Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Verdachte wordt veroordeeld voor het medeplegen van gekwalificeerde doodslag tot 14 jaar gevangenisstraf.

Medeplegen.

De verdediging heeft betoogd dat verdachte niet kan worden aangemerkt als medepleger van de levensberoving van het slachtoffer omdat verdachte zelf geen handelingen heeft verricht die tot de dood van het slachtoffer hebben geleid en hij zich van het feit heeft gedistantieerd. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende.

Uit het dossier valt af te leiden dat verdachte een initiërende rol heeft gehad bij de overval. Hij heeft de medeverdachten verteld dat hij een tip had gekregen over een Afrikaan die drugs zou hebben. Ook is hij de persoon die een geladen vuurwapen heeft opgehaald en meegenomen en dat aan [medeverdachte 1] heeft gegeven. Op het moment dat het slachtoffer de deur van de woning opendeed, heeft hij zijn hand op de mond van het slachtoffer gedaan en het slachtoffer samen met [medeverdachte 1] naar de slaapkamer geleid. In de slaapkamer heeft verdachte het slachtoffer een knietje gegeven, waardoor deze op zijn knieën op de grond terecht is gekomen. Hij heeft dus een actieve bijdrage geleverd aan het breken van de weerstand van het slachtoffer.

Nadat hij terugkwam bij de slaapkamer, zag hij dat [medeverdachte 1] het slachtoffer aan het wurgen was. Hij hoorde dat [medeverdachte 1] zei dat hij het slachtoffer dood zou maken en zag dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] het slachtoffer in bedwang hielden. Deze handelingen duurden ongeveer twee minuten. In deze tijd heeft hij noch fysiek noch verbaal ingegrepen, terwijl hij daartoe wel de mogelijkheid had, noch heeft hij zich van de handelingen van de overige verdachten gedistantieerd door reeds toen de woning te verlaten. Dit heeft hij pas gedaan toen het slachtoffer niet meer bewoog.

Hoewel niet gezegd kan worden dat verdachte naar het slachtoffer is gegaan met de intentie om hem te doden - dat lag ook niet voor de hand nu diens medewerking vereist was bij het zoeken naar de in de woning verondersteld aanwezige drugs - kan naar het oordeel van de rechtbank wel worden aangenomen dat verdachte door met een getrokken en geladen vuurwapen samen met zijn mededader bij het slachtoffer binnen te dringen de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat ingeval van enig verzet dodelijk geweld zou worden gebruikt. Dat het gebruik van dat geweld verdachte in zekere zin ook om het even was valt ook af te leiden uit zijn gedragingen tijdens de wurging aangezien hij toen enkel bezig was met het opvegen van het bloed, dat bij ontdekking van het delict door de politie naar hem zou leiden, en niet met het lot van het slachtoffer. Gelet hierop kan verdachte naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als medepleger van de opzettelijke levensberoving van het slachtoffer.

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS

Parketnummer: 13/656228-10 (PROMIS)

Datum uitspraak: 9 februari 2012

Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Suriname) op [1982],

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in het Huis van Bewaring "Zwaag" te Zwaag.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 16, 17, 19, 23 en 26 januari 2012.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.C. Kramer en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. W.A.L. de Boer, naar voren hebben gebracht.

2. Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd, zoals op de zitting van 16 januari 2012 nader is omschreven, dat

Primair:

Hij op of omstreeks 01 december 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade een (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria)), van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, (krachtig) (fysiek) geweld (verwurging) uitgeoefend op de halsstreek, in elk geval het lichaam van die (mans)persoon (terwijl deze was gekneveld en/of werd vastgehouden en/of werd geslagen en/of gestompt op/tegen het lichaam) tengevolge waarvan voornoemde (mans)persoon is overleden:

Artikel 289 juncto 47 lid 1 sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien terzake van de vorenstaande ten laste gelegde moord geen veroordeling mocht volgen,

Hij op of omstreeks 07 december 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk een (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria)) van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet (krachtig) (fysiek) geweld (verwurging) uitgeoefend op de halsstreek, in elk geval het lichaam van die (mans)persoon (terwijl deze was gekneveld en/of werd vastgehouden en/of werd geslagen en/of gestompt op/tegen het lichaam) tengevolge waarvan voornoemde (mans)persoon is overleden,

welke vorenomschreven doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van na te noemen strafbaar feit (te weten (poging tot) afpersing, gepleegd in vereniging en/of (poging tot) diefstal met geweld, gepleegd in vereniging), althans enig strafbaar feit, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om. bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren

immers heeft/hebben en/of is/zijn verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) op of omstreeks 07 december 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- met het oogmerk om zich en/of een ander of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een manspersoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria)) gedwongen tot de afgifte van een som geld en/of een hoeveelheid (hard)drugs, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde (mans)persoon (bekend onder de na(a)m( n) [slachtoffer naam 1] en/of [slachtoffer naam 2] en/of [slachtoffer naam 3]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld of bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s),

- naar de woning van voornoemde (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] en/of [slachtoffer naam 2] en/of [slachtoffer naam 3]) is/zijn gegaan en/of

- (aldaar) heeft/hebben aangebeld en/of

- (nadat voornoemde (mans)persoon de deur van die woning had geopend) een of meer vuurwapen(s), althans een of meer op een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en), op voornoemde (mans)persoon heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

- voornoemde (mans)persoon die woning heeft/hebben ingeduwd en/of

- die woning is/zijn binnen gegaan en/of

- met zijn/hun hand(en) de mond van voornoemde (mans)persoon dicht gehouden en/of gedrukt en/of zijn/hun hand(en) over de mond van voornoemde (mans)persoon heeft/hebben gedaan en/of gehouden en/of

- voornoemde (mans)persoon in (de richting van) een slaapkamer heeft/hebben geduwd en/of geleid en/of

- die woning heeft/hebben doorzocht;

of

- ter uitvoering van het door verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld een (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria)) te dwingen tot de afgifte van een som geld en/of een hoeveelheid (hard)drugs, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] en/of [slachtoffer naam 2] en/of [slachtoffer naam 3]), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

- naar de woning van voornoemde (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] en/of [slachtoffer naam 2] en/of [slachtoffer naam 3]) gegaan en/of

- (aldaar) aangebeld en/of

- (nadat voornoemde (mans)persoon de deur van die woning had geopend) een of meer vuurwapen(s), althans een of meer op een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en), op voornoemde (mans)persoon gericht en/of gericht gehouden en/of

- voornoemde (mans)persoon die woning ingeduwd en/of

- die woning binnen gegaan en/of

- met zijn/hun hand(en) de mond van voornoemde (mans)persoon dicht gehouden en/of gedrukt en/of zijn/hun hand(en) over de mond van voornoemde (mans)persoon gedaan en/of gehouden en/of

- voornoemde (mans)persoon in (de richting van) een slaapkamer geduwd en/of geleid en/of

- die woning heeft/hebben doorzocht;

en/of

- met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weggenomen een som geld en/of een hoeveelheid (hard)drugs, geheel of ten dele toebehorende aan een (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria)), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een of meer van) zijn mededader(s) de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld of bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s),

- naar de woning van voornoemde (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] en/of [slachtoffer naam 2] en/of [slachtoffer naam 3]) is/zijn gegaan en/of

- (aldaar) heeft/hebben aangebeld en/of

- (nadat voornoemde (mans)persoon de deur van die woning had geopend) een of meer vuurwapen(s), althans een of meer op een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en), op voornoemde (mans)persoon heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

- voornoemde (mans)persoon die woning heeft/hebben ingeduwd en/of

- die woning is/zijn binnen gegaan en/of

- met zijn/hun hand(en) de mond van voornoemde (mans)persoon dicht gehouden en/of gedrukt en/of zijn/hun hand(en) over de mond van voornoemde (mans)persoon heeft/hebben gedaan en/of gehouden en/of

- voornoemde (mans)persoon in (de richting van) een slaapkamer heeft/hebben geduwd en/of geleid en/of

- die woning heeft/hebben doorzocht;

of

- ter uitvoering van het door verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een som geld en/of een hoeveelheid (hard)drugs, geheel of ten dele toebehorende aan een (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria)), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld, te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een of meer van) zijn mededader(s) de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

- naar de woning van voornoemde (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] en/of [slachtoffer naam 2] en/of [slachtoffer naam 3]) gegaan en/of

- (aldaar) aangebeld en/of

- (nadat voornoemde (mans)persoon de deur van die woning had geopend) een of meer vuurwapen(s) althans een of meer op een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en), op voornoemde (mans)persoon gericht en/of gericht gehouden en/of

- voornoemde (mans)persoon die woning ingeduwd en/of

- die woning binnen gegaan en/of

- met zijn/hun hand(en) de mond van voornoemde (mans)persoon dicht gehouden en/of gedrukt en/of zijn/hun hand(en) over de mond van voornoemde (mans)persoon gedaan en/of gehouden en/of

- voornoemde (mans)persoon in (de richting van) een slaapkamer geduwd en/of geleid en/of

- die woning doorzocht;

Artikel 288 juncto 47 lid 1 sub 1 Wetboek van Strafrecht

Meer subsidair:

Hij op of omstreeks 07 december 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld of bedreiging met geweld een (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria)), heeft gedwongen tot afgifte van een (aanzienlijke) som geld en/of een hoeveelheid (hard)drugs, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die (mans)persoon, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een (aanzienlijke) som geld en/of een hoeveelheid (hard)drugs, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria)), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria)), gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren

welk geweld en/of bedreiging met geweld hierin bestond(en), dat hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s)

- naar de woning van voornoemde (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria)) is/zijn gegaan en/of

- (aldaar) heeft/hebben aangebeld en/of

- (nadat voornoemde (mans)persoon de deur van die woning had geopend) een of meer vuurwapen(s), althans een of meer op een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en), op voornoemde (mans)persoon heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden en/of

- voornoemde (mans)persoon die woning heeft/hebben ingeduwd en/of

- die woning is/zijn binnen gegaan en/of

- met zijn/hun hand(en) de mond van voornoemde (mans)persoon heeft/hebben dicht gehouden en/of gedrukt en/of zijn/hun hand(en) over de mond van voornoemde (mans)persoon heeft/hebben gedaan en/of gehouden en/of

- voornoemde (mans)persoon in (de richting van) een slaapkamer heeft/hebben geduwd en/of geleid en/of

- (krachtig) (fysiek) geweld (verwurging) heeft/hebben uitgeoefend op de halsstreek, in elk geval het lichaam van die (mans)persoon (terwijl deze was gekneveld en/of werd vastgehouden en/of werd geslagen en/of gestompt op/tegen het lichaam)

terwijl dat feit de dood van die (mans)persoon men gevolge heeft gehad;

Artikel 317/312 lid 3 juncto 47 lid 1 sub 1 Wetboek van Strafrecht

Meest subsidiair:

Hij op of omstreeks 07 december 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], ter uitvoering van het/de door verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf/misdrijven om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich of een ander of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld of bedreiging met geweld een (mans)persoon persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria)), te dwingen tot afgifte van een som geld en/of een hoeveelheid (hard)drugs, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria)), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

en/of

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een som geld en/of een hoeveelheid (hard)drugs, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria)), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan, vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria)), te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) aan voormeld misdrijf de vlucht mogelijk te maken en/of het bezit van het gestolene te verzekeren,

met (een of meer van) zijn mededader(s), althans alleen,

- naar de woning van voornoemde (mans)persoon (bekend onder de na(a)m(en) [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984] te Nigeria) en/of [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria)), is gegaan en/of

- (aldaar) heeft aangebeld en/of

- (nadat voornoemde (mans)persoon de deur van die woning had geopend) een of meer vuurwapen(s), althans een of meer op een vuurwapen gelijkend(e) voorwerp(en), op voornoemde (mans)persoon heeft gericht en/of gericht gehouden en/of

- voornoemde (mans)persoon die woning heeft ingeduwd en/of

- die woning is binnen gegaan en/of

- met zijn/hun hand(en) de mond van voornoemde (mans)persoon heeft dicht gehouden

en/of gedrukt en/of zijn/hun hand(en) over de mond van voornoemde (mans)persoon heeft gedaan en/of gehouden en/of

- voornoemde (mans)persoon in (de richting van) een slaapkamer heeft geduwd en/of geleid en/of

- (krachtig) (fysiek) geweld (verwurging) heeft uitgeoefend op de halsstreek, in elk geval het lichaam van die (mans)persoon (terwijl deze was gekneveld en/of werd vastgehouden en/of werd geslagen en/of gestompt op/tegen het lichaam) en/of

- die woning heeft doorzocht

terwijl dat feit de dood van die (mans)persoon ten gevolge heeft gehad;

Artikel 317/312 lid 3 juncto 45 juncto 47 lid 1 sub 1 Wetboek van Strafrecht

3. Voorvragen

De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de ten laste gelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4. Waardering van het bewijs

4.1. Vaststaande feiten

De volgende feiten kunnen op grond van de gebruikte bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt voor de beoordeling van de bewijsvraag.i

- Op 8 december was er een brand in de woning op het adres [A-straat nr. 1] te [plaats] ([plaats]).ii

- Na het blussen van de brand bemerkte de brandweer dat er een lichaam op de badkamervloer lag. De persoon, een man, was niet meer in leven. De man lag op zijn buik, zijn handen waren op zijn rug vastgebonden en ook zijn enkels waren gebonden.iii

- De enkels van de man waren verbrand.iv

- Het stoffelijk overschot is geïdentificeerd als dat van [slachtoffer naam 1], geboren op [1972] te Nigeria.v

- Het dactyloscopische signalement van het stoffelijk overschot kwam overeen met dactyloscopische signalementen van [slachtoffer naam 2], geboren op [1984], en [slachtoffer naam 3], geboren op [1984] in Nigeria. Het staat dus vast dat deze signalementen werden vervaardigd van dezelfde persoon.vi

- Het sectierapport houdt in dat de man ten tijde van de brand niet in leven was. Er zijn uitgebreide inwendige letsels in de hals vastgesteld. Deze letsels waren bij leven ontstaan door inwerking van uitwendig mechanisch samendrukkend geweld op de hals, zoals door verwurging. Hiermee kan het overlijden goed worden verklaard door verstikking. Van een andere doodsoorzaak is niet gebleken. Letsel in het gelaat, een breuk aan de laatste rib rechts voorwaarts en bloeduitstortingen in de rugspieren links zijwaarts zijn bij leven ontstaan door inwerking van uitwendig mechanisch botsend geweld, zoals door vallen of slaan kan worden opgeleverd.vii

4.2. Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair ten laste gelegde feiten bewezen dient te worden verklaard. Zij heeft daartoe - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.

Gebeurtenissen in de woning

Verdachte heeft uitgebreid verklaard over wat er in de woning is gebeurd. Na een tip van [medeverdachte 6] is hij samen met [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] naar de woning gegaan. Bij de woning aangekomen, liepen [medeverdachte 1] en verdachte voorop de trap op, gevolgd door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2]. Ze belden aan en het slachtoffer deed open. [medeverdachte 1] dreigde met het vuurwapen en verdachte pakte het slachtoffer vast, deed een hand voor diens mond en trok hem verder de gang in. Uiteindelijk kwamen ze met zijn allen in een slaapkamer terecht. Verdachte voelde een klap op zijn hoofd. Hij zag vervolgens dat [medeverdachte 1] het slachtoffer ook nog eens op het hoofd sloeg met het vuurwapen, dat hij aan [medeverdachte 1] had gegeven. Omdat verdachte bloedde, ging hij even weg uit de slaapkamer om iets te zoeken om zijn bloed te stelpen. [medeverdachte 1] nam het slachtoffer van verdachte over. Verdachte gaat ervan uit dat [medeverdachte 5] op dat moment het vuurwapen van [medeverdachte 1] overnam. Toen hij terug kwam bij de deuropening van de slaapkamer zag hij dat [medeverdachte 1] het slachtoffer aan het wurgen was. [medeverdachte 1] zei in het Surinaams dat hij hem ging doodmaken. Verdachte zag dat [medeverdachte 2] het slachtoffer in zijn ballen sloeg en dat [medeverdachte 5] de benen van het slachtoffer vasthield. [medeverdachte 5] waarschuwde [medeverdachte 1]: "Wat doe je nu? Je gaat die man doodmaken." Verdachte zei: "Laat die man los", maar toen was het al te laat en bewoog de man niet meer. [medeverdachte 5] zei toen tegen [medeverdachte 1] dat hij het slachtoffer dood had gemaakt. Verdachte geeft aan dat hij ongeveer twee minuten heeft waargenomen dat het slachtoffer werd gewurgd.

Doodsoorzaak

Een patholoog heeft een sectie verricht op het lichaam van het slachtoffer. Daaruit is gebleken dat hij tijdens de brand niet meer in leven was. Zij heeft uitgebreide letsels in de hals vastgesteld, die bij leven zijn ontstaan door inwerking van uitwendig mechanisch samendrukkend geweld op de hals, zoals door verwurging kan worden opgeleverd. Hiermee kan het overlijden volgens de patholoog goed worden verklaard door verstikking. Een andere doodsoorzaak is niet gebleken. Ook andere letsels, te weten, zwellingen en bloeduitstortingen en een ribbreuk, zijn bij leven ontstaan door inwerking van uitwendig mechanisch botsend geweld zoals door stoten kan worden opgeleverd. Over de ribbreuk heeft de patholoog ter zitting aangegeven dat voor het toebrengen daarvan een aanzienlijke hoeveelheid geweld vereist was. De patholoog heeft ter zitting uitgelegd dat iemand die wordt gewurgd daaraan snel overlijdt. Dat is een feit van algemene bekendheid. De tijd die daarmee gemoeid is verschilt volgens de patholoog aanmerkelijk per persoon. Zij sprak daarbij van een normale tijd van een aantal minuten.

De letsels rond het rechteroog van het slachtoffer passen, aldus de officier van justitie, bij het slaan op het hoofd met het vuurwapen, waarover door verdachte is verklaard. Ook de overige letsels op het bovenlichaam van het slachtoffer passen bij de verklaring van verdachte. De patholoog heeft, naar aanleiding van vragen daartoe, uitgelegd dat het mogelijk is dat er geweld is uitgeoefend op de schaamstreek van het slachtoffer zonder dat daarvan afkomstig letsel geconstateerd is. Ter terechtzitting heeft zij daaraan toegevoegd dat letsels soms lastiger te zien zijn bij mensen met veel pigment. Het is dus wel degelijk mogelijk dat [medeverdachte 2] geweld heeft uitgeoefend op de schaamstreek van het slachtoffer zonder dat daarvan specifiek letsel te vinden is.

Bewijs ten aanzien van het ten laste gelegde

De verschillende verklaringen van verdachte zijn onderling consistent en in overeenstemming met andere bewijsmiddelen. Hij heeft zijn verklaringen uit eigen beweging afgelegd en geeft daar ook een uitleg voor, namelijk dat hij wil dat de waarheid boven water komt. Hij zit ermee dat er iemand is overleden en realiseert zich dat hij zichzelf belast met zijn bekennende verklaring. Zijn verklaring is dan ook betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.

De ex-vriendin van [medeverdachte 1], [ex-vriendin van medeverdachte 1], heeft verklaard dat ze van [medeverdachte 1] heeft gehoord dat hij samen met verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] bij het feit betrokken is. Ook haar verklaringen zijn voldoende betrouwbaar om voor het bewijs te kunnen gebruiken. Haar verklaringen wijken op sommige punten af van wat verdachte verklaart, maar niet voor wat betreft het doel van het bezoek aan de woning van het slachtoffer en de personen die erbij waren. Deze verklaringen worden bovendien ondersteund door andere bewijsmiddelen, waaronder de verklaring van verdachte en de bewijsmiddelen die diens verklaring ondersteunen. Ook vertelt zij iets dat later wordt bevestigd door [medeverdachte 5], namelijk dat [medeverdachte 5] bang is voor [medeverdachte 1].

[medeverdachte 5] is gehoord door de politie in Suriname. Ook hij verklaart over wat hij in de woning heeft meegemaakt. Zijn verklaringen zijn voldoende consistent om tot het bewijs te kunnen bijdragen. Op onderdelen verklaart hij weliswaar afwijkend van de verklaringen van verdachte en hij verklaart dat hij een deel van het dossier in Suriname toegestuurd heeft gekregen. Weliswaar had hij dossierkennis, doch dit maakt zijn verklaring niet of niet geheel onbruikbaar voor het bewijs. Wel is het dan noodzakelijk dat er daarnaast ook nog andere bewijsmiddelen zijn en dat is ruimschoots het geval.

[medeverdachte 3] erkent dat zij in dezelfde kamer aanwezig is geweest als [medeverdachte 1], verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] toen er gesproken werd over iets dat ze gezamenlijk gingen doen. Zij heeft ze met zijn allen weg zien gaan. Zij is de volgende dag ook bij de bespreking over de brand aanwezig geweest. Ze verklaart dat ze iets heeft gehoord over iets 'wissen'.

Gelet op de voornoemde bewijsmiddelen kan worden bewezen dat het slachtoffer is gewurgd door [medeverdachte 1], die daarbij werd geholpen door [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] en dat verdachte daarbij aanwezig was. [medeverdachte 2] sloeg de man in zijn ballen en [medeverdachte 5] hield de benen van de man vast.

Voorbedachten rade

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 1], verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] op 7 december 2009 uit de woning van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn vertrokken om een Afrikaanse man te beroven. In de woning van het slachtoffer vond echter een wijziging van het opzet plaats. In de slaapkamer zijn drie verdachten namelijk overgegaan tot het doodmaken van de man.

Moord is een opzettelijke levensberoving met voorbedachten rade. Voor een bewezenverklaring van voorbedachten rade is voldoende dat vast komt te staan dat de verdachte tijd had zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn daad en zich daarvan rekenschap te geven. Dat de periode waarin de verdachte zich heeft beraden kort is, doet daar volgens de Hoge Raad niet aan af.

Verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte 1] tijdens het wurgen heeft gezegd dat hij de man ging doodmaken. Hij denkt echter dat [medeverdachte 1] het zo niet bedoelde. In de context van deze zaak kan die uitlating echter lastig anders worden geïnterpreteerd dan een uiting van de wil om iemand om te brengen. Hoewel zowel [medeverdachte 5] als verdachte [medeverdachte 1] waarschuwden voor de gevolgen van hetgeen hij met het slachtoffer deed, ging hij gewoon door met wurgen. Een levensberoving door verwurging kan enkele minuten duren. Uit de verklaringen van verdachte en [medeverdachte 5] blijkt dus dat [medeverdachte 1] tijd heeft gehad om na te denken over de gevolgen van zijn handelen. Hij is echter doorgegaan met wurgen. [medeverdachte 5] en [medeverdachte 2] bleven op dat moment ook doorgaan met wat ze al deden. [medeverdachte 5] bleef de benen van de man vasthouden en [medeverdachte 2] bleef de man in zijn ballen slaan. Ook zij hebben op dat moment tijd gehad om zich te beraden op hetgeen zij deden. Verdachte stond twee minuten lang te kijken naar wat er gebeurde, en veegde intussen nog wat bloed weg. Hij hield daar pas mee op toen hij zag dat de man niet meer bewoog. Pas nadat hij merkte dat de man dood was en hij zich realiseerde dat er sporen van hem in de woning lagen, raakte hij in paniek en verliet hij de woning.

Op grond van het voorgaande kan geconcludeerd worden dat bij alle vier de verdachten sprake was van voorbedachten rade.

Medeplegen

Voor het bewijs van medeplegen is een bewuste en nauwe samenwerking nodig. Deze kan blijken uit een gezamenlijk plan of een gezamenlijke uitvoering. De bewuste en nauwe samenwerking kan ook blijken uit een nauwe en actieve samenwerking kort voor het strafbare feit, ook als een verdachte geen concrete feitelijke uitvoeringshandelingen verricht. De enkele aanwezigheid bij, stilzwijgende instemming met en het zich niet distantiëren van het feit is niet altijd voldoende voor een bewuste en nauwe samenwerking.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] actieve uitvoeringshandelingen hebben verricht bij het wurgen van het slachtoffer. Het bewijs van medeplegen is in de zaken tegen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] hiermee geleverd.

[medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] zijn ter uitvoering van een gezamenlijk plan om de man te beroven samen met verdachte de woning binnengekomen. Verdachte is verantwoordelijk voor het meebrengen van een dodelijk wapen naar de woning. Hij heeft dat wapen aan [medeverdachte 1] gegeven en heeft het slachtoffer, na binnenkomst in de woning, in een zeer nauwe samenwerking met [medeverdachte 1], overmeesterd. Dit alles gebeurde in de aan de moord voorafgaande fase toen op opzet nog gericht was op de beroving. Het wilsbesluit om de man om het leven te brengen, ontstond toen verdachte het vasthouden van de man even had overgedragen aan [medeverdachte 1]. Toen hij terug kwam, zag hij dat [medeverdachte 1] de man aan het wurgen was, terwijl [medeverdachte 2] hem in de ballen sloeg en [medeverdachte 5] hem vast hield. Terwijl hij hoorde dat [medeverdachte 1] zei dat hij de man ging vermoorden en zag dat [medeverdachte 1] doorging met het wurgen van de man, bleef verdachte gewoon in de kamer staan. Onder die omstandigheden is hij volledig medeverantwoordelijk voor de moord op het slachtoffer, mede gezien de zeer nauwe samenwerking voorafgaand aan het feit en de omstandigheid dat hij [medeverdachte 1] goed kent en daarom weet met wie hij te maken heeft.

4.3. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden van de primair, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feiten. De raadsman heeft daartoe - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.

Uit de afgelegde verklaringen noch uit enige andere feiten of omstandigheden kan volgen dat verdachte het ten laste gelegde feit, te weten het opzettelijk om het leven brengen van het slachtoffer, met voorbedachten rade heeft gepleegd. Er was geen sprake van een plan gericht op de levensberoving van het slachtoffer. In de woning ging alles heel snel en liep alles volledig uit de hand. Er was voor verdachte toen geen moment voor kalm beraad of rustig overleg, noch bood de paniek hem daartoe ook maar enige gelegenheid.

Verdachte heeft zelf geen uitvoeringshandelingen verricht die betrekking hadden op de dood van het slachtoffer. Hij was uitsluitend bezig zich van het bloed te ontdoen. Als een verdachte geen uitvoeringshandelingen verricht, kan hij alleen als medepleger worden aangemerkt als hij zich niet distantieert van het feit en ook opzet had op het delict. Uit de afgelegde verklaringen, noch uit enige andere feiten en omstandigheden, kan volgen dat verdachte opzet heeft gehad op de dood van het slachtoffer. De tijdsspanne waarbij verdachte getuige werd van het gebeuren in de slaapkamer was volgens zijn verklaring niet langer dan twee minuten. Dat is een te korte tijd geweest om de gang van zaken bewust te aanvaarden. Daarnaast heeft verdachte zich gedistantieerd van de ten laste gelegde moord door het huis vóór zijn medeverdachten te verlaten. Dat blijkt ook uit de omstandigheden dat verdachte uit eigen beweging de waarheid aan de politie heeft willen vertellen en dat hij niet heeft deelgenomen aan de brandstichting.

Gelet op het voorgaande dient verdachte te worden vrijgesproken van zowel het primair als het subsidiair ten laste gelegde.

De feitelijke gedragingen van verdachte kunnen slechts geduid worden als afpersing en niet als diefstal met geweld. De voor diefstal karakteristieke eigenmachtige wegnemingshandeling van de dader kan immers niet uit het bewijs worden afgeleid. Ten aanzien van de afpersing kan ook alleen een poging daartoe bewezen worden geacht omdat de afgifte van enig goed is uitgebleven en het delict dus niet is voltooid.

Het overlijden van het slachtoffer kan verdachte in redelijkheid niet toegerekend worden. Hij heeft zelf immers geen handeling verricht die op zichzelf als zodanig de oorzaak is geweest, of heeft bijgedragen aan het overlijden van het slachtoffer. Hierbij is relevant dat [medeverdachte 6], die de tip aan verdachte had gegeven, al eerder door de rechtbank is vrijgesproken van het medeplegen van of de medeplichtigheid bij moord dan wel doodslag. De rechtbank heeft haar slechts veroordeeld voor medeplichtigheid bij een poging tot afpersing dan wel diefstal met geweld. De feiten en omstandigheden zouden in deze zaak niet tot een andere conclusie moeten leiden.

4.4. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het hierna bewezen geachte heeft begaan op de in rubriek 4.1 weergegeven vaststaande feiten, de hierna in samenvattende vorm weergegeven feiten en omstandigheden, zoals vervat in de als voetnoten weergegeven gebezigde bewijsmiddelen, en de navolgende bewijsoverwegingen.

- Verdachte heeft verklaard dat hij op 7 december 2009 bij [medeverdachte 1] was toen hij werd gebeld door [medeverdachte 6]. Zij vertelde dat ze drugs had gezien bij een Afrikaan. Dat heeft hij verteld aan [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] (Gron) en [medeverdachte 5] ([medeverdachte 5]). Zij zijn toen met zijn vieren naar [buurt] gegaan. Verdachte heeft zijn vuurwapen opgehaald.

Bij de woning aangekomen, liepen ze naar boven. Verdachte gaf toen het vuurwapen op diens verzoek aan [medeverdachte 1]. Er werd aangebeld. Toen de man de deur open maakte, hield [medeverdachte 1] het vuurwapen voor diens hoofd en zette verdachte zijn hand op de mond van de man en duwde hem naar binnen. Hierna trok verdachte de man verder naar binnen. Uiteindelijk zijn ze in de slaapkamer terecht gekomen. Verdachte gaf een knietje tegen de achterkant van de knie van de man zodat hij door zijn knieën ging. [medeverdachte 1] vroeg de man of de man drugs had. De man schudde van niet. Op dat moment voelde verdachte een klap op zijn hoofd. Hij keek op en zag dat [medeverdachte 1] daarna de man met de achterkant van het wapen op zijn hoofd sloeg. Verdachte voelde bloed op zijn hoofd en zei tegen [medeverdachte 1] dat hij de man over moest nemen. [medeverdachte 1] hield toen de man vast. [medeverdachte 1] hield de man in een wurggreep bij zijn nek. Hierna liep verdachte naar de keuken omdat hij het bloed wilde opvegen. Toen hij terug liep naar de deuropening van de slaapkamer, zag dat [medeverdachte 1] de man nog steeds in een wurggreep had. [medeverdachte 5] had de benen van de man vast en [medeverdachte 2] sloeg hem met zijn vuisten in zijn ballen. Op een gegeven moment vroeg [medeverdachte 5] aan [medeverdachte 1] wat hij aan het doen was omdat hij de man aan het doodmaken was. [medeverdachte 1] schreeuwde dat de benen van de man goed vastgehouden moesten worden. Hij zei in het Surinaams dat hij de man ging doodmaken. Terwijl dit gebeurde, bleef verdachte bij de deuropening staan. Op een gegeven moment ging iedereen van de man af. Toen is verdachte weggegaan.viii

- [medeverdachte 5] heeft verklaard dat [medeverdachte 1] bij de woning als eerste naar binnen ging, gevolgd door verdachte, [medeverdachte 2] en hemzelf. Toen hij bij de deur van de woning was, zag hij dat [medeverdachte 1] de man vasthield. Verdachte stond achter het slachtoffer en heeft zijn mond dichtgehouden. [medeverdachte 1] had een vuurwapen in zijn hand en probeerde het slachtoffer op zijn hoofd te slaan. Het was een worsteling. Beetje bij beetje verplaatsten ze zich naar een slaapkamer in de woning. In de slaapkamer ging de worsteling door en kwam [medeverdachte 1] met het slachtoffer op het bed terecht. [medeverdachte 1] hield de man met zijn rechterhand aan zijn hals vast. Hij bleef het slachtoffer wurgen. Hij zei dat hij de man dood zou maken. Toen de man nog tegenstribbelde, sloeg [medeverdachte 2] hem met zijn vuisten in zijn ballen. Op een gegeven moment sprong [medeverdachte 1] op. De man bewoog niet meer.ix

Bewezenverklaring opzettelijke levensberoving

De rechtbank is op grond van de hiervoor aangehaalde verklaringen van verdachte en [medeverdachte 5], in het bijzondere de omstandigheden dat [medeverdachte 1] het slachtoffer gedurende aanzienlijke tijd heeft gewurgd en dat [medeverdachte 1] heeft gezegd dat hij het slachtoffer dood zou maken, van oordeel dat [medeverdachte 1] ten minste de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer als gevolg van zijn handelen zou komen te overlijden. Het is immers een feit van algemene bekendheid dat er een aanzienlijke kans is dat iemand komt te overlijden als gevolg van verwurging. De rechtbank acht dus bewezen dat [medeverdachte 1] ten minste voorwaardelijke opzet had op de dood van het slachtoffer.

De verdediging heeft betoogd dat verdachte niet kan worden aangemerkt als medepleger van de levensberoving van het slachtoffer omdat verdachte zelf geen handelingen heeft verricht die tot de dood van het slachtoffer hebben geleid en hij zich van het feit heeft gedistantieerd. De rechtbank verwerpt dit verweer en overweegt daartoe het volgende.

Uit het dossier valt af te leiden dat verdachte een initiërende rol heeft gehad bij de overval. Hij heeft de medeverdachten verteld dat hij een tip had gekregen over een Afrikaan die drugs zou hebben. Ook is hij de persoon die een geladen vuurwapen heeft opgehaald en meegenomen en dat aan [medeverdachte 1] heeft gegeven. Op het moment dat het slachtoffer de deur van de woning opendeed, heeft hij zijn hand op de mond van het slachtoffer gedaan en het slachtoffer samen met [medeverdachte 1] naar de slaapkamer geleid. In de slaapkamer heeft verdachte het slachtoffer een knietje gegeven, waardoor deze op zijn knieën op de grond terecht is gekomen. Hij heeft dus een actieve bijdrage geleverd aan het breken van de weerstand van het slachtoffer.

Nadat hij terugkwam bij de slaapkamer, zag hij dat [medeverdachte 1] het slachtoffer aan het wurgen was. Hij hoorde dat [medeverdachte 1] zei dat hij het slachtoffer dood zou maken en zag dat [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] het slachtoffer in bedwang hielden. Deze handelingen duurden ongeveer twee minuten. In deze tijd heeft hij noch fysiek noch verbaal ingegrepen, terwijl hij daartoe wel de mogelijkheid had, noch heeft hij zich van de handelingen van de overige verdachten gedistantieerd door reeds toen de woning te verlaten. Dit heeft hij pas gedaan toen het slachtoffer niet meer bewoog.

Hoewel niet gezegd kan worden dat verdachte naar het slachtoffer is gegaan met de intentie om hem te doden - dat lag ook niet voor de hand nu diens medewerking vereist was bij het zoeken naar de in de woning verondersteld aanwezige drugs - kan naar het oordeel van de rechtbank wel worden aangenomen dat verdachte door met een getrokken en geladen vuurwapen samen met zijn mededader bij het slachtoffer binnen te dringen de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat ingeval van enig verzet dodelijk geweld zou worden gebruikt. Dat het gebruik van dat geweld verdachte in zekere zin ook om het even was valt ook af te leiden uit zijn gedragingen tijdens de wurging aangezien hij toen enkel bezig was met het opvegen van het bloed, dat bij ontdekking van het delict door de politie naar hem zou leiden, en niet met het lot van het slachtoffer. Gelet hierop kan verdachte naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als medepleger van de opzettelijke levensberoving van het slachtoffer.

Vrijspraak moord

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank echter niet bewezen dat [medeverdachte 1] deze handelingen met voorbedachten rade heeft gepleegd. Uit de verklaringen van verdachte en [medeverdachte 5] blijkt dat zij, samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], naar de woning toe zijn gegaan omdat zij van plan waren het slachtoffer te beroven. Er blijkt echter niet uit dat de verdachten ook van plan waren om het slachtoffer te doden. Ook de omstandigheid dat de verdachten een doorgeladen vuurwapen naar de woning hebben meegenomen, rechtvaardigt niet zonder meer de conclusie dat de verdachten al hadden besloten om het slachtoffer om te brengen. Op enig moment is deze beroving uit de hand gelopen. Hoewel de rechtbank bewezen acht dat [medeverdachte 1] met zijn handelen het voorwaardelijke opzet had op de dood van het slachtoffer, acht zij [medeverdachte 1]s handelingen dermate aaneengeschakeld dat niet aannemelijk is dat [medeverdachte 1] tijdens het wurgen een moment heeft gehad om zich te beraden over de betekenis en de gevolgen van de voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven. De rechtbank acht dan ook niet bewezen dat het slachtoffer met voorbedachten rade is gedood, hetgeen betekent dat verdachte van moord wordt vrijgesproken.

Bewezenverklaring gekwalificeerde doodslag

De rechtbank is van oordeel dat de subsidiair ten laste gelegde gekwalificeerde doodslag bewezen kan worden. [medeverdachte 1] hield het slachtoffer in bedwang en heeft het slachtoffer op enig moment gewurgd, kennelijk omdat het slachtoffer tegenstribbelde. De rechtbank oordeelt op grond daarvan dat de wurging gericht was op het breken van de weerstand van het slachtoffer, zodat de verdachten de woning daarna konden doorzoeken naar drugs, dan wel andere waardevolle goederen.

5. Bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de onder 4 vervatte bewijsmiddelen bewezen het subsidiair ten laste gelegde, te weten dat verdachte:

op 7 december 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk een persoon, bekend onder de namen [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984]) en [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria), van het leven heeft beroofd, immers hebben verdachte en zijn mededaders met dat opzet krachtig fysiek geweld, verwurging, uitgeoefend op de halsstreek van die persoon, terwijl deze werd vastgehouden en gestompt tegen het lichaam, tengevolge waarvan voornoemde persoon is overleden,

welke vorenomschreven doodslag werd vergezeld van na te noemen strafbaar feit, te weten poging tot diefstal met geweld, gepleegd in vereniging, en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken

immers hebben en/of zijn verdachte en zijn mededaders op 7 december 2009 te [plaats], gemeente [gemeente],

ter uitvoering van het door verdachte en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een som geld en/of een hoeveelheid drugs, toebehorende aan een persoon, bekend onder de namen [slachtoffer naam 1] (geboren op [1972] te Nigeria) en [slachtoffer naam 2] (geboren op [1984]) en [slachtoffer naam 3] (geboren in [1984] te Nigeria), en die voorgenomen diefstal te doen vergezellen van geweld en bedreiging met geweld, te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal gemakkelijk te maken,

- naar de woning van voornoemde persoon, bekend onder de namen [slachtoffer naam 1] en [slachtoffer naam 2] en [slachtoffer naam 3], gegaan en

- aldaar aangebeld en

- nadat voornoemde persoon de deur van die woning had geopend een vuurwapen op voornoemde persoon gericht en gericht gehouden en

- voornoemde persoon die woning ingeduwd en

- die woning binnen gegaan en

- een hand over de mond van voornoemde persoon gedaan en gehouden en

- voornoemde persoon in een slaapkamer geleid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

6. De strafbaarheid van het feit

Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.

7. De strafbaarheid van verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8. Motivering van de straf

8.1. De eis van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door haar primair bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 17 (zeventien) jaren, met aftrek van voorarrest. Zij heeft daartoe - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.

Deze zaak gaat over zeer ernstige feiten. Het verhaal over wat er op 7 en 8 december 2009 is gebeurd in de woning aan de [A-straat nr. 1] is indrukwekkend om te horen, ook voor mensen die er totaal buiten staan en er alleen over horen vertellen. Het slachtoffer is gewurgd door [medeverdachte 1]. [medeverdachte 1] werd daarbij feitelijk geholpen door [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5] en ook verdachte kan worden aangemerkt als medepleger van de moord. Mocht de voorbedachten raad niet bewezen kunnen worden, dan is in ieder geval sprake van gekwalificeerde doodslag. Het strafmaximum bij gekwalificeerde doodslag is gelijk aan het strafmaximum bij moord. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de beoordeling van de strafmaat.

Bij de bepaling van de strafmaat dient in strafverhogende zin rekening te worden gehouden met de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd: het slachtoffer wordt in eigen zijn woning, de plaats waar men zich bij uitstek veilig moet achten, bedreigd met een vuurwapen, ruw vastgepakt en als hij terugvecht gewurgd door [medeverdachte 1] met feitelijke hulp van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 5]. Verdachte werkt zo nauw samen met deze drie dat ook hij medeverantwoordelijk is. Opvallend bij de werkwijze van verdachte is dat hij zo koelbloedig te werk gaat: hij haalt zijn vuurwapen, ontmoet de anderen, neemt samen met [medeverdachte 1] de leiding bij het vastpakken van de man die volgens plan beroofd wordt. Als het mis gaat, heeft hij minder oog voor het belang van het slachtoffer dan voor zichzelf: hij blijft zijn eigen bloed opvegen en staan kijken naar de levensberoving en vertrekt vervolgens uit de woning, terwijl de anderen nog bezig zijn om te proberen om de man weer bij te brengen. Hij werkt alle bewijsstukken stelselmatig weg. De professionele wijze waarop hij zich ontdoet van de bebloede kleding veronderstelt dat hij dit vaker heeft gedaan: ieder DNA-spoor wordt verwijderd door deze wijze van handelen.

Voor de verdachten is het kennelijk niet genoeg dat de echtgenote van het slachtoffer haar man heeft verloren door een ernstig geweldsdelict: er moest voorkomen worden dat zij zouden worden opgespoord en gestraft voor deze wrede daad. Dat gebeurt, zoals hiervoor al aangegeven, door een brand te stichten. Hierdoor verliest de echtgenote van het slachtoffer niet alleen haar man, maar ook haar huis met veel dierbare voorwerpen en herinneringen.

Verdachte is medeverantwoordelijk voor de moord. Hij heeft zelf geen geweldshandelingen verricht die direct betrekking hebben op de levensberoving, maar is daar als medepleger wel mede verantwoordelijk voor. Hij is herhaaldelijk veroordeeld voor overvallen. Hij doet dat professioneel: hij voorziet in zijn levensonderhoud door het beroven van mensen, ook in hun woningen. Hij geeft daarbij zelf ook nog aan dat hij mensen vooral berooft van drugs omdat bij een beroving waarbij geld wordt gestolen eerder aanleiding is om aangifte te doen en de politie in te schakelen. Hij heeft een leidende rol gespeeld bij het feit dat leidde tot de moord. Zonder hem was geen van de verdachten in de woning gekomen en zou het feit niet zijn gepleegd. Dit rechtvaardigt een zeer langdurige gevangenisstraf.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de strafeis van de officier van justitie te hoog is. De raadsman heeft daartoe - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd.

Verdachte heeft vanuit zijn geweten een bekennende verklaring afgelegd. Hij heeft keer op keer gevraagd naar de gemoedstoestand van de weduwe van het slachtoffer. Een overval plegen is voor hem iets heel anders dan het doden van een persoon. Dat was voor hem een brug te ver. Zonder de bekennende verklaring van verdachte is het nog maar de vraag of de officier van justitie de zaak rond had kunnen krijgen.

De justitiële documentatie van verdachte spreekt niet in zijn voordeel. Nu zijn criminele handelen in deze zaak echter tot een gruwelijk ongewild gevolg heeft geleid, is hij ervan doordrongen dat hij na het uitzitten van zijn straf absoluut een ander pad dient te volgen. Hij wil in de toekomst verre blijven van criminaliteit. Daarbij speelt de geboorte van zijn kind ook een belangrijke rol. Hij wil een vader zijn voor zijn kind.

Verdachte aanvaard dat aan hem aan onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd zal worden. Een strafeis van zeventien jaren doet het aandeel van verdachte in deze zaak echter geen recht en kan niet anders worden gekwalificeerd dan als buitensporig. In vergelijkbare zaken ligt het landelijk gemiddelde van rechtbanken ook vele malen lager.

De verdediging heeft zich gerefereerd ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

8.3.1. Strafoplegging

De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.

De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.

Verdachte heeft samen met drie anderen het slachtoffer in diens woning overvallen. Daarbij is grof geweld gebruikt, waarbij het slachtoffer met het door verdachte naar de woning meegenomen vuurwapen op het hoofd is geslagen. Daarna is het slachtoffer naar de slaapkamer gesleurd waar hij, onder bedwang gehouden, door een mededader is gewurgd. Tijdens het wurgen is het slachtoffer nog in de kruisstreek geslagen. Het leed dat het slachtoffer in de laatste minuten van zijn leven in zijn eigen woning is toegebracht, is nauwelijks voorstelbaar, doch moet verschrikkelijk zijn geweest.

Feiten als deze leiden tot afgrijzen, grote onrust en gevoelens van onveiligheid in de samenleving. Verdachte heeft zijn financieel gewin boven het welzijn van het slachtoffer en diens meest fundamentele recht, het recht op leven, gesteld. De weduwe is onherstelbaar leed aangedaan, waarvan zij ter terechtzitting blijk heeft gegeven. De ervaring leert dat nabestaanden zeer lang kampen met het verlies van naasten.

De rechtbank is - mede vanuit een oogpunt van vergelding - van oordeel dat als reactie op dergelijke feiten een gevangenisstraf van zeer lange duur passend en geboden is.

Het feit dat verdachte wordt vrijgesproken van het medeplegen van moord kan hem bij de strafoplegging niet baten, aangezien de wetgever op de bewezen geachte gekwalificeerde doodslag hetzelfde strafmaximum heeft gesteld als op moord. Bij het bepalen van de duur van de straf voor dit feit heeft de rechtbank acht geslagen op rechterlijke uitspraken met betrekking tot feiten - moord of gekwalificeerde doodslag - die met het onderhavige geval vergelijkbaar zijn. Aan de hand daarvan heeft de rechtbank als sanctie voor de gekwalificeerde doodslag een gevangenisstraf voor de duur van 14 jaren als uitgangspunt genomen.

In strafverhogende zin weegt de rechtbank mee dat de overval op initiatief van verdachte, na daarover te zijn getipt, heeft plaatsgevonden. Verdachte was degene die het geladen vuurwapen naar de woning meenam en was de eerste die het slachtoffer vastpakte en deze naar de grond bracht. Ook weegt mee in zijn nadeel dat hij - zo blijkt uit zijn strafblad maar ook naar eigen zeggen - zijn inkomen de laatste jaren heeft verworven door het plegen van overvallen, in het bijzonder het beroven van Afrikanen van drugs, een geraffineerde wijze van handelen vanwege de geringe aangiftebereidheid van de slachtoffers.

In verdachtes voordeel merkt de rechtbank op dat verdachte zijn rol en die van anderen gedetailleerd heeft opgebiecht. Indien dat achterwege was gebleven, had dat het politieonderzoek zwaar belemmerd en mogelijk zelfs (deels) vruchteloos gelaten. Door zijn bekennende verklaring heeft verdachte ook zijn spijt kunnen betonen en dat heeft hij ook gedaan. Daarnaast heeft hij op voor de rechtbank overtuigende wijze zijn medeleven getoond richting de weduwe.

Een en ander tegen elkaar afwegende, komt de rechtbank tot een strafoplegging die gelijk is aan het eerder vermelde uitgangspunt.

8.3.2. Beslissingen ten aanzien van het beslag

Onder verdachte zijn de volgende voorwerpen in beslag genomen:

2 1.00 STK Niet te definiëren goederen

3998066; brandmonster hal voor douche;

3 1.00 STK Kast Kl: wit

AABR2650NL

3791807; kast;

4 1.00 STK Boek Kl: blauw

AACK2752NL

3836265; map vanaf salontafel huiskamer [A-straat];

6 1.00 STK Briefpost

3842405;

7 1.00 STK Briefpost

3839867;

8 1.00 STK Briefpost

3844476; nn brief;

9 1.00 STK Briefpost

3844478;

10 1.00 STK Briefpost

3850868; gericht aan bureau [bureau 1];

11 1.00 STK Briefpost

3850867; gericht aan bureau [bureau 1];

12 1.00 STK Briefpost

3850866; gericht aan bureau [bureau 2];

13 1.00 STK Briefpost

3850871; gericht aan bureau [bureau 2];

14 1.00 STK Briefpost

3850862; in Engelse taal gericht aan politie [bureau 3];

15 1.00 STK Briefpost

3850864; gericht aan politie [bureau 3];

16 1.00 STK Enveloppe

3836433; gericht aan politie te water;

17 1.00 STK Brief

3836453; met informatie mbt de moord [A-straat];

18 1.00 STK Briefpost

3841914; brief enveloppe heeft nr [nr];

19 1.00 STK Briefpost

3841168;

20 1.00 STK Briefpost

3842365; machinaal geschreven;

21 1.00 STK Briefpost

3842368; machinaal geschreven;

22 1.00 STK Briefpost

3823699; brief gericht aan [verdachte];

23 1.00 STK Papier Kl: groen

3815322; aangetroffen in slaapkamer 3;

24 1.00 STK Papier Kl: roze

3815332; aangetroffen in slaapkamer 3;

27 2.00 STK Enveloppe

3815352; met als inhoud diverse brieven/foto's;

30 2.00 STK Papier

3820469; met nr.s [tel.nr. 1] en [tel nr. 2];

31 1.00 STK Agenda Kl: rood

3820471; incl. 3 foto's in slaapkamer [verdachte];

32 1.00 STK Zaktelefoon Kl: zwart

NOKIA [nr.]

3816423; incl. simkaart kamer [verdachte];

33 1.00 STK Papier K: paars

3816433; schriftje met namen en adressen;

34 2.00 STK Briefpost

3876992;

35 1.00 STK Agenda

3876993;

36 1.00 STK Papier

3815603; vermeldende div. telefoon uit achterzak

37 1.00 STK Papier

3815631; vermeldende tel.nr. [tel.nr. 3] en tekst;

38 1.00 STK Papier

3815640; met naam [naam] + telnr,. [tel.nr. 4];

39 1.00 STK Papier

3815672; papier vermeldende diverse telefoonnummers;

40 1.00 STK Papier

3815692; vers-lijst van de PO Ter Apel;

41 1.00 STK Papier

3815701; handgeschreven a4-tjse met namen en nrs;

42 1.00 STK Papier

3815704; handgeschreven a4-tje met berekening;

43 1.00 STK Wenskaart

3815707; afzender [naam 2] betreft liefdesverklaring;

44 35.00 STK Briefpost

3815710; handgeschreven brieven.

De onder 2 t/m 4 genummerde voorwerpen behoren toe aan [benadeelde partij] en dienen aan haar te worden teruggegeven.

De onder 6 t/m 21 genummerde goederen dienen te worden bewaard voor de rechthebbende.

De onder 22 t/m 24 en 27 genummerde goederen behoren toe aan [persoon] en dienen aan haar te worden teruggegeven.

De onder 30 t/m 44 genummerde goederen behoren toe aan verdachte en dienen aan hem te worden teruggegeven.

8.3.3. Beslissingen ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de behandeling van de vordering van [benadeelde partij], niet een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Tevens is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor onder 1 subsidiair bewezen geachte feit rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank waardeert de materiële schade op € 6.169,73 (zesduizendhonderdnegenenzestig euro en drieënzeventig cent), nu van de gevorderde materiële schade van € 7.645, - reeds €1.475,27 is vergoed door of namens [medeverdachte 6]. Verdachte kan voor deze schade hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde immateriële schade niet aan verdachte kan worden toegerekend, nu deze betrekking heeft op de brand in de woning van de benadeelde partij. Verdachte is voor deze brand niet strafrechtelijk aansprakelijk gesteld.

De vordering kan dan ook tot het bedrag van € 6.169,73 (zesduizendhonderdnegenenzestig euro en drieënzeventig cent) worden toegewezen. Op dit bedrag is de wettelijke rente, vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening, van toepassing.

Voorts zal verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zal maken.

In het belang van [benadeelde partij] voornoemd wordt als extra waarborg voor betaling de schadevergoedingsmaatregel (artikel 36f Sr) aan verdachte opgelegd.

9. Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen 36f, 57 en 288 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.

10. Beslissing

Verklaart het primair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.

Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Het bewezen verklaarde levert op:

Medeplegen van doodslag, vergezeld van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit gemakkelijk te maken.

* Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 14 (veertien) jaren.

Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.

* Gelast de teruggave aan [benadeelde partij] van de onder 2 t/m 4 op de beslaglijst genummerde goederen.

* Gelast de teruggave aan [persoon] van de onder 22 t/m 24 en 27 op de beslaglijst genummerde goederen.

* Gelast de teruggave aan [verdachte] van de onder 30 t/m 44 op de beslaglijst genummerde goederen.

* Gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de onder 6 t/m 21 op de beslaglijst genummerde goederen.

* Wijst de vordering van [benadeelde partij], wonende op het adres [adres] te [plaats], toe tot € 6.169,73 (zesduizendhonderdnegenenzestig euro en drieënzeventig cent), te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening.

Verklaart [benadeelde partij] voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Veroordeelt verdachte tot betaling van het toegewezen bedrag aan [benadeelde partij] voornoemd, behalve voor zover deze vordering al door of namens anderen is betaald.

Veroordeelt verdachte voorts in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [benadeelde partij], aan de Staat € 6.169,73 (zesduizendhonderdnegenenzestig euro en drieënzeventig cent) te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade tot aan de dag van de algehele voldoening, behalve voor zover dit bedrag al door of namens anderen is betaald. Bij gebreke van betaling en verhaal wordt de betalingsverplichting door hechtenis van 65 (vijfenzestig) dagen vervangen. De toepassing van die hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. H.A. van Eijk, voorzitter,

mrs. H.P.H.I. Cleerdin en P. Sloot, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. Spliet, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 februari 2012.

i Voor zover niet anders vermeld, wordt in de hierna volgende voetnoten telkens verwezen naar bewijsmiddelen die zich in het aan deze zaak ten grondslag liggende dossier bevinden, volgens de in dat dossier toegepaste nummering. Tenzij anders vermeld, gaat het daarbij om processen-verbaal, in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

ii p. D 1, D 7 en R 5.

iii p. D 3.

iv p. B 14.

v p. D. 16.

vi p. C. 27.

vii Een geschrift, te weten een rapport van het NFI van 12 februari 2010, opgemaakt door dr. V. Soerdjbalie - Maikoe, inhoudende een pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijk niet natuurlijke dood (p. C 64 t/m 66).

viii De verklaring die verdachte ter terechtzitting van 16 januari 2012 heeft afgelegd.

ix p. A9 28 en 29.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature