Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Studiefinanciering, loskoppeling. Gelet op de tijdspanne tussen scheiding ouders en aanvraag loskoppeling kan niet gesproken worden van ontbreken relatie. Overigens merkt de rechtbank hierbij op dat het ontbreken van een relatie niet uitsluit dat tevens sprake is van een conflict als bedoeld in artikel 6 van het Bsf 2000 .

Uitspraak



RECHTBANK AMSTERDAM

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/1020

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 januari 2012 in de zaak tussen

[naam eiser], te [plaatsnaam], eiser,

en

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

verweerder,

(gemachtigde: drs. P.M.S. Slagter).

Procesverloop

Bij besluit van 3 december 2010 (het primaire besluit) heeft verweerder eiser meegedeeld dat zijn aanvullende beurs afhankelijk blijft van het inkomen van zijn vader.

Bij besluit van 24 maart 2010 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 12 december 2011. Eiser is verschenen.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. In deze zaak dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of verweerder op goede gronden het besluit heeft gehandhaafd de toekenning van een aanvullende beurs aan eiser afhankelijk te laten zijn van het inkomen van zijn vader.

2. Ingevolge artikel 3.14, eerste lid, van de Wet studiefinanciering 2000 ( Wsf 2000) kan op aanvraag van een studerende de aan hem toegekende aanvullende lening worden verstrekt in de vorm van een aanvullende beurs, indien er sprake is van een langdurig ernstig verstoorde verhouding tussen ouder en studerende of van onvindbaarheid van de ouder. Onder een langdurig ernstig verstoorde verhouding wordt in ieder geval niet begrepen een conflict van financiële aard dat verband houdt met de studie.

Ingevolge artikel 6, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit studiefinanciering 2000 (Bsf 2000) bestaat in ieder geval aanspraak op een aanvullende beurs indien sprake is van een ernstig en structureel conflict tussen ouder en studerende.

In artikel 7 van de Bsf 2000 is het volgende bepaald.

1. Van een ernstig en structureel conflict tussen ouder en studerende als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel a, is sprake, indien de ouder om ernstige redenen structureel weigert de veronderstelde ouderlijke bijdrage te verstrekken.

2. Onze Minister stelt bij de ouder vast dat er sprake is van weigering. Indien die ouder geen medewerking voor die vaststelling verleent, kan de verklaring van een onafhankelijke derde voor de betreffende ouderverklaring in de plaats treden.

3. De ernst van het conflict wordt aangetoond aan de hand van een verklaring afgegeven door een ter zake deskundige.

3. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een ernstig en structureel conflict maar van het ontbreken van een relatie tussen eiser en zijn vader. Het ontbreken van een relatie is het gevolg van de scheiding van zijn ouders waardoor eiser en zijn vader van elkaar zijn vervreemd. Er is volgens verweerder een steeds geringere betrokkenheid tussen eiser en zijn vader.

4. Eiser heeft aangevoerd dat sprake is van een ernstig en structureel conflict op grond waarvan verweerder eiser een aanvullende beurs had moeten toekennen. Na de scheiding van zijn ouders besloot eiser bij zijn vader te gaan wonen. Na korte tijd kreeg zijn vader een nieuwe vriendin en verhuisden zij naar een andere plaats. Eiser heeft toen een aantal maanden geen contact met zijn moeder gehad. Zijn vader heeft veel leugens over zijn moeder verteld en eiser geloofde zijn vader. Eiser voelde zich in het nieuwe huis en op de nieuwe school niet op zijn plaats. Omdat zijn vader ’s avonds met zijn vriendin alleen wilde zijn, zat eiser na het eten op zijn kamer. De zoon van zijn vaders vriendin heeft eiser bedreigd maar eisers verhaal hierover werd door zijn vader niet geloofd. Eisers broer heeft vervolgens geregeld dat eiser weer in contact kwam met zijn moeder en weer bij haar ging wonen. Daarna kwam steeds meer aan het licht. Zijn vader heeft geld van eisers spaarrekening gehaald zonder daarvan eiser of zijn moeder in kennis te stellen, eiser heeft zijn eigen spullen niet terug gekregen en zijn vader heeft zich niet aan afspraken gehouden. De ouders van zijn vader, eisers broer en de andere familieleden hebben allemaal met zijn vader gebroken. Zijn vader heeft eiser gemanipuleerd en geestelijk mishandelt. Ter onderbouwing van zijn standpunt heeft eiser een rapportage van zijn psycholoog overgelegd.

5. De rechtbank stelt vast dat blijkens de Nota van Toelichting bij het Bsf 2000 de studerende aan de hand van een door een ter zake deskundige afgegeven verklaring de ernst van het conflict dient aan te tonen. Volgens de Nota valt daarbij te denken aan een zodanig fundamentele en structurele verstoring van de relatie tussen ouder en kind dat ontkoppeling de enige weg is, zoals in gevallen waarbij ernstig lichamelijk of ernstig geestelijk geweld een rol heeft gespeeld. Ook kan het - zo is daarin voorts vermeld - gaan om structurele conflicten rond levensovertuiging, geloof en cultuur, waarbij zich niet met elkaar verdragende levensstijlen in het geding zijn.

6.1 De rechtbank overweegt dat eisers vader jarenlang een belangrijke rol in eisers leven heeft gespeeld, zodanig dat eiser na de scheiding van zijn ouders verkoos bij zijn vader te gaan wonen in een andere plaats. Eiser was toen 15 jaar oud. Ten tijde van de aanvraag voor ontkoppeling was eiser bijna 18 jaar oud. Gelet op deze beperkte tijdspanne kan niet worden geoordeeld dat de ouder-kindrelatie in het geheel is opgehouden te bestaan. Het standpunt van verweerder dat geen sprake is van een conflict maar van het ontbreken van een relatie kan dan ook niet worden gevolgd. Overigens merkt de rechtbank hierbij op dat het ontbreken van een relatie niet uitsluit dat tevens sprake is van een conflict als bedoeld in artikel 6 van het Bsf 2000 .

6.2 Nu uit de rapportage van de psycholoog is gebleken dat aan de kant van eiser sprake is van een loyaliteitsconflict en de gebeurtenissen bijna een posttraumatische stressstoornis bij eiser hebben veroorzaakt, moet worden geconcludeerd dat sprake is van een ernstig en structureel conflict en dat eiser voldoet aan de voorwaarden om voor ontkoppeling in aanmerking te komen. Verweerder heeft dit niet heeft onderkend. Het bestreden besluit moet dan ook worden vernietigd wegens strijd met het in artikel 3:2 en artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht neergelegde zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel.

7. De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of het geschil definitief kan worden beslecht door zelf in de zaak te voorzien of door de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. De rechtbank beantwoordt de vraag ontkennend en overweegt hiertoe het volgende. Met het oordeel dat sprake is van een ernstig en structureel conflict is de loskoppeling door de rechtbank nog niet definitief vast te stellen. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder immers aangevoerd dat verweerder bij een eventueel nieuw te nemen besluit het bezwaar opnieuw ongegrond zal verklaren omdat eiser als jongmeerderjarige alimentatie van zijn vader dient te vorderen.

8.1. Voor het nemen van een nieuw besluit op bezwaar en ter bespoediging van een finale geschilbeslechting merkt de rechtbank het volgende op. In artikel 1:395A van het Burgerlijk Wetboek (BW) is bepaald dat ouders verplicht zijn te voorzien in de kosten van levensonderhoud en studie van hun meerderjarige kinderen die de leeftijd van een en twintig jaren niet hebben bereikt.

In artikel 12 van het Bsf 2000 is het volgende bepaald.

1.Indien een studerende van zijn ouder alimentatie als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel d, ontvan gt, komt het door de rechter vastgestelde bedrag aan alimentatie van de studerende in de plaats van de veronderstelde ouderlijk bijdrage. Als bewijs van de hoogte van de alimentatie dient in ieder geval de beschikking van de rechtbank of een notariële akte. Het bedrag dat in het bewijsstuk wordt genoemd, wordt vermeerderd met de wettelijke indexering.

2.Indien nog geen beschikking is afgegeven, wordt de door de rechter vastgestelde alimentatie van de studerende in de plaats van de veronderstelde ouderlijke bijdrage gesteld vanaf de ingangsdatum van de alimentatie zoals die datum door de rechter is vastgesteld

8.2. Op grond van de in 8.1. genoemde artikelen wordt de aanvullende beurs voor jongmeerderjarigen in de leeftijd van 18 tot 21 jaar verminderd met de vastgestelde alimentatie voor die jongmeerderjarige.

8.3. Gelet op het door de wetgever gekozen uitgangspunt van (gedeeltelijke) ouderafhankelijkheid in de Wsf 2000 is het naar het oordeel van de rechtbank in zijn algemeenheid niet onaanvaardbaar dat verweerder zich op het standpunt stelt dat van studerenden van 18 tot 21 jaar mag worden verlangd dat zij gebruik (laten) maken van de hun ter beschikking staande (rechts-)middelen om hun ouder(s) tot nakoming van de onderhoudsverplichtingen jegens hen uit het BW te dwingen. Dit is slechts anders indien van de jongmeerderjarige niet kan worden gevergd een dergelijke gerechtelijke procedure te voeren. Nu uit het door eiser overgelegde rapport van de psycholoog onvoldoende duidelijk wordt in hoeverre dit van eiser kan worden gevergd zal verweerders medisch adviseur om advies moeten worden gevraagd alvorens andermaal op het bezwaar van eiser kan worden beslist.

9. Er zijn geen proceskosten gesteld die voor vergoeding in aanmerking komen.

Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen op het door eiser ingediende bezwaar;

- bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 41,00 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W.A. Swildens, rechter, in aanwezigheid van

D.M.M. Luijckx, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2012.

griffier rechter

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature