Jure.nl Rechtspraak, Jurisprudentie, Rechterlijke uitspraken online
Datum uitspraak:
Datum publicatie:
Rechtsgebied:
Soort procedure:
Zaaknummer:
Instantie:
Vindplaats:

Inhoudsindicatie:

Verzoek ontbinding arbeidsovereenkomst. Tussen partijen is sprake van een arbeidsconflict. Werknemer heeft al enige tijd geen declarabele werkzaamheden meer verricht voor de werkgever, een detacheringsbureau voor juristen. Werknemer heeft geweigerd om niet-juridische werkzaamheden te verrichten op het kantoor van werkgever. Voorts is zij ziekgemeld, terwijl de arbo-arts, ook na second-opinion heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van ziekte maar van een arbeidsconflict. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden onder toekenning van een gematigde vergoeding.

Uitspraak



RECHTBANK ROTTERDAM

Sector kanton

Locatie Rotterdam

beschikking ex artikel 7:685 van het Burgerlijk Wetboek

in de zaak

[verzoekster],

gevestigd te [vestigingsplaats],

verzoekster,

gemachtigde: mr. M.H.J. Provó Kluit,

tegen

[verweerster],

wonende te [woonplaats],

verweerster,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als “[verzoekster]” respectievelijk “[verweerster]”.

1. Het verloop van de procedure

1.1 Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter heeft kennisgenomen:

• het verzoekschrift, met bijlagen, ontvangen op 7 september;

• de producties aan de zijde van [verweerster];

• de bij gelegenheid van de mondelinge behandeling overgelegde pleitnotitie aan de zijde van [verweerster].

1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 26 september 2011, in aanwezigheid van de heer [A] namens [verzoekster], bijgestaan door de gemachtigde mr. Provó Kluit, en [verweerster] in persoon.

1.3 De uitspraak is door de kantonrechter bepaald op heden.

2. De feiten

De kantonrechter ontleent aan de stukken en hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is behandeld de volgende feiten:

2.1 [verweerster], geboren op [geboortedatum], is sedert 1 november 2009 bij [verzoekster] in dienst, laatstelijk in de functie van jurist.

2.2 Het loon van [verweerster] bedraagt thans €?2.900,00 bruto per maand, te vermeerderen met

8% vakantiebijslag.

2.3 [verzoekster] is een detacheringsbureau dat, ten behoeve van met name decentrale overheden, vraag en aanbod van tijdelijke juridische professionals samenbrengt.

2.4 Tot medio mei 2010 heeft [verweerster] voor opdrachtgevers van [verzoekster] gewerkt. Daarna heeft [verweerster] geen opdrachten meer uitgevoerd.

2.5 [verweerster] heeft zich meerdere malen ziek gemeld. [verweerster] heeft op 15 november 2010 de ARBO-arts bezocht. De ARBO-arts heeft bij brief van 18 november 2010 geadviseerd dat [verweerster] volledig geschikt is voor haar eigen werk, mits zij niet langer dan één uur hoeft te reizen.

2.6 Per e-mail van 23 november 2010 heeft [verweerster] onder meer het volgende geschreven:

“(..) absoluut niet eens met de betermelding van de Arbo aangezien ze lang niet alles in de rapportage vermelden(..)”

2.7 Per e-mail van 7 december 2010 heeft de heer [A] (hierna: “[A]”) aan [verweerster] het volgende geschreven:

“(..) geeft de bedrijfsarts aan dat je volledig geschikt bent voor eigen werk en dus de facto niet arbeidsongeschikt. (..) zullen wij je per heden dan ook weer beter melden. (..) kun jij thuis je werkzaamheden hervatten. Hiertoe verzoeken we dan ook dagelijks contact te onderhouden met Alied, aangezien zij jouw van werkzaamheden voorziet. (..)”

2.8 In de laatste maanden van 2010 heeft [verzoekster] enkele malen aan [verweerster] voorgesteld om de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen. [verweerster] heeft hier niet dan wel afwijzend op gereageerd.

2.9 Op 16 december 2010 heeft [verzoekster] een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerster] ingediend bij de kantonrechter te Venlo, welk verzoek primair gebaseerd was op een ernstig verstoorde arbeidsrelatie. Dit verzoek is als onvoldoende onderbouwd afgewezen.

2.10 Op 16 maart 2011 en 18 april 2011 hebben er onder leiding van een mediator gesprekken plaatsgevonden tussen [verzoekster] en [verweerster].

2.11 [verzoekster] heeft vervolgens het UWV Werkbedrijf verzocht toestemming te verlenen voor de beëindiging van het dienstverband met [verweerster] wegens bedrijfseconomische redenen. Dit verzoek is op 29 juli 2011 afgewezen. Het UWV Werkbedrijf heeft in de beslissing onder meer het volgende opgenomen:

“(..) Met de in deze procedure ingebrachte gegevens heeft u voldoende aannemelijk gemaakt dat bedrijfseconomische redenen u noodzaken tot het treffen van maatregelen. Sinds medio mei 2010 heeft u werknemer niet ‘meer’ kunnen plaatsen op een declarabele opdracht. Hiermee heeft u mijns inziens het bedrijfseconomisch motief voldoende aannemelijk gemaakt. (..) Echter, toepassing van het afspiegelingsbeginsel staat mijns inziens aan een ontslag van werknemer in de weg. (..)”

2.12 Op 2 augustus 2011 heeft [verweerster] zich ziek gemeld. [verweerster] heeft de ARBO-arts bezocht. Op 8 augustus 2011 heeft de ARBO-arts geadviseerd dat er geen sprake is van arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, maar van een ernstig arbeidsconflict en dat er een onafhankelijke mediator moet worden ingeschakeld.

2.13 [verweerster] was het niet eens met het advies van de ARBO-arts d.d. 8 augustus 2011 en heeft een second opinion aangevraagd bij het UWV Werkbedrijf. Ook deze instantie was van oordeel dat er sprake is van een arbeidsconflict.

2.14 Op 12 augustus 2011 heeft [A] [verweerster] onder meer het volgende gemaild:

“(..) hebben we geconstateerd dat je, zonder enig overleg met ons als werkgever, een juridisch adviesbureau bent gestart. (..) dat je onder werktijd, betaalde werkzaamheden verricht voor eigen rekening. (..)

(..) de leaseauto die jou ter beschikking is gesteld, besloten deze te gaan innemen. (..) We achten het conform onze autoregeling, mede in het verlengde van het bovenstaande, niet meer nodig dat je voor het uitoefenen van een functie over een leaseauto dient te beschikken. (..)”

2.15 [verweerster] heeft op 16 augustus 2011 onder meer het volgende geschreven:

“(..) inderdaad bezig om een website te ontwerpen, echter is er verder nog geen sprake van enige andere commerciële activiteit mijnerzijds. (..)

(..) Voor wat betreft de lease auto kan ik je mededelen dat zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt, ik de lease auto niet hoef in te leveren en dat ook niet van plan ben aangezien de lease auto bij mijn arbeidsvoorwaarden hoort. (..)”

2.16 Op vrijdag 19 augustus 2011 heeft [verweerster] de leaseauto ingeleverd.

3. Het verzoek en de grondslag daarvan

3.1 [verzoekster] heeft verzocht de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden wegens gewichtige redenen, welke gelegen zijn in een verandering van omstandigheden. Enerzijds is er sprake van een slepend arbeidsconflict, anderzijds verkeert [verzoekster] in een moeilijke financiële positie. [verzoekster] heeft aan haar verzoek het volgende ten grondslag gelegd.

3.2 [verzoekster] heeft sinds mei 2010 geen passende detacheringsopdrachten voor [verweerster] kunnen verwerven. Het is moeilijk om geschikte opdrachten te vinden voor beginnende juristen als [verweerster]. Door de bezuinigingen bij de overheid was de detacheringsmarkt voor beginnende juristen volledig ingestort. Er worden nauwelijks nieuwe projecten gestart. De verwachting dat er voor beginnende juristen op korte termijn werk zal zijn bij de decentrale overheid is niet reëel.

3.3 [verzoekster] heeft het afgelopen jaar noodgedwongen van circa 25 medewerkers afscheid moeten nemen omdat ze niet of nauwelijks declarabele uren konden maken. Tevens moet [verzoekster] reorganiseren. De omzet van [verzoekster] is flink teruggelopen. De omzet in 2010 is ten opzichte van 2009 met 25% gedaald en er is een negatief eigen vermogen van € 220.000,00. [verzoekster] kan het zich niet permitteren om niet detacheerbare werknemers heel lang in dienst te houden. [verzoekster] heeft haar standpunt onderbouwd aan de hand van diverse financiële verslagen.

3.4 Op 20 oktober 2010 heeft er tussen partijen een gesprek plaatsgevonden vanwege het feit dat [verweerster] ruim een halfjaar nauwelijks declarabele uren heeft gewerkt.

[verzoekster] heeft [verweerster] erop gewezen dat de vooruitzichten met betrekking tot het vinden van een passende detacheringsopdracht somber zijn, onder meer vanwege de bezuinigingen. [verzoekster] heeft [verweerster] gevraagd mee te denken over een oplossing.

3.5 Toen [verweerster] geen ideeën had ten aanzien van het vinden van een oplossing, heeft [verzoekster] op 22 oktober 2010 voorgesteld de arbeidsovereenkomst met [verweerster] te beëindigen. [verweerster] heeft [A] laten weten wegens gezondheidsklachten niet in staat te zijn het voorstel ter beëindiging van de arbeidsovereenkomst met hem te komen bepreken. Vervolgens heeft [A] [verweerster] op 3 november 2010 verzocht te reageren op het beëindigingsvoorstel. [verweerster] heeft op 11 november 2010 laten weten niet akkoord te gaan met het voorstel. [verweerster] had verder nog steeds niet nagedacht over een andere oplossing.

3.6 Omdat [verweerster] veelvuldig ziek is, heeft [verzoekster] haar verzocht de ARBO-arts te bezoeken. De ARBO-arts heeft verklaard dat [verweerster] volledig geschikt is voor haar eigen werk, mits zij niet langer dan één uur hoeft te reizen. Deze omstandigheid beperkt de inzet mogelijkheden van [verweerster] aanmerkelijk. [verweerster] is daarenboven van mening dat zij arbeidsongeschikt is en dat zij niet hoeft te werken totdat er een deskundigenoordeel is gegeven door het UWV. [verweerster] heeft zich op het standpunt gesteld dat zij recht heeft op re-integratie, een leaseauto en werk bij [verzoekster].

3.7 [verzoekster] heeft [verweerster] gezegd dat zij, nu zij niet arbeidsongeschikt is, de plicht heeft om te werken. [verweerster] heeft zich beschikbaar gehouden voor werk. Uit niets blijkt echter dat er bij [verweerster] ook de wil is om te werken. Ook is er nauwelijks contact te krijgen met [verweerster].

4. Het verweer

4.1 [verweerster] heeft verweer gevoerd tegen het verzoek. Het verweer van [verweerster] strekt tot afwijzing van het verzoek. [verweerster] heeft, voorzover relevant, onder meer het volgende aangevoerd.

4.2 [verzoekster] is niet ontvankelijk in haar verzoek omdat zij niet langer de werkgever van [verweerster] is.

4.3 [verzoekster] heeft [verweerster] opzettelijk niet uitgezonden. [verzoekster] had wel degelijk mogelijkheden om [verweerster] te plaatsen bij opdrachtgevers. [verzoekster] heeft er zelf voor gekozen anderen in te zetten in plaats van [verweerster]. Dat [verweerster] niet gedetacheerd wordt is te wijten aan de onwil van [verzoekster].

4.4 [verzoekster] heeft het afgelopen jaar medewerkers in dienst genomen. Daarnaast heeft [verzoekster] op dit moment een aantal vacatures. [verweerster] trekt de financiële verslagen van [verzoekster] in twijfel omdat niet blijkt wat de omzet van [verzoekster] is geweest.

4.5 [verweerster] heeft het afgelopen jaar te kampen gehad met een ziektebeeld. [verzoekster] heeft op geen enkele wijze getracht de re-integratie van [verweerster] te bewerkstelligen.

4.6 Op beëindiging van de arbeidsovereenkomst na, heeft [verzoekster] geen andere oplossingen aangedragen.

4.7 Ondanks het advies van de ARBO-arts om mediation te proberen, weigerde [verzoekster] mee te werken aan mediation omdat de insteek bij [verzoekster] was om de arbeidsovereenkomst met [verweerster] zo snel mogelijk te beëindigen.

4.8 [verweerster] heeft zich altijd beschikbaar gehouden voor werk en altijd alle opgedragen werkzaamheden verricht. [verweerster] heeft in opdracht van [verzoekster] onder meer werkzaamheden beneden haar niveau verricht op het kantoor van [verzoekster].

4.9 [verzoekster] heeft zich op meerdere terreinen (o.a. dreigen met loonopschorting, discriminatie/misbruik van omstandigheden, eenzijdig vakantie voor [verweerster] vaststellen, schending van zorgplicht) schuldig gemaakt aan onrechtmatige daden jegens [verweerster]. [verzoekster] heeft het arbeidsconflict gecreëerd en er alles aan gedaan om dit te laten voortduren en te laten escaleren.

4.10 Indien de kantonrechter overgaat tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst, verzoekt [verweerster] een ontbindingsvergoeding van € 45.000,00. [verweerster] wijst onder meer op de korte duur van het dienstverband, de wijze waarop [verzoekster] met haar financiële belangen en ziektebeeld is omgegaan en de zwakke arbeidspositie van [verweerster] op de arbeidsmarkt.

4.11 [verweerster] heeft voorts onder meer verzocht [verzoekster] te veroordelen tot betaling van: kosten van rechtsbijstand, het opgebouwde vakantierecht, schadevergoeding wegens immateriële schade ad € 20.000,00, autokosten ad € 700,00 per maand en voortzetting van haar pensioenopbouw tot 31 december 2013, één en ander onder oplegging van dwangsommen aan [verzoekster].

4.12 Hetgeen [verweerster] verder nog heeft aangevoerd zal, voorzover dit relevant is voor de uitkomst van het geschil, onder de beoordeling van het verzoek worden behandeld.

5. De beoordeling van het verzoek

5.1 Alvorens het ontbindingsverzoek van [verzoekster] inhoudelijk te beoordelen, zal de kantonrechter ingaan op het verweer van [verweerster] strekkende tot de niet ontvankelijk verklaring van [verzoekster]. [verweerster] heeft aangevoerd dat [verzoekster] met ingang van 1 juli 2011 gefuseerd is met [x-] Overheidsadvies en dat beide bedrijven vanaf die datum gezamenlijk onder de naam [A] verder gaan.

5.2 Niet is gebleken dat er tussen [verzoekster] en [x-] Overheidsadvies een juridische fusie heeft plaatsgevonden waardoor [verzoekster] thans niet meer aan te merken is als werkgever van [verweerster]. [verzoekster] heeft toegelicht dat zij met [x-] vooralsnog ‘slechts’ een samenwerking onder de naam [A] is aangegaan, hetgeen [verweerster] niet nader heeft weersproken. Het aangaan van de samenwerking maakt niet dat [verzoekster] niet meer te gelden heeft als werkgever van [verweerster]. Nu evenmin is gebleken van andere omstandigheden die aan de ontvankelijkheid van [verzoekster] in de weg staan, is [verzoekster] ontvankelijk in haar verzoek.

5.3 De kantonrechter heeft zich ervan vergewist dat het verzoek geen verband houdt met enig opzegverbod. [verweerster] is arbeidsgeschikt. Ook de second opinion heeft uitgewezen dat er geen sprake is van ziekte, doch van een arbeidsconflict.

5.4 De vraag ligt voor of er sprake is van een gewichtige reden op grond waarvan de arbeidsovereenkomst op korte termijn dient te eindigen door ontbinding daarvan.

5.5 Uit de stellingen van zowel [verzoekster] als [verweerster] trekt de kantonrechter de conclusie dat partijen het er over eens zijn dat de arbeidsrelatie tussen hen danig is verstoord. Hieraan ligt onder meer aan de basis de omstandigheid dat het [verzoekster] sinds mei 2010 niet is gelukt [verweerster] bij een opdrachtgever te plaatsen omdat er nauwelijks meer vraag is naar beginnende juristen als [verweerster]. Hoewel [verweerster] dit punt bestrijdt, komt zij ter ondersteuning van dat verweer slechts met enkele plaatsingsmogelijkheden ten aanzien waarvan door [verzoekster] is bestreden dat zij onderlegd en gekwalificeerd was om op die projecten ingezet te worden, wat door [verweerster] niet meer gemotiveerd is weerlegd. [verzoekster] heeft verder voldoende aannemelijk gemaakt dat het in dienst houden van [verweerster] gelet op voornoemde omstandigheden financieel te zwaar op haar drukt, nu [verweerster] geen declarabel werk verricht. De financiële verslagen die [verzoekster] in het geding heeft gebracht zijn in lijn met de verklaring van [verzoekster] dat zij financieel in slecht weer verkeert. Hetgeen [verweerster] heeft gesteld geeft onvoldoende aanleiding te twijfelen aan het waarheidsgehalte van deze stukken. Bovendien blijkt uit de beslissing van het UWV Werkbedrijf dat ook deze de bedrijfseconomische noodzaak van [verzoekster] om personele maatregelen te treffen onderschrijft. Het UWV Werkbedrijf merkt op dat het bezwaarlijk is om van [verzoekster] te verwachten de arbeidsrelatie met [verweerster] voort te laten duren omdat [verweerster] vanaf mei 2010 niet gedetacheerd kon worden en dus vanaf die periode geen inkomsten meer voor [verzoekster] genereerde.

5.6 Voldoende aannemelijk is geworden dat naast de financiële situatie enerzijds en de omstandigheid dat [verzoekster] voor [verweerster] geen opdrachten kon binnenhalen anderzijds, ook de omstandigheid dat [verweerster] persisteerde bij haar arbeidsongeschiktheid wegens ziekte, terwijl uit advies van de ARBO-arts bleek dat zij geschikt was voor haar eigen werk (en dat er sprake was van een arbeidsconflict) voor de nodige spanningen tussen partijen heeft gezorgd. [verzoekster] heeft, al dan niet in samenspraak met [verweerster], naar oplossingen gezocht. De oplossingen die zijn aangedragen en deels zijn uitgevoerd – waaronder één of meerdere dagen op het hoofdkantoor van [verzoekster] werken en minder uren dan overeengekomen werkzaam zijn op het hoofdkantoor – hebben voornamelijk tot discussie geleid tussen partijen. [verzoekster] verwachtte van [verweerster] aanwezigheid op het hoofdkantoor in Schiedam om aldaar (niet-juridische) werkzaamheden voor [verzoekster] uit te voeren nu [verweerster] nergens gedetacheerd was, terwijl [verweerster] op haar beurt van mening was dat zij werkzaamheden vanuit huis kon verrichten en bovendien volhield dat zij – in tegenstelling tot het advies van de ARBO-arts – arbeidsongeschikt was wegens ziekte. Ook wilde [verweerster] een second opinion van het UWV Werkbedrijf en was zij van mening dat zij tot die tijd geen werkzaamheden voor [verzoekster] in Schiedam hoefde uit te voeren. Bij e-mail van 11 augustus 2011 heeft [verweerster] laten weten slechts in de omgeving Zuid-Oost of thuis juridische werkzaamheden te willen verrichten, in afwachting van de bevindingen van het UWV Werkbedrijf.

5.7 [verzoekster] heeft vanaf eind 2010 op meerdere momenten voorgesteld de arbeidsovereenkomst te beëindigen met wederzijds goedvinden. [verweerster] heeft hier steeds afwijzend op gereageerd. Ook na verschillende overleggen en mediation gedurende het afgelopen jaar zijn partijen er niet in geslaagd de onderhavige kwestie onderling op te lossen, maar zijn zij juist verder uit elkaar geraakt. Zo hebben partijen de afgelopen periode op onaangename wijze gediscussieerd over het al dan niet arbeids(on)geschikt zijn van [verweerster], de wijze waarop de werkzaamheden uitgevoerd dienden te worden, het beëindigen van de arbeidsovereenkomst en het inleveren van de leaseauto. Ook heeft het maken van een website en het al dan niet opzetten van een eigen juridisch adviesbureau door [verweerster] terwijl zij in dienst is van [verzoekster] tot de nodige irritatie geleid aan de zijde van [verzoekster]. Deze opeenstapeling van discussies heeft de onderlinge verstandhouding tussen partijen niet veel goeds gedaan. Gelet op de standpunten van partijen is het voorts niet in de lijn der verwachting dat zij op enig acceptabel moment nader tot elkaar zullen komen; partijen staan op alle fronten lijnrecht tegenover elkaar. Resumerend kan daarom ook worden vastgesteld dat de arbeidsrelatie tussen [verzoekster] en [verweerster] blijvend verstoord is geraakt. Onwenselijk is dan ook dat de arbeidsrelatie tussen hen nog langer voortduurt.

5.8 Gelet op het voorgaande is genoegzaam gebleken dat er sprake is van een verandering van omstandigheden, die een gewichtige reden vormt voor ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De arbeidsovereenkomst zal derhalve op die grond worden ontbonden per 1 november 2011.

5.9 Bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van gewijzigde omstandigheden, kan de kantonrechter, indien het met het oog op de omstandigheden van het geval billijk voorkomt, een vergoeding toekennen. Daarbij is onder meer van belang of van de opgetreden verandering van omstandigheden aan [verweerster] een zodanig verwijt kan worden gemaakt dat de gevolgen van het verlies van de arbeidsrelatie geheel of gedeeltelijk voor haar rekening moet worden gelaten.

5.10 Tot aan het moment waarop [verzoekster] de arbeidsovereenkomst met [verweerster] wenste te beëindigen vanwege financiële omstandigheden, functioneerde [verweerster] bij de opdrachtgevers naar behoren. Althans, het tegendeel is gesteld noch gebleken. Uit de stellingen van partijen leidt de kantonrechter af dat de spanningen tussen partijen zijn ontstaan vlak nadat het [verzoekster] niet lukte opdrachten voor [verweerster] binnen te halen en het in dienst houden van [verweerster] financieel zwaar op haar drukte. Het voorgaande is hoofdzakelijk te wijten geweest aan de bezuinigingen bij de overheid. In die zin valt noch [verweerster], noch [verzoekster] een verwijt te maken voor de beëindiging van het dienstverband, zij het dat deze omstandigheid geacht moeten worden in de risicosfeer te liggen van [verzoekster].

5.11 Op zichzelf bezien zou in het licht van hetgeen in de rechtsoverwegingen 5.9 en 5.10 is overwogen, een vergoeding conform de kantonrechtersformule met toepassing van c=1 in de rede liggen. Hier staat evenwel het volgende aan in de weg. [verweerster] heeft sinds mei 2010 geen declarabele werkzaamheden meer uitgevoerd voor [verzoekster]. De werkzaamheden die zij vanaf mei 2010 voor [verzoekster] heeft uitgevoerd genereerden geen inkomsten voor [verzoekster]. Intussen heeft [verweerster] wel loon ontvangen. Ook neemt de kantonrechter in overweging dat [verweerster] zich een weinig constructieve houding heeft aangemeten. [verweerster] persisteerde, gelet op het advies van de ARBO-arts alsook de uitkomst van de second opinion van het UWV Werkbedrijf klaarblijkelijk ten onrechte, dat zij arbeidsongeschikt was wegens ziekte en wilde de door [verzoekster] opdragen (niet-juridische) werkzaamheden in Schiedam op enig moment niet meer uitvoeren. Dit verschil van inzicht over de wijze waarop de opgedragen werkzaamheden uitgevoerd diende te worden heeft in niet onaanzienlijke mate bijgedragen aan het verstoren van de arbeidsrelatie. Alles afwegende komt de kantonrechter tot het oordeel dat een vergoeding van € 3.132,00 bruto gepast is, uitgaande van een correctiefactor van c=0,5.

5.12 Nu [verweerster] een vergoeding wordt toegekend, wordt aan [verzoekster] op de voet van artikel 7:685 lid 9 BW een termijn geboden om het verzoek in te trekken.

5.13 Hetgeen [verweerster] verder heeft gevorderd – zoals gerelateerd in rechtsoverweging 4.11 – zal buiten beschouwing worden gelaten omdat voor de behandeling van dergelijke vorderingen in deze procedure geen plaats is. In een procedure als de onderhavige staat enkel de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen al dan niet moet worden ontbonden en of om die reden een vergoeding past centraal.

5.14 Ten aanzien van de proceskosten die ten behoeve van de onderhavige ontbindingsprocedure zijn gemaakt, wordt als volgt beslist. Gelet op de aard van de procedure zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te melden wijze. Indien [verzoekster] het verzoek echter intrekt, zal zij in de proceskosten worden veroordeeld, welke aan de zijde van [verweerster] worden vastgesteld op nihil omdat [verweerster] de procesvoering in eigen hand heeft gehouden.

6. De beslissing

De kantonrechter:

stelt [verzoekster] in de gelegenheid het verzoek in te trekken door middel van een uiterlijk op 31 oktober 2011 te 12.00 uur ter griffie te ontvangen schriftelijke mededeling met gelijktijdige toezending van een afschrift daarvan aan de wederpartij;

veroordeelt in dat geval [verzoekster] in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] vastgesteld op nihil;

en voor het geval het verzoek niet wordt ingetrokken:

ontbindt de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst met ingang van 1 november 2011;

kent aan [verweerster] ten laste van [verzoekster] een vergoeding toe van € 3.132,00 bruto en veroordeelt [verzoekster] deze vergoeding te betalen;

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. C.H. van Breevoort-de Bruin en uitgesproken ter openbare terechtzitting.


Juridisch advies nodig?

Heeft u een juridisch probleem of een zaak die u wilt voorleggen aan een gespecialiseerde jurist of advocaat ?
Neemt u dan gerust contact met ons op en laat uw zaak vrijblijvend beoordelen.

Stel uw vraag


naar boven      |      zoeken      |      uitgebreid zoeken

Recente vacatures

Meer vacatures | Plaats vacature