Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:

Inhoudsindicatie:

vaststelling van verdeling van een nalatenschap (een perceel grond) ex artikel 3:185 BW , belangenafweging.

Uitspraak



GERECHTSHOF ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer HD 200.074.109

arrest van de zevende kamer van 24 januari 2012

in de zaak van

1. [Appellant sub 1.],

wonende te [woonplaats],

2. [Appellante sub 2.],

wonende te [woonplaats],

appellanten,

hierna te noemen: [appellanten] c.s., respectievelijk [appellant sub 1.] en [appellante sub 2.];

advocaat: mr. J.L.E. Marchal,

tegen:

[geïntimeerde],

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna te noemen: [geintimeerde],

advocaat: mr. J.J.Th. Paulissen,

als vervolg op het door het hof gewezen tussenarrest van 16 november 2010 in het hoger beroep van de door de rechtbank Maastricht onder nummer 142151/HA ZA 09-845 gewezen vonnissen van 16 september 2009 en 12 mei 2010.

5. Het tussenarrest van 16 november 2010

Bij genoemd arrest heeft het hof een comparitie van partijen gelast en is iedere verdere beslissing aangehouden.

6. Het verdere verloop van de procedure

6.1.De comparitie heeft op 15 december 2010 plaatsgevonden. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt. Partijen zijn niet tot een regeling gekomen en de zaak is naar de rol verwezen voor memorie van grieven.

6.2.Bij memorie van grieven hebben [appellanten] c.s. drie grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het tussen partijen gewezen vonnis van 12 mei 2010 en tot vaststelling van de verdeling van de nalatenschap van wijlen de heer [erflater] in die zin dat het perceel grond, gelegen aan de [perceel] te [postcode] [plaatsnaam] en kadastraal bekend als gemeente Stein, sectie [sectieletter], nr. [sectienummer], wordt toegedeeld aan [appellant sub 1.] op basis van een waarde van € 8.150,- en onder bepaling van het bedrag dat [appellant sub 1.] wegens overbedeling aan [appellante sub 2.] en [geintimeerde] dient te betalen en voorts dat de gelden op de kwaliteitsrekening van de notaris, na aftrek van eventueel nog te betalen notariskosten en onder verrekening van de door [appellant sub 1.] voorgeschoten taxatiekosten, in gelijke delen wordt toebedeeld aan partijen, kosten rechtens.

6.3.Bij memorie van antwoord heeft [geintimeerde] de grieven bestreden en geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis met veroordeling van [appellanten] c.s. in de kosten van beide instanties.

6.4.Partijen hebben hun zaak vervolgens doen bepleiten door hun advocaten. Beide advocaten hebben gepleit aan de hand van een pleitnota welke is overgelegd.

6.5. Partijen hebben daarna uitspraak gevraagd.

7. De gronden van het hoger beroep

Voor de tekst van de grieven wordt verwezen naar de memorie van grieven.

8. De verdere beoordeling

8.1. Het hof gaat in hoger beroep uit van de navolgende feiten.

8.1.1. Op 7 april 2007 is de broer van partijen, de heer [broer] (hierna: [broer]), overleden. [broer] heeft niet bij uiterste wil over zijn nalatenschap beschikt. Op grond van de wet zijn [geintimeerde], [appellant sub 1.] en [appellante sub 2.] zijn erfgenamen, ieder voor gelijke delen. De nalatenschap van [broer] bestaat uit:

- een bankrekening met per datum van overlijden een bedrag van € 3.823,34;

- een bankrekening met per datum van overlijden een bedrag van € 46,19;

- aandelen ter waarde van circa € 44.409,18.

- een perceel grond, gelegen aan de [perceel] te [postcode] te [plaatsnaam], kadastraal bekend als gemeente Stein, sectie [sectieletter], nummer [sectienummer] (hierna: het perceel), groot circa 28 are.

8.1.2. In opdracht van [appellant sub 1.] heeft [makelaar] Makelaardij Taxaties op 21 november 2007 een taxatierapport opgemaakt ten aanzien van het perceel. [makelaar] Makelaardij Taxaties heeft de onderhandse verkoopwaarde van het perceel, vrij van huur en gebruik, vastgesteld op € 8.150,-.

8.1.3. De communicatie tussen partijen over de verdeling van de nalatenschap heeft steeds via de notaris verlopen. In november 2008 heeft er nader overleg plaatsgevonden tussen partijen, maar dit heeft niet tot algehele overeenstemming ten aanzien van de verdeling van de nalatenschap van [broer] geleid.

8.2. [geintimeerde] heeft [appellanten] c.s. in rechte betrokken en heeft gevorderd:

- vaststelling van de verdeling van de nalatenschap van [broer] in die zin dat het perceel in drie gelijke delen wordt toebedeeld aan de erfgenamen, waarbij het aan [geintimeerde] toekomende een derde deel zal zijn en gelegen naast het perceel dat haar reeds toebehoort en dat het bedrag in depot op de kwaliteitsrekening van de notaris aldus wordt verdeeld dat ieder van partijen daarvan een derde deel ontvangt, althans vaststelling van de verdeling van de nalatenschap naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid;

- veroordeling van [appellanten] c.s. om aan de door de rechtbank vastgestelde verdeling uitvoering te verlenen binnen een door de rechtbank te bepalen termijn, zulks met benoeming van een onzijdig persoon voor diegene van beiden die mocht weigeren medewerking te verlenen aan de verdeling, teneinde hen bij die verdeling te vertegenwoordigen en daarbij hun belangen naar beste inzicht te behartigen;

- veroordeling van [appellanten] c.s. in de proceskosten.

8.3. [appellanten] c.s. hebben de vorderingen van [geintimeerde] betwist en hebben in reconventie gevorderd de verdeling van de nalatenschap van [broer] vast te stellen in die zin dat het (gehele) perceel wordt toebedeeld aan [appellant sub 1.], primair op basis van een waarde van € 8.150,- en subsidiair op basis van een waarde vast te stellen door een door de rechtbank te benoemen taxateur, kosten rechtens.

8.4. Bij vonnis waarvan beroep heeft de rechtbank in conventie en reconventie de verdeling van de nalatenschap van [broer] aldus vastgesteld dat:

- de gelden van de kwaliteitsrekening, na aftrek van de eventueel nog te betalen notariskosten en onder verrekening van de door [appellant sub 1.] voorgeschoten taxatiekosten, in gelijke delen (1/3) worden toebedeeld aan ieder van partijen;

- een derde deel van het perceel wordt toebedeeld aan [geintimeerde], te weten het deel dat is gelegen naast het stuk grond dat zij reeds bezit;

- het resterende twee derde deel van het perceel wordt toebedeeld aan [appellant sub 1.];

- [appellant sub 1.] wegens overbedeling aan [appellante sub 2.] een bedrag van € 2.716,66 dient te vergoeden,

met compensatie van de proceskosten.

8.5. De eerste grief van [appellanten] c.s. houdt in dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat bij de verdeling van het perceel uitgangspunt is dat aan partijen ieder één derde deel wordt toebedeeld. Volgens [appellanten] c.s. lijkt hieruit te volgen dat de rechtbank een wettelijke rangorde ziet in de wijzen van verdeling zoals genoemd in artikel 3:185 lid 2 BW . Dit is, zo stellen [appellanten] c.s., in strijd met artikel 3:185 lid 2 BW, nu de opsomming van de wijzen van verdeling in artikel 3:185 lid 2 BW puur enuntiatief is.

8.5.1. Het hof overweegt als volgt.

In artikel 3:185 lid 2 BW worden wijzen van verdeling van een gemeenschappelijk goed opgesomd zoals toedeling van een gedeelte van het goed aan ieder der deelgenoten, verdeling van de netto opbrengt van het goed na verkoop van dat goed of toedeling van het goed aan één van de deelgenoten tegen vergoeding van de overwaarde aan de andere deelgenoten. Het door de rechtbank ingenomen uitgangspunt, inhoudende dat aan ieder van de erfgenamen één derde wordt toebedeeld, is niet alleen door de wet als mogelijkheid genoemd, maar is naar het oordeel van het hof in dit geval ook logisch. Er is immers sprake van drie gelijke deelgerechtigden in een deelbare nalatenschap die niet tot overeenstemming kunnen komen ten aanzien van de verdeling van de nalatenschap. Niet valt in te zien dat de rechtbank niet voor deze wijze van verdeling kan kiezen.

De eerste grief faalt derhalve.

8.6. [appellanten] c.s. stellen in hun tweede grief dat de rechtbank ten onrechte het belang van [geintimeerde] bij verdeling van het perceel in drieën slechts heeft gewogen tegen het belang van [appellant sub 1.] om het perceel helemaal aan hem toe te delen. Een juiste weging van de belangen zou volgens [appellanten] c.s. zijn geweest een weging van de belangen van [appellante sub 2.] en [appellant sub 1.], die een toedeling van het gehele perceel aan [appellant sub 1.] voorstonden, tegenover het belang van [geintimeerde], die een verdeling in drieën voorstond. [appellanten] c.s. zijn van mening dat de wensen en belangen van de meerderheid een dermate zwaarwichtig belang opleveren dat het belang van [geintimeerde] daarvoor had moeten wijken.

8.6.1. Naar het oordeel van het hof gaat dit betoog van [appellanten] c.s. allereerst niet op, aangezien uit artikel 3:185 lid 1 BW volgt dat bij de vaststelling van de verdeling van een gemeenschap de rechter naar billijkheid dient rekening te houden met alle belangen van alle betrokken partijen en met het algemeen belang en dus ook met het belang van [geintimeerde]. Indien de stelling van [appellanten] c.s. gevolgd zou worden, zou aan het belang van [geintimeerde] geen betekenis worden gehecht, aangezien het standpunt van [appellanten] c.s. er feitelijk op neerkomt dat de meerderheid van de deelgerechtigden bepaalt op welke wijze de verdeling dient te geschieden. Voorts betekent het gegeven dat [appellant sub 1.] en [appellante sub 2.] beiden dezelfde wens hebben ten aanzien van het perceel nog niet dat aan hun gezamenlijk belang doorslaggevende betekenis dient te worden toegekend bij de vaststelling van de verdeling. Bovendien is aan hun wens in zoverre tegemoetgekomen en wegen hun belangen in zoverre zwaarder dat aan [appellant sub 1.] niet slechts een derde of een tweede, maar twee derde deel van het perceel is toebedeeld en aan [geintimeerde] slechts een derde deel. De stelling van [appellanten] c.s., dat de rechtbank bij haar beslissing in het geheel geen waarde heeft gehecht aan het belang van [appellante sub 2.], is dus onjuist. De rechtbank heeft immers bij de belangenafweging in aanmerking genomen dat [appellante sub 2.] steeds heeft aangegeven dat zij van mening is dat het gehele perceel aan [appellant sub 1.] moet worden toegescheiden.

De tweede grief slaagt evenmin.

8.7. De derde grief van [appellanten] c.s. houdt in dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat een verdeling van de nalatenschap, inhoudende toedeling van een derde deel van het perceel aan ieder van partijen en vervolgens toedeling van het deel van [appellante sub 2.] aan [appellant sub 1.], het meest recht doet aan de gerechtvaardigde belangen van partijen.

[appellanten] c.s. voeren in dat kader allereerst aan dat het perceel slechts agrarische doeleinden heeft en dat uit agrarisch oogpunt het uiterst onwenselijk is om het perceel te verdelen. Daarnaast voeren zij aan dat het de wens van hun ouders en van [broer] zou zijn geweest dat het perceel wordt toebedeeld aan één van de erfgenamen en dat de door de rechtbank vastgestelde verdeling zal leiden tot (aanmerkelijke) kosten van kadastrale meting en nieuwe grensbepaling.

Ten slotte voeren [appellanten] c.s. aan dat het volledig toebedelen van het perceel aan [appellant sub 1.] voor hen van bijzondere waarde is, omdat zij, in tegenstelling tot [geintimeerde], jarenlang voor [broer] hebben gezorgd.

8.7.1. Het hof overweegt als volgt.

Het feit dat bij de vaststelling van de verdeling van de nalatenschap met de belangen van partijen rekening moet worden gehouden impliceert dat de rechter ook let op de omstandigheid dat een goed bijzondere waarde heeft voor een deelgenoot. Naar het oordeel van het hof kan in het onderhavige geval niet worden vastgesteld dat het perceel voor een van de deelgenoten een grotere bijzondere waarde heeft dan voor de andere deelgenoten. [appellant sub 1.] en [appellante sub 2.] stellen een emotioneel belang te hebben bij volledige toedeling van het perceel aan [appellant sub 1.] vanwege hun bijzondere relatie met [broer] door hun jarenlange verzorging van hem. [geintimeerde] stelt ook een emotioneel belang te hebben bij toedeling van een derde deel van het perceel aan haar, omdat zij [broer] vóór de breuk met hem, [appellant sub 1.] en [appellante sub 2.] in 1986 samen met [appellante sub 2.] jarenlang heeft verzorgd - hetgeen niet door [appellanten] c.s. wordt betwist - en daarom prijsstelt op een aandeel in de nalatenschap van [broer]. Naar het oordeel van het hof kan niet worden geconcludeerd dat het emotionele belang van [appellanten] c.s. (of hun individuele belangen) zwaarder weegt dan het emotionele belang van [geintimeerde].

Hetgeen [appellanten] c.s. overigens hebben aangevoerd leidt evenmin tot het oordeel dat het perceel geheel aan [appellant sub 1.] dient te worden toebedeeld. Bij de door de rechtbank vastgestelde verdeling van het perceel, die kort gezegd erop neerkomt dat aan [appellant sub 1.] twee derde deel van het perceel wordt toebedeeld en aan [geintimeerde] een derde deel, is geen sprake van versnippering, aangezien het perceel grenst aan percelen die al in het bezit zijn van [appellant sub 1.] en [geintimeerde]. Bovendien heeft toedeling aan [geintimeerde] van het derde deel van het perceel dat grenst aan het al eerder aan haar toebedeelde stuk grond tot gevolg dat de huidige perceelsgrens, die thans een ‘knik’ heeft, wordt ‘rechtgetrokken’.

De stelling, dat [broer] en/of de ouders van partijen zouden hebben gewenst dat het perceel wordt toebedeeld aan één van de erfgenamen, staat niet vast en doet overigens ook niet ter zake. Het eerste lid van artikel 3:185 lid 1 BW schrijft immers voor dat bij de vaststelling van de verdeling rekening dient te worden gehouden met de belangen van [appellant sub 1.], [appellante sub 2.] en [geintimeerde] als deelgenoten in de nalatenschap en het algemeen belang en niet dat tevens rekening dient te worden gehouden met de eventuele wensen/ belangen van derden zoals de erflater(s) die niet in een uiterste wilsbeschikking zijn vastgelegd.

De enkele stelling dat de door de rechtbank vastgestelde verdeling van het perceel zal leiden tot (aanmerkelijke) kosten van kadastrale meting en nieuwe grensbepaling, staat evenmin vast en is bovendien onvoldoende om het belang van [appellant sub 1.] en [appellante sub 2.] bij toedeling van het gehele perceel aan [appellant sub 1.] van doorslaggevende betekenis te achten.

Gelet op het voorgaande en gezien het standpunt van [appellante sub 2.], dat het gehele perceel aan [appellant sub 1.] dient te worden toebedeeld, is het hof met de rechtbank van oordeel dat de door de rechtbank vastgestelde (wijze van) verdeling, waarbij twee derde van het perceel aan [appellant sub 1.] wordt toebedeeld en een derde deel aan [geintimeerde], het meest recht doet aan de gerechtvaardigde belangen van partijen.

De derde grief treft evenmin doel.

8.8. Het door [appellanten] c.s. gedane bewijsaanbod is niet voldoende specifiek en/of niet ter zake dienend, zodat het hof daaraan voorbijgaat.

8.9. Het hof overweegt ter voorkoming van nieuwe geschillen tussen partijen dat de kosten van kadastrale meting en grensbepaling door [geintimeerde] en [appellant sub 1.] dienen te worden gedragen naar rato van de mate waarin het perceel aan hen wordt toebedeeld. [geintimeerde] dient dus een derde deel van deze kosten te dragen en [appellant sub 1.] twee derde deel.

8.10. Uit het bovenstaande volgt dat het bestreden vonnis zal worden bekrachtigd. Nu partijen broer en zusters zijn, zal het hof de op dit hoger beroep gevallen proceskosten compenseren.

9. De uitspraak

Het hof:

bekrachtigt het vonnis waarvan beroep met dien verstande dat de kosten van kadastrale meting en grensbepaling moeten worden voldaan van de gelden van de kwaliteitsrekening aldus dat op het aandeel van [geintimeerde] in de gelden op de kwaliteitsrekening in mindering moet worden gebracht een derde deel van de kosten van kadastrale meting en grensbepaling en op het aandeel van [appellant sub 1.] in die gelden twee derde deel van die kosten in mindering moet worden gebracht;

compenseert de op dit hoger beroep gevallen proceskosten aldus dat partijen ieder de eigen kosten dragen.

Dit arrest is gewezen door mrs. W.H.B. den Hartog Jager, I.B.N. Keizer en J.H.H. Theuws en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 24 januari 2012.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde advocaten

Gerelateerde advocatenkantoren

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature