Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

Intrekking WAO-uitkering: minder dan 15% arbeidsongeschiktheid. Ook de Raad is van oordeel dat het door (de rechtbank benoemde deskundige) Mutsaers verrichte onderzoek volledig en zorgvuldig is geweest. De belastbaarheid van appellante is per 7 april 2008 met de FML van 20 september 2007 juist vastgesteld. Geschiktheid functies.

Weigering WAO-uitkering: geen sprake van toeneming van beperkingen in de zin van artikel 43a van de WAO . Nu Mutsaers appellante heeft gezien in het in dit geding van belang zijnde beoordelingstijdvak ziet de Raad geen reden waarom de (bezwaar)verzekeringsartsen de bevindingen van Mutsaerts niet bij hun beoordeling hadden mogen betrekken.

Uitspraak



10/3605 WAO

11/5057 WAO

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

U I T S P R A A K

op de hoger beroepen van:

[appellante], wonende te [woonplaats] (appellante),

tegen de uitspraken van de rechtbank Groningen van 31 mei 2010, 08/681 (aangevallen uitspraak 1) en 19 juli 2011, 10/1220 (aangevallen uitspraak 2),

in de gedingen tussen:

appellante

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv).

Datum uitspraak: 22 februari 2012

I. PROCESVERLOOP

Namens appellante is in beide gedingen hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

In het geding 10/3605 WAO heeft psychiater W.H.J. Mutsaers op verzoek van de Raad bij brief van 6 december 2010 enkele vragen beantwoord.

Namens appellante heeft mr. S.T. Dieters, advocaat, zijn zienswijze gegeven op de beantwoording van de deskundige onder overlegging van een reactie van zijn medisch adviseur J.W. Louwerens.

Het onderzoek ter zitting heeft in beide gedingen plaatsgevonden op 11 januari 2012. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Dieters. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. D. de Jong.

II. OVERWEGINGEN

1. Voor de in deze gedingen van belang zijnde feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraken. Hij volstaat met vermelding van het volgende.

2.1. Bij besluit van 6 februari 2008 heeft het Uwv de aan appellante vanwege psychische klachten toegekende uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) met ingang van 7 april 2008 ingetrokken, omdat de mate van haar arbeidsongeschiktheid minder is dan 15%. Deze beslissing berust op het standpunt dat appellante met inachtneming van haar medische beperkingen, vastgelegd in een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 20 september 2007 geschikt is voor het verrichten van werkzaamheden in passende functies. Het door appellante gemaakte bezwaar is bij besluit van 19 juni 2008 (bestreden besluit 1) ongegrond verklaard.

2.2. De rechtbank heeft bij aangevallen uitspraak 1 de medische en arbeidskundige grondslag van bestreden besluit 1 onderschreven en het beroep van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank heeft in het rapport van 7 december 2009 van de door haar als deskundige geraadpleegde psychiater Mutsaers voldoende aanknopingspunten gevonden voor het oordeel dat bestreden besluit 1 wat betreft het medisch aspect deugdelijk is gemotiveerd. Met verwijzing naar de vaste rechtspraak over de betekenis van een deskundigenrapport heeft de rechtbank het oordeel van haar deskundige gevolgd.

3.1. Bij besluit van 17 juni 2010 heeft het Uwv afwijzend beslist op het verzoek van appellante om haar in het kader van artikel 43a van de WAO in aanmerking te brengen voor een arbeidsongeschiktheidsuitkering vanwege toegenomen psychische beperkingen. Daaraan is ten grondslag gelegd dat appellante sedert 7 september 2009 niet gedurende vier weken toegenomen arbeidsongeschikt is geweest. Het door appellante gemaakte bezwaar is bij besluit van 19 juli 2011 (bestreden besluit 2) ongegrond verklaard.

3.2. De rechtbank heeft bij aangevallen uitspraak 2 het beroep van appellante tegen bestreden besluit 2 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft gelet op de beschikbare medische gegevens geen reden om het aan bestreden besluit 2 ten grondslag gelegde medisch oordeel voor onjuist te houden.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

10/3605 WAO

4.1. De Raad heeft in hetgeen appellante heeft aangevoerd, ondersteund door een verklaring van 29 maart 2010 van psychiater Louwerens, aanleiding gezien de deskundige Mutsaerts enkele vragen voor te leggen. In zijn schrijven van 6 december 2010 heeft de deskundige geconstateerd dat het commentaar van Louwerens van 29 maart 2010 op zijn rapport van 7 december 2009 hem geen aanleiding geeft zijn conclusies te wijzigen.

4.2. Volgens vaste rechtspraak, waarop ook de rechtbank heeft gewezen, pleegt de bestuursrechter het oordeel van een onafhankelijke door hem ingeschakelde deskundige te volgen, mits de deskundige zijn bevindingen en conclusies op inzichtelijke wijze en naar behoren heeft gemotiveerd. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan in dit geval van dat uitgangspunt zou moeten worden afgeweken is de Raad, evenals de rechtbank, niet gebleken. Ook de Raad is van oordeel dat het door Mutsaers verrichte onderzoek volledig en zorgvuldig is geweest. Voorts heeft Mutsaers zijn standpunt na kennisneming van het hem voorgelegde commentaar onderbouwd gehandhaafd. In de aangevoerde omstandigheid dat Mutsaers naar aanleiding van het commentaar van Louwerens de met betrekking tot appellante vastgestelde GAF-score heeft verlaagd tot 50, ziet de Raad evenmin aanleiding om van voornoemd uitgangspunt af te wijken, nu de GAF-score niet primair bedoeld is om arbeidsongeschiktheid te beoordelen (zie de uitspraak van de Raad van 30 juli 2010, LJN BN2993). Gelet hierop concludeert ook de Raad dat het Uwv de belastbaarheid van appellante per 7 april 2008 met de FML van

20 september 2007 juist heeft vastgesteld.

4.3. Aldus uitgaande van de juistheid van de FML van 20 september 2007 ziet de Raad, evenals de rechtbank in de voorhanden zijnde gegevens genoegzaam steun voor het oordeel dat de belasting in de aan appellante voorgehouden functies haar belastbaarheid niet te boven gaat en dat deze functies daarmee voor appellante in medisch opzicht geschikt zijn.

4.4. Uit hetgeen is overwogen onder 4.1, 4.2 en 4.3 volgt dat de rechtbank bestreden besluit 1 terecht in stand heeft gelaten. Het hoger beroep slaagt niet en aangevallen uitspraak 1 dient te worden bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding moet worden afgewezen.

11/5057 WAO

4.5. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat uit hetgeen appellante naar voren heeft gebracht, niet kan worden afgeleid dat sprake is van een toeneming van beperkingen in de zin van artikel 43a van de WAO. De Raad is van oordeel dat uit de verzekeringsgeneeskundige rapporten blijkt dat op zorgvuldige wijze is bezien of sprake is van een toeneming van geobjectiveerde beperkingen. De verzekeringsarts heeft dossierstudie verricht, heeft appellante op het spreekuur gezien en de van de huisarts verkregen inlichtingen bij zijn beoordeling meegewogen. Op grond daarvan is de verzekeringsarts tot de conclusie gekomen dat appellante ten gevolge van een ongeval op 5 september 2009 tijdelijk toegenomen arbeidsongeschikt is geweest, maar dat gelet op de bevindingen van psychiater Mutsaers er geen aanleiding is om te veronderstellen dat er sedert het ongeval gedurende vier weken of meer sprake is geweest van toegenomen beperkingen als gevolg van de psychische problematiek waarvoor appellante tot 7 april 2008 een WAO-uitkering ontving. De bezwaarverzekeringsarts heeft dossierstudie verricht, appellante op de hoorzitting en aansluitend op het spreekuur gezien, en de in bezwaar door appellante ingebrachte informatie van haar behandelaars betrokken bij zijn beoordeling. Ook heeft de bezwaarverzekeringsarts in zijn beschouwing uitvoering aandacht geschonken aan de bevindingen van psychiater Mutsaerts. De bezwaarverzekeringsarts heeft geconcludeerd dat de verschillen in de medische situatie tussen de verzekeringsgeneeskundige beoordeling van 20 september 2007, die ten grondslag ligt aan de beƫindiging van de WAO-uitkering met ingang van 7 april 2008, en die van vier weken na 7 september 2009 niet zodanig groot zijn dat er sprake is van een andere psychomentale belastbaarheid.

4.6. Appellante heeft in hoger beroep er nog op gewezen dat de (bezwaar)verzekeringsartsen ten onrechte gebruik hebben gemaakt van de bevindingen van psychiater Mutsaers, neergelegd in het rapport van 7 december 2009, nu dat rapport is opgemaakt in verband met de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid per 7 april 2008. De Raad kan appellante hierin niet volgen. Uit dat rapport blijkt dat Mutsaers appellante heeft onderzocht op 2 en 5 oktober 2009 en de vraag ontkennend heeft beantwoord of zich na 7 april 2008 nog medische ontwikkelingen hebben voorgedaan, die relevant zijn om te vermelden. Nu Mutsaers appellante heeft gezien in het in dit geding van belang zijnde beoordelingstijdvak ziet de Raad geen reden waarom de (bezwaar)verzekeringsartsen de bevindingen van Mutsaerts niet bij hun beoordeling hadden mogen betrekken.

4.7. Uit hetgeen is overwogen onder 4.5 en 4.6 volgt dat de rechtbank bestreden besluit 2 terecht in stand heeft gelaten. Het hoger beroep slaagt niet en aangevallen uitspraak 2 dient te worden bevestigd. Het verzoek om schadevergoeding moet worden afgewezen.

5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Bevestigt de aangevallen uitspraken;

Wijst de verzoeken om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door T. Hoogenboom als voorzitter, in tegenwoordigheid van Z. Karekezi als griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2012.

(get.) T. Hoogenboom.

(get.) Z. Karekezi.

KR


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde jurisprudentie

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature