Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Verwerping verweer stelselmatige observatie. Vrijspraak 6 WvW 1994 (1x). Veroordeling 5 WvW 1994 (3x).

Uitspraak



Sector strafrecht

Parketnummer: 21-000809-11

Uitspraak d.d.: 9 december 2011

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Arnhem van 25 februari 2011 in de in eerste aanleg gevoegde strafzaken, parketnummers 05-504445-08 05-505888-09 en 05-511202-09, en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, parketnummer 05-601584-06, tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [1980],

wonende te [woonplaats] ([land]), [adres].

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 25 november 2011 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd (zie voor de inhoud van de vordering bijlage I). Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr R.G.M. Sleutels, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het hof deels tot een andere bewijsbeslissing, een andere kwalificatiebeslissing en tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De raadsman heeft bepleit het openbaar ministerie niet ontvankelijk te verklaren in de strafvervolging voor zover dat betrekking heeft op de zaak met parketnummer 05-505888-09. Daartoe heeft hij aangevoerd dat voorafgaand aan de constatering van de in deze zaak tenlastegelegde feiten verdachte stelselmatig is geobserveerd en dat vervolgens niet voldaan is aan de in artikel 126g Sv vervatte eisen die aan hantering van deze bijzondere opsporingsbevoegheid worden gesteld.

Met de rechtbank is het hof van oordeel dat in casu geen sprake is van een stelselmatige observatie als bedoeld in voormeld artikel. De betrokken verbalisanten hebben slechts anderhalf uur lang zicht gehouden op verdachtes auto die zich bevond bij verdachtes woning. Na anderhalf uur hebben ze gezien dat verdachte in diens auto stapte. Het "zichthouden" kan naar het oordeel van het hof reeds niet worden aangemerkt als een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte nu daarmee niet een min of meer volledig beeld is getracht te krijgen (en evenmin kan worden verkregen) van bepaalde aspecten van verdachtes privé-leven. Uit het door de raadsman aan de pleitnota gehechte proces-verbaal blijkt ook uitdrukkelijk dat dat niet het doel is geweest. Het doel was het vastleggen van het rijgedrag van verdachte met een videoregistratiesysteem, omdat zijn eerdere rijgedrag daartoe aanleiding had gegeven . Dat verbalisanten dat doel te buiten zijn gegaan is niet gesteld of gebleken. Voor zover de vastlegging van het rijgedrag van verdachte met een videoregistratiesysteem kan worden aangemerkt als een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van verdachte is het hof, met de rechtbank, van oordeel dat dit slechts een lichte inbreuk betreft die, die valt onder de algemene politietaak in de zin van artikel 2 Politiewet en de algemene opsporingstaak als bedoeld in artikel 141 Sv. Vanwege de korte duur kan van een stelselmatig observatie evenmin worden gesproken. Het verweer wordt derhalve verworpen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Zaak met parketnummer 05-504445-08:

Feit 1 primair:

hij op of omstreeks 22 december 2007, te [plaatsnaam][naam gemeente 1], als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsvoertuig), daarmede heeft gereden over de weg, [naam weg 1] zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam, terwijl hij, verdachte wist, althans redelijkerwijze kon vermoeden dat de linker en/of rechter achterband/en van voormeld motorrijtuig (bedrijfsvoertuig) geen en/of onvoldoende profiel/profilering had/den en/of niet voldeed/voldeden aan de eis gesteld in artikel 5.3.27 lid 4 van het Voertuigreglement , dat het profiel /de profilering van de hoofdgroeven van die band/en over de gehele omtrek van het loopvlak ten minste 1,6 millimeter moest bedragen, immers was het profiel van voormelde linkerband 0 millimeter en/of van voormelde rechter achterband 0 tot 1 millimeter en/of derhalve kon weten dat voormelde onvoldoende profiel van die band/en, negatieve uitwerking kon hebben op de spoorkracht en/of bestuurbaarheid van voormeld motorrijtuig (bedrijfsvoertuig) (met achterwielaandrijving) en/of terwijl het wegdek van die weg ter plaatse gedeeltelijk was bedekt met een laag sneeuw en/of ijs, terwijl verdachte rijdende was richting een in die weg gelegen, gezien zijn, verdachtes rijrichting, naar links verlopende bocht zijn, verdachtes snelheid niet dan wel onvoldoende heeft aangepast en/of (aanzienlijk) heeft verlaagd aan de omstandigheden ter plaatse en/of die bocht en/of met een (aanzienlijke en/of) voor de situatie ter plaatse te hoge snelheid die bocht in de [naam weg 1] heeft genomen / is ingestuurd, zijn, verdachtes snelheid niet, als gesteld in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte in staat was dat motorrijtuig (bedrijfsvoertuig) tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij, verdachte die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of gekomen in of nabij een in die weg gelegen, gezien zijn, verdachte rijrichting, naar links verlopende bocht, in een slip is geraakt en/of gezien zijn, verdachtes rijrichting, tegen een in de linker berm van die weg staande boom is gebotst en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander ([slachtoffer]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daarui tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

Feit 1 subsidiair:

hij op of omstreeks 22 december 2007, te [plaatsnaam][naam gemeente 1], als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsvoertuig), daarmede heeft gereden over de weg, [naam weg 1], gekomen in of nabij een in die weg gelegen, gezien zijn, verdachtes rijrichting, naar links verlopende bocht, in een slip is geraakt en/of gezien zijn, verdachtes rijrichting, tegen een in de linker berm van die weg staande boom is gebotst, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

feit 2:

hij op of omstreeks 22 december 2007 te [plaatsnaam][naam gemeente 1], terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat hem bij rechterlijke uitspraak de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen was ontzegd, gedurende de tijd dat hem die bevoegdheid was ontzegd, op de weg, [naam weg 1], een motorrijtuig, (bedrijfsvoertuig), heeft bestuurd;

Zaak met parketnummer 05-505888-09 (gevoegd):

Feit 1:

hij op of omstreeks 07 mei 2009 op het traject tussen de gemeente [naam gemeente 1] en de gemeente [plaatsnaam 1], als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee heeft gereden op verschillende wegen binnen en/of buiten de bebouwde kom, waarbij hij, verdachte, - met een (veel) hogere snelheid heeft gereden dan de aldaar toegestane maximum snelheid, althans met een (veel) te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse en/of - met een snelheid van ongeveer 134 kilometer per uur over een afstand van ongeveer 1200 meter op een afstand van ongeveer 9 meter, althans gezien de snelheid te korte afstand achter een ander voertuig (personenauto) heeft gereden en/of - één of meermalen met dat voertuig, overig verkeer is gaan inhalen, terwijl hij zich (daarbij en/of daardoor) niet (tijdig) heeft vergewist dat de weg vrij was van verkeer en/of - met grote onzorgvuldigheid en onachtzaamheid groot gevaar en bijna-aanrijdingen op wegen heeft veroorzaakt, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg(en) werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

Feit 2:

hij op of omstreeks 07 mei 2009 te [plaatsnaam 2], als bestuurder van een voertuig (personenauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg [nummer weg], zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij, rijdende met een snelheid van ongeveer 134 kilometer per uur, in elk geval met een hogere snelheid dan 80 kilometer per uur, op een afstand van ongeveer 9 meter, in elk geval met een gelet op die snelheid te korte afstand, achter een ander voertuig (personenauto) gaan en/of blijven rijden;

Feit 3:

hij op of omstreeks 07 mei 2009 te [plaatsnaam 3], als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [naam weg 2] geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 104 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden;

Zaak met parketnummer 05-511202-09 (gevoegd):

Feit 1:

hij op of omstreeks 27 augustus 2009 te [plaatsnaam 4], als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee heeft gereden op de weg, [naam weg 3], welke weg 4.10 meter breed is en aan weerszijden is voorzien van een rode strook (optische versmalling) van elk 1.30 meter breed, welke stroken van de rijbaan worden gescheiden door witte onderbroken belijning, waarbij hij, verdachte, met zeer hoge snelheid, althans met een veel te hoge snelheid voor een veilig verkeer ter plaatse 3 (drie), althans één of meerdere voertuigen (personenauto's), heeft ingehaald, waarbij hij, verdachte, (zeer) dicht langs 2 naast elkaar rijdende fietser heeft gereden, althans heeft gepasseerd, welke fietsers uit tegenovergestelde richting, gezien zijn, verdachtes, rijrichting, over voornoemde rode strook reden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

Feit 2:

hij op of omstreeks 27 augustus 2009 te [plaatsnaam 4], als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [naam weg 3], geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 125 kilometer per uur, in elk geval de aldaar toegestane maximumsnelheid met meer dan 30 kilometer per uur heeft overschreden;

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak

Het hof heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-504445-08 onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, zodat verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Het hof overweegt ten aanzien van de in de zaak met parketnummer 05-504445-08 onder 1 primair tenlastegelegde overtreding van artikel 6 WVW 1994 het volgende.

Verdachte is op 22 december 2007 te [naam gemeente 1] als bestuurder van een auto op een besneeuwd deel in de bocht van de weg in een slip geraakt en tegen een in de linkerberm van die weg staande boom gebotst. Ten gevolg van deze botsing is de mede-inzittende [slachtoffer] ernstig gewond geraakt. De vraag of de botsing te wijten is aan een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid hangt af van de waardering van de te bewijzen verkeersgedragingen van verdachte in het licht van de omstandigheden van het geval.

Het hof komt, evenals de rechtbank, de verdediging en de advocaat-generaal, tot de conclusie dat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot het bewijs van aanmerkelijke (of een hogere graad van) schuld te komen

Het hof overweegt ten aanzien van de in de zaak met parketnummer 05-504445-08 onder 2 tenlastegelegde overtreding van artikel 9 lid 1 WVW 1994 het volgende.

Uit het dossier kan het hof geen bewijs ontlenen voor de juridische titel op grond waarvan verdachte zijn rijbewijs voorafgaand aan 22 december 2007 (zoals hij dat zelf heeft verklaard) "in moest leveren" en "kwijt" was. Daarmee blijft de mogelijkheid bestaan dat verdachtes rijbewijs op 22 december 2007 moment ongeldig was verklaard of was ingevorderd en dus niet (tevens), zoals ten laste is gelegd, bij rechterlijk uitspraak ontzegd was. Bij de stukken ontbreekt een bericht waaruit blijkt of de ontzegging van de rijbevoegdheid op 22 december 2007 van kracht was. Bij deze stand van zaken kan het hof met betrekking tot dit feit niet tot een bewezenverklaring komen.

Overweging met betrekking tot het bewijs

Het hof is van oordeel dat het door verdachte gevoerde verweer strekkende tot vrijspraak van het tenlastegelegde wordt weersproken door de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.

Het hof overweegt daarbij in het bijzonder nog het volgende.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-504445-08 onder 1 subsidiair tenlastegelegde

Zoals hiervoor overwogen is verdachte als bestuurder van een auto op een besneeuwd deel in de bocht van de weg in een slip geraakt en tegen een in de linkerberm van die weg staande boom gebotst. Het hof constateert op grond van de foto's in het dossier (foto's 2775 t/m 2777) dat er sprake was van een flauwe en door begroeiing aan de linkerzijde niet overzichtelijke bocht naar links. Immers het einde van de bocht en het vervolg van de weg is voor de bocht niet te zien. Verdachte heeft niet voorkomen dat zijn auto in een slip is geraakt op een met sneeuwresten bedekt deel van de weg in het tweede deel van de bocht. Verdachte heeft derhalve zijn rijgedrag en in het bijzonder de door hem gereden snelheid onvoldoende aangepast aan de omstandigheden ter plaatse. Uiteindelijk is verdachte tegen een boom gebotst. Verdachte heeft daarmee gevaar op de weg veroorzaakt. Feiten en omstandigheden die maken dat verdachte dat niet kan worden verweten zijn niet aannemelijk geworden.

Niet gebleken is van feiten en omstandigheden waardoor niet van verdachte verlangd kon worden dat hij zijn snelheid zodanig had aangepast, dat hij niet in een slip was gekomen. Anders dan door de raadsman betoogd komt het hof dan ook tot de hierna vermelde bewezenverklaring.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-505888-09 onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde

Door de raadsman van de verdachte is ten aanzien van deze feiten subsidiair en overeenkomstig het hiervoor besproken niet-ontvankelijkheidsverweer bewijsuitsluiting bepleit. Het hof verwerpt dat verweer op dezelfde gronden als dat niet-ontvankelijkheidsverweer en komt derhalve niet toe aan de door de raadsman bepleite bewijsuitsluiting.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-511202-09 onder 1 tenlastegelegde

De raadsman heeft ten aanzien van dit feit betoogd dat geen sprake is geweest van evidente gevaarzetting. Op basis van de stukken in het dossier kan echter worden vastgesteld dat verdachte met zijn auto met zeer hoge snelheid (125 km/h) op een dijkweg heeft gereden waar een maximumsnelheid gold van 60 km/h. De dijkweg was optisch versmald door twee rode rijstroken die doorgaans gebruikt werden door (brom)fietsers en voetgangers, terwijl het middengedeelte niet breed genoeg was om twee personenauto's veilig te laten passeren. In voorkomende gevallen zal een van de autobestuurders (deels) op een rood vlak moeten gaan rijden. Met die hoge snelheid heeft verdachte over een afstand van 1300 meter (en gelet op diens snelheid in betrekkelijk korte tijd) drie auto's ingehaald en is hij langs twee bij cq. naast elkaar rijdende fietsers gereden. Het hof is van oordeel dat verdachte met deze gedragingen in de gegeven omstandigheden en het ter plekke aanwezige wegverkeer gevaar heeft veroorzaakt, althans dat door aldus te handelen gevaar kon worden veroorzaakt. Anders dan door de raadsman betoogd komt het hof dan ook tot de hierna vermelde bewezenverklaring.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarbij de inhoud van elk bewijsmiddel -ook in onderdelen- slechts wordt gebezigd tot het bewijs van dat tenlastegelegde feit waarop het blijkens de inhoud kennelijk betrekking heeft, en waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, heeft het hof de overtuiging verkregen en acht het hof wettig bewezen, dat verdachte het in de zaak met parketnummer 05-504445-08 onder 1 subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-505888-09 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 05-511202-09 onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:

Zaak met parketnummer 05-504445-08:

Feit 1 subsidiair:

hij op 22 december 2007, te [plaatsnaam], als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsvoertuig), daarmede heeft gereden over de weg, [naam weg 1], gekomen in een in die weg gelegen, gezien zijn, verdachtes rijrichting, naar links verlopende bocht, in een slip is geraakt en/of gezien zijn, verdachtes rijrichting, tegen een in de linker berm van die weg staande boom is gebotst, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt

Zaak met parketnummer 05-505888-09 (gevoegd):

Feit 1:

hij op 07 mei 2009 op het traject tussen de gemeente [naam gemeente 1] en de gemeente [plaatsnaam 1], als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee heeft gereden op verschillende wegen binnen en/of buiten de bebouwde kom, waarbij hij, verdachte,

- met een (veel) hogere snelheid heeft gereden dan de aldaar toegestane maximum snelheid, en

- met een snelheid van ongeveer 134 kilometer per uur over een afstand van ongeveer 1200 meter op een afstand van ongeveer 9 meter, achter een ander voertuig (personenauto) heeft gereden en

- meermalen met dat voertuig, overig verkeer is gaan inhalen, terwijl hij zich daarbij niet (tijdig) heeft vergewist dat de weg vrij was van verkeer en bijna-aanrijdingen op wegen heeft veroorzaakt,

door welke gedragingen van verdachte gevaar op die wegen werd veroorzaakt

Feit 2:

hij op 07 mei 2009 te [plaatsnaam 2], als bestuurder van een voertuig (personenauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg [nummer weg], zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij, rijdende met een snelheid van ongeveer 134 kilometer per uur op een afstand van ongeveer 9 meter achter een ander voertuig (personenauto) gaan en blijven rijden;

Feit 3:

hij op 07 mei 2009 te [plaatsnaam 3], als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [naam weg 2] geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 104 kilometer per uur

Zaak met parketnummer 05-511202-09 (gevoegd):

Feit 1:

hij op 27 augustus 2009 te [plaatsnaam 4], als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee heeft gereden op de weg, [naam weg 3], welke weg 4.10 meter breed is en aan weerszijden is voorzien van een rode strook (optische versmalling) van elk 1.30 meter breed, welke stroken van de rijbaan worden gescheiden door witte onderbroken belijning, waarbij hij, verdachte, met zeer hoge snelheid ter plaatse 3 (drie) voertuigen (personenauto's), heeft ingehaald, waarbij hij, verdachte, langs 2 fietsers heeft gereden, welke fietsers uit tegenovergestelde richting, gezien zijn, verdachtes, rijrichting, over voornoemde rode strook reden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt.

Feit 2:

hij op 27 augustus 2009 te [plaatsnaam 4], als bestuurder van een motorvoertuig (personenauto) op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, [naam weg 3], geen gevolg heeft gegeven aan een verkeersteken dat een gebod of verbod inhoudt, immers in strijd met een bord A1 van bijlage I van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 - op welk bord een maximumsnelheid van 60 kilometer per uur was aangegeven - heeft gereden met een snelheid van ongeveer 125 kilometer per uur

Het hof acht niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard, zodat deze daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het in de zaak met parketnummer 05-504445-08 onder 1 subsidiair bewezen verklaarde levert op:

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 .

Het in de zaak met parketnummer 05-505888-09 onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde levert op:

Eendaadse samenloop van overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 en overtreding van het bepaalde bij artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 en overtreding van het bepaalde bij artikel 62, bord A 1 van bijlage I, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Het in de zaak met parketnummer 05-511202-09 onder 1 en 2 bewezen verklaarde levert op:

Eendaadse samenloop van overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 en overtreding van het bepaalde bij artikel 62, bord A 1 van bijlage I, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990.

Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar aangezien geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die verdachte niet strafbaar zou doen zijn.

Oplegging van straf en/of maatregel

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich in tijdsbestek van 20 maanden verschillende keren schuldig gemaakt aan verschillende ernstige gevaarzettende gedragingen. In een van de zes bewezenverklaarde feiten heeft dit geresulteerd in ernstige gevolgen, te weten voor [slachtoffer], mede-inzittende van de door verdachte bestuurde auto, die zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Voor de andere vijf bewezenverklaarde feiten geldt dat het zeker niet aan verdachte te danken is dat daardoor geen ernstige gevolgen zijn veroorzaakt. De bewezenverklaarde feiten rechtvaardigen op zichzelf reeds telkens een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, van na te melden duur op grond van de ernst van de gevaarzetting. In de herhaalde recidive (die uiteraard ten tijde van het laatste bewezenverklaarde feit bestaat uit meer feiten dan ten tijde van het eerste bewezenverklaarde feit) ziet het hof daarnaast aanleiding telkens tevens een forse onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen. Het belang dat verdachte zegt te hebben bij behoud van zijn rijbewijs, acht het hof vanwege de hardnekkigheid van de verkeersgedragingen en de recidive niet opwegen tegen het belang van de verkeersveiligheid en de (hopelijk) speciaal preventieve werking die van deze bijkomende straf uitgaat.

Vordering tenuitvoerlegging

Het openbaar ministerie heeft gevorderd de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de Kantonrechter te Arnhem van 13 juni 2007 opgelegde voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden (parketnummer 05-601584-06). Deze vordering is in hoger beroep opnieuw aan de orde.

Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt (parketnummer 05-504445-08). . Daarom zal de tenuitvoerlegging van die voorwaardelijk opgelegde straf worden gelast.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 19, 62 en 92 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, de artikelen 14g, 14 h, 14i, 14j, 22c, 22d, 55 en 62 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994 .

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-504445-08 onder 1 primair en 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 05-504445-08 onder 1 subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-505888-09 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 05-511202-09 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 05-504445-08 onder 1 subsidiair en in de zaak met parketnummer 05-505888-09 onder 1, 2 en 3 en in de zaak met parketnummer 05-511202-09 onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-504445-08 onder 1 subsidiair bewezen verklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 20 (twintig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 10 (tien) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-504445-08 onder 1 subsidiair bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 v óór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-505888-09 onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 40 (veertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 20 (twintig) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-505888-09 onder 1 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 v óór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Ten aanzien van het in de zaak met parketnummer 05-511202-09 onder 1 en 2 bewezen verklaarde

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van 30 (dertig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 15 (vijftien) dagen hechtenis.

Ontzegt de verdachte ter zake van het in de zaak met parketnummer 05-511202-09 onder 1 bewezen verklaarde de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Bepaalt dat de tijd, gedurende welke het rijbewijs van de verdachte ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994 v óór het tijdstip, waarop deze uitspraak voor wat betreft de in artikel 179 van die wet genoemde bijkomende straf voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, ingevorderd of ingehouden is geweest, op de duur van bovengenoemde bijkomende straf geheel in mindering zal worden gebracht.

Ten aanzien van de vordering tenuitvoerlegging

Gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kantonrechter te Arnhem van 13 juni 2007, parketnummer 05-601584-06, te weten van:

ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 6 (zes) maanden.

Aldus gewezen door

mr M. Otte, voorzitter,

mr E.A.K.G. Ruys en mr M. Barels, raadsheren,

in tegenwoordigheid van mr. R. Robroek, griffier,

en op 9 december 2011 ter openbare terechtzitting uitgesproken.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature