Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

in hulpeloze toestand laten van een hulpbehoevende;

adequate medische zorg onthouden door niet onverwijld aan te geven dat sprake was van brandwonden en een (mogelijk veel) te hoge temperatuur van het badwater

Uitspraak



RECHTBANK ROTTERDAM

Sector strafrecht

Parketnummer: 10/701179-09

Datum uitspraak: 5 januari 2012

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte],

geboren op [geboortedatum in 1977] te [geboorteplaats],

ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie op het adres [woonadres],

raadsman mr. P.C. Verloop, advocaat te Rotterdam.

ONDERZOEK OP DE TERECHTZITTING

Het onderzoek op de terechtzitting heeft plaatsgevonden op 15 december 2011. Het onderzoek is gesloten op 22 december 2011.

TENLASTELEGGING

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

EIS OFFICIER VAN JUSTITIE

De officier van justitie mr. De Ruijter heeft gerekwireerd tot:

- bewezenverklaring van het onder 1 primair ten laste gelegde feit (met uitzondering van het derde gedachtestreepje) en het onder 2 ten laste gelegde feit;

- veroordeling van de verdachte tot een taakstraf van 80 uur subsidiair 40 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest.

MOTIVERING VRIJSPRAAK FEIT 1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich met betrekking tot het onder 1 ten laste gelegde feit op het standpunt gesteld dat sprake is geweest van voorwaardelijk opzet op zwaar lichamelijk letsel, nu de verdachte niet alleen wetenschap had van de aanmerkelijke kans dat het gevolg (de brandwonden) zou intreden, maar hij die kans ten tijde van de gedraging ook bewust had aanvaard. Ook stelt de officier van justitie dat het letsel dat [slachtoffer] als gevolg van het incident had kúnnen oplopen, dient te worden gekwalificeerd als zwaar lichamelijk letsel; zij meent dat een poging tot het toebrengen daarvan om die reden kan worden bewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van het onder 1 ten laste gelegde. Hij heeft hiertoe onder andere aangevoerd dat niet is komen vast te staan dat de verdachte [slachtoffer] in het bad heeft geplaatst zonder vooraf handmatig de temperatuur van het water te hebben gecontroleerd. [slachtoffer] was de eerste minuten dat zij in het bad zat, rustig en was lekker aan het spelen. Pas na een paar minuten begon zij te ‘verplanken’. Op het moment dat de verdachte haar daarom in een andere houding in het bad wilde zetten, kwam hij met één van zijn handen in het water. Toen voelde hij dat het water heet was en zag hij dat de rechterknop van de waterkraan – die de temperatuur van het water regelt – op een veel te hoge temperatuur stond. Hij schrok en heeft onmiddellijk actie genomen door [slachtoffer] te koelen.

De raadsman betoogt dat niet kan worden uitgesloten dat de watertemperatuur, mogelijk door een defecte thermostaatkraan, op enig moment nádat [slachtoffer] in het bad heeft plaatsgenomen, veel te hoog is geworden. De temperatuur van het water is dus in eerste instantie niet te hoog geweest, maar is te hoog geworden in de tijd dat [slachtoffer] in het bad zat.

Dit verklaart ook de aard van het letsel aan de voeten van [slachtoffer] en het ontbreken van vergelijkbaar letsel aan haar billen en benen, waarmee zij in het water zat.

Uit het dossier komt naar voren dat de kraan die op het bad zat op de dag van het incident, 2 juni 2009, kort na die dag is vervangen. Op 25 juni 2009 heeft de politie een kraan inbeslaggenomen, maar niet duidelijk is welke kraan dit is. Op 27 juli 2009 is in de instelling onderzoek verricht aan een kraan, waarbij is komen vast te staan dat het vergrendelingspunt van die kraan niet functioneerde. Niet is komen vast te staan of de kraan die op het bad zat op de dag van het incident óók is onderzocht en of het vergrendelingspunt van die kraan wel functioneerde. De raadsman acht gelet op deze omstandigheden zeer aannemelijk dat ook die kraan kapot was.

De raadsman concludeert op basis van het bovenstaande dat de verdachte geen (voorwaardelijk) opzet heeft gehad, omdat hij geenszins de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat een bepaald gevolg zou intreden. Daarvan had alleen sprake kunnen zijn als de verdachte zich had moeten realiseren dat de thermostaatkraan op een te hoge temperatuur stond, dat hij daar onverschillig tegenover heeft gestaan en desondanks de kraan heeft geopend en [slachtoffer] in het bad heeft laten plaatsnemen.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank oordeelt op grond van de gegevens in het dossier en het onderzoek ter terechtzitting dat niet buiten redelijke twijfel is komen vast te staan dat de verdachte [slachtoffer] in het water liet plaatsnemen terwijl hij wist of moest weten dat het water te warm was. Het door de raadsman geschetste scenario, waarbij het water pas gaandeweg het baden te warm werd, kan niet zonder meer als onaannemelijk ter zijde worden geschoven. Dit scenario wordt ondersteund door het feit dat de voeten van [slachtoffer] tweedegraads brandwonden vertoonden, maar haar billen niet. Naar het oordeel van de rechtbank zou dit erop kunnen wijzen dat de voeten langere tijd met te warm water in aanraking zijn geweest dan de billen. Bovendien acht de rechtbank het niet onwaarschijnlijk dat de kraan niet naar behoren functioneerde, nu deze kort na het gebeurde is vervangen en bovendien gebleken is dat de geteste, soortgelijke, thermostaatkraan juist op het punt van de warmteregulatie niet goed functioneerde.

Nu de verschillende onderdelen van de onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feiten allen uitgaan van de premisse dat de verdachte [slachtoffer] heeft laten plaatsnemen in een bad, terwijl hij wist, dan wel had kunnen of moeten weten, dat het water te warm was, en de rechtbank dit op grond van het voorgaande niet bewezen heeft geacht, dient de verdachte te worden vrijgesproken van alle handelingen die onder 1 primair en subsidiair ten laste zijn gelegd.

BEWEZENVERKLARING

Wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

2.

hij, op 02 juni 2009, te [plaatsnaam], opzettelijk [slachtoffer], een verstandelijk en lichamelijk beperkte vrouw die geheel verzorgingsafhankelijk is en deels verblijvende in zorgcentrum [naam zorgcentrum], waar verdachte werkzaam was als activiteitenbegeleider, tot wiens verzorging hij, verdachte, krachtens overeenkomst verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gelaten, door in strijd met eisen die aan hem als hulpverlener gesteld konden worden - nadat verdachte die [slachtoffer] uit een veel te warm bad heeft gehaald, geen adequate medische hulp heeft ingeschakeld en in plaats daarvan die [slachtoffer] aan haar moeder heeft meegegeven, en verdachte daarbij de werkelijke aard van de brandwonden heeft verzwegen, waardoor die [slachtoffer] niet (tijdig) medische hulp heeft gekregen.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

BEWIJSMOTIVERING

De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende daartoe redengevende feiten en omstandigheden. De inhoud van de wettige bewijsmiddelen is als bijlage II aan dit vonnis gehecht. Deze bijlage maakt deel uit van dit vonnis.

Nadere bewijsmotivering ten aanzien van feit 2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft betoogd dat [slachtoffer] lichamelijk en verstandelijk gehandicapt is, en daarmee hulpbehoevend. Zij was ten tijde van het incident volledig afhankelijk van de zorg van de verdachte, die daartoe vanuit zijn functie van activiteitenbegeleider verplicht was. De verdachte heeft [slachtoffer] in een hulpeloze toestand gebracht door haar in een te heet bad te plaatsen. Vervolgens heeft hij verzuimd om hierover de waarheid te vertellen, heeft hij geen adequate hulp verleend en/of ingeschakeld en [slachtoffer] daarmee in de hulpeloze toestand gelaten. Hij heeft door aldus te handelen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat [slachtoffer] door de verbranding in een hulpeloze toestand was komen te verkeren, waarbij sprake was van een gevaar voor haar leven of haar gezondheid, terwijl zij zichzelf niet kon redden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft ten aanzien van dit feit herhaald dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte [slachtoffer] heeft laten plaatsnemen in een bad, terwijl hij wist of moest weten dat het water te warm was. De verdachte heeft [slachtoffer] dan ook niet in een hulpeloze toestand gebracht.

Ook de vraag of de verdachte [slachtoffer] in een hulpeloze toestand heeft gelaten door de oorzaak van de verwondingen niet onmiddellijk te benoemen, beantwoordde de raadsman ontkennend. De verdachte heeft na het incident immers direct zijn direct leidinggevende en zijn senior-begeleidster erbij geroepen. Die hebben de verwondingen ook direct verzorgd. Ook heeft de verdachte tegen de moeder van [slachtoffer] gezegd dat zij even met haar naar de dokter moest gaan. De raadsman heeft dan ook geconcludeerd dat de verdachte niet bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij [slachtoffer] in een hulpeloze toestand zou brengen of laten.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank heeft hiervoor al geconcludeerd dat niet kan worden vastgesteld dat de verdachte [slachtoffer] in te heet badwater heeft laten plaatsnemen. Dat de verdachte [slachtoffer] in een hulpeloze toestand heeft gebracht, kan dan ook niet bewezen worden verklaard.

Ten aanzien van het tweede onderdeel “het in een hulpeloze toestand laten” is van belang dat de verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij op enig moment had gevoeld dat het water erg heet was en had gezien dat de rechterknop van de waterkraan – die de temperatuur van het water regelt – op een veel te hoge temperatuur stond. Gezien zijn verklaring bij de politie en het feit dat de verdachte, nadat hij het water weg heeft laten lopen, [slachtoffer] middels lauw water is gaan koelen, heeft hij zich direct gerealiseerd dat de rode plekken op de voeten van [slachtoffer] brandwonden waren, veroorzaakt door te warm water. In de eerste uren na het gebeurde heeft de verdachte echter bestreden dat dit het geval kon zijn. Door niet direct tegen het overig personeel en tegen de moeder van [slachtoffer] te zeggen wat de oorzaak van de verwondingen waren, heeft de verdachte zeer relevante informatie achtergehouden, die [slachtoffer] zelf, als gevolg van haar handicap, niet kon geven. Door in deze situatie niet aan te geven dat sprake was van brandwonden noch openheid van zaken te geven over in ieder geval de temperatuur van het water en de tijd die [slachtoffer] in het te warme water had doorgebracht, heeft de verdachte haar adequate medische verzorging onthouden. De verdachte had zich, ook gezien zijn opleiding, moeten realiseren dat het noodzakelijk was dat een arts naar de verwondingen keek, zeker nadat hij geconstateerd had dat er niet alleen sprake was van rode plekken maar ook van ten minste één blaar met wondvocht. Nu is er geruime tijd overheen gegaan voordat [slachtoffer] werd gezien door een arts, die bovendien onjuist, of in ieder geval onvolledig, is geïnformeerd over de oorzaak van het letsel. Het is niet aan de verdachte, maar aan de moeder van [slachtoffer] te danken dat [slachtoffer] op enig moment door een arts is gezien.

STRAFBAARHEID FEIT

Het bewezen feit levert op:

in hulpeloze toestand laten van een hulpbehoevende.

Het feit is strafbaar.

STRAFBAARHEID VERDACHTE

De verdachte is strafbaar.

STRAFMOTIVERING

De verdachte had in zijn functie van activiteitenbegeleider de verantwoordelijkheid voor een lichamelijk en verstandelijk gehandicapte vrouw, die door haar handicap voor haar verzorging afhankelijk van hem was. Hij heeft haar in bad gedaan en op enig moment bemerkt dat het water waarin de vrouw zat, te heet was. Hij zag dat de voeten van de vrouw rood waren en heeft deze gekoeld. De verdachte heeft vervolgens hulp ingeroepen, maar hierbij verzuimd aan te geven dat het badwater waarin de vrouw zat, te heet was. De verdachte heeft de moeder van de vrouw gewaarschuwd, maar heeft ook tegenover haar niet aangegeven wat er gebeurd is. Pas later die middag heeft de verdachte zijn begeleidster geïnformeerd en haar verteld wat er die ochtend werkelijk is gebeurd.

De moeder van de vrouw is met haar dochter naar de huisarts gegaan, die haar heeft doorverwezen naar een dermatoloog. Het is derhalve niet aan verdachte, maar aan de moeder te danken dat uiteindelijk medische zorg is ingeroepen.

De verdachte is te kort geschoten in het verlenen van de zorg die onder deze omstandigheden van hem mocht worden verwacht.

De rechtbank acht het onder 1 ten laste gelegde feit niet bewezen en komt tot een lagere straf dan de officier van justitie heeft geëist.

Bij het bepalen van de duur van de op te leggen straf is in het voordeel van de verdachte in aanmerking genomen dat hij blijkens het op zijn naam gestelde uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 14 november 2011 niet eerder is veroordeeld voor enig strafbaar feit. Hierin wordt aanleiding gezien de op te leggen straf te matigen.

Ook in het tijdsverloop sinds het incident wordt aanleiding gezien de straf te matigen.

Alles afwegend wordt na te noemen straf passend en geboden geacht.

IN BESLAG GENOMEN VOORWERPEN

De officier van justitie heeft gevorderd dat de inbeslaggenomen kraan wordt geretourneerd aan zorgcentrum [naam zorgcentrum] te [plaatsnaam].

Ten aanzien van deze kraan zal een last worden gegeven tot teruggave aan zorgcentrum [naam zorgcentrum] te [plaatsnaam].

TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

Gelet is op de artikelen 9, 22c, 22d en 255 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

verklaart bewezen, dat de verdachte het onder 2 ten laste gelegde feit , zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert het hiervoor vermelde strafbare feit;

verklaart de verdachte strafbaar;

legt de verdachte een taakstraf op bestaande uit een werkstraf voor de duur van 35 (vijfendertig) uur, waarbij de Stichting Reclassering Nederland dient te bepalen uit welke werkzaamheden de werkstraf dient te bestaan;

beveelt dat de tijd die door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde werkstraf in mindering wordt gebracht volgens de maatstaf van twee uren per dag, zodat na deze aftrek 27 uur te verrichten werkstraf resteert;

beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 13 dagen;

beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:

- gelast de teruggave aan zorgcentrum [naam zorgcentrum] van de inbeslaggenomen kraan.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. Van der Kaaij, voorzitter,

en mrs. Volker en Van Barneveld, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Hut, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 januari 2012.

De oudste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I bij vonnis in de zaak tegen [verdachte] van 5 januari 2012:

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 02 juni 2009 te [plaatsnaam] ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], (een

verstandelijk en/of lichamelijk beperkte vrouw en/of (geheel/gedeeltelijk)

verzorgingsafhankelijk en/of (deels) verblijvende in zorgcentrum [naam zorgcentrum]

(waar verdachte werkzaam is/was als verzorger/activiteitenbegeleider)

opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (blaren en/of 1e en/of 2e en/of 3e graads

brandwonden op de voeten en/of benen, althans het lichaam), toe te brengen,

met dat opzet die [slachtoffer] (in strijd met het protocol en/of eisen die aan

hem als hulpverlener gesteld konden worden) te laten plaatsnemen in een

(lig)bad, terwijl hij, verdachte,

- voornoemd bad heeft laten vollopen met badwater, zonder vooraf te

controleren op welke temperatuur de badthermostaat stond ingesteld en/of

- zonder voorafgaande controle van de temperatuur van het badwater, zoals het badprotocol voorschreef, die [slachtoffer] in (veel) te warm badwater heeft laten plaatsnemen/baden en/of

- die [slachtoffer] in het (veel) te warme badwater heeft teruggeduwd toen die [slachtoffer]

blijk gaf dat zij het bad(water) uit wilde, althans onrustig gedrag vertoonde, dan wel verstarde en/of

- nadat verdachte die [slachtoffer] uit bad heeft gehaald, het lichaam en/of de

(brand)wonden van die [slachtoffer] niet, althans onvoldoende, heeft gekoeld,

althans (in ieder geval) geen adequate medische hulp heeft verleend/geboden c.q. ingeschakeld en/of (in plaats daarvan) die [slachtoffer] aan haar moeder heeft meegegeven, en/of verdachte (daarbij) de (werkelijke) aard van de (brand)wonden heeft verzwegen, waardoor die [slachtoffer] niet (tijdig) medische hulp heeft gekregen;

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

(SR artikel 30 2 /45)

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

hij op of omstreeks 02 juni 2009 te [plaatsnaam] opzettelijk mishandelend

[slachtoffer], althans opzettelijk de gezondheid van [slachtoffer] benadelende, (een

verstandelijk en/of lichamelijk beperkte vrouw (geheel/gedeeltelijk)

verzorgingsafhankelijk en/of (deels) verblijvende in zorgcentrum [naam zorgcentrum] (waar verdachte werkzaam is/was als verzorger/activiteitenbegeleider) (in strijd met het protocol en/of eisen die aan hem als hulpverlener gesteld konden worden) heeft laten plaatsnemen in een (lig)bad, terwijl en/of nadat hij, verdachte,

- voornoemd bad heeft laten vollopen met badwater, zonder vooraf te

controleren op welke temperatuur de badthermostaat stond ingesteld en/of

- zonder voorafgaande controle van de temperatuur van het badwater,

zoals het badprotocol voorschreef, die [slachtoffer] in (veel) te warm badwater

heeft laten plaatsnemen/baden en/of

- die [slachtoffer] in het (veel) te warme badwater heeft teruggeduwd toen die [slachtoffer] blijk gaf dat zij het bad(water) uit wilde, althans onrustig gedrag

vertoonde, dan wel verstarde en/of

- nadat verdachte die [slachtoffer] uit bad heeft gehaald, het lichaam en/of de

(brand)wonden van die [slachtoffer] niet, althans onvoldoende, heeft gekoeld,

althans (in ieder geval) geen adequate medische hulp heeft

verleend/geboden c.q. ingeschakeld en/of (in plaats daarvan) die [slachtoffer]

aan haar moeder heeft meegegeven, en/of verdachte (daarbij) de (werkelijke)

aard van de (brand)wonden heeft verzwegen, waardoor die [slachtoffer] niet

(tijdig) medische hulp heeft gekregen;

waardoor deze letsel (blaren en/of 1e en/of 2e en/of 3e graads brandwonden op

de voeten en/of benen, althans het lichaam), heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden.

(SR artikel 300 lid 1 en 4 )

2.

hij, op of omstreeks 02 juni 2009, te [plaatsnaam], opzettelijk [slachtoffer], een

verstandelijk en/of lichamelijk beperkte vrouw die (geheel/gedeeltelijk)

verzorgingsafhankelijk was/is en/of (deels) verblijvende in zorgcentrum [naam zorgcentrum], waar verdachte werkzaam is/was als verzorger/activiteitenbegeleider,

tot wiens verpleging en/of verzorging hij,verdachte krachtens overeenkomst verplicht was, in een hulpeloze toestand heeft gebracht en/of gelaten, door die [slachtoffer] (in strijd met het protocol en/of eisen die aan hem als hulpverlener gesteld konden worden) te laten

plaatsnemen in een (lig)bad, terwijl hij, verdachte,

- voornoemd bad heeft laten vollopen met badwater, zonder vooraf te

controleren op welke temperatuur de badthermostaat stond ingesteld en/of

- zonder voorafgaande controle van de temperatuur van het badwater, zoals het

badprotocol voorschreef, die [slachtoffer] in (veel) te warm badwater heeft

laten plaatsnemen/baden en/of

- die [slachtoffer] in het (veel) te warme badwater heeft teruggeduwd toen die

[slachtoffer] blijk gaf dat zij het bad(water) uit wilde, althans onrustig

gedrag vertoonde, dan wel verstarde, en/of

- nadat verdachte die [slachtoffer] uit bad heeft gehaald, het lichaam en/of de

(brand)wonden van die [slachtoffer] niet, althans onvoldoende, heeft gekoeld,

althans (in ieder geval) geen adequate medische hulp heeft verleend/geboden c.q. ingeschakeld en/of (in plaats daarvan) die [slachtoffer] aan haar moeder heeft meegegeven, en/of verdachte (daarbij) de (werkelijke) aard van de (brand)wonden heeft verzwegen, waardoor die [slachtoffer] niet (tijdig) medische hulp heeft gekregen.

(SR artikel 25 5 )

Bijlage II bij vonnis in de zaak tegen [naam verdachte] van 5 januari 2012:

BEWIJSMIDDELEN

De inhoud van de bewijsmiddelen is steeds zakelijk weergegeven.

1.

De verklaring van de verdachte op de terechtzitting, voor zover inhoudende:

Datgene wat ik bij de politie heb verklaard en u zojuist omschreven hebt, klopt. Ik werkte op 2 juni 2009 als activiteitenbegeleider in [naam zorgcentrum] in [plaatsnaam]. Eén van mijn taken was het in bad doen van [slachtoffer], een lichamelijk en verstandelijk gehandicapte vrouw.

Ik kan mij niet meer herinneren of ik de temperatuur van het badwater heb gecontroleerd voordat ik [slachtoffer] daarin liet plaatsnemen. [slachtoffer] was de eerste paar minuten lekker aan het spelen, daarna ‘verplankte’ ze. Toen ik [slachtoffer] in de positie waar zij normaal in zit wilde zetten, kwam ik met één van mijn handen in het water. Toen voelde ik dat het water heet was, en zag ik dat de rechterknop van de waterkraan – die de temperatuur van het water regelt – op een veel te hoge temperatuur stond.

Zodra ik constateerde dat het water te heet was, heb ik de rode plekken gekoeld.

Het zou kunnen dat ik tegen de moeder heb gezegd dat de temperatuur normaal was.

In de middag heb ik [naam begeleider], mijn begeleidster, aangesproken en verteld wat er werkelijk gebeurd was.

2.

Een ambtsedig proces-verbaal van politie Rotterdam-Rijnmond, nummer 2009210408-10, opgemaakt en op 1 juli 2009 ondertekend door de opsporingsambtenaren R.H. Hendriks en E. van der Drift, voor zover inhoudende de tegenover de verbalisanten voornoemd afgelegde verklaring van de verdachte:

Ik heb geprobeerd [slachtoffer] uit bad te tillen. Ik zag toen haar rode voeten. De voeten waren naar mijn beleving tot een centimeter of drie boven de enkel verbrand.

Er was een blaar op de voeten van [slachtoffer] ontstaan. De lapjes moesten de brandwonden verkoelen.

2.

Een ambtsedig proces-verbaal van politie Rotterdam-Rijnmond, nummer 2009210408-1, opgemaakt en op 19 juni 2009 ondertekend door de opsporingsambtenaar S.M. Laurijssen, voor zover inhoudende de op 19 juni 2009 tegenover de verbalisant voornoemd afgelegde verklaring van de aangeefster [naam aangeefster]:

[slachtoffer] is 20 jaar en door haar zeer beperkte verstandelijke en lichamelijke vermogens niet in staat om zelfstandig beslissingen te nemen of te zorgen voor enige zelfredzaamheid van betekenis. [slachtoffer] kan onder andere niet lopen, praten of in enigerlei wijze beslissingen nemen ten aanzien van haar welzijn en is daarom volledig afhankelijk van de zorg van derden.

(…)Tijdens het wassen en aankleden op 2 juni 2009 thuis maakte mijn dochter [slachtoffer] een opgewekte indruk en ik heb geconstateerd dat [slachtoffer] geen letsel aan haar benen en aan haar voeten had.

(…)Op dinsdag 2 juni omstreeks 09:50 uur werd ik gebeld door [naam verdachte], een medewerker van [naam zorgcentrum] uit [plaatsnaam]. Ik hoorde hem vertellen dat hij zojuist mijn dochter in bad had gedaan. Ik hoorde [naam verdachte] zeggen dat hij tijdens dit baden een blaar op de rechtervoet van [slachtoffer] had ontdekt.

(…) Ik vroeg toen ter plaatse aan [naam verdachte] wat er precies was gebeurd en hoe warm het water van het bad waar [slachtoffer] ingezeten had, was geweest. Ik hoorde vervolgens dat [naam verdachte] mij antwoordde dat het water op normale temperatuur was geweest en zo’n 30 tot 35 graden Celsius.

(…) Ik zette [slachtoffer] hierna in de bijrijdersstoel in mijn auto en reed vanaf [plaatsnaam] over de autosnelweg. Plotseling zag ik dat [slachtoffer] de sok van haar rechtervoet had uitgetrokken en dat het gaasje van haar voet gevallen was. Ik schrok heel erg van de enorme blaar die ik daar onder haar rechtervoet zag hangen. Ik zal deze omschrijven als een zak met vocht met een geschatte diameter van ongeveer 4 a 5 centimeter. Ik zag verder dat bovenop alle tenen enorme blaren stonden.

(…) Ik reed vervolgens direct naar mijn huisarts. Deze concludeerde dat het brandwonden waren en verwees mij direct door naar een dermatoloog.

3.

Een ambtsedig proces-verbaal van politie Rotterdam-Rijnmond, nummer 2009210408-2, opgemaakt en op 24 juni 2009 ondertekend door de opsporingsambtenaar J. de Waardt, voor zover inhoudende de op 24 juni 2009 tegenover de verbalisant voornoemd afgelegde verklaring van de getuige [naam getuige], -zakelijk weergegeven-:

Ik ben werkzaam in het zorgcentrum [naam zorgcentrum] in [plaatsnaam] als senior-begeleider.

(…) Op dinsdag 2 juni 2009 was ik werkzaam.

(…) Ik zag op de rechter voet van [slachtoffer] een blaar zitten van ongeveer vier (4) centimeter.

(…) Omstreeks 15:50 uur kwam [naam verdachte] naar me toe, hij vroeg of we even konden praten.

(…) [naam verdachte] zei tegen mij: “ik heb het toch gedaan”.

Ik zei daar op: “wat?”

Ik hoorde [naam verdachte] vervolgens zeggen: “ik heb [slachtoffer] in te heet water gedaan”.

4.

Een ander geschrift, te weten een geneeskundige verklaring van de FARR d.d. 22 oktober 2010, betreffende [slachtoffer], voor zover inhoudende:

In antwoord op uw aanvullende vragen bericht ik u als volgt:

1. Welk letsel is in het Ruwaard van Puttenziekenhuis geconstateerd?

1. Op 02-06-2009: Sokvormige huidafwijking van beide voeten/enkels met roodhuid en blaren. Letsel kan passen bij brandwonden door hete vloeistof.

2. Waarom is het slachtoffer doorverwezen naar het Maasstadziekenhuis?

2. Uit de gegevens van beide ziekenhuizen blijkt dat het geen doorverwijzing betreft maar een “second opinion”op initiatief van moeder. Zij nam op 04-06-2009 contact op met het Maasstadziekenhuis.

3. Welk letsel heeft het Maasstadziekenhuis geconstateerd?

3. Brandwonden van 3-4% lichaamsoppervlak aan beide voeten, de wonden werden verzorgd met zalf en verbonden. Met name aan de rechtervoet was in eerste instantie veel vochtophoping. Na behandeling bleken de wonden op 19-06 genezen.

4. Hoeveel en welke behandelingen heeft het slachtoffer ondergaan?

4. In het Ruwaard van Putten ziekenhuis werd éénmalig behandeld op 02-06-2009 met flammazinecreme en mepitelgazen (standaard behandeling van onder andere brandwonden). In het Maasstadziekenhuis werd behandeld op 05-06-2009, volgens de chirurg vond hiervoor ook nog behandeling plaats door de huisarts en thuiszorg.

5. Op 05-06-2009 werden blaren verwijderd en werd verbonden met aquacel en urgotul (wondverzorgingsmaterialen geschikt voor onder andere brandwonden). Op 19-06-2009 vond een controle plaats waarbij een goede genezing werd geconstateerd, tussen het eerste en tweede bezoek is de behandeling met aquacel en urgotul voortgezet in de thuissituatie. Er werd afgesproken dat de voeten nog enige tijd vet zouden worden gehouden met alhydran crème (onder andere geschikt voor nazorg van brandwonden).

(…)

8. Is er sprake van 1ste, 2de of 3de graads brandwonden?

8. Uit de gegevens van beide ziekenhuizen blijkt het tweede graads brandwonden te betreffen.

5.

Een ander geschrift, te weten een artikel ui t “Modern medicine”, 2008, nummer 1, overgelegd door de raadsman, voor zover inhoudende:

De diepte van een brandwond wordt beoordeeld met behulp van de anamnese en het klinisch onderzoek die elk uit vijf punten bestaan.

Anamnese:

- waardoor?

- hoeveel?

- hoe heet?

- hoe lang?

- maatregelen?

(…)

Behandeling

Meteen beginnen

Aan de hand van anamnese en klinisch onderzoek wordt op het acute moment een diepte-inschatting gemaakt, waarna de behandeling wordt gestart die het effectiefst is voor deze wond.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature