Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Faillissementsrecht. Keer ten goede. Verzoek op grond van art. 288 lid 3 Fw toegewezen. Verzoeker heeft 1 grote belastingschuld uit hoofde van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Deze schuld wordt naar haar aard niet aangemerkt als te goeder trouw. Voor keer ten goede is niet alleen verandering van feiten voldoende, maar moet sprake zijn van een daadwerkelijke gedragsverandering. Deze gedragsverandering is door verzoeker voldoende aangetoond.

Uitspraak



RECHTBANK UTRECHT

Sector handel en kanton

zaaknummer: 12/78 R

nummer verklaring: UTR0311102700

uitspraakdatum: 6 februari 2012

uitspraak op grond van artikel 288 lid 3 van de Faillissementswet

( “toepassing schuldsanering”)

enkelvoudige kamer

[verzoeker],

wonende [adres], [woonplaats],

hierna: verzoeker.

Verzoeker heeft een verzoekschrift met bijlagen ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 30 januari 2012. Daarbij is verzoeker gehoord, in het bijzijn van zijn vriendin en schoonvader.

Het verzoekschrift voldoet aan de daaraan gestelde eisen.

Gebleken is dat er niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 288 lid 1 sub b van de Faillissementswet . De schuldenlast van verzoeker bestaat uit één schuld aan de Belastingdienst ter grootte van € 156.020,00. Deze schuld is ontstaan doordat verzoeker als bestuurder van een vennootschap door de Belastingdienst hoofdelijk aansprakelijk is gesteld op grond van artikel 36 Invorderingswet uit hoofde van kennelijk onbehoorlijk bestuur. Deze schuld is naar vaste rechtspraak naar haar aard niet als te goeder trouw aan te merken.

Het verzoek zal toch worden toegewezen omdat voldoende aannemelijk is geworden dat verzoeker de omstandigheden die bepalend zijn geweest voor het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden, onder controle heeft gekregen. Van belang hierbij is dat voor een dergelijke ‘keer ten goede’ niet enkel een verandering van feiten nodig is, maar een daadwerkelijke gedragsverandering. Deze gedragsverandering is door verzoeker uitgebreid gemotiveerd. De normschending zoals door de belastingdienst vastgesteld heeft betrekking op de perioden september tot december 2006. In juist die periode heeft verzoeker het bestuurderschap aanvaard. Hij heeft niet stilgezeten, maar actie ondernomen toen hem de normschending duidelijk werd. Dit heeft geresulteerd in een juiste aangifte vanaf januari 2007. Daarnaast neemt de rechtbank in overweging dat verzoeker in met zijn huidige inkomen in de wettelijke schuldsaneringsregeling zodanig zal kunnen sparen dat zeker 20% van de schuld zal kunnen worden voldaan. Verzoeker heeft aangegeven dat de belastingdienst met andere bestuurders ter zake van onder meer de vordering van de belastingdienst op verzoeker een akkoord heeft gesloten waarbij 20% is/zal worden voldaan.

Aannemelijk is geworden dat ook voldaan is aan de overige vereisten voor toelating.

De rechtbank gaat ervan uit dat de bewindvoerder verzoekt voor de duur van de toepassing van de schuldsaneringsregeling een voorschot op het salaris toe te kennen.

Gelet op de artikelen 295 lid 3 en 320 lid 2 en lid 6 van de Faillissementswet .

Beslissing

De rechtbank:

- spreekt de toepassing van de schuldsaneringsregeling uit ten aanzien van:

[verzoeker],

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats]

wonende [adres], 3511 AB Utrecht;

- benoemt tot rechter-commissaris mr. C.M. Dijksterhuis,

en tot bewindvoerder F. Friedeman,

Postbus 110,

3500 AC Utrecht;

- verhoogt, vooralsnog, het bedrag bedoeld in artikel 295 lid 2 van de Faillissementswet in die zin, dat buiten de boedel wordt gelaten een bedrag gelijk aan de beslagvrije voet bedoeld in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, met dien verstande dat waar in dat artikel staa t: "negentig" of "90", wordt gelezen: "95", of, indien de schuldenaar inkomen uit arbeid verkrijgt, gedurende de periode(s) waarin hij dat inkomen verkrijgt: "100";

- kent toe, voorzover de boedel zulks toelaat, voor de duur van de toepassing van de schuldsaneringsregeling, een voorschot op het salaris van de bewindvoerder van een telkens aan het eind van de maand opeisbaar bedrag, gelijk aan het overeenkomstig artikel 2 van het Besluit salaris bewindvoerder schuldsanering (Staatsblad 2001, 81) te berekenen salaris, verhoogd met de verschuldigde omzetbelasting;

- geeft last aan de bewindvoerder tot het openen van aan de schuldenaar gerichte brieven en telegrammen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en is in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2012.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature