Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 24 maart 2011 heeft de burgemeester aan [vergunninghouder] vergunning verleend om aan de [locatie] te Amsterdam een alcoholvrije horeca-inrichting met bijbehorend ongebouwd terras schuin tegenover de inrichting te exploiteren.

Uitspraak



201205291/2/A3.

Datum uitspraak: 29 juni 2012

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) hangende de hoger beroepen van onder meer:

[verzoekers], beiden wonend te Amsterdam,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 17 april 2012 in

zaak nr. 11/4413 in het geding tussen:

[verzoekers]

en

de burgemeester van Amsterdam.

1. Procesverloop

Bij besluit van 24 maart 2011 heeft de burgemeester aan [vergunninghouder] vergunning verleend om aan de [locatie] te Amsterdam een alcoholvrije horeca-inrichting met bijbehorend ongebouwd terras schuin tegenover de inrichting te exploiteren.

Bij besluit van 2 augustus 2011 heeft de burgemeester het door [verzoekers] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 17 april 2012, verzonden op 18 april 2012, heeft de rechtbank het door [verzoekers] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de burgemeester opgedragen om met inachtneming van hetgeen zij heeft overwogen een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar te nemen.

Tegen deze uitspraak hebben onder meer [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 29 mei 2012, hoger beroep ingesteld.

Zij hebben de voorzitter voorts verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij besluit van 15 juni 2012 heeft de burgemeester, opnieuw beslissend op het door [verzoekers] gemaakte bezwaar, dat ongegrond verklaard.

De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 21 juni 2012, waar [verzoeker B] in persoon, bijgestaan door mr. P. Nicolai, advocaat te Amsterdam, de burgemeester, vertegenwoordigd door mr. A.K.E. de Vries, werkzaam in dienst van de gemeente, en [vergunninghouder] in persoon, bijgestaan door mr. M.I. Houben, advocaat te Amsterdam, zijn verschenen.

2. Overwegingen

2.1. Het verzoek strekt ertoe dat bij wijze van voorlopige voorziening wordt bepaald dat de verleende terrasvergunning, zoals opnieuw gehandhaafd bij het besluit van 15 juni 2012, wordt geschorst in afwachting van de uitspraak op het ingestelde hoger beroep.

2.2. [verzoekers] stellen dat zij, nu het terrasseizoen weer is aangevangen, zodanige hinder ondervinden van de terrasbezoekers en straatmuzikanten direct voor hun woning, en zodanige inbreuk op hun privacy, dat de vergunning niet in stand kan blijven.

2.3. Naar voorlopig oordeel bestaat geen grond om aan te nemen dat de aangevallen uitspraak in de bodemprocedure onverkort in stand zal blijven, althans geoordeeld zal worden dat geen vergunning mocht worden verleend, als is gebeurd. Volgens het gevoerde Terrassenbeleid 2011 kan, indien direct aan de overzijde van het horecabedrijf geen terras mogelijk is en de naastgelegen openbare ruimte wel mogelijkheden biedt, van de zogenoemde maatwerkprocedure gebruik worden gemaakt. Nu deze situatie zich voordoet, heeft de burgemeester die procedure naar voorlopig oordeel niet ten onrechte toegepast. Voorts is niet aannemelijk dat de aantasting van het woon- en leefklimaat van [verzoekers] zo ernstig is, dat geoordeeld zal worden dat de burgemeester niet in redelijkheid aan [vergunninghouder] vergunning heeft kunnen verlenen, als hij heeft gedaan. Daarbij is van belang dat het terras gelegen is in een deel van Amsterdam met veel passanten, horecagelegenheden en winkels. Voorts heeft de burgemeester de gestelde gedane toezegging gedaan, toen het in de Terrassennota 2008 gepubliceerde beleid werd gevoerd. Die strekt naar voorlopig oordeel daarom niet zo ver, dat [verzoekers] hieraan een gerechtvaardigd vertrouwen kunnen ontlenen dat aan [vergunninghouder] onder het thans gevoerde beleid geen vergunning zou worden verleend.

2.4. Gelet op het voorgaande, bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.M.E.A. Neuwahl, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Neuwahl

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 29 juni 2012

280-697.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature