Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Ontheffing gezag. Tussenbeschikking. Weigering afschrift rapport Ambulatorium aan de moeder. Toezending aan raadsman. Afweging procesbelang moeder en persoonlijke levenssfeer vader.

De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt ontheffing van moeder van het gezag over de kinderen van de ouders. Aan het verzoek ligt onder meer een onderzoeksrapport van het Ambulatorium ten grondslag dat is opgemaakt in het kader van de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De ouders hebben bij het onderzoek ermee ingestemd dat zij elk een onvolledige versie zouden krijgen waarin niet alle informatie over de ander is vermeld. De Raad heeft het volledige rapport aan de rechtbank gestuurd. De moeder verzoekt afschrift van die versie van het rapport. De vader verzet zich daartegen. De rechtbank overweegt dat een afweging dient plaats te vinden tussen het procesbelang van de moeder en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de vader. Het procesbelang van de moeder weegt zeer zwaar. Daaraan wordt echter voldoende tegemoetgekomen door verstrekking van een afschrift van het volledige rapport aan de raadsman. Afschrift aan de moeder zelf wordt daarmee geweigerd.

Uitspraak



RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Civiel – Afdeling Familie

Zaaknummer: 129637 FA RK 12-701

beschikking van de meervoudige kamer voor burgerlijke zaken d.d. 3 juli 2012

in de zaak van:

de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Gelderland, locatie Zutphen,

verder te noemen de Raad,

Houtwal 16 te Zutphen,

en

[moeder],

wonende te Brummen,

verder te noemen de moeder,

advocaat: mr. C.W.F. Jansen te Rotterdam.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[vader],

wonende te Oldenzaal,

verder te noemen de vader,

advocaat: mr. A.M. Kuipers te Oldenzaal.

Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

- het verzoekschrift van de Raad, ingekomen op 12 april 2012, met als bijlage onder meer het rapport van de Raad van 5 april 2012;

- de brief van mr. Jansen van 15 juni 2012;

- de faxberichten met bijlagen van mr. Jansen van 18 juni 2012;

- het faxbericht van mr. Jansen van 19 juni 2012;

- het faxbericht met bijlage van mr. Jansen van 19 juni 2012;

- het proces-verbaal van de behandeling ter terechtzitting op 21 juni 2012.

De feiten

Uit het huwelijk van de moeder en de vader zijn de navolgende minderjarige kinderen geboren:

[dochter 1], geboren op [1998] te Zutphen, en

[dochter 2], geboren op [2000] te Brummen.

Tussen de ouders is bij beschikking van 5 november 2008 van deze rechtbank de echtscheiding uitgesproken. Deze is op 10 februari 2009 ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente Brummen.

Na de echtscheiding zijn de ouders van rechtswege belast gebleven met het gezamenlijke gezag over hun kinderen.

Bij beschikking van de kinderrechter te Zutphen van 18 juni 2009 zijn de minderjarigen onder toezicht gesteld, met benoeming van de Stichting Bureaus Jeugdzorg Gelderland tot gezinsvoogdij-instelling. Voormelde ondertoezichtstelling is telkens verlengd en loopt tot 16 juni 2013.

De minderjarigen zijn sinds 25 maart 2010 uit huis geplaatst in een leefgroep van Lindenhout (verblijfsaccommodatie zorgaanbieder 24-uurs). Bij beschikking van de kinderrechter te Zutphen van 7 juni 2012 is de uithuisplaatsing laatstelijk verlengd tot 5 juli 2012 met aanhouding van het verzoek voor de periode tot 16 juni 2013.

De uithuisplaatsing heeft meer dan een jaar en zes maanden onafgebroken geduurd.

Het verzoek

Het verzoekschrift strekt tot ontheffing van het gezag van de moeder over voornoemde minderjarigen.

De Raad stelt dat aan de voorwaarden van artikel 1:266 juncto artikel 1:268 lid 2 sub a van het Burgerlijk Wetboek is voldaan.

De beoordeling

De moeder heeft zich in de eerste plaats op het standpunt gesteld dat het verzoek niet inhoudelijk behandeld kan worden zolang zij niet over alle stukken beschikt. Aan het verzoek van de Raad ligt mede een rapportage van het Ambulatorium Ottho Gerhard Heldring te Zetten ten grondslag. Het Ambulatorium heeft in 2011 psychodiagnostisch onderzoek verricht. De ouders hebben er indertijd mee ingestemd dat zij over en weer niet de volledige rapportage zouden ontvangen, maar een versie waarin een deel van de informatie over de andere ouder is weggelaten. Op dat moment was echter van het onderhavige verzoek nog geen sprake. Aan de rechtbank is door de Raad het volledige rapport toegezonden. De moeder wenst over het volledige procesdossier te beschikken.

De vader heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de afspraak over de verschillende versies van de rapportage uitdrukkelijk tussen partijen is gemaakt, omdat alleen onder die voorwaarde volledige openheid naar de onderzoekers bereikt zou kunnen worden. Indien nu alsnog het volledige rapport inzichtelijk zou worden gemaakt, wordt de eerder gemaakte afspraak tenietgedaan in strijd met het belang van behoud van de privacy van de vader.

De Raad heeft na afloop van de mondelinge behandeling telefonisch laten weten het verzoek, inclusief het volledige rapport, te handhaven. De Raad stelt zich op het standpunt dat beide ouders inzage dienen te krijgen in dit volledige rapport.

De rechtbank oordeelt als volgt. Ingevolge artikel 290 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) heeft iedere belanghebbende recht op inzage en afschrift van het verzoekschrift, de verweerschriften, de op de zaak betrekking hebbende bescheiden en de processen-verbaal. Artikel 800 lid 1 Rv bepaalt voor familierechtelijke procedures dat aan de belanghebbenden een afschrift van het verzoekschrift en de daarbij behorende bescheiden wordt toegezonden. Inzage en afschrift van stukken kan uit hoofde van artikel 811 lid 2 Rv worden geweigerd door de rechter aan wie de bescheiden zijn overgelegd op een van de onder e. en g. van het tweede lid van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) genoemde gronden.

Artikel 10 lid 2 van de Wob luidt, voor zover van belang, als volgt:

“Het verstrekken van informatie ingevolge deze wet blijft (…) achterwege voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen de volgende belangen:

(…)

e. de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer;

(…)

g. het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.”

Nu de vader als verschenen belanghebbende recht heeft op dezelfde stukken als de moeder, valt niet in te zien dat sprake is van onevenredige bevoordeling of benadeling. De rechtbank dient derhalve bij de vraag of de moeder recht op afschrift van het volledige rapport heeft een afweging te maken tussen het procesbelang van de moeder en het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van de vader.

Evenals gebruikelijk is in direct op de Wob gebaseerde procedures, is de rechtbank van oordeel dat de moeder haar procesbelang niet nader behoeft te concretiseren. Het uitgangspunt van de wet is immers dat zij recht heeft op inzage en afschrift van de stukken, waarmee dit belang is gegeven. Bovendien is sprake van een verzoek tot een ver strekkende maatregel, die alleen op haar gericht is en die diep ingrijpt in haar privéleven. Tegen dit belang dient het belang van de vader op eerbiediging van zijn persoonlijke levenssfeer te worden afgewogen. Ter terechtzitting is gebleken dat de vader de bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer met name inroept ten opzichte van de moeder. Hij vreest dat informatie uit zijn verband zal worden gehaald of door de moeder zal worden verdraaid of uitvergroot.

De rechtbank is van oordeel dat het procesbelang van de moeder zeer zwaar weegt, juist vanwege de mogelijk ingrijpende gevolgen van een beslissing voor haar en de minderjarige kinderen. Tegelijk is zij van oordeel dat in voldoende mate wordt tegemoetgekomen aan dit belang indien het volledige rapport uitsluitend aan haar raadsman wordt toegezonden. Aldus kan haar raadsman kennis nemen van het gehele rapport en de afweging maken welke informatie van belang is voor de onderhavige procedure zonder dat noodzakelijk is dat de moeder zelf over die informatie beschikt. Aan haar zal dan ook afschrift geweigerd worden. Op deze wijze is het procesbelang van de moeder gewaarborgd, terwijl wordt voorkomen dat de moeder informatie over de vader buiten het kader van deze procedure gebruikt, wat recht doet aan de afspraak die partijen hierover hebben gemaakt. Aldus wordt ook tegemoetgekomen aan het belang van de vader bij bescherming van zijn persoonlijke levenssfeer. Overigens brengt dit mee, nu de vader als belanghebbende is verschenen in de procedure, dat ook zijn raadsvrouw onder dezelfde condities recht heeft op een afschrift van het volledige rapport.

Nu een nieuwe mondelinge behandeling gepland dient te worden, maar de diverse betrokkenen ter zitting te kennen hebben gegeven dat sprake is van diverse verhinderingen

in de komende zomerperiode, zal de behandeling pro forma worden aangehouden voor het overleggen van verhinderdata.

De beslissing

De rechtbank:

weigert verstrekking van een afschrift van het volledige rapport van het Ambulatorium aan de moeder;

bepaalt dat de griffier aan de raadslieden van de ouders een afschrift van het volledige rapport van het Ambulatorium zal toezenden;

houdt de behandeling van de zaak aan tot de pro forma terechtzitting op 12 juli 2012 voor overlegging van verhinderdata over de maanden juli tot en met oktober door alle betrokkenen;

houdt voor het overige iedere beslissing aan.

Deze beschikking is gegeven door mrs. R.A. Eskes, C.E. Hemrica en S. Djebali, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2012 door mr. Eskes voornoemd, in tegenwoordigheid van de griffier.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature