Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

De rechtbank veroordeelt een 34-jarige man tot 16 maanden gevangenisstraf, waarvan 2 maanden van een eerdere veroordeling, voor deelname aan een afgesproken vechtpartij in Doetinchem op 4 juni 2011. In totaal veroordeelt de rechtbank zeven verdachten.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



RECHTBANK ZUTPHEN

Sector Straf

Meervoudige kamer

Parketnummer: 06/940273-11

Vordering na voorwaardelijke veroordeling: 06/150847-10

Uitspraak d.d.: 12 juni 2012

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte B],

geboren te [plaats] (Turkije) op [1978],

wonende te [plaats, adres].

Raadsman: mr. D. Fontein, advocaat te Koog aan de Zaan.

Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 11 oktober 2011, 13 december 2011, 21 mei 2012 en 29 mei 2012.

De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 04 juni 2011 te Doetinchem, althans in Nederland,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [medeverdachte D], opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, althans

opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

immers heeft hij, verdachte, die [medeverdachte D] getroffen op de door hen afgesproken plaats (te weten: Landgoed Hagen) en/of tijd, en/of

heeft verdachte met die [medeverdachte D] afgesproken om te vechten (totdat een van hen knock-out zou gaan, althans zijn bewustzijn zou verliezen en/of (fysiek) niet meer overeind zou kunnen komen en/of niet verder zou kunnen vechten) en/of

is verdachte (vervolgens) met die [medeverdachte D] gaan vechten en/of

heeft verdachte (daarbij) die [medeverdachte D] meerdere malen, althans éénmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen en/of gebeten, in en/of tegen en/of op de rug en/of de hand(en) en/of de arm(en), en/of elders in en/of op en/of tegen het lichaam van die [medeverdachte D], en/of

heeft verdachte met die [medeverdachte D] heeft geworsteld en/of die [medeverdachte D] aan de armen en/of de benen en/of elders aan het lichaam en/of aan de kleding getrokken, en/of die [medeverdachte D] meermalen, althans éénmaal, naar de grond gewerkt en/of (daarbij) een houdgreep aangelegd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

ALTHANS, dat

hij op of omstreeks 04 juni 2011 te Doetinchem, althans in Nederland,

opzettelijk mishandelend (met die) [medeverdachte D]

-meermalen, althans éénmaal, (met kracht) (met geschoeide voet) heeft geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen en/of gebeten, in en/of tegen en/of op de rug en/of de hand(en) en/of de arm(en), en/of elders in en/of op en/of tegen het lichaam, en/of

-heeft geworsteld en/of die [medeverdachte D] aan de armen en/of de benen en/of elders aan het lichaam en/of aan de kleding heeft getrokken, en/of die [medeverdachte D] meermalen, althans éénmaal, naar de grond heeft gewerkt en/of (daarbij) een houdgreep heeft aangelegd,

waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 04 juni 2011, te Doetinchem, althans in

Nederland,

met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, de Tweede Loolaan

en/of op (het voor het publiek opengestelde) Landgoed Hagen (achter Slingeland

Ziekenhuis), in elk geval op of aan een openbare weg en/of op een voor het

publiek toegankelijke plaats, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd

tegen:

[medeverdachte D] en/of [medeverdachte E] en/of [medeverdachte F] en/of [medeverdachte C],

welk geweld bestond uit het

-slaan en/of stompen en/of (met geschoeide voet) trappen en/of schoppen en/of trekken en/of duwen tegen en/of op het/de hoofd(en) en/of het/de licha(a)m(en) van die [medeverdachte D] en/of die [medeverdachte E] en/of die [medeverdachte F] en/of die [medeverdachte C], en/of

-naar de grond werken van die [medeverdachte D] en/of die [medeverdachte E] en/of die [medeverdachte F] en/of die [medeverdachte C];

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 141 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij, op één of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 01 april

2011 tot en met 21 juni 2011 te Doetinchem en/of elders in Nederland,

(telkens) [medeverdachte D] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven

gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk dreigend

-meermalen, althans éénmaal, Hyvesberichten en/of Facebookberichten en/of andere sociale media berichten en/of (honderdeenentwintig, althans een groot aantal) (sms-)berichten naar die [medeverdachte D] gestuurd en/of gezonden, waarin hij, verdachte, (zakelijk weergegeven) onder andere aan heeft gegeven en/of heeft vermeld en/of heeft geschreven dat hij die [medeverdachte D] zou vermoorden en/of dat hij een molotovcocktail in het huis van die [medeverdachte D] zou gooien en/of dat hij een stok in de kont van die [medeverdachte D] zou steken;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 26 juni 2011 te Doetinchem,

[slachtoffer B] (portier bij [discotheek]) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer B] dreigend de woorden toegevoegd :"Ik maak je af" en/of "Ik heb een pistool" en/of "Ik kom zo terug en ik maak je dood" en/of "Ik schiet je kapot, ik ken jou wel", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking,

en/of (daarbij) dreigend zijn, verdachtes, t-shirt kapot getrokken;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 26 juni 2011 te Doetinchem,

[slachtoffer C] (bezoeker van [discotheek]) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

zichtbaar voor die [slachtoffer C] en/of aan/naar die [slachtoffer C] gericht, een snijbeweging langs zijn, verdachtes, keel gemaakt en/of (daarbij) die [slachtoffer C] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak je kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs1

Aanleiding van het onderzoek

Het grootschalige opsporingsonderzoek Agaat, waarvan deze zaak onderdeel uitmaakt, is gestart naar aanleiding van een melding op 4 juni 2011 bij de regionale Meldkamer Oost Nederland. Deze melding hield in dat er nabij het Slingeland Ziekenhuis te Doetinchem een man in het hoofd was geschoten. Bij nader onderzoek bleek dat de man was beschoten in een bosperceel gelegen aan de noodwestzijde van de 2e Loolaan te Doetinchem, direct gelegen achter het Slingeland Ziekenhuis.2

Naar aanleiding van de binnengekomen melding(en) werden er politie-eenheden naar de opgegeven locatie gezonden. Op de locatie werd een man liggend op de grond aangetroffen met een schotwond in zijn voorhoofd. Rondom het slachtoffer stond een viertal personen, te weten [medeverdachte H], [medeverdachte I], [naam A] en [naam B], die vertelden dat ze het slachtoffer kennen als [slachtoffer A]. Door [medeverdachte H] werd verteld dat er een afgesproken vechtpartij tussen een Turkse groep en een Bosnische groep was geweest.3

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 primair en het onder 2 ten laste gelegde. Ter zitting heeft de officier van justitie in zijn schriftelijk requisitoir de bewijsmiddelen uitvoerig opgesomd en toegelicht. De officier van justitie heeft onder meer aangevoerd dat er sprake was van afgesproken vechtpartij tussen [verdachte B] en [medeverdachte D], hetgeen duidelijk blijkt uit de afgelegde verklaringen. Door verdachte is ook een secondant/scheidsrechter meegenomen naar de vechtpartij en meerdere vrienden. Voorafgaand aan deze vechtpartij zijn door partijen afspraken gemaakt over het vechten en zijn ze beiden gefouilleerd. De daarop volgende vechtpartij is ontaard in een massale vecht-, duw- en trekpartij tussen de beide betrokken kampen, waarin iedereen zich mengde.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 3, 4 en 5 ten laste gelegde eveneens wettig en overtuigend bewezen kan worden. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen hiervoor uitvoerig opgesomd.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

Door de raadsman is ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde aangevoerd dat niet is komen vast te staan dat verdachte heeft geschopt of geslagen. Verdachte had geen opzet om [medeverdachte D] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, laat staan dat er sprake zou zijn van voorbedachte rade. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde. Subsidiair heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging. Hiertoe heeft hij aangevoerd dat [medeverdachte D] heeft ingestemd met de vechtpartij. Er waren regels gesteld voor de vechtpartij en er was afgesproken dat er eerlijk gevochten zou worden. Er is dan ook sprake van toestemming van [medeverdachte D].

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2 ten laste gelegde. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat het gevecht met [medeverdachte D] is geëindigd, doordat verdachte had opgegeven. Op het moment dat verdachte had opgegeven werd een pistool getrokken en is verdachte als eerste weggerend. Bij het tweede gevecht is verdachte niet betrokken geweest.

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde aangevoerd dat de onderbouwing voor de bedreigingen in concrete gevallen ontbreekt. De 35 sms-berichten die betrekking hadden op [medeverdachte D] waren niet aan [medeverdachte D] gericht. Verder zijn de sms-berichten ook niet in het dossier opgenomen. Weliswaar zijn er stukken van het internet, maar daaruit volgt niet wanneer de berichten zijn gestuurd, hetgeen een bewezenverklaring in de weg staat.

De raadsman heeft zich ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde heeft de raadsman gesteld dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. Er is een aangifte, maar die wordt in de kern niet ondersteund. Niemand van de aanwezigen heeft de ten laste gelegde beweging gezien, dan wel de bedreiging gehoord. Verdachte dient dan ook te worden vrijgesproken van dit feit.

Beoordeling door de rechtbank

Ten aanzien van feit 5

Vrijspraak

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het onder 5 ten laste gelegde heeft gepleegd. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende. Voor het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, is enkel de aangifte van [slachtoffer C] voorhanden. Verdachte ontkent het aan hem ten laste gelegde en ook zijn er geen getuigen die de ten laste gelegde handeling, dan wel de bedreiging van verdachte hebben gezien en/of gehoord. Er is dan ook onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van hetgeen aan hem ten laste is gelegd.

Ten aanzien van feiten 1 en 2

Om te beoordelen of verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van openlijk geweld acht de rechtbank verschillende omstandigheden van belang. Het gaat daarbij om de afspraak tussen twee personen die is gemaakt om een ruzie uit te vechten, om de keuze van de locatie waar dat dan zou plaatsvinden, hoe dat gevecht tussen de twee kemphanen zou plaatsvinden en wat de bijdrage van de andere aanwezigen is geweest. Op die verschillende aspecten wordt hierna ingegaan.

Bewijsmiddelen

Afspraak om te gaan vechten

Door [verdachte B] is verklaard dat [medeverdachte D] hem zat te treiteren in [discotheek] in Doetinchem.4 [verdachte B] is door [medeverdachte D] onder meer uitgescholden voor "hoerenzoon". [verdachte B] heeft aan [naam C] om het telefoonnummer van [medeverdachte D] gevraagd. Hij wilde dat [medeverdachte D] zijn excuses aan zou bieden. Vervolgens is er een week of drie overheen gegaan. In de tussentijd ontving [verdachte B] sms'jes van [medeverdachte D] en verstuurde hij ook berichten naar hem. Op enig moment heeft [verdachte B] met [medeverdachte D] gebeld. In dat telefoongesprek is toen afgesproken dat ze een man tegen man gevecht zouden hebben, daarna zou het afgelopen zijn. [verdachte B] heeft de afspraak gemaakt, omdat hij van [medeverdachte D] afwilde. De afspraak was om het die zaterdag - de rechtbank begrijpt op 4 juni 2011 - uit te vechten.5 De anderen zijn vooruit gegaan om te kijken of het veilig was.6

Door [verdachte H] is verklaard dat hij van [verdachte B] had gehoord dat [verdachte B] een conflict had gehad met iemand in een discotheek. Dit was met de broer van [medeverdachte E], [medeverdachte D]. [medeverdachte D] en [verdachte B] stuurden elkaar sms'jes in dreigende en treiterende sfeer. Een week voor 4 juni 2011 werd er een afspraak gemaakt om het uit te vechten.7 Eerst zou dit op een schoolplein gebeuren, later werd dit veranderd naar een bos waar geen camera's zouden hangen. [verdachte B] vroeg aan [medeverdachte H] om scheidsrechter te zijn bij het gevecht. Er was afgesproken om met de handen en de regels van het boksen en het straatvechten te vechten, zonder wapens. Twee personen zouden met elkaar vechten, [verdachte B] en [medeverdachte D].8

Door [medeverdachte G] is verklaard dat er een vechtpartij was afgesproken tussen [verdachte B] en [medeverdachte D]. Deze vechtpartij was het gevolg van een eerdere vechtpartij in [discotheek] te Doetinchem. [verdachte B] en [medeverdachte D] hadden toen ook gevochten en [verdachte B] was door [medeverdachte D] uitgescholden voor "hoerenjong".9 [medeverdachte G] hoorde van [slachtoffer A] dat het conflict verergerde. Het moest en zou vechten worden.10 [slachtoffer A] vertelde [medeverdachte G] dat dit bij het Ludger zou gebeuren. [medeverdachte G] ging mee uit veiligheid voor [verdachte B].11

Door [medeverdachte I] is verklaard dat hij op 4 juni 2011 door [verdachte B] en [medeverdachte H] is gebeld en gevraagd om naar de bult te komen. [verdachte B] zei dat hij één tegen één ging vechten met [medeverdachte D].12 [verdachte B] vroeg hem of hij wilde kijken op de bult met hoeveel ze waren.13

Door [naam B] is verklaard dat [verdachte B] [medeverdachte D] wilde terugpakken en dat hij door [verdachte B] is gebeld met de mededeling dat hij die dag zou vechten met [medeverdachte D]. [naam B] ging mee om te ondersteunen; als anderen zich er mee bemoeiden, zou hij dat ook doen.14

Door [medeverdachte D] is verklaard dat hij al een aantal weken problemen had met [verdachte B]. Dit was begonnen in uitgaansgelegenheid [discotheek]. Beiden zijn toen de club uitgezet. Hierbij heeft [medeverdachte D] [verdachte B] een hoerenzoon genoemd. [verdachte B] bestookte [medeverdachte D] na dat voorval met sms'jes, onder meer met als inhoud dat [verdachte B] [medeverdachte D] zou pakken. [medeverdachte D] en [verdachte B] hadden zaterdag - de rechtbank begrijpt op 4 juni 2011 - afgesproken om met elkaar deze vete uit te vechten. [medeverdachte D] en [verdachte B] zouden het één tegen één, man tegen man uitvechten.15

Er werden geen afspraken gemaakt over hoe het zou gaan gebeuren. Er werd nog wel gesproken over dat het één tegen één zou zijn.16 De anderen waren erbij om er voor te zorgen dat het eerlijk bleef.17 [medeverdachte A] en [medeverdachte C] wisten van de ruzie met [verdachte B] af.18 Volgens [medeverdachte D] zei [medeverdachte A] dat als de jongen zou komen, we dan eerst zouden praten en als die jongen echt niet wilde praten, dan moesten we het maar uitvechten.19

Door [medeverdachte E] is een verklaring afgelegd van hetgeen er op 4 juni 2011 is gebeurd.20 [medeverdachte E] heeft verklaard dat [verdachte B] - de rechtbank begrijpt dat door hem hiermee [verdachte B] wordt bedoeld, verder zal dan ook [verdachte B] gebruikt worden - een conflict had met [medeverdachte D]. [medeverdachte D] zou [verdachte B] "hoerenzoon" genoemd hebben. [medeverdachte D] heeft in een sms'je gezegd dat het hem speet, maar [verdachte B] bleef dreigen.21 De reden van de uitnodiging tot een gevecht was dat [verdachte B] de excuses van [medeverdachte D] niet accepteerde. [verdachte B] wilde vechten, één op één, met [medeverdachte D]. In een sms had [verdachte B] een datum gezet waarop hij met [medeverdachte D] wou afspreken. [verdachte B] had daar ook bijgezet dat hij met mensen zou komen, omdat hij dacht dat [medeverdachte E] er ook bij zou zijn.22 De anderen gingen mee voor de zekerheid dat het niet uit de hand liep. [medeverdachte D] had tegen [medeverdachte E] gezegd dat hij wilde dat [medeverdachte E] meeging, dit omdat [medeverdachte D] dacht dat [verdachte B] niet met hem wilde praten.23 [medeverdachte E] heeft tegen [medeverdachte A] gezegd om thuis te blijven onder meer omdat hij geen papieren had.24

Door [medeverdachte F] is verklaard dat hij op 4 juni 2011 naar een plaats is gegaan in de buurt van het ziekenhuis in Doetinchem. Hij was samen met [medeverdachte D] en [medeverdachte E], [medeverdachte C] [medeverdachte C] en [medeverdachte A].25 [medeverdachte F] was thuis gebeld door [medeverdachte E] die hem heeft gevraagd of hij meeging. [medeverdachte D] had ruzie gehad met een jongen uit Doetinchem en [medeverdachte E] vroeg of [medeverdachte F] mee wilde gaan om de ruzie met die jongen op te helderen.26

Door [medeverdachte A] is verklaard dat hij wist dat [medeverdachte D] sinds een paar weken voor 4 juni 2011 problemen had met een jongen.27 [medeverdachte D] had [medeverdachte A] verteld dat hij problemen had gehad met een jongen in een discotheek in het centrum van Doetinchem. De jongen begon sms'jes te sturen naar [medeverdachte D]. Die jongen zou [medeverdachte D] pakken, het huis in brand steken en dat soort dingen. [medeverdachte A] heeft een aantal van die sms'jes gelezen. Op zaterdag (4 juni 2011) kwam [medeverdachte D] naar het huis van [medeverdachte A]. [medeverdachte D] zei dat de jongen door bleef gaan met de sms'jes. [medeverdachte D] zei ook dat hij en die Koerdische jongen een afspraak hadden gemaakt bij een school.28

Ludger College

Door [verdachte B] is verklaard dat er eerst afgesproken was achter de Aldi in Doetinchem, maar daar is overdag publiek. Door [verdachte B] is naar [medeverdachte D] een sms-bericht gestuurd om achter het Ludger College te vechten.29 [medeverdachte D] heeft vervolgens laten weten dat ze naar het bultje moesten gaan, omdat er bij het Ludger College allemaal camera's hingen. Na veel over en weer telefoonverkeer werd door [medeverdachte D] besloten dat ze het zouden uitvechten op of bij de zandbult.30

Door [medeverdachte D] is verklaard dat hij op de desbetreffende zaterdag samen met zijn buurman [medeverdachte A], zijn broer [medeverdachte E], [medeverdachte F] en [medeverdachte C] en een andere jongen die met [medeverdachte C] mee was, bij het Ludger College is geweest. Dit omdat [verdachte B] [medeverdachte D] had ge-sms't dat zij daar heen moesten gaan. Na deze sms heeft [medeverdachte D] [verdachte B] gebeld. [medeverdachte D] vond het niet verstandig om daar af te spreken omdat er bij het Ludger College camera's hingen en hij eerder betrokken was bij een vechtpartij waar hij nog een werkstraf voor open had staan. [medeverdachte D] heeft [verdachte B] toen gezegd dat ze naar het bos zouden rijden. Toen ze bij het bos stonden te wachten, belde [verdachte B] [medeverdachte D] op, omdat hij de ontmoeting bij het Ludger College wilde. [verdachte B] wilde op steen, daarmee bedoelde hij de ondergrond. [medeverdachte D] heeft [verdachte B] verteld dat zij bij de zandbult waren en heeft hem uitgelegd dat het de zandbult achter het ziekenhuis betrof.31

Door [medeverdachte F] is verklaard dat ze, toen hij was opgehaald, eerst naar het Ludger College zijn gereden. Op een gegeven moment werd er gebeld. [medeverdachte D] zei toen dat ze op een andere plaats moesten zijn.32 Ze zijn toen in de richting van het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem gereden. Ze kwamen uit bij het Kruisbergse bos.33

Door [medeverdachte E] is verklaard dat op zaterdag was afgesproken bij het Ludger College. Daar zou gezegd zijn dat er teveel camera's hingen. Hierna ging de groep naar het bos. [medeverdachte E] reed met [medeverdachte A] en [medeverdachte F] mee naar de afgesproken plek. [medeverdachte D] zat bij [medeverdachte C] in de auto.34

Door [medeverdachte A] is verklaard dat hij met [medeverdachte D] is meegegaan. [medeverdachte E] - de rechtbank begrijpt dat hiermee door hem [medeverdachte E] wordt bedoeld35 - en [medeverdachte C] waren er ook bij. Bij [medeverdachte C] was ook een andere jongen.36 Verder was ook [medeverdachte F] erbij.37 Nadat ze op het schoolplein waren geweest zijn ze naar een plek achter het ziekenhuis gereden.38

Het treffen op de bult

Door [verdachte B] is verklaard dat hij op 4 juni 2011 samen was met [verdachte H], die had hij thuis opgehaald. [verdachte B] had ook [slachtoffer A] en [medeverdachte G] gebeld, die kwamen samen in één auto naar de plek waar [verdachte B] met [medeverdachte D] had afgesproken. [verdachte B] had ook [medeverdachte I] gebeld, die stond op de Varkensweide.39 Ze gingen met vier auto's, drie auto's reden vooruit naar de afgesproken locatie. [medeverdachte I] zou gaan kijken of zij niet iets gevaarlijk bij zich hadden. [medeverdachte I], [naam B], [slachtoffer A] en [medeverdachte G] zijn vooruit gegaan. [verdachte B] wachtte samen met [medeverdachte H]. [verdachte B] werd door [medeverdachte I] gebeld dat het veilig was. Hierna is [medeverdachte I] met [medeverdachte H] naar de bult gereden.40

Door [verdachte H] is verklaard dat hij samen met [verdachte B] naar het bos is gereden. [medeverdachte I] zou vooruit rijden om te kijken wie er waren. [medeverdachte H] kwam later met [verdachte B] aan, omdat [medeverdachte I] aangaf dat het veilig was.41 Verder waren ook [slachtoffer A] en [medeverdachte G] mee. Ook [naam B] was mee. Ze hadden zich verzameld bij het ziekenhuis en zijn later naar de zandbult gereden. Bij de zandbult aangekomen, zag [medeverdachte H] dat [medeverdachte E] met zijn broer [medeverdachte D] was meegekomen.42

Door [medeverdachte I] is verklaard dat hij op 4 juni 2011 op de Varkensweide was. Daar kwam [medeverdachte H] samen met [verdachte B] aanrijden. [medeverdachte I] wist dat [verdachte B] problemen had met [medeverdachte D]. [medeverdachte I] hoorde dat [medeverdachte D] en [verdachte B] elkaar ergens zouden ontmoeten.

[medeverdachte I] is in zijn eigen auto met [verdachte B] en [medeverdachte H] meegereden. Vlak bij de ingang van het ziekenhuis kwam ook [slachtoffer A] samen met [medeverdachte G] aangereden. Door [verdachte B] is aan [medeverdachte I] gevraagd om te zien bij de 2e Loolaan bij de zandbult met hoeveel man de anderen waren. [medeverdachte G] is bij [medeverdachte I] ingestapt en samen zijn ze naar de zandbult gereden. Daar zag [medeverdachte I] een paar jongens staan, waaronder [medeverdachte D], [medeverdachte E], [medeverdachte C], [medeverdachte F] en [medeverdachte A].

Van [medeverdachte D] begreep [medeverdachte I] dat [verdachte B] en [medeverdachte D] het zouden uitvechten. Het kwam erop neer dat [verdachte B] en [medeverdachte D] elkaar zouden afbeuken en dat het dan klaar zou zijn. De rest zou zich er niet mee bemoeien. [verdachte B] kwam later samen met [medeverdachte H] aan bij de zandbult.43

[verdachte B] en [medeverdachte D] gingen samen de bult op. Ze zouden man tegen man met elkaar gaan vechten. Dat moest gebeuren boven op de bult. Iedereen die er was liep mee naar boven. [medeverdachte I] heeft gezegd dat als anderen zich er meer zouden bemoeien, hij dat ook zou doen.44

Door [medeverdachte G] is verklaard dat [slachtoffer A] een woordenwisseling kreeg met de Armeense man (naar de rechtbank begrijpt: [medeverdachte A]) en een grote Bosniër. Ze stonden iets buiten de kring die om de vechtenden heen stond. Hij zag dat de Armeen [slachtoffer A] bij de arm pakte en met harde boze stem zei "wat is jouw probleem". [medeverdachte G] haalde [slachtoffer A] en de Armeense man uit elkaar.45

[medeverdachte D] heeft verklaard dat hij op 4 juni 2011 samen met [medeverdachte E], [medeverdachte C], [medeverdachte F] en [medeverdachte A] naar de zandbult is gegaan. Ze waren met zijn vijven. Toen zij op de bult waren zag hij dat er een aantal mannen met diverse auto's aan kwam rijden. Die groep bestond uit [verdachte B] en andere mannen.46

Door [medeverdachte E] is verklaard dat de andere groep met drie auto's aan kwam rijden. Een paar seconden later kwam ook [verdachte B] aan rijden. Bij [verdachte B] was een grote gespierde vent die [medeverdachte H] heet.47 [medeverdachte E] kende uit de andere groep [verdachte B], [medeverdachte H] en [medeverdachte I].48

Door [medeverdachte F] is verklaard dat, nadat zij bij het Kruisbergse bos waren aangekomen, ze naar het heuveltje zijn gelopen. Toen ze daar waren kwamen de andere jongens er aan. Er kwam een aantal personen schreeuwend uit de auto en een aantal was rustig. Een aantal jongens liep naar [medeverdachte E] en [medeverdachte D]. Hierna kwam er nog een auto aangereden met daarin twee mannen. Een daarvan was de jongen waar [medeverdachte D] ruzie mee had en de andere man betrof een gespierde man.49

Door [medeverdachte A] is verklaard dat hij tijdens het wachten op de bult met [medeverdachte D] heeft gesproken over het probleem dat bij de disco was ontstaan, en dat [medeverdachte D] tegen hem zei dat hij ([medeverdachte D]) dacht dat er gevochten ging worden.50 Toen de andere jongens gekomen waren - naar de rechtbank begrijpt: voor de aankomst van [verdachte B] - heeft [medeverdachte A] aan iedereen gevraagd of ze wisten waarvoor ze daar waren en wat het probleem was. [medeverdachte A] heeft namens [medeverdachte D] nog een keer sorry gezegd. [medeverdachte A] heeft gezegd dat ze kwamen voor een vredige oplossing, waarop het latere slachtoffer zei dat vechten de enige oplossing was. [medeverdachte A] heeft verklaard dat iedereen zich er mee bemoeide en dat niemand meer naar hem luisterde. Hij moest zich maar neerleggen bij het feit dat er wel gevochten zou gaan worden. Iedereen werd onrustig aldus [medeverdachte A], hij zelf ook. In zijn hoofd speelde al dat er politie zou komen en hij dacht aan de gevolgen voor zijn gezin en zijn asielprocedure. Hij weet niet waarom hij toen niet is weggegaan. Verdachte is meegelopen naar boven, de bult op.51

"Regels van de vechtpartij"

Door [verdachte B] is verklaard dat toen hij op 4 juni 2011 bij de bult aankwam, [medeverdachte D] zei dat ze naar boven zouden gaan. [medeverdachte D] bepaalde dat ze het boven op de zandbult zouden uitvechten. Iedereen is achter [medeverdachte D] aangelopen. Boven op de bult heeft [medeverdachte H] [medeverdachte D] gefouilleerd. [verdachte B] werd door [medeverdachte E] gefouilleerd. [verdachte B] zei nog aftikken of K.O. (knock-out) gaan is afgelopen, op de grond doorvechten en niet bijten. Hierna begon het gevecht. [medeverdachte H] was de scheidsrechter, dat was een week eerder al bepaald. [medeverdachte D] was telefonisch op de hoogte gesteld dat [medeverdachte H] de scheidsrechter was.52

Door [medeverdachte H] is verklaard dat hij met [medeverdachte E] had afgesproken dat [medeverdachte E] in de gaten zou houden en dat hij, [medeverdachte H], [verdachte B] in de gaten zou houden, dit zodat er eerlijk gevochten zou worden. Er werd tegen elkaar gezegd dat er eerlijk gevochten zou worden en dat er niet werd gebeten of kopstoten uitgedeeld zouden worden. Als iemand zich zou overgeven, dan was het gevecht ten einde.53 De afspraak was dat het gevecht zou eindigen als iemand knock-out zou gaan.54

Door [medeverdachte I] is verklaard dat aan [medeverdachte H] was gevraagd of hij als scheidsrechter wilde optreden in een wedstrijd die op 4 juni 2011 uitgevochten zou worden. Dat was een soort duel tussen twee mannen.55 [medeverdachte H] zou boven op de bult bemiddelen als scheidsrechter. Hij heeft tegen [medeverdachte D] en [medeverdachte E] gezegd dat het een eerlijk gevecht moest worden. De eerste die zei dat hij wilde stoppen, had verloren. [medeverdachte H] heeft de regels uitgelegd aan [medeverdachte D] en [verdachte B]. [medeverdachte H] zei dat het gevecht tussen [medeverdachte D] en [verdachte B] ging en dat niemand zich ermee mocht bemoeien.56 [medeverdachte D] en [verdachte B] zijn gefouilleerd. Als er één knock-out zou gaan, dan zou het klaar zijn. Ze zouden net zolang doorgaan tot iemand knock-out zou gaan.57

Door [medeverdachte G] is verklaard dat [verdachte B] en [medeverdachte D] voor het gevecht zijn gefouilleerd. Er zou één tegen één en met blote handen gevochten worden. Er zou gevochten worden tot een knock-out. Er zou gestopt worden als er iemand knock-out ging.58

Door [naam B] is verklaard dat hij op 4 juni 2011 naar de bult is gegaan omdat [verdachte B] en [medeverdachte H] hem hadden gebeld. [verdachte B] kwam bij [naam B] en vertelde dat hij ruzie had gehad met [medeverdachte D]. Het was voor [naam B] duidelijk dat er man tegen man gevochten zou worden.59

Door [medeverdachte D] is verklaard dat met [verdachte B] een oudere, bredere man mee was. Deze man zei dat ze, [medeverdachte D] en [verdachte B], één tegen één moesten vechten. Door de man werd gevraagd of er wapens bij waren. [medeverdachte D] heeft gezegd dat het niet zo was.60 De man heeft oppervlakkig aan [medeverdachte D]s kleding gevoeld. Dat was vlak voordat [medeverdachte D] en [verdachte B] gingen vechten. Het moest een eerlijk gevecht worden met de vuisten.61

[medeverdachte E] heeft verklaard dat [medeverdachte H] voorafgaand aan het vechten bij [verdachte B] en [medeverdachte D] op de kleding heeft geklopt. [medeverdachte H] schreeuwde ook één tegen één. [medeverdachte H] was ook een soort van scheidsrechter.62

Door [medeverdachte F] is verklaard dat de gespierde man naar de groep kwam lopen en zei dat ze ([medeverdachte D] en [verdachte B]) het moesten uitvechten. De man had het over een eerlijk gevecht van één tegen één. Iedereen liep vervolgens de bult op en [medeverdachte D] en de man zonder shirt begonnen te vechten.63 Voor het gevecht heeft [medeverdachte F] gehoord dat iemand zei: "Jij moet ze fouilleren". Hij heeft ook gehoord dat het een eerlijk gevecht moest zijn, één tegen één.64

Door [medeverdachte A] is verklaard dat hij achter de groep aan naar boven is gelopen. Boven begonnen [medeverdachte D] en de andere jongen te vechten. [medeverdachte A] heeft gehoord dat iemand zei dat er geen stenen en stokken gebruikt mochten worden. Er zou ook afgesproken zijn dat er alleen met de handen gevochten zou worden. Vervolgens begon het gevecht bovenop de bult.65

De vechtpartij tussen [medeverdachte D] en [verdachte B]

Door [verdachte B] is over de vechtpartij het volgende verklaard.

Toen [medeverdachte D] en [verdachte B] begonnen met vechten, probeerde [verdachte B] [medeverdachte D] naar de grond te trekken. Hij dook naar [medeverdachte D]s benen en trok hem op de grond. [medeverdachte D] lag op zijn rug op de grond. [verdachte B] lag bovenop [medeverdachte D] en [medeverdachte D] kon geen kant op. [verdachte B] hoorde [medeverdachte E] zeggen dat ze moesten gaan staan en opnieuw beginnen. Terwijl [medeverdachte E] dit zei, trok hij [verdachte B] en [medeverdachte D] los. Hierna begonnen ze opnieuw te vechten. Toen [verdachte B] het been van [medeverdachte D] vast had, beet [medeverdachte D] hem in zijn schouder. [medeverdachte D] had [verdachte B] bij zijn keel vast.66 Toen [verdachte B] [medeverdachte D] weer op de grond had, greep [medeverdachte E] weer in. [verdachte B] wilde opgeven, maar moest van [medeverdachte E] doorvechten. [medeverdachte H] heeft toen [medeverdachte E] weggeduwd.67

[medeverdachte H] heeft verklaard over de vechtpartij tussen [verdachte B] en [medeverdachte D] als volgt verklaard. [verdachte B] kreeg behoorlijke klappen van [medeverdachte D]. Op het moment dat [verdachte B] [medeverdachte D] op de grond had gewerkt, werden ze gelijk door [medeverdachte E] van elkaar afgetrokken. Dit gebeurde twee keer. Op een gegeven moment was [verdachte B] buiten adem en zei [medeverdachte H] tegen hem dat hij moest stoppen. [medeverdachte D] had [verdachte B] ook tot bloedens toe gebeten. [medeverdachte E] zei dat er door gevochten moest worden.68

[medeverdachte I] heeft verklaard dat toen [verdachte B] en [medeverdachte D] gingen vechten, het er gelijk fel op ging. [medeverdachte I] zag dat ze elkaar sloegen en raakten. [verdachte B] lag op [medeverdachte D] en [medeverdachte D] beet toen in de rug van [verdachte B].69 [verdachte B] wilde opgeven, hij kon niet meer.70

[medeverdachte G] heeft verklaard dat hij zag dat [medeverdachte D] en [verdachte B] tegen elkaar gingen vechten. De groepen stonden er omheen. Er was toen nog geen ruzie tussen de groepen. [medeverdachte D] en [verdachte B] sloegen elkaar met vuisten tegen het hoofd. Eerst stonden zij tegenover elkaar en later waren zij op de grond met elkaar aan het worstelen. [medeverdachte D] beet [verdachte B] in de nek en zij sloegen elkaar over en weer hard met de vuist. [medeverdachte G] zag dat [medeverdachte E] en [verdachte B] uit elkaar haalde. [medeverdachte E] deed dit met nog een man. [medeverdachte E] wilde dat er staand verder gevochten werd.71 [medeverdachte G] heeft gezien dat [verdachte B] geworsteld heeft. [verdachte B] heeft ook klappen gekregen. [verdachte B] gaf [medeverdachte D] een klap en kreeg er een paar terug van [medeverdachte D]. [medeverdachte G] heeft gehoord dat [verdachte B] schreeuwde dat hij niet meer kon. Toen liep het uit de hand.72

Door [getuige A] is verklaard dat toen [medeverdachte D] en [verdachte B] elkaar vasthadden op de grond ze uit elkaar werden gehaald door anderen. Ze moesten opstaan en weer doorvechten. De tweede keer dat [medeverdachte D] en [verdachte B] op de grond lagen, bemoeiden anderen zich er weer mee. Men begon te schreeuwen. Eerst werd er aangemoedigd, maar later was het geschreeuw tegen elkaar.73

Door [medeverdachte D] is ten aanzien van het vechten zelf het volgende verklaard.

[medeverdachte D] en [verdachte B] hebben gevochten. Ze werden hierbij een paar keer van elkaar afgehaald.74 Het gevecht met [verdachte B] en [medeverdachte D] bestond uit slaan en schoppen. [verdachte B] heeft [medeverdachte D] ook een keer vastgepakt, waardoor [medeverdachte D] op de grond kwam te liggen. Toen [verdachte B] [medeverdachte D] om zijn nek vast had, heeft [medeverdachte D] [verdachte B] ook gebeten.75

[medeverdachte E] heeft verklaard dat het vechten tussen [medeverdachte D] en [verdachte B] snel ging. [medeverdachte E] zag dat [medeverdachte D] verwondingen had op zijn rug en [verdachte B] had een bloedneus.76

Door [medeverdachte A] is verklaard dat tijdens het gevecht iedereen op een meter of drie rondom de twee vechtende jongens stond. [medeverdachte A] heeft gezien dat [medeverdachte D] en de andere jongen op de grond vielen toen de jongen [medeverdachte D] beetpakte. De andere jongen sloeg heel vaak op [medeverdachte D] en [medeverdachte D] kon niet loskomen. [medeverdachte A] ging naar de jongens toe en probeerde ze uit elkaar te duwen. [medeverdachte D] zei tegen [medeverdachte E] dat hij [medeverdachte D] en die andere jongen uit elkaar moest houden. [medeverdachte D] wilde doorgaan met vechten en naar de andere jongen toe. De andere jongen wilde ook weer terug naar [medeverdachte D] om verder te vechten. Plotseling gingen ze allebei weer met elkaar in gevecht.77 De jongen pakte [medeverdachte D] weer om zijn middel en beiden vielen weer op de grond. [medeverdachte D] werd om zijn middel vastgehouden en [medeverdachte D] had de andere jongen om zijn nek vast. Die andere jongen sloeg op dat moment vaak in op [medeverdachte D]. [medeverdachte A] zag dat [medeverdachte D] in de schouder van de andere jongen beet.78

Vechtpartij tussen de beide groepen

[medeverdachte H] heeft verklaard dat nadat hij had gezegd dat [verdachte B] moest stoppen, [medeverdachte E] zei dat er door gevochten moest worden. [medeverdachte H] ging voor [verdachte B] staan en duwde [medeverdachte E] van zich af. Op dat moment werd er door een persoon een pistool uit een tasje gehaald.79 [medeverdachte G] en [medeverdachte I] waren op dat moment ook aan het vechten met de Bosnische jongens. [medeverdachte H] werd toen aangevallen door [medeverdachte D], [medeverdachte E], de dikke Bosnische jongen en nog een andere jongen. [medeverdachte H] kreeg klappen, maar heeft er zeker zo veel uitgedeeld. Toen [medeverdachte H] werd aangevallen, kwam [medeverdachte I] hem helpen.80 Het vechten ging door tot het moment dat het wapen in beeld kwam.81

[medeverdachte I] heeft verklaard dat toen [verdachte B] boven op [medeverdachte D] lag en [medeverdachte D] [verdachte B] beet, [medeverdachte H], [medeverdachte I] en andere jongens zich met het gevecht bemoeiden. Zij probeerden de twee uit elkaar te trekken. Anderen wilden dat weer tegenhouden. Er ontstond om [medeverdachte D] en [verdachte B] heen een geduw en getrek. In een flits zag [medeverdachte I] dat er vier of vijf man op [medeverdachte H] wilden springen. [medeverdachte I] is zich daar mee gaan bemoeien. [medeverdachte H] lag op de grond en weerde zich af. [medeverdachte D] was nog aan het vechten met [verdachte B]. Vier tot vijf andere jongens wilden [medeverdachte H] aanvallen. [medeverdachte I] is daarop afgestapt en wilde iedereen wegtrekken bij [medeverdachte H].82 Toen [medeverdachte H] werd aangevallen, werd [medeverdachte I] als het ware gek en is hij [medeverdachte H] gaan helpen. Met helpen bedoelde [medeverdachte I] dat hij mensen uit elkaar trok.83

[medeverdachte G] heeft verklaard dat uiteindelijk iedereen zich met de vechtpartij tussen [medeverdachte D] en [verdachte B] ging bemoeien. Er werd geduwd en gescholden.84 Iedereen sloeg elkaar.85 Op het moment van het schot stond [slachtoffer A] wat hoger (naar de rechtbank begrijpt: op of tegen de bult) dan de [medeverdachte A]iër en de Bosniër.86 Bij de stukken bevindt verder zich een tapgesprek, dat aan [medeverdachte G] wordt toegeschreven. In dat gesprek is door [medeverdachte G] onder meer gezegd dat hij alles had gezien en dat "we met elkaar aan het vechten gingen".87

[medeverdachte D] heeft verklaard dat toen hij aan het vechten was met [verdachte B] andere personen uit beide groepen ook een handgemeen kregen. [medeverdachte D] heeft gezien dat er aan elkaar getrokken en geduwd werd.88 Er werd ook over en weer geslagen. Er werd ook geroepen dat [medeverdachte D] en [verdachte B] door moesten vechten, anderen riepen weer van niet.89

[medeverdachte E] heeft verklaard dat [medeverdachte H] [verdachte B] overeind heeft geholpen, op het moment dat [medeverdachte D] en [verdachte B] op de grond lagen. [medeverdachte E] heeft [medeverdachte D] vastgepakt. [medeverdachte D] bleef [verdachte B] vasthouden in een soort greep op zijn hoofd. [medeverdachte H] zag dat en greep naar [medeverdachte D]. [medeverdachte E] wilde toen [medeverdachte H] wegduwen. [medeverdachte E] kreeg toen een trap van [medeverdachte H] en viel daarbij op zijn rechterheup. [medeverdachte E] zag toen dat [medeverdachte F] [medeverdachte H] een duw gaf. [medeverdachte E] duwde [medeverdachte H] met kracht. waardoor [medeverdachte H] uit balans kwam en op zijn rug terecht kwam. [medeverdachte E] en [medeverdachte F] stapten toen naar [medeverdachte H] toe. [medeverdachte H] stond niet op maar bleef op zijn rug liggen.90

Door [medeverdachte F] is verklaard dat tijdens de vechtpartij van [medeverdachte D] iedereen zich met de vechtpartij begon te bemoeien. Er werd geduwd en getrokken. Het was een chaos. Op een gegeven moment zag [medeverdachte F] dat de gespierde man dreigend op [medeverdachte E] afliep. [medeverdachte F] dacht dat die man [medeverdachte E] wilde pakken. Hij wilde dit voorkomen en heeft de man met enige kracht weggeduwd. Op dat moment heeft [medeverdachte E] de man ook geduwd. Door het duwen van [medeverdachte F] en [medeverdachte E] viel de gespierde man op de grond.91

Door [getuige A] is verklaard dat de anderen eerst de vechters aanmoedigden en dat ze later tegen elkaar schreeuwden. Volgens [getuige A] werd hem toen duidelijk dat meer mensen gingen vechten.92 Er was sprake van duwen, trekken en schreeuwen. Er werd op meerdere plaatsen gevochten. Volgens [getuige A] was hij de enige van de Bosnische groep die zich er niet mee bemoeide.93

Door [medeverdachte A] is verklaard dat [medeverdachte D] en de andere jongen door een aantal Turkse jongens uit elkaar werden gehaald toen [medeverdachte D] had gebeten. Er werd gezegd dat er niet gebeten mocht worden. [medeverdachte D] werd weggeduwd door een aantal Turkse jongens, waarna [medeverdachte E] zich er ook mee ging bemoeien.94

Overwegingen van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de hiervoor gebezigde bewijsmiddelen het volgende.

Tussen verdachte [verdachte B] en [medeverdachte D] was sprake van een conflict. Dat conflict was in mei 2011 in een uitgaansgelegenheid ontstaan. Daar is toen verbaal en fysiek geweld aan te pas gekomen. In de weken na dat voorval is het conflict in ernst toegenomen; verdachte [verdachte B] heeft een reeks van ernstige bedreigingen geuit aan het adres van [medeverdachte D].

Vervolgens heeft verdachte [verdachte B] een afspraak gemaakt met [medeverdachte D], eerst op het schoolplein en later op de bult. Die afspraak hield in dat er tussen hen gevochten zou worden. Daarbij valt op dat bewust voor een afgelegen locatie zonder camera's is gekozen. Verdachte heeft bovendien geregeld dat hij mensen mee nam en hij heeft een aantal van hen vooruitgestuurd naar de bult om de situatie te verkennen. Verdachtes verklaring ter terechtzitting van 21 mei 2012, dat hij [medeverdachte D] alleen maar met de vlakke hand wilde slaan om hem te vernederen, acht de rechtbank ongeloofwaardig alleen al gezien verdachtes eerdere verklaringen over het gevecht en de dreigende uitlatingen voorafgaand aan het treffen op de bult.

Voor beide partijen en dus ook voor verdachte was derhalve voorzienbaar dat deze situatie zou kunnen gaan escaleren. Het onder deze omstandigheden meenemen van meerdere personen naar het treffen kan niet anders uitgelegd worden dan dat partijen zich hiermee wilden voorbereiden op een mogelijk groter treffen dan enkel het één tegen één gevecht. Verdachte heeft dit risico aldus bewust voor lief genomen.

Daarbij komt tevens dat diverse personen, die door verdachte [verdachte B] dan wel [medeverdachte D] zijn meegenomen, zich voor en tijdens het gevecht actief hebben bemoeid met de confrontatie tussen [verdachte B] en [medeverdachte D], waardoor de gemoederen nog hoger opliepen. Vooral de verklaring van [getuige A] is in dit verband treffend. Daaruit komt naar voren dat het aanvankelijke aanmoedigen van de vechters door de omstanders, omsloeg in schreeuwen naar elkaar en vervolgens in vechten met elkaar.

Uit de gemaakte afspraken blijkt dat verdachte opzettelijk en met voorbedachte raad de vechtpartij is aangegaan. Gelet op alle omstandigheden van deze afgesproken vechtpartij, met name dat er was afgesproken om door te gaan totdat een van beiden knock-out zou gaan, heeft verdachte ook de aanmerkelijke kans dat hij de ander zwaar lichamelijk letsel zou toebrengen tijdens de vechtpartij, bewust aanvaard.

De rechtbank is van oordeel dat gelet op de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen hiervoor is overwogen bewezen kan worden dat verdachte de onder 1 primair en 2 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd.

Ten aanzien van feit 3 95

Door [medeverdachte D] is op 16 juni 2011 aangifte gedaan van bedreiging gepleegd tussen 1 april 2011 en 11 juni 2011 in Doetinchem.96 Door [medeverdachte D] is verklaard dat hij ongeveer twee maanden eerder in [discotheek] in Doetinchem was. Hier heeft hij - samenvattend - ruzie gehad met [verdachte B], waarbij over en weer is gescholden naar elkaar, onder meer met "hoerenzoon". Vanaf die nacht kreeg [medeverdachte D] diverse sms-berichten en berichten via Facebook. In de sms-berichten stond onder meer het volgende: "Ik heb een verrassing voor jou. Ik ga jou vermoorden. Als mijn moeder is overleden vermood ik jou. Ik heb medelijden met jouw broer en moeder, omdat ik jou ga vermoorden."

[medeverdachte D] kreeg deze berichten regelmatig. Dit duurde tot aan de vechtpartij op 4 juni 2011. [verdachte B] bleef [medeverdachte D] constant bedreigen met de dood. Kort voor 4 juni 2011 heeft [verdachte B] aan [medeverdachte D] nog een bericht gestuurd waarin stond: "Als jij zaterdag niet komt, gooi ik een molotov-cocktail in jouw huis". Via Facebook heeft [verdachte B] [medeverdachte D] ook bedreigd. [verdachte B] gaf aan dat hij [medeverdachte D] ging vermoorden en een stok in zijn kont zou steken.97

Nadat [medeverdachte D] in vrijheid was gesteld stonden er nog bedreigende teksten op zijn Facebook.98

Op dinsdag 21 juni 2011 is door [medeverdachte D] verklaard dat [verdachte B] op maandag via Hyves een bericht had gestuurd aan [medeverdachte D]. Dit bericht hield in "[medeverdachte D] het is nog niet klaar, ik vermoord jou en je broer". Op het Hyves-profiel van [medeverdachte D] had [verdachte B] berichten geplaatst met de strekking "[medeverdachte D] wanneer spreken we weer een keer af".99

Op een uitdraai van de Facebook-pagina van [medeverdachte D] staat een bericht afkomstig van een persoon genaamd [verdachte B]. De inhoud van het bericht is:

"ik ga jou vermoordenals mijn moeder die dag overlijdt! denk 2 maanden casanovo en schijt op alles waar jij in gelooft nicht!!! heb spijt met je moeder en broer dat ze door jou stress hebben ik pak jou!!!!!!! mijn moeder is geen hoer!!!!!!!!!!!!!!!! flikker ik douw een dikke stok in jou kont ervoor! ga jij maar lekker bij je vriendin slapen nichtekop!"100

Op een uitdraai van de Hyves-pagina van [medeverdachte D] staat een bericht afkomstig van een persoon genaamd [verdachte B]. De inhoud van het bericht is: "kanker flikker jij gaat jou excuus persoonlijk aanbieden vuile nicht die niet kan vechten persoonlijk anders vermoord ik jou en jou homo broer dat beloof ik!"101

Uit onderzoek van de internetrechercheur blijkt dat op 20 juni 2011 op het hyvesprofiel van [medeverdachte D] door [verdachte B] een vijftal berichten is geplaatst.102

In deze berichten staat onder meer geschreven:

"JIJ GAAT PERSOONLIJK JOU EXCUUS AANBIEDEN DAT JE MIJN MOEDER EEN HOER NOEMDE! ANDERS GA JIJ EN JE HOMO BROER NAAR HEL!"

"YUSUF EN DIE DIKKE KK KURD KRIJGEN EEN DIKKE STOK IN HUN REET DENK JIJ OOK OMDAT JIJ OOK NET ALS JOU BROER EEN FLIKKER BENT!!!!"103

Uit onderzoek is onder meer gebleken dat [medeverdachte D] gebruik maakte van het mobiele telefoonnummer [06-nummer 1]. Uit de historische printgegevens blijkt dat de telefonische contacten begonnen op 9 mei 2011 en stopten op 5 juni 2011. Vanaf het telefoonnummer [06-nummer 2] van [verdachte B] zijn 121 sms-berichten gestuurd naar telefoonnummer [06-nummer 1] en hebben 13 uitgaande gesprekken plaats gevonden naar dit nummer. Vanaf het telefoonnummer [06-nummer 1] zijn 16 sms-berichten verstuurd naar het telefoonnummer van [verdachte B] en hebben er 29 uitgaande gesprekken plaatsgevonden naar dit nummer.104

Door [medeverdachte A] is verklaard dat hij weet dat [medeverdachte D] in een discotheek in Doetinchem problemen had gekregen met een jongen. Deze jongen begon toen sms'jes naar [medeverdachte D] te sturen. [medeverdachte A] heeft enkele van die sms'jes gelezen. Daarin stond onder andere dat die jongen [medeverdachte D] zou pakken, het huis in brand zou steken, de moeder van [medeverdachte D] iets zou aan doen en meer van dat soort dingen.105[naam E] is verklaard dat [medeverdachte D] in club 22 in Doetinchem [verdachte B] (de rechtbank begrijpt: [verdachte B]) heeft uitgemaakt voor hoerenzoon. In de week na dit incident vroeg [verdachte B] om het nummer van [medeverdachte D]. [naam E] heeft hem het nummer gegeven. [verdachte B] stuurde ook sms-berichten aan [naam E] moest er van [verdachte B] voor zorgen dat [medeverdachte D] zou reageren.106

[naam E] had de sms-berichten afkomstig van [verdachte B] bewaard op zijn telefoon. Deze berichten zijn door hem doorgestuurd naar de politie.107

De doorgestuurde berichten bevatten onder andere de teksten:

- "Ok andere gooi ik al zijn ramen thuis in en vindt ik hem is ie verder van huis";108

- "Zaterdag en als je naar de politie gaat of ik kom Jou ervoor tegen en ik raak mijn werk daardoor kwijt dan zweer ik op de graf van mijn vader ik snij Jou strot door! (...) Mijn werk is mijn leven pak je die af pak ik Jou leven af geen probleem haat Jou al...";109

- "ik ga die gevecht opnemen flikker en schop jullie doetinchem uit! Ik ga tot de dood (...) ik ga jou of jullie slopen flikkers!";110

[naam E] heeft deze berichten ontvangen op 31 mei 2011.111

Door verdachte is ter terechtzitting verklaard dat hij onder invloed van drank sms-berichten aan [medeverdachte D] heeft gestuurd. Verdachte heeft ter terechtzitting de bedreigingen bekend. Tevens heeft verdachte verklaard dat de sms-berichten aan [naam E] bedoeld waren voor [medeverdachte D].

Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte meermalen [medeverdachte D] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling.

Ten aanzien van feit 4

[slachtoffer B] [slachtoffer B] is aangifte gedaan van bedreiging. Door [slachtoffer B] is verklaard dat hij op 26 juni 2011 aan het werk was als portier bij [discotheek] in Doetinchem. Omstreeks 2.30 uur kreeg [slachtoffer B] het verzoek om [verdachte B] in de gaten te houden. [slachtoffer B] zag dat [verdachte B] vervelend deed tegenover andere gasten. [slachtoffer B] heeft zijn collega [naam D] erbij geroepen. [slachtoffer B] heeft tegen [verdachte B] gezegd dat hij klachten over hem kreeg en dat hij mee moest komen naar boven. Boven is [slachtoffer B] samen met [verdachte B] naar de ingang gelopen. Bij de ingang heeft [slachtoffer B] [verdachte B] verzocht de zaak te verlaten. [verdachte B] werd behoorlijk agressief. Hij ging met gebalde vuisten naast zijn lichaam voor [slachtoffer B] staan en zei "sla me dan, sla me dan!". Hij trok zelfs zijn T-shirt uit. Hij zei ook: "ik maak je af, je bent nog niet van me af, ik weet je wel te vinden" en "ik heb een pistool en ik kom zo terug en ik maak je dood, ik schiet je kapot, ik ken jou wel". Op het moment dat [verdachte B] deze bedreigingen uitte was hij al buiten. [slachtoffer B] zei tegen [verdachte B] dat hij gewoon weg moest gaan, omdat hij maar door bleef gaan. Vervolgens is [verdachte B] meegenomen door een jongen in een blauw T-shirt.112

Door [naam D] is verklaard dat hij op 26 juni 2011 als portier werkzaam was bij [discotheek] in Doetinchem. Hij werd op enig moment door zijn collega [slachtoffer B] opgepiept om naar beneden naar de grote bar te komen. Beneden kwam [slachtoffer B] samen met [verdachte B] naar [naam D] gelopen. [naam D] zag dat [slachtoffer B] [verdachte B] naar buiten begeleidde. Bij de uitgang aangekomen heeft [slachtoffer B] aan [verdachte B] medegedeeld waarom hij het cafe uit moest. Op dat moment begon [verdachte B] opstandig te worden. Toen [verdachte B] buiten stond, begon hij te flippen. [verdachte B] begon op straat te schreeuwen, schelden en bedreigen. [naam D] hoorde [verdachte B] zeggen "ik maak jullie kapot, ik maak jullie af". [verdachte B] had een dreigende houding aangenomen en had zijn T-shirt uitgetrokken. [naam D] hoorde [verdachte B] meerdere malen zeggen "kom dan", "ik maak je af" en "ik maak je kapot". [verdachte B] wilde meerdere malen in de richting van [slachtoffer B] lopen. [naam D] is er toen tussen gaan staan. Na vijf minuten is [verdachte B] weggelopen.113

Door verdachte is ter terechtzitting verklaard dat het klopt dat hij [slachtoffer B] heeft bedreigd met de woorden "ik maak je af" en "ik maak je kapot".

Nu de verklaring van [slachtoffer B] over het pistool en het schieten geen steun vinden in de overige bewijsmiddelen, zal de rechtbank verdachte in zoverre vrijspreken. Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank niettemin wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de portier [slachtoffer B] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, gelet op de in de tenlastelegging opgenomen bewoordingen "ik maak je af", zeker in het licht van de uiterst agressieve houding van verdachte.

Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op 4 juni 2011 te Doetinchem, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [medeverdachte D], opzettelijk en na kalm beraad en rustig overleg, zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, immers heeft hij, verdachte, die [medeverdachte D] getroffen op de door hen afgesproken plaats, te weten: Landgoed Hagen, en tijd, en heeft verdachte met die [medeverdachte D] afgesproken om te vechten totdat een van hen knock-out zou gaan, althans zijn bewustzijn zou verliezen en/of (fysiek) niet meer overeind zou kunnen komen en/of niet verder zou kunnen vechten en/of is verdachte vervolgens met die [medeverdachte D] gaan vechten en heeft verdachte (daarbij) die [medeverdachte D] meerdere malen, althans éénmaal, (met kracht) geschopt en/of getrapt en/of gestompt en/of geslagen, in en/of tegen en/of op de rug en/of de hand(en) en/of de arm(en), en/of elders in en/of op en/of tegen het lichaam van die [medeverdachte D], en/of

heeft verdachte met die [medeverdachte D] heeft geworsteld en/of die [medeverdachte D] aan de armen en/of de benen en/of elders aan het lichaam en/of aan de kleding getrokken, en/of die [medeverdachte D] meermalen naar de grond gewerkt,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 4 juni 2011, te Doetinchem, met anderen, aan de openbare weg, de Tweede Loolaan, op het voor het publiek opengestelde Landgoed Hagen, achter Slingeland Ziekenhuis, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen:

[medeverdachte D], [medeverdachte E], [medeverdachte F] en [medeverdachte C],

welk geweld bestond uit het

- slaan en/of stompen en/of (met geschoeide voet) trappen en/of schoppen en/of trekken en/of duwen tegen en/of op het/de hoofd(en) en/of het/de licha(a)m(en) van die [medeverdachte D] en/of die [medeverdachte E] en/of die [medeverdachte F] en/of die [medeverdachte C] en

- naar de grond werken van die [medeverdachte D];

3.

hij op tijdstippen in de periode van 01 april 2011 tot en met 21 juni 2011 te Doetinchem en/of elders in Nederland, telkens [medeverdachte D] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, immers heeft verdachte telkens opzettelijk dreigend

-meermalen Hyvesberichten en/of Facebookberichten en een groot aantal sms-berichten naar die [medeverdachte D] gestuurd, waarin hij, verdachte, zakelijk weergegeven onder andere aan heeft gegeven en/of heeft vermeld en/of heeft geschreven dat hij die [medeverdachte D] zou vermoorden en dat hij een molotovcocktail in het huis van die [medeverdachte D] zou gooien en dat hij een stok in de kont van die [medeverdachte D] zou steken.

4.

hij op 26 juni 2011 te Doetinchem, [slachtoffer B], portier bij [discotheek], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer B] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik maak je af.

Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Door de raadsman is ten aanzien van het onder 1 primair ten laste gelegde aangevoerd dat verdachte ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging. Hiertoe heeft de raadsman gemotiveerd aangevoerd dat [medeverdachte D] uitdrukkelijk toestemming heeft gegeven voor de vechtpartij.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de toestemming de strafbaarheid van verdachte niet wegneemt. Er is sprake van een tweegevecht om een onderling geschil op te lossen.

De rechtbank begrijpt het verweer aldus dat het onder 1 primair ten laste gelegde feit volgens de verdediging niet strafbaar zou zijn.

De rechtbank is van oordeel dat, hoewel er sprake was van een afspraak tussen verdachte en [medeverdachte D], dit geen omstandigheid is die leidt tot een ontslag van alle rechtsvervolging.

In de memorie van toelichting bij de "Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en de Wegenverkeerswet 1994, in verband met de herijking van een aantal wettelijke strafmaxima" (kamerstuk 28 484, nummer 3) staat onder meer:

"Iedereen weet en behoort te weten dat zware mishandeling en doodslag of moord, alsmede pogingen en voorbereidingshandelingen daartoe, strafbare feiten zijn en dat dat niet anders is indien deze feiten conform een onderlinge afspraak tot het houden van een tweegevecht worden gepleegd."

De vergelijking met een bokswedstrijd of soortgelijk gaat, gelet op de reeds hiervoor uitvoerig besproken omstandigheden waaronder het gevecht tussen [medeverdachte D] en verdachte heeft plaatsgevonden, naar het oordeel van de rechtbank derhalve niet op. Daarbij houdt de rechtbank er in het bijzonder rekening mee dat de vechtpartij is afgesproken om gezien het gerezen conflict tot een gewelddadige afrekening te komen. Ook hebben partijen er bewust voor gekozen om hun hoogopgelopen geschil buiten het zicht van camera's uit te vechten.

Het verweer wordt derhalve verworpen.

Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:

1 primair: poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade;

2: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

3: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd;

4: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.

Strafbaarheid van de verdachte

De rechtbank heeft onder meer kennis genomen van het rapport betreffende het psychologisch onderzoek pro justitia betreffende verdachte, van GZ-psycholoog Janssen d.d. 23 september 2011. Uit dit rapport blijkt - samengevat - onder meer het volgende.

Betrokkene heeft een agressieregulatieprobleem, op grond van persoonlijkheidsproblematiek met narcistische en antisociale kenmerken. Daarnaast is er sprake van overmatig alcoholgebruik dat de agressieproblematiek verder versterkt. In structureel diagnostische zin lijkt er sprake van een borderline persoonlijkheidsorganisatie.

Ten aanzien van het onder 1 en 2 bewezen verklaarde heeft verdachte ontkend dat er sprake was van alcoholgebruik. De persoonlijkheidsproblematiek is langer bestaand en was tijdens het plegen van deze feiten aanwezig. Nu verdachte deze feiten heeft ontkend kan er geen uitspraak worden gedaan over een mogelijk verband tussen diagnose en de feiten. De problematiek van verdachte zou in het delict hebben kunnen doorgewerkt in het uitageren van agressie om zijn zelfgevoel te kunnen herstellen.

Ten aanzien van het onder 3 en 5 bewezen verklaarde was er sprake van alcoholgebruik en psychiatrische problematiek. De persoonlijkheidsstoornis waarvan sprake is, is structureel en speelde ten tijde van het plegen van de feiten. Vanuit zijn verhoogde krenkbaarheid, zijn onvermogen tot het reguleren van zijn agressieve impulsen (een beperkt vermogen om frustraties te tolereren), in combinatie met forse situationele stress als gevolg van het overlijden van zijn moeder voelde verdachte zich geagiteerd en uitgedaagd om het conflict opnieuw aan te gaan met [medeverdachte D] (feit 3). Ook heeft verdachte zich vanuit deze problematiek verbaal zeer dreigend geuit in reactie op (vermeende) dreiging van buitenaf (feit 5).

Er wordt geadviseerd verdachte voor het onder 3 en 5 bewezen verklaarde enigszins verminderd toerekeningsvatbaar te achten.

De rechtbank neemt deze conclusie over en is van oordeel dat verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar is. Gelet op de aard van de problematiek en gezien de feiten, zal de rechtbank deze conclusie verbinden aan alle bewezen verklaarde feiten.

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluit.

Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 350 dagen, met aftrek van de tijd door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 180 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met als bijzondere voorwaarden:

- een meldingsgebod bij de reclassering;

- het volgen van een ambulante behandeling bij De Tender;

- het volgen van een levensstijltraining;

- het meewerken aan urinecontroles;

- een contactverbod met [medeverdachte D] en [medeverdachte E];

- een straatverbod voor het woonadres van [medeverdachte D] en [medeverdachte E];

- deelname aan één of meerdere bemiddelingsgesprekken.

Hiertoe heeft de officier van justitie onder meer aangevoerd dat verdachte een langlopend conflict had met [medeverdachte D], welk conflict verdachte wilde oplossen door middel van een vechtpartij. Verdachte heeft, terwijl voorzienbaar was dat het treffen volledig uit de hand kon lopen, ook andere vrienden opgeroepen mee te gaan naar de plaats van de vechtpartij.

De officier van justitie heeft er tevens rekening mee gehouden dat verdachte kort na het incident wederom bedreigingen heeft geuit in dezelfde discotheek als waar het conflict met [medeverdachte D] is begonnen. Verdachte leert kennelijk niet van eerdere incidenten. Dat alles terwijl verdachte ook in een proeftijd liep. De officier van justitie heeft tevens rekening gehouden met de diverse omtrent verdachte opgemaakte rapporten en de justitiële documentatie van verdachte.

De raadsman heeft verzocht in het kader van de strafmaat rekening te houden met de ondergane voorlopige hechtenis en de strafeisen in de zaak tegen de medeverdachten in deze zaak. Verdachte heeft reeds zodanig lang gezeten, dat het niet meer redelijk is om aanvullend een werkstraf of een voorwaardelijke straf op te leggen. Primair verzoekt de raadsman om een straf gelijk aan de duur van het voorarrest op te leggen.

Subsidiair heeft de raadsman verzocht rekening te houden met het psychologisch onderzoek en het reclasseringsadvies. Uit het psychologisch onderzoek blijkt dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht voor de feiten 3, 4 en 4. Verdachte is echter niet gemotiveerd voor een behandeling bij De Tender. Hij meent dat het probleem niet zo zeer in zijn persoonlijkheidsproblematiek zit, maar veel meer in het alcoholgebruik. Sinds zijn vrijlating gaat het goed, er zijn geen problemen meer geweest. Verdachte is na zijn vrijlating weer hard aan de slag gegaan om zijn (met name financiële) problemen op te lossen. Mede vanwege de problemen die dit geeft op zijn werk, wil verdachte niet naar De Tender. Door de reclassering is ook aangegeven dat toezicht ook mogelijk is als verdachte niet naar De Tender zou gaan. Urinecontrole is mogelijk via het reclasseringstoezicht. De raadsman heeft daarom verzocht om aanvullend een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de landelijke oriëntatiepunten straftoemeting, waarbij voor openlijke geweldpleging met enig letsel en voor zware mishandelingen, waarbij voor openlijk geweld en voor zware mishandeling (zonder voorbedachte raad) in beide gevallen drie maanden gevangenisstraf oriëntatiepunt wordt gegeven. De rechtbank ziet geen aanleiding om deze oriëntatiepunten niet als uitgangspunt te nemen.

Verder overweegt de rechtbank nog het volgende.

De rechtbank rekent het de verdachte zwaar aan dat hij heeft afgesproken om een geschil tussen hem en [medeverdachte D] uit te vechten. Verdachte heeft er mee ingestemd het geschil buiten het zicht van justitie uit te vechten, op een locatie zonder camera's. Daarbij komt dat door verdachte diverse personen zijn meegenomen naar het mede door hem gearrangeerde gevecht, waarbij het reeds voorafgaand aan het gevecht voorzienbaar was dat dit treffen uit de hand zou kunnen lopen. Dat dit gevecht ook daadwerkelijk uit de hand is gelopen, is mede aan verdachte te wijten. Verdachte heeft bovendien in de weken voorafgaand aan het treffen het vuurtje flink opgestookt door ernstige bedreigingen te uiten jegens [medeverdachte D].

Verdachte heeft zich niets aangetrokken van (geschreven en ongeschreven) regels die er op neer komen dat conflicten op een fatsoenlijke manier worden aangepakt en opgelost.

Verder heeft verdachte [medeverdachte D] meermalen met de dood bedreigd. Door deze bedreigingen heeft verdachte er een groot aandeel in gehad dat de situatie op 4 juni 2011 uiteindelijk ernstig is geëscaleerd. Daarbij komt dat verdachte met zijn bedreigingen, zowel de bedreigingen gericht aan [medeverdachte D] als die aan [slachtoffer B], de betrokken personen schrik en angst heeft aangejaagd. De aard en de ernst van de door deze verdachte geuite bedreigingen rechtvaardigen op zichzelf staand ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op de omstandigheid dat, afgezien van de schotwond bij [slachtoffer A], waarvan verdachte geen strafrechtelijk verwijt te maken valt, uit het proces-dossier niet is gebleken van ernstig letsel bij de betrokken vechtersbazen. De rechtbank heeft tevens gelet op de omstandigheid dat het voor wat betreft de zware mishandeling bij een poging is gebleven.

Het organiseren van het gevecht (voorbedachte raad) en de ernst van de inzet van dat gevecht (tot knock-out) vormen strafverzwarende omstandigheden. De rechtbank houdt er bij de strafoplegging verder in belangrijke mate en in het nadeel van verdachte rekening mee dat verdachte reeds vele malen eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.

Tevens heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheid dat verdachte getuige is geweest van de omstandigheid dat het slachtoffer, die tot zijn 'groep' behoorde, zwaargewond is geraakt bij het treffen op de bult.

Teneinde enig inzicht te geven in de wijze waarop de rechtbank tot de strafmaatbepaling is gekomen, wordt het volgende in globale zin opgemerkt. De poging zware mishandeling met voorbedachte raad, rechtvaardigt bij deze fors recidiverende verdachte en gezien zijn leidende en opruiende rol een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden. Het openlijk geweld rechtvaardigt, gezien de forse recidive en de beschreven achtergronden bij het conflict een gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden. De herhaalde bedreigingen van [medeverdachte D] en de bedreigingen van [slachtoffer B] rechtvaardigen in dit geval een gevangenisstraf voor de duur van ruim drie maanden. Op zich zou derhalve voor deze feiten, gepleegd door deze verdachte, een gevangenisstraf van (ruim) vijftien maanden op zijn plaats zijn.

Echter, de rechtbank heeft bij de bepaling van de straf tevens rekening gehouden met alle omtrent verdachte uitgebrachte rapporten. De rechtbank houdt rekening met de stoornissen van verdachte, zoals hiervoor onder 'Strafbaarheid van de verdachte' omschreven en het feit dat verdachte voor het bewezen verklaarde enigszins verminderd toerekeningsvatbaar geacht moet worden. Om die reden zal de rechtbank de op te leggen straf enigszins matigen.

Uit het reclasseringsadvies van 4 mei 2012 blijkt tevens het volgende.

Het risico op herhaling van agressief gedrag bij verdachte wordt als hoog ingeschat. Ook psycholoog Jansen schat de kans op herhaling als hoog in. Dit vanwege verdachtes beperkte inzicht in zijn agressiviteit en persoonlijkheidskenmerken, zoals een kwetsbaar zelfgevoel en verhoogde krenkbaarheid, wat hem gevoeliger maakt voor het uitageren van agressie. Alcohol werkt hierbij drempelverlagend.

Vanuit verdachtes persoonlijkheidsopbouw wordt externe structuur en begrenzing ten aanzien van behandeling van zijn problemen nodig geacht. Tijdens het schorsingstoezicht is behandeling evenwel niet van de grond gekomen. Verdachte geeft aan dat hij alleen wilde meewerken uit opportunistische redenen zodat hij eerder vrij zou komen. Verdachte is van mening dat hij geen behandeling nodig heeft, nu hij zijn alcoholgebruik in de hand heeft. Hij heeft een gebrekkig zelfinzicht en overschat zijn veranderbaarheid.

Gelet op verdachtes delictverleden, zijn verhoogde krenkbaarheid (wat hem gevoelig maakt voor het uitageren van agressie) en de moeite die verdachte heeft om negatieve gevoelens te kanaliseren, wordt de kans op recidive ingeschat als hoog.

Het risico aan het onttrekken aan voorwaarden is, indien aan eventueel reclasseringstoezicht een behandelverplichting wordt gekoppeld, hoog.

Verdachte is niet gemotiveerd voor deelname aan een ambulante behandeling bij een forensisch psychiatrische polikliniek. Op basis van zijn gebrek aan responsiviteit voor het ondergaan van een behandeling wordt door de reclassering geadviseerd verdachte af te straffen.

Het is de rechtbank gebleken dat verdachte zich tijdens de schorsing van zijn voorlopige hechtenis niet heeft gehouden aan de aan hem opgelegde voorwaarden. Ter terechtzitting heeft verdachte ook aangegeven een behandeling niet nodig te achten, nu hij van mening is dat hij zijn problemen onder controle heeft. Gelet hierop en op het advies van de reclassering is de rechtbank van oordeel dat niet te verwachten is dat het opleggen van een behandelverplichting enig effect zal sorteren. De rechtbank is alles overwegende dan ook van oordeel dat enkel volstaan kan worden met een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van veertien maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht. Voor het opleggen van bijzondere voorwaarden is derhalve geen plaats; de rechtbank ziet daartoe evenmin aanleiding als het gaat om de (contact)verboden en een bemiddelingsgesprek met de broers [medeverdachte D].

Vordering tenuitvoerlegging

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de bij vonnis van de politierechter te Zutphen van 26 januari 2011 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee maanden ten uitvoer gelegd dient te worden en omgezet dient te worden naar een werkstraf voor de duur van 120 uren, subsidiair 30 dagen.

De raadsman heeft verzocht, gezien de door hem geschetste persoonlijke omstandigheden van verdachte, de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde straf te verlengen, dan wel de vordering tot tenuitvoerlegging toe te wijzen en om te zetten in een werkstraf.

De rechtbank is van oordeel dat de bij vonnis van de politierechter te Zutphen van 26 januari 2011 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twee maanden ten uitvoer gelegd dient worden. Hiertoe overweegt de rechtbank dat verdachte zich, ondanks de voorwaardelijke straf die hem boven het hoofd hing, andermaal schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. Gelet ook op de ernst van deze bewezen verklaarde feiten acht de rechtbank een andere beslissing dan de gehele tenuitvoerlegging niet op zijn plaats. Voor omzetting naar een werkstraf acht de rechtbank evenmin termen aanwezig.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 45, 57, 141, 285 en 303 van het Wetboek van Strafrecht .

Beslissing

De rechtbank:

* verklaart niet bewezen, dat verdachte het onder 5 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde heeft begaan;

* verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

* verklaart het bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:

1 primair: poging tot zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade;

2: openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen;

3: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en met zware mishandeling, meermalen gepleegd;

4: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

* verklaart verdachte strafbaar;

* veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van veertien (14) maanden;

* beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

* gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter te Zutphen van 26 januari 2011, te weten van:

een gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.

Aldus gewezen door mrs. Ouweneel, voorzitter, Van der Mei en Kropman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Demmers, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 12 juni 2012.

Voetnoten:

1 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0641-2011076318, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, team grootschalige opsporing, gesloten en ondertekend op 14 november 2011.

2 Algemeen relaas proces-verbaal, dossierpagina 21

3 Algemeen relaas proces-verbaal, dossierpagina 22

4 Proces-verbaal van verhoor [verdachte B], dossierpagina 1187

5 Proces-verbaal van verhoor [verdachte B], dossierpagina 1189

6 Proces-verbaal van verhoor [verdachte B], dossierpagina 1192

7 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2452

8 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2453

9 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 3001

10 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 646

11 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 651

12 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte I] d.d. 13 maart 2012, pagina 10

13 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 618

14 Proces-verbaal van verhoor [naam B], dossierpagina's 663 en 664

15 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3159

16 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3174

17 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 365

18 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 388

19 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 389

20 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3203

21 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3204

22 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3205

23 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3207

24 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 437

25 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3272

26 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3273

27 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 235

28 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 236

29 Proces-verbaal van verhoor [verdachte B], dossierpagina 1189

30 Proces-verbaal van verhoor [verdachte B], dossierpagina 1190

31 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3173

32 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3273

33 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3274

34 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3206

35 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 235

36 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 236

37 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 237

38 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 240

39 Proces-verbaal van verhoor [verdachte B], dossierpagina 1191

40 Proces-verbaal van verhoor [verdachte B], dossierpagina 1192

41 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2453

42 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2454

43 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 618

44 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 619

45 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 648

46 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3159

47 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3208

48 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3209

49 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3274

50 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 271

51 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina's 241 en 242

52 Proces-verbaal van verhoor [verdachte B], dossierpagina 1196

53 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2454

54 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte H] d.d. 16 februari 2012, pagina 3 en 4

55 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 2460

56 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 619

57 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte I] d.d. 13 maart 2012, pagina 10

58 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte G] d.d. 13 maart 2012, pagina 7

59 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [naam B] d.d. 13 maart 2012, pagina 3 en 4

60 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3159

61 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3175

62 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3217

63 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3275

64 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3285

65 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 243

66 Proces-verbaal van verhoor [verdachte B], dossierpagina 1196

67 Proces-verbaal van verhoor [verdachte B], dossierpagina 1197

68 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2454

69 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 619

70 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte I] d.d. 13 maart 2012, pagina 10

71 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 1131

72 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte G] d.d. 13 maart 2012, pagina 7

73 Proces-verbaal van verhoor [getuige A], dossierpagina 684

74 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3159

75 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3176

76 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3218

77 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 243

78 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 244

79 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2454

80 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte H] d.d. 16 februari 2012, pagina 3

81 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte H], dossierpagina 2455

82 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte I], dossierpagina 619

83 Proces-verbaal van verhoor bij rechter-commissaris van [medeverdachte I] d.d. 13 maart 2012, pagina 10

84 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 1131

85 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 1132

86 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte G], dossierpagina 648

87 Uitwerking tapgesprek d.d. 5 juni 2011, dossierpagina 3929

88 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3175

89 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte D], dossierpagina 3176

90 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte E], dossierpagina 3218

91 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte F], dossierpagina 3275

92 Proces-verbaal van verhoor [getuige A], dossierpagina 2885

93 Proces-verbaal van verhoor [getuige A], dossierpagina 2126

94 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 244

95 Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina's, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer 20110087513, Regiopolitie Noord- en Oost Gelderland, team grootschalige opsporing, gesloten en ondertekend op 7 november 2011.

96 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 129 e.v.

97 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 129 en 130

98 Proces-verbaal van aangifte, dossierpagina 131

99 Proces-verbaal van verhoor, dossierpagina 144

100 Uitdraai Facebook-pagina, schriftelijk bescheid, dossierpagina 146

101 Uitdraai Hyves-pagina, schriftelijk bescheid, dossierpagina 149

102 Proces-verbaal rapportage internet rechercheren, dossierpagina 151

103 Uitdraai Hyves-pagina, schriftelijk bescheid, dossierpagina 153

104 Proces-verbaal, dossierpagina 125 en proces-verbaal digitaal onderzoek, dossierpagina's 155 en 156

105 Proces-verbaal van verhoor [medeverdachte A], dossierpagina 181

106 Proces-verbaal van verhoor [naam E], dossierpagina 209

107 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina's 212 en 213

108 GSM rapport, dossierpagina 218

109 GSM rapport, dossierpagina 219

110 GSM rapport, dossierpagina 220

111 Proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina's 212 en 213

112 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer B], dossierpagina's 300 en 301

113 Proces-verbaal van verhoor [naam D], dossierpagina's 305 en 306


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature