Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:

Inhoudsindicatie:

Weigering overname van betalingsverplichting. Gelet op de beschikbare gegevens moet, anders dan de rechtbank heeft geoordeeld, worden geconcludeerd dat het Uwv niet in zijn onderzoeksplicht te kort is geschoten. Op grond van de gegevens is aannemelijk dat de werkgever ten tijde van het bestreden besluit nog niet verkeerde in een blijvende toestand van opgehouden hebben te betalen. Vernietiging aangevallen uitspraak. Beroep ongegrond.

Uitspraak



11/40 WW

Centrale Raad van Beroep

Meervoudige kamer

U I T S P R A A K

op het hoger beroep van:

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (appellant)

tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 25 november 2010, 10/435 (aangevallen uitspraak),

in het geding tussen:

[betrokkene], wonende te [woonplaats] (betrokkene)

en

appellant.

Datum uitspraak: 8 februari 2012

I. PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en nadere stukken ingezonden.

Namens betrokkene heeft mr. B.E. Crone een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 januari 2012. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door W.J.M.H. Lagerwaard. Betrokkene is verschenen, bijgestaan door mr. Crone.

II. OVERWEGINGEN

1.1. Betrokkene is op 1 juli 2005 als vertegenwoordiger in dienst getreden van [werkgever] (werkgever). Vanaf 28 maart 2007 heeft betrokkene zijn werkzaamheden wegens ziekte gestaakt. Bij besluit van 17 december 2008 heeft appellant de periode waarin betrokkene tijdens ziekte recht heeft op loon verlengd tot 24 maart 2010.

1.2. De werkgever heeft betrokkene vanaf september 2009 geen loon meer betaald.

Betrokkene heeft bij brief van 2 november 2009 appellant verzocht de betalingsverplichtingen van werkgever over te nemen op grond van artikel 61 van de Werkloosheidswet (WW). Bij besluit van 8 december 2009 heeft appellant de gevraagde uitkering aan betrokkene geweigerd. Bij besluit van 11 maart 2010 (bestreden besluit) heeft appellant het bezwaar tegen het besluit van 8 december 2009 ongegrond verklaard op de grond dat niet sprake is van betalingsonmacht maar van onwil van de werkgever.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en appellant opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar uitspraak. Volgens de rechtbank heeft appellant in het licht van de door betrokkene overgelegde stukken onvoldoende voldaan aan zijn onderzoeksverplichting.

3.1. Appellant heeft in hoger beroep dit oordeel van de rechtbank bestreden omdat volgens hem evident is dat er in het geval van betrokkene sprake was van onwil van de werkgever om loon aan betrokkene te betalen in plaats dat sprake was van blijvende betalingsonmacht.

3.2. Betrokkene heeft bevestiging van de aangevallen uitspraak bepleit. Hij heeft er daarbij op gewezen dat zijn loonvorderingen door de rechter zijn toegewezen maar dat de deurwaarder niet in staat is gebleken om de toegewezen gelden bij de werkgever te verhalen.

4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.

4.1. In dit geding is de volgende bepaling van hoofdstuk IV van de WW van belang:

Artikel 6 1

Een werknemer heeft recht op uitkering op grond van dit hoofdstuk, indien hij van een werkgever […] die […] verkeert in de blijvende toestand dat hij heeft opgehouden te betalen, loon, vakantiegeld, of vakantiebijslag te vorderen heeft […], niet heeft betaald.

4.2. Uit op 30 november 2009 bij [G.], directeur van de werkgever, verricht onderzoek is naar voren gekomen dat de werkgever van mening was dat hij betrokkene genoeg had betaald, dat het bedrijf van de werkgever nog draaide en dat de overige werknemers wel salaris kregen. Op grond van de door betrokkene verstrekte gegevens over de mislukte pogingen van de deurwaarder om vonnissen van de kantonrechter tot betaling van loon te executeren heeft het Uwv op 1 en 11 maart 2010 nader onderzoek verricht. [G.] deelde toen desgevraagd mee dat hij weigert betrokkene nog langer te betalen en dat er voldoende middelen zijn om de lonen van de overige werknemers te betalen. Gelet op deze gegevens onderschrijft de Raad niet het oordeel van de rechtbank dat het Uwv in zijn onderzoeksplicht te kort is geschoten. Op grond van die gegevens is aannemelijk dat de werkgever ten tijde van het bestreden besluit nog niet verkeerde in een blijvende toestand van opgehouden hebben te betalen.

4.3. De werkgever is op 17 augustus 2010 failliet verklaard. In het kader van dat faillissement is op een formulier van 2 september 2010 vermeld dat tot en met 30 april 2010 salarissen volledig zijn doorbetaald. De conclusie uit 4.2. wordt hiermee bevestigd.

4.4. Het hoger beroep slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden vernietigd. Doende wat de rechtbank zou behoren te doen, zal de Raad het beroep ongegrond verklaren. Bij deze uitkomst is er geen ruimte voor de gevraagde veroordeling tot schadevergoeding.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep,

Recht doende:

Vernietigt de aangevallen uitspraak;

Verklaart het beroep ongegrond;

Wijst het verzoek om veroordeling tot schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door G.A.J. van den Hurk als voorzitter en H.G. Rottier en J.J.T. van den Corput als leden, in tegenwoordigheid van L. van Eijndthoven als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 8 februari 2012.

(get.) G.A.J. van den Hurk.

(get.) L. van Eijndthoven.

TM


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde wetgeving

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature