Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Geen recht meer op ziekengeld. Onder “zijn arbeid” moet worden verstaan gangbare arbeid, zoals die nader is geconcretiseerd bij de beoordeling van betrokkenes aanspraak op een uitkering ingevolge de WAO. De conclusie van de door de Raad ingeschakelde deskundige impliceert dat er geen sprake is van objectief toegenomen beperkingen zodat de FML ook op datum in geding nog steeds van toepassing is. Appellant wordt terecht geschikt geacht voor één van de in het kader van de WAO-beoordeling geduide functies.

Uitspraak



10/3254 ZW

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 21 mei 2010, 10/368 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

Datum uitspraak 23 mei 2012.

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. C.A.M. Swagemakers, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Appellant heeft op 7 december 2010 een verslag van een expertise van orthopedisch chirurg dr. M.M. Alvarez Ferrero ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 juli 2011. Appellant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde mr. Swagemakers. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.P.W.M. Wiertz.

Omdat de Raad van oordeel was dat het onderzoek niet volledig is geweest, is dit heropend. De Raad heeft dr. D.B. van der Schaaf, orthopedisch chirurg, als deskundige benoemd. De deskundige heeft op 25 januari 2012 een schriftelijk verslag van zijn onderzoek aan de Raad uitgebracht. Appellant en het Uwv hebben daarover hun zienswijzen naar voren gebracht.

Desgevraagd hebben partijen toestemming gegeven het onderzoek ter zitting van de Raad achterwege te laten. Gelet op de verleende toestemming heeft de Raad het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

1.1. Appellant is werkzaam geweest als meewerkend bedrijfsleider en is na een motorongeval op 25 september 1996 voor dit werk uitgevallen. Per 23 september 1997 is appellant in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Deze uitkering is per 28 november 2005 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 25 tot 35%. Appellant ontvangt naast zijn WAO-uitkering een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet.

1.2. Appellant heeft zich op 21 september 2009 ziek gemeld met een toename van klachten van de rechter pols, nek, linkerschouder en rug. Appellant is in dat verband op 21 oktober 2009 op het spreekuur van de verzekeringsarts geweest. De verzekeringsarts heeft appellant daarbij nog steeds belastbaar geacht conform de per 15 september 2005 vastgestelde Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) en appellant hersteld verklaard voor één van de in het kader van de WAO-beoordeling geduide functies. Dienovereenkomstig heeft het Uwv bij besluit van 21 oktober 2009 vastgesteld dat appellant met ingang van 22 oktober 2009 geen recht meer heeft op ziekengeld. Bij besluit van 4 december 2009 (bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant - in navolging van de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts neergelegd in de rapportage van 2 december 2009 - ongegrond verklaard.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank was van oordeel dat op grond van de medische stukken moet worden aangenomen dat de verzekeringsartsen bij appellant niet van te geringe medische beperkingen zijn uitgegaan en dat de beperkingen van appellant ten opzichte van de in het kader van de WAO-beoordeling opgestelde FML niet zijn toegenomen.

3. In hoger beroep herhaalt appellant zijn standpunt dat er wel sprake is van toegenomen beperkingen. Ter onderbouwing daarvan heeft appellant verwezen naar het verslag van 23 november 2010 van de expertise van orthopedisch chirurg M.M. Alvarez Ferrero en het advies van medisch adviseur M.M.F.Timmermans van 1 december 2010.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. Ingevolge het bepaalde in artikel 19, eerste lid, van de ZW heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek recht op ziekengeld. Volgens vaste rechtspraak van de Raad wordt onder “zijn arbeid” verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding feitelijk verrichte arbeid. Deze regel lijdt in een geval als het onderhavige in zoverre uitzondering dat, wanneer de verzekerde na gedurende de maximumtermijn ziekengeld te hebben ontvangen, blijvend ongeschikt is voor zijn oude werk en niet in enig werk heeft hervat, als maatstaf geldt gangbare arbeid, zoals die nader is geconcretiseerd bij de beoordeling van betrokkenes aanspraak op een uitkering ingevolge de WAO. In dit geval is dat de hiervoor genoemde arbeid die voor appellant vanaf 28 november 2005 als passend kan worden aangemerkt. Daarbij is het voldoende indien de hersteldverklaring wordt gedragen door ten minste één van de geselecteerde functies.

4.2. De door de Raad benoemde deskundige orthopedisch chirurg D.B. van der Schaaf komt in zijn rapport tot de conclusie dat er geen objectieve feiten zijn op basis waarvan er een toename van de beperkingen bij appellant ten opzichte van 15 september 2005 aangenomen moet worden, en dat de belastbaarheid niet dient te worden bijgesteld.

4.3. In vaste rechtspraak van de Raad ligt besloten dat het oordeel van een onafhankelijke door de bestuursrechter ingeschakelde deskundige in beginsel gevolgd wordt. Van feiten of omstandigheden op grond waarvan het aangewezen voorkomt in dit geval van dat uitgangspunt af te wijken is niet gebleken. Het zorgvuldig tot stand gekomen oordeel van deze onafhankelijke en onpartijdige deskundige is gebaseerd op eigen onderzoek van appellant en op de in het dossier aanwezige stukken. De door appellant ingebrachte rapportage van Alvarez Ferrero geeft - anders dan medisch adviseur Timmermans meent - geen aanleiding voor twijfel aan de conclusies van de deskundige. Alvarez Ferrero geeft aan dat nekbelastende activiteiten beperkt te noemen zijn, verder zijn er beperkingen voor activiteiten boven schouderhoogte links en activiteiten waarbij veel kracht gezet moet worden met de linker arm zoals bij tillen, duwen of sjouwen. Verder is er volgens deze arts sprake van functiebeperkingen in de rechterpols welke beperkingen genereren voor zowel het kracht zetten met de pols maar ook voor herhaalde activiteiten daarmee. De bezwaarverzekeringsarts heeft hieromtrent in zijn rapportage van 21 december 2010 aangegeven dat met al deze beperkingen reeds is rekening gehouden in de FML van 15 september 2005. De conclusie van de door de Raad ingeschakelde deskundige vormt hiervan een bevestiging.

4.5. De zienswijze van appellant dat in vervolg op de expertise van de door de Raad ingeschakelde deskundige alsook op die van Alvarez Ferrero een nieuwe FML opgemaakt zou moeten worden, is niet juist. Daargelaten dat in het kader van een ZW-beoordeling niet is vereist dat een FML opgemaakt wordt, impliceert de conclusie van de door de Raad ingeschakelde deskundige dat er geen sprake is van objectief toegenomen beperkingen ten opzichte van 15 september 2005 en dat de FML van 15 september 2005 ook op datum in geding 22 oktober 2009 nog steeds van toepassing is.

Gelet hierop heeft het Uwv appellant per 22 oktober 2009 terecht niet ongeschikt geacht voor één van de in het kader van de WAO-beoordeling geduide functies.

5. Uit hetgeen onder 4.1 tot en met 4.5 is overwogen volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.

6. De Raad acht geen termen aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht .

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van P. Boer als griffier.

De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 mei 2012.

(get.) Ch. van Voorst.

(get.) P. Boer.

EK


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature