Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Zaaknummer:
Instantie:

Inhoudsindicatie:

Bij besluit van 5 november 2010 heeft de minister een verzoek van [wederpartij] om inzage in het door de minister als minuut aangeduide stuk (hierna: de minuut), dat is betrokken bij de totstandkoming van de weigering om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Uitspraak



201109907/1/H3 en 201109907/2/H3.

Datum uitspraak: 1 december 2011

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht ; hierna: de Awb ) en, met toepassing van artikel 8:86 van die wet, op het hoger beroep van:

de minister voor Immigratie en Asiel (hierna: de minister),

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) van 9 augustus 2011 in zaak nr. 11/428 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te Amsterdam,

en

de minister.

1. Procesverloop

Bij besluit van 5 november 2010 heeft de minister een verzoek van [wederpartij] om inzage in het door de minister als minuut aangeduide stuk (hierna: de minuut), dat is betrokken bij de totstandkoming van de weigering om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

Bij besluit van 30 december 2010 heeft de minister het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 augustus 2011, verzonden op dezelfde dag, heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van hetgeen in de uitspraak is overwogen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de minister bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 9 september 2011, hoger beroep ingesteld. Voorts heeft de minister de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[wederpartij] heeft een verweerschrift ingediend.

[wederpartij] heeft toestemming verleend, als bedoeld in artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb, om van de minuut kennis te nemen.

De voorzitter heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 november 2011, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. J.W.Th. Berg, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst, is verschenen.

2. Overwegingen

2.1. In dit geval kan nader onderzoek redelijkerwijs niet bijdragen aan de beoordeling van de zaak en bestaat ook overigens geen beletsel om met toepassing van artikel 8:86, eerste lid, van de Awb onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak.

2.2. Ingevolge artikel 1, aanhef en onder a, van de Wet bescherming persoonsgegevens (hierna: de Wbp) wordt in deze wet en de daarop berustende bepalingen onder persoonsgegeven verstaan: elk gegeven betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon.

Ingevolge artikel 35, eerste lid, eerste volzin, heeft de betrokkene het recht zich vrijelijk en met redelijke tussenpozen tot de verantwoordelijke te wenden met het verzoek hem mede te delen of hem betreffende persoonsgegevens worden verwerkt.

Ingevolge het tweede lid, bevat de mededeling, indien zodanige gegevens worden verwerkt, een volledig overzicht daarvan in begrijpelijke vorm, een omschrijving van het doel of de doeleinden van de verwerking, de categorieën van gegevens, waarop de verwerking betrekking heeft en de ontvangers of categorieën van ontvangers, alsmede de beschikbare informatie over de herkomst van de gegevens.

2.3. De minister heeft in het besluit van 5 november 2010 te kennen gegeven, welke soorten persoonsgegevens in de minuut zijn opgenomen, de herkomst van deze gegevens en de ontvangers ervan. Aan de weigering heeft de minister ten grondslag gelegd dat de minuut, naast deze gegevens, een juridische analyse van de zaak bevat, waarop artikel 35 van de Wbp niet ziet.

2.4. De rechtbank heeft, voor zover thans van belang, overwogen dat de juridische analyse als onderdeel van de persoonsgegevens in de zin van de Wbp dient te worden beschouwd, zodat de minister inzage daarvan ten onrechte heeft geweigerd. Voorts heeft de minister volgens haar ten onrechte geen volledig overzicht van de verwerkte persoonsgegevens verstrekt, doch volstaan met een aanduiding van de soorten persoonsgegevens of de categorie, waartoe deze behoren.

2.5. De minister betoogt dat de rechtbank aldus heeft miskend dat een juridische analyse geen persoonsgegeven is, aangezien deze geen neerslag vormt van een over een persoon genomen beslissing. Voorts noopt artikel 35 van de Wbp er volgens de minister niet toe dat in vreemdelingenzaken als deze, waarbij het procesdossier bij de vreemdeling of diens advocaat bekend is, een afzonderlijk overzicht wordt gegeven van de verwerkte persoonsgegevens. Volstaan kon worden met een verwijzing naar de bij [wederpartij] bekende processtukken in de vreemdelingenzaak, aldus de minister.

2.5.1. De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb kennis genomen van de minuut. Zoals zij eerder heeft overwogen (uitspraak van 2 februari 2011 in zaak nr. 201005110/1/H3), moeten gegevens die een neerslag vormen van een over een bepaalde persoon genomen beslissing als deze persoon betreffende persoonsgegevens worden beschouwd. De in de minuut vermelde opmerkingen van de zogenoemde beslismedewerker over de vraag of aan [wederpartij] al dan niet een verblijfsvergunning zou moeten worden verleend, zijn weliswaar mogelijk bij de totstandkoming van de weigering betrokken, maar maken daarvan geen deel uit. Aan die weigering is een kenbare motivering ten grondslag gelegd. Bedoelde opmerkingen, aangeduid als de juridische analyse, zijn derhalve geen persoonsgegevens in de zin van de Wbp.

2.5.2. De minister was echter, behoudens toepasselijkheid van de in artikel 43 van de Wbp vervatte weigeringsgronden, ingevolge artikel 35 gehouden tot verstrekking van een overzicht van de over [wederpartij] verwerkte persoonsgegevens, alsmede informatie over het doel van de verwerking, de ontvangers en de herkomst van de gegevens. De rechtbank heeft met juistheid overwogen dat de minister niet kon volstaan met een verwijzing naar het bij [wederpartij] bekend zijnde procesdossier, nu dat geen mededeling van in de minuut verwerkte persoonsgegevens inhoudt. Zij heeft evenzeer terecht het door de minister in het besluit van 5 november 2010 gegeven overzicht onvoldoende geacht, nu de in de minuut voorkomende persoonsgegevens zelf daarin niet zijn vermeld.

2.5.3. De conclusie is dat de rechtbank het besluit van 30 december 2010 terecht, zij het gedeeltelijk op onjuiste gronden, heeft vernietigd.

Het betoog faalt.

2.6. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd, zij het met verbetering van de gronden waarop deze rust.

2.7. Gelet hierop, bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.

2.8. De minister dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.

3. Beslissing

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Recht doende in naam der Koningin:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. wijst het verzoek af;

III. veroordeelt de minister voor Immigratie en Asiel tot vergoeding van bij [wederpartij] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 437,00 (zegge: vierhonderdzevenendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IV. bepaalt dat van de minister voor Immigratie en Asiel een griffierecht van € 454,00 (zegge: vierhonderdvierenvijftig euro) wordt geheven.

Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. A.G. Biharie, ambtenaar van staat.

w.g. Loeb w.g. Biharie

voorzitter ambtenaar van staat

Uitgesproken in het openbaar op 1 december 2011

611.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature