Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Weigering toekenning ouderdomspensioen. Niet verzekerd. Uit de door appellante overgelegde gegevens kan niet zonder meer worden afgeleid dat de echtgenoot van appellante feitelijk in Nederland heeft gewerkt of gewoond.

Uitspraak



10/5926 AOW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 1 oktober 2010, 10/1456 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellante] te [woonplaats], Marokko (appellante)

de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)

Datum uitspraak: 8 juni 2012

PROCESVERLOOP

Appellante heeft hoger beroep ingesteld.

De Svb heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 april 2012. Appellante is niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door F.M. Aalders.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellante, geboren in 1939, heeft de Marokkaanse nationaliteit en woont sinds haar geboorte ononderbroken in Marokko. Op 16 april 1956 is appellante gehuwd met de in 1934 in Marokko geboren [L.]. [L.] is [in] 1999 in Marokko overleden.

1.2. Appellante heeft de Svb in oktober 2008 verzocht om haar als weduwe een ouderdomspensioen toe te kennen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Op deze aanvraag is bij besluit van 17 juli 2009 afwijzend beslist op de grond dat niet is gebleken dat de echtgenoot van appellante voor de AOW verzekerd is geweest. Het bezwaar van appellante hiertegen is bij besluit van 9 februari 2010 (besluit op bezwaar) door de Svb ongegrond verklaard. Daartoe is overwogen dat niet is gebleken dat de echtgenoot van appellante ingezetene van Nederland is geweest of in Nederland heeft gewerkt.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellante tegen het besluit op bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daartoe overwogen dat - kort gezegd - de Svb toereikend onderzoek heeft verricht en appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat haar echtgenoot in Nederland voor de AOW verzekerd is geweest. De door appellante overgelegde verklaring van de Nederlandsche Wapen- en Munitiefabriek [NV] en de eveneens door haar overgelegde stukken van het Algemeen Ziekenfonds voor Amersfoort en omstreken acht de rechtbank niet genoeg om aan te nemen dat er sprake is geweest van ingezetenschap of van het verrichten van arbeid in Nederland.

3.1. In hoger beroep heeft appellante evenals in beroep gesteld dat haar echtgenoot wel degelijk in Nederland heeft gewerkt en gewoond en dat zij haar aanvraag deugdelijk heeft onderbouwd.

3.2. De Raad onderschrijft de ter zake door de rechtbank in de aangevallen uitspraak gebezigde overwegingen en maakt deze tot de zijne. Uit de door appellante overgelegde (aanstellings)verklaring van de Nederlandsche Wapen- en Munitiefabriek [NV] en de door appellante overgelegde bescheiden van het Algemeen Ziekenfonds voor Amersfoort en omstreken kan niet zonder meer worden afgeleid dat de echtgenoot van appellante feitelijk in Nederland heeft gewerkt of gewoond.

4. Uit het vorenstaande vloeit voort dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht .

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door E.E.V. Lenos, in tegenwoordigheid van J.R. Baas als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 juni 2012.

(get.) E.E.V. Lenos

(get.) J.R. Baas

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de datum van verzending beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, 2500 EH ’s-Gravenhage) ter zake van schending of verkeerde toepassing van bepalingen inzake het begrip verzekerde.

TM

III. DÉCISION

La Centrale Raad van Beroep (Cour d'Appel Centrale) confirme la décision attaquée.

Par conséquent, décidée par E.E.V. Lenos, en présence de J.R. Baas en qualité de greffier, ainsi que prononcée en public, le 8 juin 2012.

Les parties disposent d’un délai de six semaines à compter de la date d’envoi pour introduire un pourvoi en cassation contre cette décision devant la Cour de Cassation des Pays-Bas : Hoge Raad der Nederlanden (Postbus 20303, NL 2500 EH ’s-Gravenhage) au titre de la violation ou de la mauvaise application des dispositions concernant la notion de groupe d’assurés.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature