Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

De verdachte wordt van meerdere (cybercrime)feiten vrijgesproken,nu onrechtmatig is binnengetreden in zijn woning. In het verslag van binnentreden is vermeld dat de verbalisant zich voorafgaande aan het binnentreden van de woning niet door het tonen van zijn legitimatiebewijs heeft gelegitimeerd. De verdachte heeft na het binnentreden één laptop en vier harde schijven overhandigd. Op de harde schijf van die laptop is door de recherche belastend materiaal aangetroffen, betreffende onder meer door de verdachte gevoerde chatgesprekken over het hacken van websites.Het hof is gelet op het uit de wetsgeschiedenis van de Awbi blijkende belang van de legitimatieverplichting van oordeel dat niet kan worden volstaan met de enkele constatering dat een onherstelbaar vormverzuim is begaan, dan wel met strafvermindering. Het hof gaat daarom over tot uitsluiting van het aangetroffen materiaal van het bewijs.

De verdachte wordt door het hof veroordeeld voor het meermalen inbreken in verschillende (beveiligde) servers. Het hof heeft in aanmerking genomen dat de verdachte jeugdig was toen hij de feiten pleegde en dat hij niet eerder is veroordeeld. Het hof veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke werkstraf van 90 uren, met een proeftijd van twee jaren.

Gepubliceerde uitspraken in deze zaak:

Uitspraak



Rolnummer: 22-005046-10

Parketnummer: 09-530426-09

Datum uitspraak: 3 februari 2012

TEGENSPRAAK

Gerechtshof te 's-Gravenhage

Meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank 's-Gravenhage van 22 september 2010 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,

[adres].

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 20 januari 2012.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

Procesgang

In eerste aanleg is de verdachte van het onder 2, 3, 5 en 6 ten laste gelegde vrijgesproken en ter zake van het onder 1, 4 en 7 ten laste gelegde veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf van 90 uren, subsidiair 45 dagen hechtenis, met een proeftijd van 2 jaren. De benadeelde partij is niet ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding.

De officier van justitie heeft tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 juli 2008 tot en met 3 juli 2008 te Leiden en/of Doetichem en/of Eindhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk voor de opslag of verwerking van gegevens, te weten de webserver en/of het netwerk van de Universiteit Leiden (met de naam "Joe"), althans in een deel daarvan, is binnen gedrongen, waarbij hij/zij enige beveiliging heeft/hebben doorbroken en/of waarbij hij/zij de toegang heeft/hebben verworven door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel door middel van een manipulatie van de op die webserver en/of dat netwerk aanwezige SQL-database (SQL-injectie) en/of niet voor hen bestemde combinaties van gebruikersnamen en/of wachtwoorden;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 juli 2008 tot en met 3 juli 2008 te Leiden en/of Doetinchem en/of Eindhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een of meer geautomatiseerde werken, te weten de webserver en/of het netwerk van de Universiteit Leiden (met de naam "Joe"), of in een deel daarvan, is binnengedrongen, waarna verdachte vervolgens gegevens, die waren opgeslagen, werden verwerkt of werden overgedragen door middel van dat/die geautomatiseerd(e) werk(en) waarin verdachte zich wederrechtelijk bevond, voor zichzelf of een ander heeft overgenomen, afgetapt of opgenomen immers heeft/hebben hij/zij het bestand "passwd" gekopieerd naar zijn/hun eigen computer(s);

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 2 juli 2008 tot en met 3 juli 2008 te Leiden en/of Doetinchem en/of Eindhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk gegevens, te weten programmagegevens ter sturing van (een) computer(s) en/of server(s) van de Universiteit Leiden (met de naam "Joe"), die door middel van computer(s) en/of server(s), althans een geautomatiseerd werk en/of door middel van telecommunicatie zijn opgeslagen, worden verwerkt of overgedragen, heeft veranderd en/of gewist en/of onbruikbaar gemaakt en/of ontoegankelijk gemaakt, dan wel andere gegevens aan die computer(s) en/of server(s), althans een geautomatiseerd werk, heeft toegevoegd, immers heeft/hebben verdachte en of zijn mededader(s) - een PHP-bestand (een zogenaamde filebrowser) toegevoegd aan het computersysteem "Joe" en/of - een PHP-bestand met de naam "Berry.php" toegevoegd aan het computersysteem "Joe";

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 12 juni 2008 tot en met 15 juni 2008 te Lochem en/of Doetichem en/of Eindhoven en/of Gaanderen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk voor de opslag of verwerking van gegevens, te weten de webserver en/of het netwerk van de firma AOC Oost, althans in een deel daarvan, is binnen gedrongen, waarbij hij/zij enige beveiliging heeft/hebben doorbroken en/of waarbij hij/zij de toegang heeft/hebben verworven door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel door middel van een manipulatie van de op die webserver en/of dat netwerk aanwezige SQL-database (SQL-injectie) en/of niet voor hen bestemde combinaties van gebruikersnamen en/of wachtwoorden;

5.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met 1 september 2008 te Doetichem en/of Eindhoven en/of Gaanderen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk voor de opslag of verwerking van gegevens, te weten de webserver en/of het netwerk van TVA Reclame en Communicatie, althans in een deel daarvan, is binnen gedrongen, waarbij hij/zij enige beveiliging heeft/hebben doorbroken en/of waarbij hij/zij de toegang heeft/hebben verworven door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel door middel van een manipulatie van de op die webserver en/of dat netwerk aanwezige SQL-database (SQL-injectie) en/of niet voor hen bestemde combinaties van gebruikersnamen en/of wachtwoorden;

6.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met 1 september 2008 te Doetinchem en/of Eindhoven en/of Gaanderen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,(telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een of meer geautomatiseerde werken, te weten de webserver en/of het netwerk van TVA Reclame en Communicatie, of in een deel daarvan, is binnengedrongen, waarna verdachte vervolgens gegevens, die waren opgeslagen, werden verwerkt of werden overgedragen door middel van dat/die geautomatiseerd(e) werk(en) waarin verdachte zich wederrechtelijk bevond, voor zichzelf of een ander heeft overgenomen, afgetapt of opgenomen immers heeft/hebben hij/zij een of meer bestand(en) gekopieerd naar zijn/hun eigen computer(s), te weten:

- tvainteractief users.passes.db en/of

- \hda8\root\spa.zip en/of - \hda8\root\ulenhof.zip;

7.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 16 juli 2008 tot en met 17 juli 2008 te 's-Hertogenbosch en/of Doetichem en/of Eindhoven, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk voor de opslag of verwerking van gegevens, te weten de webserver en/of het netwerk van B.H.I.C., althans in een deel daarvan, is binnen gedrongen, waarbij hij/zij enige beveiliging heeft/hebben doorbroken en/of waarbij hij/zij de toegang heeft/hebben verworven door een technische ingreep en/of met behulp van valse signalen of een valse sleutel door middel van manipulatie van de op die webserver en/of dat netwerk aanwezige SQL-database (SQL-injectie) en/of niet voor hen bestemde combinaties van gebruikersnamen en/of wachtwoorden.

Het vonnis waarvan beroep

Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof komt tot een andere bewezenverklaring dan de rechtbank.

Vrijspraak van het onder 2, 5, 6 en 7 ten laste gelegde

Het hof gaat op basis van het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep uit van de navolgende feiten en omstandigheden:

- Op 26 augustus 2008 werd in de (studenten)woning van de verdachte aan de [adres] te Eindhoven binnengetreden ter inbeslagneming van digitale gegevensdragers. Daartoe was op die datum door de hulpofficier van justitie R. van Duin een machtiging gegeven aan brigadier van politie J. van der Leeuw.

- In het verslag van binnentreden is door Van der Leeuw vermeld dat hij zonder toestemming van de verdachte is binnengetreden, dat hij het doel van het binnentreden heeft medegedeeld en de machtiging heeft getoond aan de persoon die de deur van het pand opende (niet zijnde de verdachte) en dat hij zich voorafgaande aan het binnentreden van de woning niet door het tonen van zijn legitimatiebewijs heeft gelegitimeerd.

- De verdachte heeft na het binnentreden één laptop en vier harde schijven aan de tevens bij het binnentreden aanwezige verbalisant Beaufort overhandigd. Op de harde schijf van die laptop is door de recherche belastend materiaal aangetroffen, betreffende onder meer door de verdachte gevoerde chatgesprekken over het hacken van websites.

Volgens artikel 1, lid 1, van de Algemene wet op het binnentreden (Awbi), is degene die in een woning binnentreedt verplicht zich voorafgaand te legitimeren, behalve indien de naleving van deze verplichting naar redelijke verwachting ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van personen of goederen, feitelijk onmogelijk is dan wel naar redelijke verwachting de strafvordering schaadt ten aanzien van misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. In een dergelijk geval geldt de legitimatieverplichting slechts voor zover de naleving daarvan in die omstandigheden kan worden gevergd (artikel 1, lid 2 Awbi).

Naar 's hofs oordeel biedt het dossier geen enkel aanknopingspunt voor het oordeel dat ten tijde van het binnentreden sprake was van een of meer van de bovenvermelde uitzonderingsgronden.

Het hof stelt gelet daarop vast dat de politie door na te laten zich te legitimeren onrechtmatig in de woning van de verdachte is binnengetreden en zodoende zijn huisrecht heeft geschonden. Hiermee is sprake van een (onherstelbaar) vormverzuim als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Nu de rechtsgevolgen daarvan niet uit de wet blijken, dient het hof te beoordelen of aan dit vormverzuim enig rechtsgevolg dient te worden verbonden en, zo ja, welk rechtsgevolg dan in aanmerking komt.

Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Awbi (Memorie van Toelichting, Kamerstukken II, 1984-1985, 19 073, nr. 3, pag. 11 tot en met 13) blijkt dat de aanleiding om (ook) de legitimatieverplichting in die wet op te nemen is gelegen in de strekking van het grondrecht inzake de onschendbaarheid van de woning. Slechts indien verzekerd is dat de bewoner, of diens vertegenwoordiger, weet aan wie (en voor welk doel) hij toestemming tot binnentreden geeft, kan volgens de wetgever gezegd worden dat ten volle voldaan is aan het vereiste van een vrijelijk genomen beslissing.

Het hof is in het licht van het vorenstaande van oordeel dat niet kan worden volstaan met de enkele constatering dat een onherstelbaar vormverzuim is begaan, dan wel met strafvermindering. Daarbij heeft het hof gelet op het grote belang dat het geschonden voorschrift dient, alsmede de ernst van het verzuim en het feit dat de verdachte door dit verzuim daadwerkelijk in zijn verdediging is geschaad, zoals van een en ander uit het voorgaande blijkt.

Nu naar 's hofs oordeel het bewijsmateriaal - zijnde de resultaten van het technisch onderzoek aan de voornoemde harde schijf - door het verzuim is verkregen en door de onrechtmatige bewijsgaring een belangrijk rechtsbeginsel in aanzienlijke mate is geschonden, zal het hof overgaan tot uitsluiting van die resultaten van het bewijs.

Gelet op het vorenstaande ontbreekt (voldoende) wettig en overtuigend bewijs dat de verdachte het onder 2, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan, zodat het hof hem daarvan zal vrijspreken.

Vrijspraak van het onder 3 ten laste gelegde

Het hof leidt uit het verhandelde ter terechtzitting in hoger beroep af dat niet de verdachte, maar de medeverdachte Florijn de onder 3 vermelde PHP-bestanden aan het computersysteem "Joe" heeft toegevoegd. Nu het dossier geen enkel aanknopingspunt biedt voor het oordeel dat daarbij sprake is geweest van bewuste en nauwe samenwerking met de verdachte, zal het hof hem - bij gebreke van wettig en overtuigend bewijs - ook van dit feit vrijspreken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij in de periode van 2 juli 2008 tot en met 3 juli 2008 in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk voor de opslag of verwerking van gegevens, te weten de webserver van de Universiteit Leiden (met de naam "Joe") is binnen gedrongen, waarbij hij de toegang heeft verworven met behulp van valse signalen en een valse sleutel, door middel van een SQL-injectie en een niet voor hem bestemde combinatie van een gebruikersnaam en een wachtwoord;

4.

hij in de periode van 12 juni 2008 tot en met 15 juni 2008 in Nederland opzettelijk en wederrechtelijk in een geautomatiseerd werk voor de opslag of verwerking van gegevens, te weten de webserver van de firma AOC Oost is binnen gedrongen, waarbij hij de toegang heeft verworven met behulp van valse signalen en een valse sleutel, door middel van een SQL-injectie en een niet voor hem bestemde combinatie van een gebruikersnaam en een wachtwoord.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd, is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewijsvoering

Het hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het arrest vereist met de bewijsmiddelen dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit arrest zal worden gehecht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het onder 1 en 4 bewezen verklaarde levert op:

Computervredebreuk, meermalen gepleegd.

Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. Hij is dus strafbaar.

Vordering van de advocaat-generaal

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het onder 1 tot en met 7 ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaren, alsmede tot een werkstraf van tachtig uren, subsidiair veertig dagen hechtenis.

Strafmotivering

Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en op grond van de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan is gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.

Het hof verenigt zich grotendeels met de door de rechtbank gegeven strafmotivering, die hieronder als volgt wordt overgenomen.

De verdachte heeft meermalen ingebroken in verschillende (beveiligde) servers. Dit zijn ernstige feiten. Hoewel de verdachte deze strafbare feiten binnenshuis, zittend achter zijn computer, heeft gepleegd, en dus niet feitelijk in de bedrijven heeft ingebroken, is de gemaakte inbreuk op rechten van derden niet minder groot. Door zijn handelen heeft de verdachte de bedrijven veel ongemak toegebracht en voorts heeft hij bij herhaling ernstig inbreuk gepleegd op de vertrouwelijkheid en bescherming van computergegevens van anderen. Daarmee heeft de verdachte schade toegebracht aan het vertrouwen dat de maatschappij mag hebben in de digitale beveiliging van persoons- en bedrijfsgegevens. Het heeft zowel de gehackte bedrijven als politie en justitie veel tijd en geld gekost om te achterhalen wie de hacker was. Het is uitsluitend aan die inspanningen te danken dat de verdachte niet is doorgegaan met zijn strafbare internetactiviteiten.

Het hof heeft in aanmerking genomen dat de verdachte jeugdig was toen hij de feiten pleegde en dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 januari 2012 niet eerder is veroordeeld.

Het hof heeft geconstateerd dat de rechtbank de inzendtermijn met bijna twee maanden heeft overschreden, maar is van oordeel dat deze overschrijding wordt gecompenseerd door een voortvarende behandeling in hoger beroep, in aanmerking genomen dat de zaak ruim binnen twee jaren na het instellen van hoger beroep met een eindarrest is afgedaan. Derhalve zal het hof aan de overschrijding van de inzendtermijn geen rechtsgevolgen verbinden.

Het hof zal de verdachte - vanuit een oogpunt van speciale preventie - een voorwaardelijke werkstraf van na te melden duur, met de navermelde proeftijd, opleggen. Ondanks de vrijspraak van feit 7, welk feit de rechtbank wel bewezen achtte, is het hof van oordeel dat dezelfde straf als in eerste aanleg opgelegd, passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Het hof heeft gelet op de artikelen 9, 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 138a van het Wetboek van Strafrecht, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

BESLISSING

Het hof:

Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:

Verklaart niet bewezen dat de verdachte het onder 2, 3, 5, 6 en 7 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 en 4 ten laste gelegde heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 4 bewezen verklaarde strafbaar en verklaart de verdachte strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een werkstraf voor de duur van

90 (negentig) uren,

indien niet naar behoren verricht te vervangen door

45 (vijfenveertig) dagen hechtenis.

Bepaalt dat de werkstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit arrest is gewezen door mr. A.E. Mos-Verstraten,

mr. G.J.W. van Oven en mr. P.J. van der Flier, in bijzijn van de griffier mr. W.R. van Hattum.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 3 februari 2012.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature