Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Zittingsplaats:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Uitleg / reikwijdte bemiddelingsovereenkomst; geen tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen uit de bemiddelingsovereenkomst. Toewijzing vordering tot betaling van onbetaald gebleven facturen.

Uitspraak



vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 486927 / HA ZA 11-1019

Vonnis van 21 december 2011

in de zaak van

vereniging met volledige rechtsbevoegdheid,

NEDERLANDS-DUITSE HANDELSKAMER,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. B.C. Strohm te Apeldoorn,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CREDITS MEDIA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. C.E. van de Pas- Rutgers van der Loeff te Amsterdam.

Partijen zullen hierna DNHK en Credits Media genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 21 maart 2011,

- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie;

- het ambtshalve gewezen tussenvonnis van 29 juni 2011, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- de conclusie van antwoord in reconventie;

- het proces-verbaal van comparitie van 26 augustus 2011;

- de conclusie na comparitie van 14 september 2011 van de zijde van Credits Media;

- de antwoordakte van de zijde van DNHK van 28 september 2011.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Partijen hebben op 19 juni 2009 een bemiddelingsovereenkomst (hierna ook de overeenkomst) met elkaar gesloten met betrekking tot het bemiddelen van een accountmanager voor Duitsland ten behoeve van Credits Media. De overeenkomst bevat de navolgende bepalingen, voor zover hier van belang,:

“1. De DNHK maakt tijdens het zoeken gebruik van haar uitgebreid netwerk en haar eigen database in combinatie met het plaatsen van advertenties op onder meer haar eigen vacaturesite (…). De DNHK stelt in samenwerking met de opdrachtgever een specifieke vacaturebeschrijving en een kandidatenprofiel per functie op. (…)

2. De DNHK maakt een voorselectie van geschikte kandidaten.

3. In het kader van deze zoekopdracht plaatst de DNHK op naam van Creditsmedia een vacature op het vacatureportaal van de DNHK (de kosten zijn hiervoor inbegrepen). Verder wordt er een advertentie op diverse vacatureportalen geplaatst. Hiervoor worden geen kosten in rekening gebracht.(…)

5. De DNHK neemt contact op met de kandidaten, die voldoen aan het afgesproken profiel. Na overleg met de kandidaten worden cv’s en andere relevante informatie aan Creditsmedia overhandigd. Creditsmedia informeert de DNHK over de verdere aanpak met betrekking tot geselecteerde en gepresenteerde kandidaten.

6. De gesprekken met de kandidaten vinden in overleg met Creditsmedia plaats óf in het kantoor van de DNHK te Den Haag of in Amsterdam.

7. De kosten voor het zoeken van personeel, inclusief het aanstellen van een “account manager” bedragen 25% van een theoretisch bruto maandsalaris van 45.000 euro. De betaling van dit honorarium aan de DNHK vindt in drie termijnen plaats:

- De eerste termijn (9%) dient bij het verstrekken van de opdracht worden voldaan

- De tweede termijn (8%) dient te worden voldaan na plaatsing van een kandidaat

- De derde termijn (8%) dient te worden voldaan zes maanden na ondertekening van een arbeidscontract tussen Creditsmedia en een door de DNHK gepresenteerde kandidaat. (…)

8. Mocht de dienstbetrekking van de door de DNHK aangedragen medewerker binnen zes maanden door de werkgever of de werknemer worden beëindigd, dan biedt de DNHK kosteloos eenmalig een tweede wervingsactiviteit aan met het doel een nieuwe kandidaat te vinden. Voorwaarde hiervoor is dat de DNHK voor beëdiging door de werkgever in de gelegenheid wordt gesteld met de leidinggevende en de werknemer te spreken. Daarbij stelt de DNHK dan maximaal 3 nieuwe kandidaten voor. (…)”

2.2. Het in overleg tussen partijen opgestelde kandidatenprofiel voor een accountmanager bevatte onder meer de navolgende eisen: Staanplaats Amsterdam, advertentieverkoop voor de Duitstalige landen life style magazins bij Duitse bedrijven en mediabureaus/mediaplanners, groot uithalingsvermogen / uithoudingsvermogen, native speaker Duits, kennis van het Nederlands is een pre, niet al te ervaren/kan ook herintreder zijn, salarisindicatie 3000-35000 (voor full-time) plus bonus en pensioen.

2.3. Op 16 juli 2009 heeft DNHK kandidaat [A] (hierna [A]) bij Credits Media gepresenteerd. Credits Media heeft vervolgens zelf een gesprek gevoerd met [A] waarna [A] in augustus 2009 in dienst is genomen.

2.4. Kort daarna, op 3 september 2009, heeft Credits Media aan DNHK laten weten dat [A] niet langer voor Credits Media werkte en dat [A] naar Duitsland was teruggegaan.

2.5. Na het vertrek van [A] heeft DNHK voor Credits Media een nieuwe kandidaat gezocht. Op 22 oktober 2009 heeft DNHK de kandidaat [B] gepresenteerd. Credits Media heeft met hem vervolgens een gesprek gevoerd op 11 november 2009. Credits Media heeft DNHK laten weten dat zij [B] op zich een geschikte kandidaat vond, maar dat zij de advertentieverkoop niet meer door een eigen medewerker vanuit Amsterdam wilde laten doen, maar via een agentuur in Duitsland wilde organiseren. Credits Media wilde eventueel met [B] op die basis samenwerken, en derhalve niet in loondienst. Op 25 november 2009 heeft Credits Media aan DNHK laten weten voorlopig helemaal geen medewerker meer voor de Duitse markt te zoeken.

2.6. Credits Media heeft de eerste termijn als bedoeld in artikel 7 van de overeenkomst voldaan. Zij heeft de tweede en derde termijn, gefactureerd op 18 december 2009 respectievelijk 27 januari 2011 onbetaald gelaten, in totaal een bedrag van € 7.200,00 (2 x € 3.600,00) exclusief BTW, zijnde € 8.568,00 inclusief BTW.

3. Het geschil

in conventie

3.1. DNHK vordert samengevat - veroordeling van Credits Media bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad tot betaling van € 9.655,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldata van de facturen tot 11 februari 2011, te weten € 384,30, en te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de hoofdsom van € 8.568,00 vanaf 12 februari 2011 tot de dag der voldoening, alsmede veroordeling van Credits Media in de proceskosten.

3.2. DNHK legt aan haar vordering ten grondslag, kort samengevat, dat Credits Media ten onrechte nalaat de facturen betreffende de tweede en derde termijn (zie hiervoor onder 2.6) te betalen. DNHK vordert naast deze hoofdsom een bedrag van € 1.087,00 aan buitengerechtelijke kosten.

3.3 Credits Media voert verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.5. Credits Media vordert -samengevat- primair ontbinding van de bemiddelingsovereenkomst, met bepaling dat partijen zijn ontheven van hun verplichtingen uit die overeenkomst, met veroordeling van DNHK tot betaling aan Credits Media van

€ 4.819,50 en € 4.930,10 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2011 tot de dag der voldoening en, subsidiair, DNHK te veroordelen tot betaling aan Credits Media van € 4.819,50 en € 4.930,10 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 juni 2011 tot de dag der voldoening, en veroordeling van DNHK in de kosten van deze procedure.

3.6. Credits Media heeft daartoe gesteld, kort samengevat, dat DNHK haar verplichtingen uit de bemiddelingsovereenkomst niet is nagekomen, doordat zij een ongeschikte kandidaat heeft aangeleverd. Credits Media stelt dat zij inmiddels een bedrag van € 4.819,50 heeft betaald aan DNHK, welk bedrag zij thans terugvordert. Als gevolg van de mislukte bemiddeling heeft Credits Media bovendien schade geleden. Die schade is gebaseerd op het feit dat de advertentieafdeling, als gevolg van de vertraging in het vinden van een accountmanager, onvoldoende bemand kon worden en dat enkele werknemers twee weken onafgebroken met [A] bezig zijn geweest waardoor zij niet productief voor Credits Media konden zijn. Deze schade begroot Credits Media op 40 uur à € 40,- per uur =

€ 1.600,-. Hier komt nog bij de schade geleden wegens het uitbetaalde salaris aan [A], de kosten van fiscaal advies, systeembeheer en de aanschaf van een toetsenbord met Duitse letters (totaal € 3.141,43), zodat in totaal aan schade een bedrag van € 4.930,10 wordt gevorderd.

3.7. DNHK voert verweer.

3.8. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1. Bij de beoordeling van de vraag of de vordering in conventie kan worden toegewezen staat voorop dat tussen partijen een bemiddelingsovereenkomst is gesloten. Artikel 7:425 BW definieert de bemiddelingsovereenkomst als de overeenkomst van opdracht waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich tegenover de andere partij, de opdrachtgever, verbindt tegen loon als tussenpersoon werkzaam te zijn bij het tot stand brengen van een of meer overeenkomsten tussen de opdrachtgever en derden. Op grond van artikel 7:426, eerste lid, BW heeft de tussenpersoon recht op loon zodra door zijn bemiddeling de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de derde is tot stand gekomen.

4.2. In achtgenomen deze wettelijke bepalingen en in aanmerking genomen dat uit artikel 7 van de overeenkomst (zie hiervoor onder 2.1) voortvloeit dat het honorarium is verschuldigd indien en zodra de overeenkomst tot stand is gekomen, wordt geoordeeld dat Credits Media het overeengekomen loon van € 11.250,- (te weten 25% van een theoretisch bruto maandsalaris van € 45.000,-) in beginsel is verschuldigd. Niet in geschil is immers dat Credits Media door bemiddeling van DNHK met [A] een overeenkomst heeft gesloten.

4.3. Gelet echter op het in reconventie ingenomen standpunt, dat sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de bemiddelingsovereenkomst, op basis waarvan ontbinding en schadevergoeding wordt gevorderd, zal de rechtbank deze vordering in reconventie eerst beoordelen. Het antwoord op de vraag of de vordering in conventie kan worden toegewezen, hangt namelijk af van de vraag of Credits Media zich terecht op het standpunt stelt dat de overeenkomst wegens wanprestatie kan worden ontbonden.

4.4. Credits Media stelt ter onderbouwing van haar beroep op wanprestatie dat DNHK een ongeschikte kandidaat heeft geleverd. Credits Media stelt dat [A] al snel ervan blijk gaf niet te zijn opgewassen tegen de minimale eisen van zijn plaatsing. Het ontbrak [A] aan de vereiste zelfstandigheid. Hij was in het geheel niet voorbereid op het feit dat hij Amsterdam als standplaats zou hebben, had geen geschikte woonruimte en had geen idee hoe hij het vinden ervan moest aanpakken. Gedurende zijn werktijd heeft hij deze woonruimte trachten te zoeken, daarbij geholpen door andere werknemers van Credits Media. Ook andere privézaken, zoals bankzaken, heeft hij onder werktijd geregeld. In de korte tijd die hij bij Credits Media heeft gewerkt, was hij alleen maar met zichzelf bezig. Credits Media heeft op grond van deze feiten gesteld dat DNHK geen goede (voor)selectie heeft uitgevoerd. Bij een betere (voor)selectie, waarbij DNHK de competenties van [A] zou hebben getest en/of referenties zou hebben gebeld en bevraagd, zou duidelijk zijn geworden dat [A] niet de geschikte kandidaat was die Credits Media zocht. Een deugdelijke screening van de kandidaten mocht Credits Media op grond van de overeenkomst en in achtgenomen de hoge vergoeding die DNHK voor haar diensten vraagt, zeker verwachten. Credits Media stelt in dit verband verder nog dat zij inmiddels zelf voormalige werkgevers van [A] heeft benaderd voor een referentie, en dat daaruit naar voren is gekomen dat [A] een probleem had met samenwerken. Als DNHK de werkgevers had gebeld, dan was dit al meteen gebleken, aldus tenslotte Credits Media.

4.5. DNHK heeft hiertegenover aangevoerd, samengevat, dat geen sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst omdat zij datgene heeft gedaan wat Credits Media op basis van de overeenkomst mocht verwachten. De uitvoerige screening die Credits Media voorstaat, vindt geen steun in de overeenkomst. Het is Credits Media die de kandidaat op basis van een sollicitatiegesprek aanneemt. DNHK biedt daarbij aan om bij dit gesprek als klankbord aanwezig te zijn, maar van die gelegenheid heeft Credits Media geen gebruik gemaakt. De geselecteerde kandidaat, [A], was een geschikte kandidaat. Hij voldeed aan het functieprofiel. Volgens DNHK is het in Duitsland niet gebruikelijk dat referenties worden gebeld, zodat dat ook niet is gebeurd. Volgens DNHK wordt in Duitsland gewerkt met getuigschriften en die van [A] waren goed, er was ook geen reden om tussen de regels van het getuigschrift door twijfels over de kandidaat te krijgen. Volgens DNKH kan het nu eenmaal gebeuren dat het met een kandidaat niet goed gaat, en juist om die reden biedt DNHK de mogelijkheid om gratis een tweede wervingsactiviteit te starten, wat in dit geval ook is gebeurd. Volgens DNHK zijn nadien namelijk nog drie kandidaten op gesprek geweest, te weten [C], [D] en

[B], welke laatste door Credits Media geschikt werd bevonden maar desondanks niet werd aangenomen. Tenslotte heeft DNHK aangevoerd dat zij [A] wel degelijk heeft geïnformeerd over, en op weg heeft geholpen met diverse praktische zaken zoals huisvesting in Amsterdam en ziektekostenverzekering, waarbij DNHK overigens stelt dat het begeleiden van kandidaten bij deze praktische zaken niet onder de overeenkomst valt.

4.6. De stellingen van partijen nopen tot uitlegging van de tussen hen gesloten bemiddelingsovereenkomst. Daarbij dient de rechtbank acht te slaan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer aan het overeengekomene mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten.

4.7. Op basis van de overeenkomst mocht Credits Media verwachten dat DNHK een vacaturebeschrijving en een kandidatenprofiel zou opstellen en vervolgens kandidaten zou zoeken die aan dat profiel voldeden, waarna zij deze aan Credits Media zou voordragen. Vast staat dat DNHK dit heeft gedaan.

4.8. Geoordeeld wordt dat Credits Media op basis van de overeenkomst niet meer mocht verwachten dan wat DNHK heeft gedaan. In het bijzonder geldt dat Credits Media op basis van de overeenkomst niet mocht verwachten dat DNHK de kandidaat zelf op competenties, zoals zelfstandigheid, zou testen. In dit verband heeft DNHK gesteld dat zij de kandidaat telefonisch heeft gesproken en dat zij het curriculum vitae heeft gecontroleerd en heeft getoetst of dit voldeed aan het functieprofiel, wat het geval was. Dat het curriculum vitae juist was en overeenkwam met het functieprofiel heeft Credits Media niet betwist. Verder heeft DNHK onvoldoende weersproken gesteld dat zij heeft aangeboden (de rechtbank begrijpt: conform artikel 6 van de overeenkomst, zie hiervoor onder 2.1 ) om bij het sollicitatiegesprek aanwezig te zijn, maar dat Credits Media van die gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt. Ter comparitie is hierover namens DNHK uiteengezet dat DNHK bij zo’n gesprek als klankbord kan dienen. Zo kan zij Credits Media bijvoorbeeld uitleggen wat het niveau en/of het Nederlandse equivalent is van een Duitse opleiding die een kandidaat heeft gevolgd of van een functie die een kandidaat bij een voormalige werkgever heeft vervuld. De omstandigheid dat Credits Media van die gelegenheid geen gebruik heeft gemaakt en heeft verondersteld dat het gesprek alleen het karakter van een kennismakingsgesprek (‘kijken of het klikt’) kon hebben, komt dan ook voor haar risico.

4.9. Evenmin mocht Credits Media op basis van de overeenkomst in de gegeven omstandigheden verwachten dat DNHK de voormalige werkgevers zou bellen voor informatie. De stelling van Credits Media, dat zijzelf de voormalige werkgevers inmiddels heeft gebeld en deze dat niet ongepast vonden en bereid waren informatie te verstrekken, betekent nog niet dat de stelling van DNHK, dat het in Duitsland niet gebruikelijk is om werkgevers te bellen, onjuist zou zijn. DNHK heeft in dit verband onweersproken gesteld dat de werkgevers in Duitsland verplicht zijn om bij vertrek van een werknemer een getuigschrift af te geven en dat daarmee doorgaans ten behoeve van sollicitatiegesprekken wordt gewerkt. Namens DNHK is daarbij gesteld dat bij goede lezing van zo’n getuigschrift wel duidelijk wordt of een werkgever zeer tevreden, tevreden of in feite weinig tevreden was over zijn ex-werknemer. DNHK heeft eveneens onweersproken gesteld dat de getuigschriften van [A] allemaal positief waren en ook tussen de regels door geen twijfels te lezen waren over diens kwaliteiten. Onder deze omstandigheden kan niet worden geoordeeld dat Credits Media, door de voormalige werkgevers van [A] niet te bellen, tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de overeenkomst. Zelfs als dit anders zou zijn en Credits Media wel door DNHK zou zijn geïnformeerd over het feit dat [A] bij voormalige werkgevers een probleem had met samenwerken, dan staat daarmee nog niet vast dat [A] een ongeschikte kandidaat was. De competentie ‘samenwerken’ maakt namelijk geen onderdeel uit van het opgestelde functieprofiel en gelet op de aard van de functie, te weten de verkoop vanuit Nederland van advertenties aan Duits(talig)e bladen, moet worden aangenomen dat ‘samenwerken’ in deze functie van ondergeschikte betekenis was, en het veeleer van belang was dat de kandidaat zelfstandig kon werken.

4.10. Credits Media heeft gesteld dat [A] er blijk van gaf niet te zijn voorbereid op wat het betekent om naar Amsterdam te moeten verhuizen als gevolg waarvan hij niet of nauwelijks is toegekomen aan het werk waarvoor hij was aangenomen. Deze stelling leidt er echter niet toe dat DNHK is tekortgeschoten in haar verplichtingen uit de bemiddelingsovereenkomst. Daarvan zou in dit geval eerst sprake zijn indien geoordeeld kan worden dat DNHK had moeten beseffen dat [A] niet zou zijn opgewassen tegen de (functie)eis dat hij zijn standplaats in Amsterdam zou hebben. Daarvan is niet gebleken. [A] voldeed immers aan het functieprofiel en was bereid te verhuizen naar Amsterdam. Uit de overgelegde verklaring van Daniëlle Wiersma van Credits Media volgt bovendien dat [A] bij kennismaking een energieke en optimistische indruk maakte. Ook is ter comparitie namens Credits Media door haar directeur verklaard dat [A] overkwam als een enthousiaste en leuke jongen. Nu de overeenkomst niet inhield dat DNHK de kandidaat zou testen op competenties, kan, mede in achtgenomen dat [A] kennelijk een goede eerste indruk maakt, niet worden geoordeeld dat het voor DNHK vooraf duidelijk moet zijn geweest dat [A] niet in staat zou zijn om én de functie te vervullen én zijn privé-zaken verband houdend met diens verhuizing naar Amsterdam te regelen dan wel anderszins niet naar tevredenheid zou kunnen gaan functioneren.

4.11. Credits Media heeft nog wel een beroep gedaan op een vonnis van de rechtbank Haarlem van 7 mei 2008 (LJN BD7063), maar die zaak acht de rechtbank wezenlijk verschillend van de onderhavige zaak. In die Haarlemse zaak is geoordeeld, samengevat, dat de bemiddelaar aan de opdrachtgever meer vragen had moeten stellen over de inhoud van het werk gelet op de wens van de desbetreffende kandidaat een baan te krijgen met meer inhoudelijk juridische diepgang. Volgens de rechtbank in die zaak had het de bemiddelaar duidelijk kunnen zijn, dat de desbetreffende baan vooral een commerciële baan was die geen juridische diepgang bood en had de bemiddelaar de desbetreffende kandidaat daarvoor moeten waarschuwen. In deze zaak was van onduidelijkheid over de inhoud van de functie echter geen sprake. Voor DNHK en Credits Media alsook voor [A] was duidelijk wat de functie inhield en [A] maar ook Credits Media wisten dat het aanvaarden van de functie betekende dat hij naar Amsterdam zou moeten verhuizen.

4.12. Voor zover al aangenomen zou moeten worden dat de overeenkomst ook inhield dat DNHK [A] zou moeten voorbereiden op de praktische zaken rondom die verhuizing, geldt dat DNHK onweersproken heeft gesteld dat zij [A] hierover heeft geïnformeerd en voor hem als aanspreekpunt heeft gediend. De omstandigheid dat [A] de praktische problemen rondom zijn verhuizing kennelijk toch nog heeft onderschat waardoor hij aan de inhoud van de functie niet of nauwelijks is toegekomen, vormt echter, gelet op het voorgaande, niet een omstandigheid op grond waarvan geoordeeld kan worden dat DNHK tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de bemiddelingsovereenkomst.

4.13. In feite komt het betoog van Credis Media erop neer dat zij een garantie wenst dat een voorgedragen geschikte kandidaat in de praktijk naar tevredenheid zal gaan functioneren. Een dergelijke garantie kan in de overeenkomst echter niet worden gelezen. Hierover heeft DNHK terecht aangevoerd dat het kan voorkomen dat het uiteindelijk niet goed loopt op een werkplek, zoals hier evident het geval was. De overeenkomst komt op dit punt tegemoet aan Credits Media door gratis een tweede wervingsactiviteit aan te bieden indien onverhoopt binnen zes maanden een einde komt aan het dienstverband. Van dit aanbod heeft Credits Media ook gebruik gemaakt. Hoewel namens Credits Media ter comparitie is aangevoerd dat haar directeur alleen nog met de kandidaat [B] een gesprek heeft gevoerd, vormt dit onvoldoende betwisting van de stelling van DNHK dat ook de kandidaten [C] en [D] bij Credits Media op gesprek zijn geweest. Maar zelfs als Credits Media zou worden gevolgd in haar stelling dat er na [A] maar met één kandidaat is gesproken, dan moet worden vastgesteld dat DNHK conform artikel 8 van de overeenkomst (zie hiervoor onder 2.1) gratis een tweede wervingsactiviteit heeft aangeboden, waarvan Credits Media gebruik heeft gemaakt. De omstandigheid dat Credits Media op dat moment al wist dat zij niet meer op dezelfde basis zou willen voorzien in haar vacature, maakt dat niet anders, reeds omdat zij wel op basis van de met DNHK opgestelde vacature en bijbehorend functieprofiel met [B] in gesprek is gegaan. Nu Credits Media heeft erkend dat zij [B] een geschikte kandidaat vond, moet worden vastgesteld dat Credits Media ook op dit punt niet is tekortgeschoten in de nakoming van de bemiddelingsovereenkomst.

4.14. Voor zover Credits Media heeft aangevoerd dat zij meer had mogen verwachten van de diensten van DNHK, omdat de gevraagde vergoeding hoog is, wordt dit door de rechtbank niet onderschreven. Credits Media heeft hierover toegelicht dat haar vergoeding niet alleen gebaseerd is op de werkzaamheden die in een concreet geval worden verricht, maar ook zijn gebaseerd op het feit dat klanten toegang krijgen tot haar netwerk en database en dat zij gebruik kunnen maken van de opgebouwde kennis van DNHK van de Duitse markt en deze toelichting acht de rechtbank niet onbegrijpelijk.

4.15. Op grond van het voorgaande kan niet worden geoordeeld dat DNHK is tekortgeschoten in haar verplichtingen uit de bemiddelingsovereenkomst, zodat de vorderingen van Credits Media in reconventie zullen worden afgewezen.

4.16. Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.2 en 4.3 is overwogen betekent de afwijzing van de vordering in reconventie, dat Credits Media is gehouden om ook de tweede en de derde termijn op grond van de bemiddelingsovereenkomst te voldoen. Dit betekent dat de vordering van DNHK in conventie tot veroordeling van Credits Media tot betaling van het totaalbedrag van deze facturen, te weten € 8.568,00, zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke handelsrente tot 11 februari 2011 van € 384,30 en vanaf 12 februari 2011 over genoemde hoofdsom is eveneens, als onvoldoende weersproken, toewijsbaar.

4.17. DNHK vordert buitengerechtelijke incassokosten en stelt dat deze daadwerkelijk zijn gemaakt. Credits Media heeft de gevorderde kosten betwist. Uit de overgelegde stukken valt niet af te leiden dat het hier gaat om meer dan een enkele (eventueel herhaalde) sommatie, het enkel doen van een niet aanvaard schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Nu een geding is gevolgd, moeten de gevorderde kosten worden aangemerkt als kosten waarvoor het bepaalde in de artikelen 237 tot en met 240 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering al een vergoeding pleegt in te sluiten. De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten dan ook afwijzen.

4.18. Credits Media zal, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van deze procedure in conventie en in reconventie worden veroordeeld. De kosten in conventie worden tot heden aan de zijde van DNHK begroot op:

Dagvaarding: € 76,31

Vastrecht: € 568,00

Salaris advocaat: € 960,00 (2,5 punt x liquidatietarief € 384,00)

---------------------------------

Totaal: € 1.604,31

De rechtbank is bij de bepaling van het salaris advocaat uitgegaan van het toegewezen bedrag en heeft voor de laatste (antwoord)akte van DNHK een half punt toegekend.

4.19. Gezien de samenhang tussen conventie en reconventie, zullen de kosten van deze procedure in reconventie aan de zijde van DNHK tot heden worden begroot op een half punt van het toepasselijke liquidatietarief, en derhalve op € 192,00 voor de conclusie van antwoord in reconventie en € 192,00 voor de comparitie, in totaal € 384,00.

4.20. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten in conventie en in reconventie is eveneens toewijsbaar, met ingang van veertien dagen na dit von¬nis.

5. De beslissing

De rechtbank

In conventie:

5.1. veroordeelt Credits Media te betalen aan DNHK een bedrag van € 8.952,30 (achtduizendnegenhonderdtweeënvijftig euro en dertig cent), te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a en 6:120 lid 2 BW over € 8.568,00 van af 12 februari 2011 tot aan de voldoening;

5.2. veroordeelt Credits Media in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van DNHK begroot op € 1.604,31 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na dit vonnis.

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

In reconventie:

5.5. wijst het gevorderde af;

5.6. veroordeelt Credits Media in de kosten van het geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van DNHK begroot op € 384,00, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van veertien dagen na dit vonnis.

5.7. verklaart deze betalingsveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. A.R.P.J. Davids en in het openbaar uitgesproken op

21 december 2011.(


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Gerelateerde jurisprudentie

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature