die haar redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn, zoals bedoeld in artikel 8:88 van de Awb .

Uitspraak



12/927 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Raad van 21 oktober 2011, 10/964

Partijen:

A.J. Janssen-Kuipers te Kerkrade (verzoekster)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak: 20 juli 2012

PROCESVERLOOP

Namens verzoekster heeft mr. L.C.A.M. Bouts, advocaat, een verzoek om herziening van de bovenvermelde uitspraak van de Raad ingediend.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 juni 2012. Verzoekster is verschenen, bijgestaan door mr. Bouts. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door

mr. P.C.P. Heijnen-Veldman.

OVERWEGINGEN

1.1. De Raad heeft bij uitspraak van 21 oktober 2011, waarvan herziening is gevraagd, de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 6 januari 2010 bevestigd. Bij deze uitspraak had de rechtbank ongegrond verklaard het beroep van verzoekster tegen het besluit van het Uwv tot handhaving van zijn besluit tot weigering van een WAO-uitkering onder toepassing van artikel 43a van de WAO in verband met toegenomen arbeidsongeschiktheid van verzoekster sedert 15 november 2007.

1.2. Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 21 van de Beroepswet kan de Raad op verzoek van een partij een onherroepelijk geworden uitspraak herzien op grond van feiten of omstandigheden die:

a. hebben plaatsgevonden vóór de uitspraak,

b. bij de indiener van het verzoekschrift vóór de uitspraak niet bekend waren en redelijkerwijs niet bekend konden zijn, en

c. waren zij bij de Raad eerder bekend geweest, tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.

1.3. Verzoekster heeft bij brief van 8 februari 2012 om herziening verzocht van de bovenvermelde uitspraak van de Raad. Hierbij heeft zij, onder verwijzing naar de bijgevoegde brieven van haar behandelend psychiater C. de Schinkel van 23 november 2011 en 16 april 2012, aangevoerd dat uit deze informatie zou kunnen blijken dat haar medische beperkingen zodanig zijn onderschat dat, als het Uwv met de inhoud van deze brieven bekend zou zijn geweest tot toekenning van een (gedeeltelijke) WAO-uitkering zou zijn overgegaan.

2.1. De Raad stelt vast dat verzoekster geen feiten of omstandigheden heeft vermeld die bij haar vóór de uitspraak van 21 oktober 2011 niet bekend waren en die haar redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn, zoals bedoeld in artikel 8:88 van de Awb. De brieven van De Schinkel van 23 november 2011 en 16 april 2012 bevatten informatie over de medische en psychiatrische klachten van verzoekster over de periode vanaf 15 november 2007 die reeds bekend was of had kunnen zijn bij verzoekster.

2.2. Uit het vorenstaande vloeit voort dat niet is voldaan aan de in artikel 8:88 van de Awb gegeven maatstaven voor herziening van een onherroepelijk geworden uitspraak. Het verzoek om herziening moet om die reden worden afgewezen.

2.3. Het betoog van de gemachtigde van verzoekster ter zitting, strekkende tot een verzoek tot oprekking van het kader van nieuwe feiten en omstandigheden van artikel 8:88 Awb leidt niet tot een ander oordeel. De gemachtigde beoogt een hernieuwde discussie over de zaak te voeren. Volgens vaste rechtspraak van de Raad is het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet gegeven om, anders dan op grond van enig nieuw feit of enige nieuwe omstandigheid als hiervoor bedoeld, een hernieuwde discussie over de betrokken zaak te voeren en evenmin om een discussie over de betrokken uitspraak te openen.

2.4. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb inzake vergoeding van proceskosten.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep wijst het verzoek om herziening af.

Deze uitspraak is gedaan door M.C. Bruning, in tegenwoordigheid van D. Heeremans als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2012.

(getekend) M.C. Bruning

(getekend) D. Heeremans

NW


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature